De beelden van het in koelen bloede doodschieten van een gewonde agent brachten mij in opperste verwarring. Was dit echt? Was dit in Parijs? De koelbloedigheid waarmee het gebeurde, het afwerende gebaar van de agent en de Jihadist die hem vermoordde met een schot door het hoofd. Het geluid van de schoten. Wat zich kort daarvoor binnen heeft afgespeeld laat zich raden. Moorden gebeuren dagelijks en terroristische aanslagen ook. Maar dit kwam gevaarlijk dichtbij. Anders dan andere keren voelde ik machteloosheid en angst in plaats van mededogen met de slachtoffers. Normaal erger ik me er dood aan als iemand op tv staat te vertellen net nadat er iets ernstigs is gebeurd, dat hij ook het slachtoffer had kunnen zijn maar het gelukkig niet was. En nu had ik een beetje van hetzelfde. Ik dacht aan mijn gezin dat ook niet op genade van extremisten hoeft te rekenen, mochten zij door een ongelukkig toeval net hun pad kruisen. En het is niet eens angst voor de kans dat het gebeurt, want die is klein, maar voor het feit dat er zulke extremisten rondlopen die er niet voor terug zullen deinzen een onschuldige dood te schieten.
Alsof ik dat niet allang wist. Het dossier van de Bende van Nijvel verjaart dit jaar. Een bomscherf vliegt niet in een boogje om een onschuldig persoon heen. Maar om nu op beelden te zien dat er mensen zijn die zo weldoordacht een meervoudige moord plegen vond ik toch wel schokkend. Meer nog dan het fatale schot was ik geschrokken van hun reacties erna. Het zag er zo eng koelbloedig uit. Ze riepen iets, ze renden een beetje, en ze reden vrij rustig weg. Als je hun pad op het verkeerde moment kruist ben je er geweest. De politieman kan niet eens hun echte vijand zijn geweest. Die had de profeet tenslotte niet beledigd. Maar hij was het wel die nu als laatste moest boeten en dat werd zodanig in beeld gebracht dat deze aanslag sterker herinnerd zal worden dan andere waarbij nog meer slachtoffers vielen. Althans, bij mij.
