De reformatorische camping

Er schijnt zoiets te bestaan als een reformatorische camping. Ik wil er niet gelijk een oordeel over vellen, maar oh gruwel. Ik hoorde er vandaag van. Een man, wiens vrouw nog fanatieker was dan hij, vertelde het. Zijn vrouw zat op die camping met hun kinderen. Er was een speeltuintje, waar de kinderen zich konden vermaken. Ze speelden met kinderen van een ander gezin. Alleen mochten die kinderen niet op zondag naar het speeltuintje. Moesten dus maar een beetje voor zich uit gaan zitten staren. De kinderen van de verteller mochten wel, en dat had de kinderen van degenen van wie het niet mocht, ook in verzoeking gebracht. En daar kwam dus heibel van. Gereformeerde heibel.

Ze hebben het wel eens over misdaden die gepleegd worden in naam van het geloof, maar dit vind ik toch ook wel triest. Voor de kinderen. Wat kinderen in het gelovige Nederland allemaal is aangedaan op de dag des Heeren, ik wil het niet eens weten. Ik vraag me af hoe God hier zelf over denkt…

Dokters vs Internet

Niet vaak gebeurt het dat ik een aankondiging voor een nieuw televisieprogramma hoor, en dan denk: “klinkt goed.” Meestal moet ik bijna braken bij een dergelijke aankondiging, maar niet nu. Dit is een programma waarbij een panel van dokters het moet opnemen tegen een panel van leken die internet mogen gebruiken om een juiste diagnose te stellen. De dokters krijgen uiteraard geen internet tot hun beschikking.

Waarom ik dit zo interessant vind komt waarschijnlijk door het moderne verschijnsel dat iedereen het tegenwoordig beter weet dan de huisarts. Ik haat dat, bijt degene die het beter weet dan mijn huisarts vaak een zelf te diagnoticeren ziekte toe, en neem de zojuist gegeven optie vooral niet in overweging. In dit programma zouden de betweters wel eens even te zien krijgen wie er in het medische landschap de baas zijn, echte dokters of leken met internet. Een gelopen koers voor de dokters.

De leken hebben gewonnen, met één juiste diagnose meer dan de dokters. De doodsteek voor de huisartsen, dit. Ik zoek het voortaan zelf wel op op internet. Ik heb al vastgesteld dat ik ergofobie heb. Ik kan dus niet meer werken. En dat dat de schuld van de overheid is. Die mij dus de rest van mijn leven schadeloos moet stellen. Eigenlijk is het zo gek nog niet, dat zelfdiagnoticeren.

Voorbij

Daar kijk je dan het hele jaar naar uit, de vakantie, en zo is-ie alweer voorbij. Als je ervoor staat lijk je de tijd vast te kunnen houden, maar dat zijn slechts kinderlijke gedachten. Ik hou die gedachten mijn hele leven, denk ik. Zo’n terugreis is altijd een trieste gebeurtenis. Je zat in een prachtige heuvelachtige omgeving, met mooie wegen die zich door het landschap kronkelen, en je probeert dat tijdens de terugreis toch zo lang mogelijk vast te houden. Alles sla je in je op, en als je een regionaal park uitrijdt, kijk je nog in je spiegel naar de bergen achter je. Op de snelwegen verwonder je je over de leegte van het land. In de wijde omtrek alleen maar korenvelden, een paar bossen, en als je goed zoekt een huisje. De talloze riviertjes die je oversteekt. Hadden ze er daar in Nederland maar een paar van, van die ondiepe riviertjes met rotsbodem en snelstromend water, wemelend van de vissen. Bij elke aankondiging dat we een riviertje overstaken, probeerde ik snel een glimp ervan op te vangen. Die hele Franse sfeer kun je bijna vasthouden totdat je de grens overgaat bij Visé. De grens van het oude, het rotsachtige en het zomerse schijnt daar te liggen. In Zuid Limburg deed ik nog een dappere poging om daar de heuvels te zien, maar ze zijn niet hetzelfde. Ze zijn te netjes.

Ik sprak een meisje van de animatie, Stella, zij was Nederlands maar woonde al sinds haar vijfde in Frankrijk, en sprak Frans met een accent. Geen Nederlands accent, maar een heus Zuid-Frans accent. Céé in plaats van C’est, en Franséé in plaats van Francais. Zij zou niet meer terugwillen en de belangrijkste reden daarvoor was voor haar de gejaagdheid in Nederland. In Frankrijk was het allemaal relaxter, maar ze sloot ook zeker haar ogen niet voor de nadelen van Frankrijk ten opzichte van Nederland. Ik zei dat het ook wel eens door mijn hoofd ging om in Frankrijk te gaan wonen, maar dat het daar doorgaans bij bleef. Ik had het er later over met mevrouw Mack, die eigenlijk al om was toen ik zei dat ze twee honden en vier katten kon nemen, als we in Zuid Frankrijk zouden gaan wonen. Wat we vast niet gaan doen.

Ik vraag me af of dat hele Frankrijk gedoe van mij niet één groot eerbetoon aan mijn vader is. Ik wil nergens anders heen op vakantie, ik probeer de taal te leren en ik probeer mijn vrouw en kinderen de liefde voor het land bij te brengen. Natuurlijk, ik heb ook rationele overwegingen om voor Frankrijk te kiezen in de zomervakantie, maar het zit in mijn herinneringen. Heel Frankrijk is voor mij een vat met mooie herinneringen. En het is weer voorbij. Tijdens de terugreis dacht ik nog aan het moment dat ik afscheid nam van mijn vader, alweer 32 jaar geleden. Nu ben ik zelf al grijs, het vliegt allemaal in een vloek en een zucht voorbij, en je kunt er niets aan tegenhouden. Het maakt eigenlijk niet uit hoe lang iets duurt, als het voorbij is, is het klaar, voor eeuwig.

Dames en heren

Lamonzie-Montastruc, 28 juli 2017.

We moeten het maar niet meer hebben over de eerste tien dagen van de vakantie waarin mijn huid geen tint bruiner is geworden. Vandaag is de eerste zonnige dag met een temperatuur van 27 graden. Bloedheet voor Dordognese begrippen.

Zwager en ik leuken het voor onszelf maar een beetje op met ons gloednieuwe petanque spel. Tijdens het spel geven we ons eigen commentaar.

“Dames en heren, u kijkt nu naar twee atleten, de kampioenen van het edele petanque spel, die nu alles wat ze in zich hebben zullen moeten geven in deze bijna onmenselijke omstandigheden. Beide heren worden begeerd door vrijwel alle jonge dames, maar ze zijn dan ook niet voor niets de campingkampioenen van deze gevaarlijke sport waarbij de jongens van de mannen worden gescheiden. De boule weegt maar liefst 720 gram, dames en heren, u kunt zich voorstellen aan welke risico’s deze waaghalzen, deze dare-devils, deze besten van de besten, zich blootstellen. De een is tevens campingkampioen badminton geworden en de ander mag zich campingkampioen pingpong noemen. Deze multi-atleten zijn werkelijk tot de extreemste prestaties in staat.”

Nou, en daarna begeven wij ons weer met een gevulde afvalzak naar het afvalinzamelpunt, complete losers die we zijn. Dames en heren!

Camping ellende.

De buren hebben bonje,
Op een camping in de Dordogne.
De caravan is niet stabiel, het stinkt er en de douche is niet steriel.
De wc die trekt niet door, de ramen gaan niet dicht, het beddengoed is goor, in de keuken is geen licht.
Het warme water is al op, de hele boel staat op z'n kop.
De receptie is gesloten en het weer is ook al kloten.
Hoor de buurvrouw die haar man uitscheldt, hun huwelijk wordt op proef gesteld.
De vakantie is normaal een zegen, maar niet in de Dordognese regen.

Roken

Mijn stoppen-met-roken pogingen zijn altijd succesvol. Ik heb het nu drie keer gedaan en in totaal zal ik van alle jaren die zijn verstreken sinds ik begon, en dat zijn er nu 28, er tien niet gerookt hebben. Ik heb dus 18 jaar wel gerookt en dat klinkt als meer dan ik me kan voorstellen.

Nu ben ik drieënhalf gestopt maar mijn vrouw helaas niet. Ze kocht twee sloffen in Luxemburg en Luxemburg gaat haar niet helpen te stoppen. Ten eerste is een pakje er twee euro goedkoper en ten tweede zijn de plaatjes op de pakjes niet afschrikwekkend. Een naakte man die in foetushouding op bed ligt. Roken verhoogt het risico op impotentie, staat er. Nu moedigt ze mij aan om ook weer te gaan roken, dat lijkt haar heerlijk rustig.

Luik

Lamonzie-Montastruc, 19-7-2017

Vlak na Luik, op de E25 bij Tiff, zit een helling op de snelweg. Ik weet niet hoeveel het stijgingspercentage is, maar ik weet wel dat ik er in 1993 niet tegenop kwam. Het duurde een moment voor ik doorhad dat ik terug moest schakelen, want ik dacht dat mijn dertienhonderdje het begeven had.

Eenmaal in drie ging het weer gestaag omhoog en kon ik weer versnellen. Het moment is me altijd bijgebleven, niet in de laatste plaats doordat me op dat moment een Porsche 911 voorbij kwam stuiven die geen enkele moeite met de helling had.

Vaak heb ik de helling bij Tiff nog genomen, maar nog nooit ging ik er zo goed op als dit jaar. Mijn 210 pk sterke Laguna trok in zijn zesde versnelling tegen de helling op alsof die er niet was. Ik koos de meest linkerbaan en gaf nog wat gas bij, net als de donkerblauwe Porsche 24 jaar geleden.

Vakantiestress

Ik hoorde op de radio een interessante discussie over vakantiestress. Een hoogleraar emotionele nogwat, een psycholoog en onze vertrouwde professor Erik Scherder waren met elkaar in debat over wat er gebeurde met mensen als ze op vakantie waren. De bedoeling was eigenlijk dat ze het niet zo met elkaar eens waren, maar dat waren ze eigenlijk wel. De conclusie was dat op vakantie gaan stress oplevert.

Het grootste probleem daarbij was das als je naar een onbekende bestemming gaat, en je je voorbereidt, je weet wat er daar allemaal is te doen en je die dingen dus ook moet doen anders kijkt het thuisfront toch een beetje raar op. Stel je gaat naar New York en je bezoekt niet het vrijheidsbeeld. Of je gaat naar Australië, en je hebt niet gesnorkeld bij “the great barrier reef.” Je bent in Peru en je hebt Machu Picchu niet op de foto, dat kan toch niet?

Die mensen die bij De Vakantieman niet op de kaart kunnen aanwijzen waar ze zijn, hebben daar geen last van. Ze worden wel uitgelachen door ons soort mensen, maar hun vakantiestress is toch stukken lager. Volgens Eric Scherder moest je ook gewoon doorwerken in je vakantie.

Dat gaat me natuurlijk veel te ver. Vroeger had ik nog interessant werk, toen zou ik me daar iets meer bij kunnen voorstellen. Nu moet ik daar niet aan denken, hoewel mijn Franse leerboeken wel gewoon meegaan, want dat vind ik wel interessant. En verder beperk ik mijn vakantiestress door naar een bekend land te gaan, waar ik de taal begrijp, ik ga met de auto want daar begint het grote genieten, waar het mooi weer is en waar de omgeving mooi is. De Dordogne, deze keer. Mijn collega’s probeerden mijn vakantiestress al te vermeerderen door op te merken dat het een prachtige wijnstreek is. Nu moet ik op zoek naar de beste wijnen uit het gebied, een foto maken van de fles en die op FB plaatsen. En ik hou niet eens van wijn! Ja, wel van rode wijn, maar wat interesseert het mij nu waar die vandaan komt? De druk die alweer op mij ligt! Aargh!

Cheers

Afgezien van het feit dat je je leven niet onder controle kunt hebben, heb ik een periode meegemaakt waarin ik dat niet had. Ik heb het over mijn Havo tijd, 1985-1987. Het was een achtbaan waar ik niet in durfde, maar toch terecht gekomen was. Ik werd geconfronteerd met angsten die niet weggingen, die ik alleen met veel inspanning en hulp doorstond, en die me doodmoe maakten.

In deze hectische tijden waren er twee rustpuntjes. Het weekend en dinsdagavond, als Cheers werd uitgezonden door de NCRV. Dan liet ik mij meevoeren door de begintune die het eigenlijk allemaal samenvatte en de ellende even liet verdwijnen. Ik keek vanuit mijn bed en viel na afloop snel in slaap. Nog maar drie dagen tot aan het weekend.

Beukenoot

Nu zat ik gisteren bij de eindmusical van groep 8, mijn zoontje speelde mee als Barry Badjas, een gladjakker eerste klas, en ineens zag ik de basis die gelegd is op deze school. Ze stonden er met z’n allen op dat podium en niemand viel uit de toon. Het was een eenheid die er stond op te treden, inclusief de van de zijlijn coachende meester. Ik had het me lang niet gerealiseerd, maar hij is nu van de basisschool af. Hier zijn belangrijke dingen gebeurd die in zijn herinnering opgeslagen zullen worden.

Hij gaat naar een middelbare school waar veel van zijn klasgenoten heen gaan. De meester noemde bij elk kind de naam van de school waar het kind heen ging. Twee gingen er in hun eentje naar een nieuwe school. Eentje ging ver weg naar Arnhem om daar de dansacademie te kunnen volgen, en de ander ging in zijn eentje naar een school die een dorp verder ligt dan waar Hans heengaat. Ik heb geen idee waarom, maar ik vind het een beetje triest. Ik zie hem al half voor me, vijftien kilometer fietsend in zijn eentje, die eerste dagen. Ik hoop dat Hans later nog vrienden heeft van nu, iets dat ik door een verhuizing op mijn 13e mis. Ik werd weggerukt uit en gelukkige omgeving, en ik had het op dat moment niet door. Ik dacht dat het normaal was, en dat het gewoon verder zou gaan. En dat ging het ook, maar toch ook niet. Ik kwam op een vreemde school, waar ze een vreemd taaltje spraken, en waar ze zo gesloten waren als de bossen van de Veluwe. Ik veranderde, werd stiller, ingetogener, verlegener. En er gingen meer dingen mis, zoals mijn puberteit die laat op gang kwam, het verlies van mijn vader, en mijn talent tot mezelf terugtrekken groeide.

Ik merk het verschil in het Facebooktijdperk weer. Ik heb veel contacten van basisschool en de brugklas uit Brabant, en geen enkel contact van de middelbare scholen uit Vaassen en Apeldoorn. Mijn beste vriendje van vroeger, ik heb hem 35 jaar niet gezien, sprak mij vorige week op een avond aan omdat zijn vrouw bij hem wegging en vertelde mij het hoe en waarom. Kennelijk zitten er diepe banden in het verleden.

Ik weet nog dat ik twee rollen had op mijn eigen eindmusical. Ik was een minister in een pak en ik was en een conciërge met een stofjas. Ik weet nog de tekst van mijn rol als conciërge- het was maar één zinnetje- terwijl veel mensen zich niet eens kunnen herinneren of ze wel een eindmusical gespeeld hebben. Het is toch triest dat ik dat nog weet. Het heeft niet te maken met een goed geheugen, maar met het lang zijn blijven hangen in het verleden. Al zijn uw problemen nog zo groot, geen probleem voor Beukenoot.