IT 2017

Laat ik vooropstellen dat ik het een briljante film vond, Stephen King’s IT. Niet supereng, maar wel spannend. Over Pennywise, the dancing clown die eens in de 30 jaar terugkeerde om kinderen te lokken met een ballon en ze vervolgens uit te moorden in een Amerikaans dorpje. Nu is daar een nieuwe versie in en mijn ogen kun je het origineel niet meer overtreffen. Dus ik hoef er niet heen. Mevrouw Mack natuurlijk wel, horrorfilm fan dat ze is. En denk niet dat ze niet bang is vanavond. Ik heb het niet te gek gemaakt. Een klein plaatje van de horrorclown opgehangen in het trappengat.

Maar de mensen waar ze mee naar de film is! Ik laat vaak hun hond uit, en zij de onze (dat wat minder, maar dat terzijde) dus wij hebben een sleutel. En ik kwam pas laat thuis uit mijn werk vanavond, dus ze hebben mij niet gezien toen ze mevrouw Mack ophaalden. Bovendien verwachten ze zoiets helemaal niet van mij. Maar ik ben naar hun huis gereden zojuist. Sleutel mee, ballonnen mee, touw mee. Het huis was volkomen donker. Het was stil, dus ik dacht dat de hond er niet was. Maar toen ik de deur opendeed sprong hij toch blij tegen me op, deze dikke zwarte stafford kruising.

Een ballon heb ik met een touwtje vastgemaakt tussen de deur. Die valt naar beneden als ze vannacht thuiskomen. En verder een klein plaatje opgehangen.
IT

Het gaat om het schrikeffect natuurlijk. Na een paar minuten zullen ze wel doorhebben wie het heeft gedaan. En anders kijken ze de film terug, want ik weet dat ze een camera hebben hangen. Dan zien ze mij een paar ballonetjes opblazen en en plaatje ophangen. En nu ga ik zitten wachten tot ik een appje van ze krijg. Ondertussen kijk ik IT, het origineel.

Meisje-meisje

Afgelopen zaterdag was het kinderfeestje van mijn dochtertje, ze is negen geworden. Tegen kinderfeestjes zien de meeste moeders tegenwoordig enorm op, behalve de ouderwetse moeders die nergens een probleem van maken. Wij moderne ouders besteden zoiets uit aan een gespecialiseerd bedrijf. Vroeger als kind gingen we naar het bos of mochten we koekhappen, en dat vonden we kennelijk leuk. Één keer kan ik me herinneren dat ik in een golfslagbad ben geweest.

Maar bij ons komt het er dus op neer dat de kinderen ontvangen worden, ze overhandigen de cadeautjes, ze eten taart en dan proppen we ze in twee auto’s. Mijn zoontje wilde op het laatste moment ook mee, dus die heb ik in de kofferbak gepropt. Zwaar verboden tegenwoordig, maar vroeger was dit schering en inslag. En het moet vooral verboden blijven, want dan kan ik een keertje burgerlijk ongehoorzaam zijn. En dat is al heel fijn, want in mijn hart ben ik een misdadiger.

In elk geval….kinderen! Volslagen debielen zitten er tegenwoordig tussen. Ook drukke kinderen waaronder ik mijn dochter schaar. Rustige met een zeurderige inslag, een stuk of twee normale en eentje waar ik voor viel als een blok. Een meisje waar werkelijk niks op aan te merken was. Een lief meisje-meisje, zoals dat tegenwoordig heet. Bij het terugbrengen van de kinderen vragen de ouders meestal of hun kind zich gedragen heeft. Ook die van de volslagen debiel. Ja hoor, prima, doei. Het meisje-meisje woonde het verst, ook in het mooiste huis. Ik bracht haar als laatste weg. Haar moeder vroeg of ze zich gedragen had. Van haar konden we er wel twintig op een feestje hebben, antwoordde ik. Want goed gedrag moet je belonen.

Humor is geen kunst

Humor is de hoogste kunstvorm, aldus Theo Maassen. Alle andere kunstvormen kregen er van langs, vooral de schilderkunst. “Hop, drie emmers verf, kwak het tegen een doek, en je hebt een schilderij dat ze ophangen in een museum. Hoe groot denkt u dat de kans is dat als ik drie emmers met plakletters tegen de muur kwak, ik een volledig cabaretprogramma heb?”

Ik moest erg lachen om de show van Theo, maar over zijn stelling kun je discussiëren. Ik moest keihard lachen om misschien de grofste grap die ik ooit hoorde, maar ik moet er wel bijzeggen dat die ten koste ging van een groep die ik zelf ook graag in de zeik zet. Als het ten koste was gegaan van mijzelf, had ik hem waarschijnlijk minder leuk gevonden. Ik stikte ook van het lachen bij ordinaire poepgrappen van hem. Ik heb het ook bij Geer en Goor. Terwijl ik daarna zuchtend zat te kijken naar een stukje van Youp, die volgende week op tv komt. Ook om Freek hoef ik amper te lachen, maar ze boeien me wel.

Ik keek “Er ist wieder da”. Een komische film over Adolf Hitler die, zonder dat hij snapte hoe, in deze tijd terecht was gekomen. De mensen van deze tijd dachten dat hij een komiek was, want Hitler is immers dood. Ze moesten om hem lachen, maar vonden hem ook wel een beetje eng, aangezien hij een scherpe visie op de maatschappij had, die hij graag deelde op een podium. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de duivel in hem, hij was voor de hedendaagse Duitser gewoon een discussiepartner. Tot iemand in de gaten kreeg dat hij het echt was, en het verhaal waarschijnlijk zich alleen in zijn hoofd afspeelde. Kijk, dat vond ik kunst, die film. Ik moest er niet om lachen, maar ik vond hem wel goed.

Mijn conclusie is wanneer humor kunst wordt, humor niet meer om te lachen is.

Pleurisfiets

We zijn collectief aan het indutten. We zijn slappelingen geworden en ik ben het niet alleen, dat weet ik zeker. We proberen bijvoorbeeld een rookvrije generatie te creëren, wat ik al belachelijk vind, want dat moeten mensen lekker zelf weten. En als u denkt dat we daar gezonder van worden, prima, maar de bacteriën hebben inmiddels een manier gevonden om resistent te worden, en daar sta je dan met je schone longontsteking.

Maar daar gaat het even helemaal niet om, het gaat even om mezelf. Ik faal als opvoeder, want ik ga gewoon mee met de flow, en dat betekent dat mijn zoontje een “moderne” fiets mocht hebben om mee naar school te fietsen. Ik was het er niet mee eens, maar wat heb ik nog te vertellen? Alle kinderen hebben zo’n moderne ouderwetse fiets met voetrem, een stuur ter breedte van een nijlpaard en een handig kratje voorop, waar je nooit iets in vervoert. Een boekentas is er niet meer bij, dus fietsen ze met een rugzak. Maar niet op hun rug of in het kratje, nee, nee, nee, daarvoor moet weer een steun op de bagagedrager worden gemonteerd die het vervoeren van personen -het belangrijkste doel van een bagagedrager- geheel onmogelijk maakt.

Vanavond ging hij met voetballen door zijn enkel. Kennelijk kon hij daardoor niet meer fietsen, wat ik al niet snap. Maar goed, hij moest gehaald worden en of ik dan zijn fiets achter in mijn auto wilde gooien. Nou, vergeet het maar. Ik heb de grootste auto die ik ooit heb gehad, maar zo’n fiets met kratje en uitgebouwde steun op de bagagedrager is kansloos. Daar moet je een boedelbak voor huren.

Geërgerd reed ik naar huis. Zonder fiets. Daarna werd ik door mevrouw Mack bij het voetbalveld afgezet en mocht ik terugfietsen op dat bakbeest, met voor mij veel te laag zadel. Ik verongelukte bijna toen ik bij het stoplicht de handremmen niet kon vinden en door rood reed. Had hij een normale fiets gehad, zoals ik heb, was dit allemaal niet gebeurd. Dan had hij lekkerder gefietst, en had ik die op mijn dooie gemak in de auto geschoven. Had er nog een nijlpaard bijgepast ook.

Ik ben een beetje pissig. Meneer kan kennelijk ook niet meer lopen en moet geholpen worden naar de wc. Nou, niet door mij. Hij hinkelt maar. Ik ben verdorie nog nooit naar de wc geholpen, in heel mijn mislukte leven nog niet!

School

Zojuist was het moment daar. Ik moest er twaalf jaar op wachten, maar ik mocht eindelijk Hans helpen met zijn wiskunde-huiswerk. Het ging niet per se om wiskunde, ik zit ook te wachten op Frans, Nederlands en economie, mocht het nodig zijn. Alle andere vakken kan ik niet, Engels uitgezonderd, maar dat neemt Linda voor haar rekening. Voor mij geen biologie, aardrijkskunde en geschiedenis. Ik weet er niks meer van.

Ik heb vroeger ook veel hulp met wiskunde gehad. Eerst van mijn vader die het zo uitlegde dat ik de volgende dag het antwoord sneller wist dan de wiskundeleraar, maar dat was pas de brugklas, en later van twee buurmannen, die beide keien waren in wiskunde. Voor handelswetenschappen zocht ik een Heao-er, voor Nederlands jatte ik bij anderen, Economie, Engels en Frans moest ik zelf doen. Zes vakken waarvan ik er maar drie zelf gedaan heb, en nog geen cijfers die ze ingelijst hebben daar op die school.

Als je het zo bekijkt, heb ik eigenlijk niet veel gepresteerd op school, maar zo voelde het niet. Vooral dat ellendige Nederlands heeft een hoop zinloze tijd gekost. Vooral het gedeelte over literatuur, en volgens mij kreeg ik niet anders meer dan literatuur op de Havo. Het was beter geweest die tijd nuttiger te besteden, hadden ze mij bijvoorbeeld maar de grondbeginselen van het drummen bijgebracht. Of van het zingen. Dan had de wereld er heel anders uitgezien.

Ik liet me gaan.

Er gebeurt iets met me. Gisteren had ik al een incident met een Volvo die zich in een gat dat er niet was probeerde te drukken, waardoor ik boven op mijn rem en claxon moest. Ik hield de claxon ook extra lang in, en bij het verkeerslicht gebaarde ik de bestuurder dat hij een paardelul was.

Vandaag reed ik in België, en ik heb nog nooit sinds ik mijn rijbewijs haalde in 1989, mijn middelvinger nodig gehad. Ik beschouw het daarom als een zwarte dag. Maar ik moest al een tijd wachten voordat ik in kon voegen. Dus toen ik mijn kans schoon zag, was er net een motorrijder iets eerder ingevoegd dan ik. Als hij 120 had gereden, was er niks aan de hand geweest, maar meneer accelereerde voluit en daarom moest hij vanwege mij weer in zijn remmen. Hij haalde me rechts in en gaf mij de middelvinger. Die gaf ik onmiddellijk terug. Hij smeerde hem en ik zette de achtervolging in. Kansloos. Maar niet helemaal want er kwam een bocht aan, en motoren kunnen eenmaal niet net zo hard als een auto door de bocht.

Ik wrong mij dus in zijn uitlaat, toeterde en hief mijn middelvinger nogmaals langdurig. Ik was pissig. En waarom? Ik ben aan het veranderen. Volgende keer neem ik me voor om het wat nettere “losergebaar” te maken. Dat is toch krachtiger.

Follow that dream

Mijn goede collega uit Noorwegen appte me vandaag. Hij gaat het bedrijf verlaten. Ik leerde hem kennen in 2013 en al snel had ik door dat ik te maken had met een groot talent, als je in het bedrijfsleven van talenten mag spreken. Hij had een universitaire opleiding, doorgrondde snel alle processen, snapte de financiele posities, sprak perfect Engels, eigenlijk had hij alles mee. Hij was ook nog eens tien jaar jonger dan ik. Toen ik een tijdje met hem omging en hem nog beter leerde kennen, vertelde hij me ook waar zijn zwakke punten lagen. Ik zag ze niet als zwak, maar meer als iets waar hij zelf last van had. Kortom, hij zou het heel ver gaan schoppen. Het enige wat hem in de weg kon gaan staan, was zijn vriendelijkheid.

Hij was vrijwel altijd bereikbaar, reisde de wereld over, en ik bewonderde hem op afstand. We verschilden nogal van karakter, maar ik kon het uitstekend met hem vinden. Alleen zijn liefde voor wijn vond ik een tikkeltje overdreven. Dan ging hij weer op vakantie naar Italië en keerde terug met 100 flessen wijn achter in zijn auto.

En toen werd hij vader. In Noorwegen kun je er vrij lang over doen om je kind een naam te geven, dus een half jaar later was de naam definitief bepaald. Hij ging ietsje minder werken, maar niet veel. Van 70 uur per week naar 55 schat ik. En door de verschillende overnames van ons bedrijf, voelde hij zich ook wat minder verbonden. Hij was inmiddels teammanager geworden, en ik geloof dat hij het wel relaxed vond. Nu hadden ze hem een baan aangeboden als director, maar hij had geweigerd. In de tussentijd had meneer in Toscane een wijngaard gekocht met twee huizen erop. En hij vertrekt nu met zijn gezin naar Italië om daar wijnboer te worden. Hij appte een fotootje en vroeg of ik eens kwam kijken.

Ik moest even iets wegslikken. Ik vond het een ongelofelijk mooie beslissing van hem en ik gunde hem dit van harte. Maar dat hij wegging deed me een beetje pijn, hoewel ik in onze nieuwe rollen toch vrijwel geen contact meer met hem had. En er verdwijnen om de haverklap collega’s tegenwoordig. Maar het meest werd ik geraakt door de confrontatie. Hij volgt zijn droom, en ik sukkel maar voort. Over twee dagen zal ik het wel weer wat nuchterder bekijken. Er moeten immers ook sukkels zijn, anders kunnen anderen niet floreren. Die rol neem ik dan maar op me.

Karma

Ik wil er wel graag in geloven, en eigenlijk zit het er zo keihard ingeramd dat ik het ook geloof. Dat boontje om zijn loontje komt. Het is natuurlijk niet zo, maar soms gebeurt het wel. Een cadeau van de voorzienigheid.

Dit gaat niet een geheel schoon logje worden, maar ik vind het geweldig dat iemand Tim Hofman (niet te verwarren met Tom) een zodanige oplawaai heeft verkocht dat hij zijn kaak heeft gebroken. Natuurlijk mag je dat niet vinden en moet het politiek correct met de politie worden opgelost. Zo zou ik het zelf ook gedaan hebben, maar nu iemand anders het anders heeft opgelost, prima. Tim valt op etterbakkerige wijze binnen bij een bedrijf dat niet netjes heeft gehandeld in plaats van daar een advocaat op te zetten. Hij weet daarbij precies wat zijn eigen rechten zijn en denkt zich ook beschermd te weten door de aanwezigheid van de camera. Daardoor staat hij 5-0 voor, dacht hij. Maar nee, het licht ging even uit voor Tim. Prima. Nu lag zijn kaak even in tweeën, en dat blijft een gevoelige plek.

Natuurlijk heeft Tim aangifte gedaan bij de politie, want zo’n publieke afgang kan hij natuurlijk niet lijden. Hij was gewapend met zijn camera, zijn scherpe bek, en dacht dat hij beschermd zou worden door deze intimidatie van de ander. Een misrekening en volkomen verdiend.

Natuurlijk keur ik dit geweld voor de vorm af. Ik zou het zelf ook zeker niet doen. De beste optie is, mocht een vervelende vlogger of presentator het in zijn hoofd halen om uw bedrijf ongevraagd binnen te vallen, schors dan de vergadering, bel de politie, zeg niks en wacht rustig tot ze hem komen ophalen. En zwaai hem vrolijk uit als de politie hem verwijdert. Film dat en zet het op youtube. U wint dan glansrijk.

Niet zo geestig.

Ik heb het niet zo op vloggers. Ik leer niks van ze, en mijn kinderen al helemaal niet, terwijl die toch uren naar die jongens kijken. Ze vinden vooral zichzelf erg interessant, en niet het onderwerp waar ze het over hebben. Eén van die eikels had een vlog gemaakt over geesten. Filmpjes op youtube waar hij dan commentaar bij gaf. “Oh my God, Oh my God, dit is creapy! Zag je dat? Hij deed de deur open en ze hing tegen het plafond! En daar, die stoel begint vanzelf te bewegen! Oh my God jongens en meisjes, dit is weird shit.”

Ondertussen zit ik met een doodsbang kind, dat niet meer alleen naar bed durft. Hij is twaalf, en slaapt nu met de lichten aan. Alles wat ik hem vertel, helpt nauwelijks. Dat geesten niet bestaan, dat de filmpjes nep zijn, hij knikt zachtjes, maar hij snikt harder. Dus dan hebben we dat weer. Ik word niet boos als hij niet naar bed wil, en één van ons gaat met hem mee. Ik leg hem uit dat ik vroeger ook bang ben geweest voor geesten. Tot op latere leeftijd nog. Maar dat ik er nog nooit één gezien heb en dat het verzinsels van mensen zijn omdat mensen immers graag in de belangstelling staan, en een goed verhaal helpt je daarbij. Never let the truth get in the way of a good story.

Het gaat wel over, het moet even slijten. Ik weet ook niet eens zeker of het niet bestaat. Er is geen enkel wetenschapelijk bewijs voor, en in Amerika ligt een miljoen te wachten op de eerste de beste die kan aantonen dat hij of zij paranormale gaven heeft. Nog nooit iemand die door de test is gekomen. Ik doe het maar af als onzin. Neemt niet weg dat ik ook niet in een hotelkamer zou gaan slapen waarvan ze zeggen dat het er spookt.

Vanmiddag liep ik met de honden op de hei. Midden op de hei stond een gedaante. Een vrouw leek het, met een mantel. Ik keek wat beter en ik zag dat ze een boomstronk was. Maar een goed spookverhaal gaat er bij veel mensen in als koek.

Ik heb aan je gedacht.

Het is 16 augustus en 40 jaar geleden. Ik weet nog dat het 16 augustus was en tien jaar geleden. Dat was dus 30 jaar geleden. Het leek een eeuwigheid geleden omdat er in die tien jaar veel meer gebeurde dan de afgelopen 30 jaar. Tenminste, dat lijkt zo, het is niet echt zo. Maar toch.

Ik heb de documentaire vanavond gezien. Elvis leeft, op NPO 1. Ik wist niet er zoveel Japanners idolaat van Elvis waren. Vooral van de jonge Elvis. Ze kennen geen woord Engels, maar dat belet ze niet om Elvis te zingen in het Japans. Het klinkt nergens naar. Maar toch leuk.

Daarna kwamen een aantal Nederlandse artiesten een ode brengen aan Elvis. Douwe Bob. Jet Rebel. Die laatste pakte een lullig onbekend filmliedje en zong het. Het was grappig.

40 jaar geleden, ik weet het niet eens meer. Ik kan me zijn overlijden niet herinneren. Ik moet wel vlak daarna mijn eerste LP hebben gekocht, zonder dat ik in de gaten had over welke grootheid het ging en welke leegte hij zojuist had achtergelaten. Dat heb ik allemaal later ontdekt. En nog steeds ontdek ik nummers die ik niet kende. Raar is dat. Elvis heeft ongeveer 700 nummers achtergelaten, en natuurlijk zitten er een paar tussen die je niet onthoud. Maar ik was twee jaar geleden stomverbaasd, dat ik dit nog nooit had gehoord.


We can make the morning.

En dit:

Thinking about you.