In koelen bloede

De beelden van het in koelen bloede doodschieten van een gewonde agent brachten mij in opperste verwarring. Was dit echt? Was dit in Parijs? De koelbloedigheid waarmee het gebeurde, het afwerende gebaar van de agent en de Jihadist die hem vermoordde met een schot door het hoofd. Het geluid van de schoten. Wat zich kort daarvoor binnen heeft afgespeeld laat zich raden. Moorden gebeuren dagelijks en terroristische aanslagen ook. Maar dit kwam gevaarlijk dichtbij. Anders dan andere keren voelde ik machteloosheid en angst in plaats van mededogen met de slachtoffers. Normaal erger ik me er dood aan als iemand op tv staat te vertellen net nadat er iets ernstigs is gebeurd, dat hij ook het slachtoffer had kunnen zijn maar het gelukkig niet was. En nu had ik een beetje van hetzelfde. Ik dacht aan mijn gezin dat ook niet op genade van extremisten hoeft te rekenen, mochten zij door een ongelukkig toeval net hun pad kruisen. En het is niet eens angst voor de kans dat het gebeurt, want die is klein, maar voor het feit dat er zulke extremisten rondlopen die er niet voor terug zullen deinzen een onschuldige dood te schieten.

Alsof ik dat niet allang wist. Het dossier van de Bende van Nijvel verjaart dit jaar. Een bomscherf vliegt niet in een boogje om een onschuldig persoon heen. Maar om nu op beelden te zien dat er mensen zijn die zo weldoordacht een meervoudige moord plegen vond ik toch wel schokkend. Meer nog dan het fatale schot was ik geschrokken van hun reacties erna. Het zag er zo eng koelbloedig uit. Ze riepen iets, ze renden een beetje, en ze reden vrij rustig weg. Als je hun pad op het verkeerde moment kruist ben je er geweest. De politieman kan niet eens hun echte vijand zijn geweest. Die had de profeet tenslotte niet beledigd. Maar hij was het wel die nu als laatste moest boeten en dat werd zodanig in beeld gebracht dat deze aanslag sterker herinnerd zal worden dan andere waarbij nog meer slachtoffers vielen. Althans, bij mij.

Schijt

Ben een beetje opgefokt door een mail die ik zojuist kreeg van de directeur. Volgens hem heb ik iets fout gedaan maar volgens mij is dat z’n eigen schuld. Hij schreef met hoofdletters, ik antwoordde in kleine met als laatste zin “en schreeuw niet zo!” Vaak zou ik daar een smiley achterzetten, maar nu niet. Ik ben al weken druk met de (voorbereiding van de) jaarafsluiting, en net nu ik bijna klaar ben, gaat hij ineens dingen regelen die al gedaan hadden moeten zijn, maar waardoor ik de cijfers moet veranderen.

Het zou mooi zijn als ik dit soort dingen glimlachend naast me neer kon leggen. Maar kan dat nog niet. Zeker niet omdat ik als ik me in zijn vraag had verdiept wel een ander antwoord had gegeven, maar nu ik daar geen tijd voor had gaf ik antwoord op wat hij vroeg, alleen zijn vraagstelling was niet goed. Dus nu is het afwachten of ik morgenochtend een nog kwaaier mailtje heb of niet. Zou ik hier glimlachend op reageren, zou ik het misschien ook veel verder geschopt hebben in dit vak. De vraag is of als ik morgen een pilletje kon krijgen waardoor ik alle kwaliteiten die ik niet denk te hebben ineens wel zou hebben, ik dat pilletje dan zou nemen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet. Ik zou er erg door veranderen en ik ben toch wel erg gehecht aan mezelf zoals ik ben, al lijk ik het soms wat lastiger te hebben dan gemiddeld. Eigenlijk moet ik er evengoed dikke, vette schijt aan hebben. Ik denk dat ik dat, in elk geval tot morgenochtend, ook maar eens even ga hebben.

Verhaal.

Sinds alweer bijna een jaar hebben we op mijn werk versterking gekregen van een drietal jonge collega’s. Een meisje doet de marketing maar ik heb weinig met klantknuffelen. Echter, het meisje is begin twintig en ik vind haar niet het typische marketeerstype. Ze is van Rotterdamse afkomst en tussen het Amsterdams gerichte bedrijf dat wij zijn vind ik haar een verademing. Goed, ze is nu nog jong en moet nog veel luisteren naar opschepperij en vieze praat, ze lacht er wat onwennig om maar laat zich niet uit de tent lokken. Vandaag waren zij en ik de enigen die aanwezig waren en tussen de middag liepen we een rondje. Ze vertelde mij dat ze vroeger bij Feyenoord werkte en aanwezig was in het Maasgebouw toen dat werd bestormd door woedende Feyenoord hooligans. Ik herinnerde me de beelden nog van angstige agenten die met getrokken pistolen de menigte buiten de deur probeerden te houden. Een uiterst bedreigende situatie.

Waarom vertel ik dit? Tja. Het viel mij op dat dit meisje dit verhaal nu pas vertelde. Een echt verhaal en ze vertelt het zo terloops. Terwijl ik altijd slappe verhalen van de mannen moet aanhoren, die op zo’n hoge toon verteld worden dat je denkt dat ze in hun eentje Duitsland hebben verslagen. Maar er gebeurt niets! Ze geven een keer een rondje met de creditcard van de zaak, zoiets. Of ze zijn in de bananenbar geweest en dat hoor je dan voor de vijftigste keer. Terwijl ze waarschijnlijk angstig een een hoekje stonden en het stil houden voor hun vrouw. Dit meisje had een echt verhaal en vertelt dat nu pas. Terwijl ze ondertussen wel kon weten dat ik gek ben op echte verhalen, want mensen met verhalen zijn er al te weinig. Ik zelf vertel verhalen meestal wel gelijk, maar dan gebeurt er tenminste nog iets in. Zoals dit verhaal.

Lege huls

Toen ik mijn jaarlijkse statistieken tot mij door liet dringen, schrok ik een beetje. Niet zozeer van de teruglopende bezoekersaantallen, want de hoogtijdagen zijn wel geweest, maar meer van mijn langste serie van blogberichten. Drie slechts! Terwijl ene Rob een serie van 110 maakte. Nu ga ik die niet proberen te evenaren, maar drie valt me gewoon wat tegen. Terwijl, als je het realistisch bekijkt, er niets mis mee is. Drie dagen en dan even een dagje niet. Maar 99 logjes in een jaar vond ik ook wat weinig. Had me dan even gewaarschuwd, dan had ik er honderd van gemaakt.

Gisteren lag ik voor pampus op de bank. Van tien tot kwart voor twaalf heb ik geslapen volgens mijn gezin, dat horen ze aan gesnurk. Terwijl ik voor mijn gevoel niet geslapen heb. Feit is wel dat ik doodmoe was en dat ik het niet meer trok. En dat baarde me ook wel weer wat zorgen, dat ik ’s avonds zo moe ben. Ik was altijd duidelijk een avondmens maar nu ben ik niet meer een specifiek mens. Geen ochtend-, geen middag- en geen avondmens. Blijft nachtmens over en daar schrijf ik ook niet over naar huis. Ik slaap te weinig, maar dat ligt niet aan te laat naar bed gaan. Dat ligt aan slecht slapen en vroeg wakker worden, een teken dat er iets niet goed is. Ik kan heel goed tegen weinig slaap, op mijn werk word ik binnen de normale werkuren nooit moe, maar misschien komt het wel door de zes flessen wijn die in mijn kerstpakket zaten. Ik hoorde dat Youp het in zijn oudejaarsconference nog had over de wine-app, dat je daarmee kunt bepalen of je de wijn lekker vindt. Ik vind dat ding ook irritant, het laat de geboren dubbeltjes denken dat ze kwartjes zijn geworden. Ik mag Youp graag en vooral de boodschap die hij uitdraagt. Ik lach niet meer uitbundig omdat je zijn grappen wel zo’n beetje kent, maar hij verveelt me nooit. Maar meer nog hang ik aan de lippen van Finkers, een tot de rand gevulde huls. Finkers gaat volgend jaar de oudejaarsconference doen, en moet vanaf vandaag gaan bijhouden wat er in de wereld gebeurt. Iets wat wij, bloggers, natuurlijk al jaren doen. Met humor is het lastiger om geen lege huls te zijn dan met verdriet. Te veel geluk in je leven is niet goed voor je inspiratie. Een beetje ellende levert vaak mooiere muziek op dan wintersport. Ze zeggen dan wel dat antidepressiva de gevoelens van mensen afvlakken, maar ik beschuldig eerder de wine-app.

2014 herzien

Het gaat hard achteruit hier qua bezoekersaantallen, views, reacties. Maar wat kun je ook verwachten met slechts 99 logjes in een jaar? Het moet wat mij betreft weer beter worden, al heb ik dat vorig jaar misschien ook al gezegd. Gelukkig nieuwjaar allemaal.

Hier is een fragment:

In de concertzaal in het Sydney Opera House passen 2.700 mensen. Deze blog werd in 2014 ongeveer 25.000 keer bekeken. Als je blog een concert zou zijn in het Sydney Opera House, zou het ongeveer 9 uitverkochte optredens nodig hebben voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Als iets te mooi is om waar te zijn, ….

Ik zag gisteren de film/documentaire “De Nieuwe Wildernis” over voornamelijk de grote grazers van de Oostvaardersplassen. De film is ingesproken door Harry Piekema, de vroeger leuke, maar inmiddels irritant geworden supermarktmanager. Grappig detail. Hoewel ik het vooraf niet had gedacht, slaagde de film mij er toch in mij verrast en trots te laten zijn op deze wildernis in Nederland. Er zijn, op een kort fragment van twee schaatsers na, geen menselijke invloeden in te zien. Geen hek, geen windmolens, geen wegen, geen trein, niks. Nou ja, een karrespoor dan. Een oneindige vlakte die je warempel laat denken dat dit gebied een echte wildernis is, vergelijkbaar met de steppes van Afrika of de toendra’s van Rusland. Het is absoluut een uniek natuurgebied met de grootste populatie wilde paarden en edelherten van Europa. De vos jaagt er overdag, iets wat zelden waargenomen wordt. Ik kreeg onmiddellijk het gevoel dat er wolven zaten. Maar die zitten er niet.

En al dat moois heeft een keerzijde. In de korte documentaire “De Nieuwe Wildernix” wordt die getoond. Nu zie je dezelfde vlakte maar aan het eind zie je een snelweg. Je ziet een edelhert bij een hek staan dat van de honger aan een boomschors knaagt. Je ziet grote grazers als verminkte, magere scharminkels rondlopen. Je ziet vele kadavers liggen, iets wat andere beesten weer ten goede komt. Maar anders dan op de Veluwe is er in de Oostvaardersplassen alleen in de vroege zomer voldoende voedsel. In de rest van het jaar is er onvoldoende tot niks. Waardoor de beesten de hele winter op hun reserves moeten leven en velen redden dat niet. De hele natuur is door overbegrazing kaalgevreten en de beesten kunnen er niet uit en worden niet bijgevoerd.

Twee kanten aan een verhaal, en de keerzijde doet je ineens beseffen dat beheer van de wildstand toch niet zo’n slecht idee is. Of misschien de terugkeer van de wolf, waar ik al jaren een voorstander van ben. Want beter is het als de zwaksten gedood worden door een troep wolven, dan dat ze een winter lang honger en kou lijden om uiteindelijk ergens te gaan liggen en dood te vriezen.

De tas met verloren voorwerpen

Mijn dochter Tammar zei laatst iets waarvan ik dacht dat het iemand als H.C. Andersen wel eens geïnspireerd zou kunnen hebben, zou zij het tegen hem gezegd hebben. In haar oneindige goedheid had ze de tafel opgeruimd en alles wat erop lag, in een tas gedaan. Hans was iets kwijt, en Tammar zei toen: als iemand iets kwijt is zit het in deze tas! Het gaf mij een troostend gevoel. Een tas waarin je alles terugvindt wat je kwijt bent geraakt. Ik ben in mijn leven al zoveel kwijtgeraakt dat zo’n tas wel handig zou zijn. Het belangrijkste was wel een platte, vierkante zwarte steen die ik ooit vond in het bos. Het was een bewerkte steen waarop voelbare teksten stonden. Het vierkant was verdeeld in negen kleinere vierkantjes waarop tekens stonden. Het was geen prutswerk, maar bijna machinale perfectie.

Mijn vader kon de tekens niet lezen maar raadde mij aan ermee naar ome Joop te gaan. Ome Joop was zijn collega die bekend stond om zijn grote kennis en intelligentie. Hij veegde de tekens met een beetje spuug schoon, maar kon ze ook niet ontcijferen. Ik heb de steen mee naar school genomen om hem te laten zien, mijn klasgenootjes dachten dat het een schatkaart moest zijn. Kort daarop ben ik de steen kwijtgeraakt, de steen met de onbekende boodschap. Misschien heeft een klasgenootje hem gepikt en had ik dat in mijn oneindige naïviteit niet in de gaten. Dat gebeurde ook eens met twee Tonka autootjes die bij een vrachtwagen hoorde, en die ik later op een rommelmarkt terugzag en bijna teruggekocht had, ware het niet dat er een mevrouw mij voor was.

Het raadsel van de steen zal altijd onopgelost blijven, maar nu hij is kwijtgeraakt kan ik ook makkelijk volhouden dat het een steen uit de ruimte was met een boodschap voor de vinder. Misschien als ik heel diep in de tas van Tammar zoek, dat ik hem weer vind. Samen met andere stoffelijke zaken waarvan ik alleen nog de herinnering heb.

Techniek

De vraag die ik heb is of we er nu op vooruit zijn gegaan met internet en al zijn mogelijkheden of juist niet. Ik benut de mogelijkheden niet ten volle, want ik heb geen wijnbeoordelings-app en geen hardloop-app. Tevens doe ik niet aan streamen en downloaden. Het is al heel wat dat ik digitale televisie heb. Omdat ik die ook niet ten volle gebruik vraag ik me af wat daar nu precies het voordeel van is. Wat duidelijk is, is dat ik een programma even kan stilzetten. Erg handig. Maar daar staat tegenover dat als ik snel de tv aan wil zetten omdat ik iets wil zien, dat niet zomaar gaat. Vroeger toen er nog geen afstandsbediening was klikte ik op de aan- en uitknop en de tv stond aan. Toen er afstandsbediening kwam moest ik eerst op de standbye knop drukken en vervolgens op een zender, en de tv stond aan. Nu lukt het me serieus niet om de tv aan te krijgen. Ik druk op een knop en dan maakt de tv een geluid. Dan druk ik op nog een knop en komt er in beeld: druk op x op de ontvanger aan te zetten. Geheel onduidelijk welke knop met x bedoeld wordt. Als ik op wat ik denk dat x is, druk, gaat de tv of de ontvanger weer uit. Ben gisteren vijf minuten bezig geweest om de tv aan te krijgen en dat deed me denken aan de thuissituatie van een vriendje vroeger. Bij hem hadden ze zwart-wit tv die moest opwarmen. Dat duurde een paar minuten. Maar wel met slechts 1 knop en je had zekerheid dat er over een paar minuten iets begon. Ik heb dat niet. Ik moet twee keer klikken voordat een knop reageert, en vervolgens moet ik vijf keer twee keer klikken om op de stand HDMI te komen, daar waar iets te zien valt. En als ik dan zie wat ik wil zien en ik wil zappen, duurt het twee seconden voordat er overgeschakeld is, hetzelfde kunstje ging in de jaren tachtig en negentig vele malen sneller.

Goed, ik ben niet de meest handige jongen maar bovenstaande regels zouden net zo goed door een bejaarde geschreven kunnen zijn. Ik ben 45 en ik heb er soms zo de balen van dat ik (door wie eigenlijk) gedwongen wordt om mee te gaan met technologie die niks toevoegt. Als je het me op de man af zou vragen dan zou ik antwoorden dat het een groot onrecht is dat ik niet alles mag bepalen in deze wereld. Het zou er stukken van opknappen. De autoradio, die werkt nog wel net zo als vroeger. Hoewel die van mij niet direct aangaat, eerst moet ik allerlei welkomstboodschappen en veiligheidswaarschuwingen zien, eer ik bij de gratie Renault’s mag luisteren. Vanochtend op Radio tien gold (top 4000) hoorde ik Frank Sinatra met My Way. Eigenlijk zegt dat het allemaal. Veel beter werd er daarna niet meer gezongen.

Hoe leest men een boek?

De angst die ik heb voor een terugval is een angst in mijn hoofd, geen angst die ik voel. Ik voel me wel redelijk, ben alleen moe ’s avonds en ik ga al maanden vroeg naar bed. Dan lees ik boeken van Jo Nesbø, over een rechercheur , Harry Hole, die wel wat gelijkenissen met mij vertoont. Harry heeft een hekel aan mensen die zich niet bewust zijn van het feit dat ze blaten als een schaap. Bij het lezen heb ik een trucje nodig want meneer Nesbø gebruikt zoveel Noorse namen (allemaal eindigend op -sen) dat ik op een zeker moment, al ver gevorderd in het boek, over iemand aan het lezen ben waarvan ik geen idee heb wie het is. Dus nu, op het moment dat ik een nieuwe naam tegen kom, schrijf ik die op met een hele korte aanduiding erachter. Ik heb zeker al 30 namen opgeschreven en het leest wat langzamer, maar ik blijf het verhaal nu volgen. Soms lees ik tot het boek uit mijn handen valt en op dat moment heb ik de laatste anderhalve bladzijde niet meer meegekregen, dus sla ik die ook even terug eer ik verder ga.

Op mijn werk gebeuren vreemde dingen. Terwijl ik laatst dacht dat ik de handdoek in de ring ging gooien, krijg ik steeds meer waardering. En misschien heeft de EMDR sessie toch effect gehad, al merkte ik er niks van. De psycholoog was in elk geval erg tevreden over mijn vorderingen, ongeacht waar die vandaan kwamen. Veel tevredener dan ikzelf, maar daar moet ik het nog eens met hem over hebben. Wat ik ook wel positief vind is dat ik dit jaar waar voor mijn eigen risico heb gekregen. Het volledige eigen risico is opgegaan aan mijn rug, maar volgens het schema van de afgelopen jaren had ik nu met veel uitstralingspijn in mijn been moeten rondlopen. Ook dat doe ik niet. De correctie in van mijn nekwervels kan het zijn geweest, de oefeningen die ik deed maar inmiddels bijna niet meer, of het feit dat ik vier keer per week ’s ochtends vroeg opsta voor een lange wandeling met de hond. Misschien wel omdat ik niet meer elke avond achter mijn pc zit. Hoe het ook zij, er zijn veranderingen ingezet. Een mooie contradictio in terminis: veranderingen om weer de oude te worden. Een verbeterde versie van mezelf, dat zou mooi zijn, maar gewoon kunnen blijven functioneren zou al mooi zijn.

Overigens, het is heel lang geleden dat ik uit school kwam fietsen en de pijn voelde van de koude regen die je voorhoofd geselde, maar deze week heb ik die pijn alweer drie keer gevoeld. Vandaag was het zelfs hagel die mijn voorhoofd striemde. Het is de schuld van de hond, maar door haar ben ik weer in beweging.

Conflicten

In de tussentijd, toen ik even niet keek, is er hier wederom een beest naar binnengehaald. Een kitten, haar naam is Kiwi. Niet dat ik haar ooit zo genoemd heb of ga noemen, maar de kinderen hebben beslist. Voor een kitten valt ze mee, al stoort ze mij nog wel eens in mijn slaap. Voor beesten lijk ik een aantrekkelijk persoon te zijn, waarschijnlijk door mijn inbundigheid dat ze me vertrouwen. Inbundigheid is geen bestaand woord, maar ik bedoel er uiteraard het tegengestelde van uitbundigheid mee. Ingetogenheid was wellicht beter. Nu is het vreemde dat ik in mijn hoofd juist niet ingetogen ben, en daar zal het interne conflict ontstaan denk ik wel eens. Ik sta niet graag in het middelpunt, maar ik wil ook niet aan de zijlijn staan. Eigenlijk wil ik juist graag in het middelpunt staan, maar durf daar niet goed te staan omdat ik het middelpunt niet kan waarmaken. Niet altijd tenminste, ik heb ook wel eens totaal niks zinnigs te vertellen en juist op die momenten zou je je schaamte moeten kunnen uitschakelen, wat mij tot een perfecte manager zou maken. Wat vervolgens weer tot het volgende conflict leidt want ik wil geen perfecte manager zijn, want een bedrijf leiden is geen hoog levensdoel.

Een levensdoel is een goede vader zijn, en bijna altijd probeer ik dat te zijn. Behalve als er teveel conflicten in mijn hoofd zijn waardoor ik blokkeer, en ik mij er op dat moment van bewust ben dat ik een waardeloze vader ben. Maar er is mijn omgeving die het tegenspreekt en als je heel diep in mijn hart kijkt spreek ik het zelf ook tegen als het even niet lukt. Want mislukken is nog niet hetzelfde als er met de pet naar gooien of egoïstisch zijn. Maar ik moet meer levensdoelen hebben, denk ik tenminste, maar ik geloof niet dat ik ooit tevreden ben. Ik ben alleen tevreden tijdens het klimmen. Niet tijdens het bereiken van de top en niet tijdens het afdalen. Het is pure zelfkastijding, wat weer in conflict komt met mijn luie aard die graag op de bank ligt. Eigenlijk is het een wonder dat ik niet knettergek ben.