De overschatte vrije meningsuiting.

Als er één recht is dat zwaar wordt overschat, is het wel het recht op vrije meningsuiting. Ik moet echt goed nadenken of ik er wel eens gebruik van heb gemaakt. Meestal is mijn mening toch een aaneenschakeling van feiten waarvan sommige geleerden denken dat ze kloppen. Dus om dat nu een mening te noemen…

Een mening heb je pas als je tegen onomstotelijke feiten ingaat. Zoals Trump, die heeft een hele sterke eigen mening. Maar wat ik veel belangrijker vind dan het recht op vrije meningsuiting is het recht om te liegen. Dat heb ik veel vaker nodig. Elke maandagochtend bijvoorbeeld. “Hoi, hoe was je weekend?” Het juiste antwoord daarop zou zijn: “Pleur op en laat me met rust.” Maar het mooie aan dit vrije land is dat ik gewoon zeg: “ja leuk, niks bijzonders gedaan hoor, gewoon thuis geweest.” Ik vraag bewust niet naar het weekend van een ander want ik hoef echt niet te horen dat ze vele leukere dingen hebben gedaan dan ik, en zeker niet op maandag. Ik moet er niet aan denken om in een dictatuur te wonen. Dat ze je vragen hoe je weekend was, en je moet zeggen: “Pleur op en laat me met rust!” Niemand zou me meer aardig vinden. In deze nepmaatschappij vinden ze me allemaal aardig omdat ik tegen ze mag liegen.

Als de bel gaat ’s avonds als ik op de bank hang. Tring! Als ik eerlijk was, haalde ik de trekker van een Magnum 44 over op dat moment, maar ik ben blij dat ik gewoon naar de deur kan lopen en kan zeggen: “Nou, daar heb ik niet zo’n interesse in”. Of: “Natuurlijk koop ik dat schilderij van je! Driehonderd euro maar,da’s geen geld! Is dat met of zonder lijst? Oh zonder, nee, geen probleem!”

Ik bedoel maar, het recht om niet de waarheid te hoeven vertellen is vele malen belangrijker dan het recht op vrije meningsuiting. Ik wens u allen een heerlijke nachtrust toe.

Denkend aan Holland

Er kan weer iets van mijn bucketlist af. Niet omdat ik het voltooid heb, ik heb zelfs geen bucketlist, maar er is één ding dat ik altijd nog een keer had willen doen: het overzwemmen van een van de grote rivieren. Rijn, Waal, Maas, Lek, IJssel, Merwede, of hoe ze ook mogen heten. Ik ben overigens van mening dat de Waal en de Maas de enige rivieren in Nederland zijn, waarbij aangetekend moet worden dat de Waal eigenlijk de Rijn is, dat Rijn in Nederland slechts drie kilometer lang is, en dat de Maas nimmer Rotterdam bereikt, een staaltje geografische oplichting van heb ik jou daar. En alle overige rivieren ontspringen uit de Maas en de Rijn die om onverklaarbare reden Waal wordt genoemd. Maar dit terzijde.

Het schijnt verboden en tevens levensgevaarlijk te zijn om een rivier over te zwemmen. In zee heb je vaak hetzelfde, met een afgezet stukje van 100 meter waar je onder toezicht mag zwemmen. Ik ben natuurlijk een verstandige man. Dus ik ga niet buiten dat stuk. Maar iets in mij schreeuwt dat ik erbuiten moet. En dat ik die rivier over moet zwemmen. Ik geloof niet in stroming. Nou ja, wel een beetje natuurlijk, maar niet in stromingen die je niet kunt zien. (een bosbrand verspreidde zich ondergronds, zeiden ze gisteren op het journaal) En wat dan nog, dan kom je niet helemaal uit op het punt waar je naar toe wilde, big deal.

Maar het argument van de boten die je niet kunnen zien vond ik wel valide. En dat ze niet kunnen remmen en je slecht weg kunt komen neem ik ook voor waar aan. En mijn kinderen mogen zeker niet deze regels in acht slaan. Ik wel natuurlijk, want ik ben supereigenwijs. Ik denk dat als er 100 mensen de Waal overzwemmen, er 97 de overkant bereiken, twee teruggaan, en één verdrinkt.

Het zal te maken hebben met een jeugdboek dat ik tien keer gelezen heb, het lied van de zeilschippers, daarin zwommen ze altijd de rivieren over. Mijn ouders zwommen in de Vecht, mijn vader moest in dienst de IJssel over met een man op zijn nek, maar tegenwoordig kunnen we helemaal niks meer. Is het de rubbertegelmaatschappij of zullen we dit maar heel serieus nemen? Dat laatste he?

Vaderdag

Gisteren schreef ik weer eens een logje dat ik daarna volledig uitgumde. Ook de contouren zijn niet bewaard gebleven. Ik voelde mij wat bezwaard om het te plaatsen, omdat ik leed aan het vergelijken was. En dus schreef ik maar een logje over het motorweekend (autodoordeweeks). En toen zei mevrouw Mack: “ik word een beetje moe van al die overleden vaders op Facebook op vaderdag. Da’s toch gewoon aandachttrekkerij? Ik heb er nu al vier voorbij zien komen.”

En precies daar ging mijn logje over. Elke vaderdag komen ze weer voorbij, de vaders die jammer genoeg overleden zijn. Maar het is alleen maar een foto en een ik mis je. Vader leest dat nooit meer. Ik schreef zelf ook veel over mijn vader, en kennelijk heeft het geholpen want ik schrijf niet vaak meer over hem. Ik mis hem niet meer elke dag. Hij is er al heel lang niet meer, en ook daar ben ik aan gewend geraakt. Hij is veel te vroeg overleden, maar zijn dood heeft mij gemaakt zoals ik nu ben. Ik ben nu zelf vader, en ik voel zijn genen in mij. Ik neem zijn goede kanten mee, en zijn mindere kanten laat ik voor wat ze zijn.

Maar mijn schrijven verwoordde mijn gevoel, mijn verdriet, en het hielp bij de verwerking. Hij was pas veertig, ik vijftien, en dan was ik nog de oudste thuis. En daar zit hem de kruks, il schreef over hem, niet aan hem. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat zeventig een mooie leeftijd is, maar het heeft als het goed is niet een verwoestend gat geslagen, als een ouder overlijdt op zeventigjarige leeftijd. Maar misschien ook wel. Ik kan emoties slecht inschatten. Of misschien juist wel goed. Maar Facebook zou voor mij niet de plek zijn om te herdenken. Heb er al moeite mee dat bekenden me wel eens vragen naar mijn weblog. Liefst was ik anomiem. Maar ja, dat is buiten mijn schuld mislukt.

Motorweekend

Na jaren van afwezigheid ben ik aankomende week weer van de partij tijdens een motorweekend. Het motorweekend zal plaatsvinden van dinsdag tot en met donderdag en ik zal met de auto gaan. Waarom het een motorweekend heet, heeft te maken met de historie, toen er nog motoren meegingen en het in het weekend viel.

Ik geef toe dat het een beetje raar is. Vijf jaar geleden had ik nog een Alfa Romeo die je hoog in de toeren kon jagen, scherp stuurde en schakelde, en een prachtig geluid in zijn vooronder had. Dit jaar ga ik mee met een diesel. Hij schakelt wat hakerig, maar hij heeft wel een berg vermogen, en vierwielbesturing.

We gaan naar Duitsland, vroeger beschouwde ik het als aartsvijand nummer 1, nu ben ik iets losser, maar nog steeds op mijn hoede voor een eventuele inval. De initiator van dit hoegenaamde motorweekend wil liever niet naar België of Frankrijk, ik zoek nog naar de reden. Ik vermoed dat die op het culinaire vlak ligt, en daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Belgen en Fransen vreten allerlei gore zooi, Duitsers vooral vette zooi.

Ik heb voor vaderdag twee nieuwe CD’s gekregen, die ik wat harder zet zodat ik de nagelende diesel niet hoor. En verder ga ik fijn een stukje rijden.

Teenslippers

We hadden een zogenaamd partner-event vandaag. Het gaat dan over zakenpartners. Het was aan het strand van Noordwijk en ik keek vanochtend eens wat we gingen doen en hoe en wat. Dresscode: teenslippers.

Dat kunnen ze dus bekijken. Alleen op de camping, en dan nog alleen als ik naar het zwembad loop, draag ik teenslippers. Voor de rest altijd gymp…pardon, sneakers. Ik vind niet dat een man zijn tenen moet laten zien aan collega’s, maar dat is persoonlijk. We gingen beachvolleyballen, en blote voeten waren verplicht. Nou ja, op zo’n strand heb ik er niet zo’n moeite mee, maar een collega komt soms op blote voeten in sandalen naar zijn werk, ik vind dat je hem daarvoor zou mogen neerslaan. Paardelul.

Maar als de dresscode dan teenslippers is, dan zijn er natuurlijk altijd een hoop idioten die die dingen ook echt aantrekken. En ik heb een aversie tegen tenen van mannen. Ik kan het ook niet helpen om altijd een blik op iemands tenen te werpen, en ik ben altijd weer opgelucht als het er redelijk uitziet. Maar sommigen schamen zich helemaal nergens voor zeg! Lopen op teenslippers met gore gele nagels, of ze laten die nagels maar alle kanten op groeien en doen net of ik er niet ben. De rest van mijn carriere kan ik je niet meer ontmoeten zonder aan dit genante moment te moeten denken. Gadverdamme!

Zodra het niet meer blootsvoets hoefde, trok ik mijn sneakers weer aan. En een aantal van mijn collega’s gelukkig ook. Zo kon ik weer fatsoenlijk een biertje met ze drinken.

Bella Italia

Naast mij, schutting ertussen, zitten de buren hun vakantieplannen te bespreken. Italië gaat het worden. Veel mensen gaan graag naar Italië, maar ik niet. Ik spreek immers geen Italiaans. Ik vind het een prachtig land, maar iets klopt er niet. De mooiste auto’s komen er vandaan, dat staat buiten kijf, maar er is toch iets wat me tegenstaat: het Italiaanse eten. Ja, natuurlijk, lasagna, spaghetti en macaroni met balletjes lust ik graag, maar wat komt er ook een hippe shit vandaan zeg! De namen ervan staan me al meer tegen dan de smaak. Neem me de spelfouten even niet kwalijk, maar Latte Macchiato, Pesto, Cappuchino, Ayoli, Mozzerella, Risotto, Spinata Romana, Tiramisu… Als ik het hoor heb ik al gegeten en gedronken. Ik weet zeker dat als het niet zo mooi had geklonken, niemand het had gevreten.

Dat is helaas ook Italië, die taal, die hartstocht, die emotie, die muziek, dat wil iedereen wel terwijl het lang niet voor iedereen is weggelegd. Voor mij niet in elk geval. Als mensen mij horen zeggen dat ik even sta te genieten van een geurige kop Latte Macchiato, schieten ze in een lachstuip. Dat past toch helemaal niet? Ik drink gewoon koffie. En ik eet spikkeltjesworst, geen Spinata Romana.

Polo

Er was ooit een meisje dat ik een keer thuisbracht na een feestje. Het waren de jaren tachtig, je liet een meisje niet alleen door het donker fietsen. Oké, ik vond haar wel oké, maar niet meer dan dat.
Nu is het dertig jaar verder, en het meisje werkt in een kledingwinkel. Ze vindt mij aardig, dat voel ik, maar ze heeft geen idee meer dat ik haar ooit thuisbracht. Dat geeft niet en ik vertel het haar ook niet. Maar altijd als ik in de winkel kom lacht ze vriendelijk en komt ze me helpen. Al een aantal jaren gaat dat zo. Ik kom helemaal niet meer in de stad voor mijn kleding.

Toch heb ik een klein probleem. Ze vleit me met haar verkooptactiek en ik ben daar ongevoelig voor. Eh, nee, eigenlijk niet, ik neem alles aan wat ze zegt. Zo verkocht ze mij gisteren twee polo’s. En het gaat dan om de maat. Zij zegt dat het L moet zijn, want zo’n polo moet niet te wijd zitten volgens haar. Ook niet te strak, en ze gaf me een L. Ik had hem aan en ze bekeek het geheel, deed haar handen onder mijn polo, zei dat je hem zo iets wijder kon maken, en zette haar nagels in het shirt en maakte het wat wijder ter hoogte van mijn borst. (ik verzin dit niet) Ze keek goedkeurend en zei dat ik deze prima kon hebben. Ik was mooi lang en slank volgens haar, u begrijpt, ik nam de polo. En niemand die me gelooft natuurlijk, maar ze heeft het goed met me voor.

Vanochtend trok ik hem aan en mevrouw Mack keek verschrikt. Die is wel kielekiele hoor, qua lengte. Na één keer wassen gaat dat weer fout. Bovendien, ik vind dat niet mooi zo strak om je lijf, je bent ook niet meer zo strak als vroeger…. U begrijpt, ik ga de polo ruilen. Ik voelde natuurlijk instinctief aan dat mijn vrouw gelijk had. Ik wist het in de winkel eigenlijk al wel. Het moet gewoon XL zijn, zoals ik in de jaren tachtig ook al droeg.

De positiviteitsgoeroe

We moeten tegen middelmatigheid strijden, vond, hoe kan het ook anders, een positiviteitsgoeroe. Ik vind dat we tegen positiviteitsgoeroe’s moeten strijden, hoewel ik het idee heb dat ze al bijna uitgeroeid zijn. Dit was overigens een heel middelmatige. Middelmatigheid wil zeggen dat je niet opvalt. Niet in positieve en niet in negatieve zin. Dus je bent al beter dan al die mensen die in negatieve zin opvallen, maar dat wordt gemakshalve even vergeten. Je bent beter dan al die aanslagplegers, moordenaars, dieven, belastingoplichters, hoerenlopers, vreemdgangers, milieucriminelen enzovoort. Ik vind het al heel wat. Stel, je bent een man, een vrouw en je bent twee kinderen. Je hebt een golden retriever en een stationwagen en je gaat elk jaar met je gezin op vakantie en je denkt soms: is dit alles? Dan is dat uitstekend! De enige reden waarom je dat denkt is omdat de goeroe je dat heeft aangepraat. Mijn opa dacht dat nooit hoor, in die tijd was je veel te druk om middelmatig te zijn. Bovendien, wat zo’n positiviteitsgoeroe vergeet -maar daarom is het ook een middelmatige goeroe- is dat er ook middelmaat moet zijn, als referentiekader voor de extremen. Een goed goeroe had daar gelijk voor gewaarschuwd, dat we niet allemaal een extremist kunnen zijn.

Als we allemaal rijk zijn, wie is er dan Jan Modaal om ons aan te spiegelen? Hoe weten we dat we rijk zijn? Als we allemaal succesvol zijn, hoe weten we dat dan? Als ik een goede deal sluit, maar iedereen sluit een goede deal, dan is het gewoon een middelmatige deal geworden. In de oorlog overleefde je alleen als je middelmatig was en dus niet opviel. Hoe kan het dan toch dat een positiviteitsgoeroe ons wijs probeert te maken dat wij ontevreden moeten zijn? Omdat ze zelf niet tevreden zijn natuurlijk, en ons dat ook niet gunnen. Het is gelukkig al lang geleden dat ik er eentje in het echt ontmoet heb. Ik heb toch het idee dat hun piramidespel inmiddels is doorzien. Volgens mij moet je wel een heel middelmatig bedrijf zijn, wil je nog een positiviteitsgoeroe uitnodigen. Maar op internet zie je er nog af en toe eentje voorbij komen die zich probeert te onderscheiden met wijs klinkende levensdomheden. Ik heb er genoeg tegen gestreden in het verleden. De goeroe is bijna dood. Maar we moeten waakzaam blijven. Extremen zijn prima. Middelmatigheid is prima. Alleen goeroe’s die je wijs maken dat jij beter kunt worden dan al die anderen, die moeten onder de grond.

Kater

Toen ik naar bed ging had ik het kunnen weten, maar toen ik wakker werd wist ik het, ik had een kater. Een ouder-kind tournooitje bij voetbal, waarin ik tegen mijn dochter moest, zij wonnen, ik scoorde tegen m’n keepstertje, en daarna waren het koude tapbiertjes de rest van de avond. Geen enkele keer bij nagedacht dat je af en toe een glas water moet drinken tussendoor, want er lijkt niets mis te gaan.

Toen ik mijn tong niet meer helemaal onder controle had bij het praten was het me duidelijk, ik had teveel op. En toen gingen er nog een paar in. Op de fiets naar huis fietste ik voorop en de rest van het gezin achter mij. Vooral mijn dochter was bezorgd en maande iedereen om te stoppen met tegen mij te praten omdat ik op de weg moest letten. Verstandig kind, ik heb het altijd al gezegd. Ik zwabberde een beetje, raakte met mijn trapper een stoeprand, miste een afslag en reed tegen onze poort aan. Daarna viel ik van mijn fiets.

Ik ben naar boven gegaan, heb me uitgekleed en ben in bed gaan liggen. Niet gedouched, geen tanden gepoetst, gewoon bam, stinkend je bed in. En toen ik wakker werd wist ik het. Ik had een kater. En een bloeddoorlopen oog. Maar ik ben er weer.

Losse flodders

Het spannende avontuur is ten einde. De gevonden munitie is zojuist afgeleverd bij en in beslag genomen door de politie. Laat ik vooropstellen dat ik vind dat de politie prima werk levert. Zo nu en dan. Maar ik weet nog vroeger dat ze recruteerden met de kreet: ‘als je mond je sterkste wapen is’.

Communicatie is in elk geval niet hun sterkste wapen. Dat gaat gewoon geen enkele keer goed. Ik zocht het nummer van de politie Epe op hun site en belde het. Ik legde uit dat we munitie hadden gevonden, dat ik in Vaassen woonde, en mij werd verteld dat ik nu met Utrecht belde en dat ik dus verkeerd zat. Ik sputterde tegen dat ik gewoon het nummer van Epe belde, maar mevrouw was onvermurwbaar en herhaalde: “ja, verkeerd, maar geeft niks, ik verbind u wel even door”. Dan ben ik natuurlijk al geirriteerd want mij wordt een fout in de schoenen geschoven die ik niet gemaakt heb.

Ik krijg de volgende aan de lijn. Ik vertel wie ik ben en waar ik woon, en of ik nu goed zit. Ja, ik zat goed. “Mooi, wij waren afgelopen weekend in Drenthe en zus en zo”…”Moment, ik verbind u even door met de politie Drenthe”. Voordat de man dat kon doen floot ik hem terug en zei dat ik niet de politie Drenthe wilde hebben, maar dat ik wilde weten wat ik met de vondst moest doen. Nou, dat wist de man ook niet, maar hij zou me laten terugbellen.

De volgende dag werd ik teruggebeld door een mevrouw en ik legde uit dat ik een kogelriem had gevonden. Of er nog kogels inzaten, vroeg ze. Daar was mijn ergernis weer. Ten eerste zou ik een lege kogelriem niet herkennen of melden en ten tweede had ik dat al twee keer verteld. Ik legde uit dat het losse flodders waren, maar nog niet afgeschoten -dat had ik inmiddels achterhaald- en dat die gevaarlijk waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei de agente. Maar of ik dan langs kon komen op het bureau, en dat er dan eventuele inbeslagname zou volgen. Maar, daar werd wel de nadruk op gelegd, ik moest niet om vijf voor vijf komen, want om vijf uur sloten ze. Dus ik moest vroeg uit mijn werk vertrekken, zodat een dienstdoende agent niet tien minuten hoefde over te werken. Ergernis, ergernis.

Vandaag meldde ik mij met Hans op het politiebureau, om een uur of kwart over vier, en de dienstdoende agente wist nergens van. Ze was wel vriendelijk, dat moet erbij gezegd worden. Of ik een afspraak had gemaakt. “Nee”, legde ik uit, “ik ben gebeld met het verzoek of ik langs kon komen op het bureau”. Ze bekeek de kogels en ik zei dat het waarschijnlijk ongebruikte losse flodders waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei ze. Ergernis, ergernis. Je bent potverdorie politie, je draagt een wapen, dan weet je toch wel hoe gebruikte en ongebruikte kogels eruit zien?

Ze liep naar achter en daar hoorde ik een gesprek met een hardpratende agent die wel gelijk zei, “het zijn losse flodders van het leger en die moeten in beslag worden genomen”. De agente kwam de boodschap overbrengen en vroeg bezorgd of ze ons wel verteld hadden dat in beslagname moest gebeuren?

Pff, het zijn hartstikke aardige mensen hoor, die agenten. En dat ze slecht communiceren, oké, oké, het zal wel, dat ze weinig verstand van kogels hebben vind ik opmerkelijk, maar dat ze zich godsamme drukker maken dat er niet overgewerkt moet worden dan dat ze mij gelijk instrueren hoe om te gaan met niet afgeschoten losse flodders, dat tekent voor mij toch wel een beetje de staat van het land. Kansloos als we aangevallen worden.