Cultuur vs the walking dead.

Door het programma kunststof op de radio, weet ik zo af en toe nog eens iets van cultuur. Bijvoorbeeld wie Franca Treur is. Een schrijfster met een interessant verhaal. Of wie Kees Hulst is, een acteur met een interessant verhaal. Vanavond kwamen ze allebei op tv, en ik dacht, ik kijk weer eens tv.

Niet dat ik nooit tv kijk, dat is onzin, maar het staat altijd wel leuk, zeggen dat je nooit tv kijkt. Hoewel ik vaak wel met enige trots kan zeggen dat ik driekwart van de BN’ers niet ken. En dat is volkomen terecht. Soms zoek ik zo’n Dave Roelvink op om te kijken waar de zoon van een derderangs zanger nu bekend van is.

Cultuur dus, ik was het echt van plan. Blijkt er een of andere domme zombieserie op netflix weer te zijn aangevangen. En vroeg mevrouw Mack of ze het mocht aanzetten. Ze had nog wel gezorgd dat de hond een paar dagen logeren is, zodat er even wat druk van mijn schouders wordt afgehaald. (ik ben de momenteel enige die hem uit kan laten, het beest is sterk en wil veel andere honden te lijf.) Dus ik kon niet weigeren. Bovendien heb ik gisteren de hele dag sport zitten kijken. Dus nu staat-ie weer aan, die serie die honderduizenden in de ban houdt met gorgelende geluiden van zombies met een open luchtpijp. Vroeger keek ik zomergasten, eerlijk waar.

De wolf en de bende.

Vandaag lijkt er een doorbraak te zijn in het mysterie van de bende van Nijvel. Het was eerder deze week al aangekondigd door een Belgisch advocaat, maar nu heeft het OM bekend gemaakt wie “de reus” was. Een ex-rijkswachter met de initialen C.B. zou vlak voor zijn dood opgebiecht hebben dat hij “de reus” was. Qua lichaamsbouw en lengte voldeed hij, maar ook bleek hij op de dagen van de aanslagen steeds verlof te hebben aangevraagd en waren er nog wat overeenkomsten.

Die bende heeft mij altijd bezig gehouden en ik heb er vaker over geschreven. In mei 2015 overleed C.B. en op 10 mei 2015 schreef ik hier dat ik het flauw zou vinden als de daders hun geheim mee in hun graf zouden nemen. Dat heeft C.B. dus gelezen en hij heeft besloten dat niet te doen. Ik heb bijgedragen aan een doorbraak in een van de grootste criminele mysteries ooit. Graag gedaan.

Er vallen dingen op hun plek in 2017. Komt eerst die door mij lang gewenste wolf terug in Nederland, nu lijkt er een doorbraak in het Nijvel dossier te zijn waardoor de overige leden misschien ook opgespoord kunnen worden. Ik moet alleen nog even beredeneren hoe ik eraan heb bijgedragen dat die wolf weer terugkwam in ons land.

Wolven op de Veluwe

Wolven houden mij al bezig sinds ik een kleine jongen was. Hoe dat precies zit weet ik niet meer, het moet te maken hebben met mijn drang naar avontuur dichtbij huis. Ik vond het mooie beesten en ik zou willen dat ze terugkeerden naar Nederland, zodat we hier ook iets gevaarlijks hadden. Ik heb er al vaker over geschreven, en een paar jaar geleden was daar de eerste wilde wolf die Nederland bezocht. En nu is er één gesignaleerd op de Veluwe. Onze achtertuin.

We hadden natuurlijk al wilde zwijnen, en voor de vorm zeiden we dat die gevaarlijk konden zijn, maar da’s natuurlijk flauwekul. Zwijnen rennen hard weg als ze je zien. Nu maakt één wolf nog geen wildernis, maar het is een beginnetje. Overigens word ik niet gelijk al te enthousiast, want in tegenstelling tot een blij ei van natuurmonumenten die zegt dat er in Nederland kennelijk ruimte is voor een “toppredator”, roep ik dat pas als hij binnen twee weken niet wordt doodgereden.

Ik denk eerlijk gezegd niet dat wolvenfamilies zich hier gaan vestigen. Daarvoor is het hier te druk, en is er teveel verkeer. Het zal wel bij een enkele verkenner blijven. Die er dan vervolgens achterkomt dat alle natuurgebieden zijn afgezet met hekken en wildroosters en hij niet naar binnen kan. En dus zijn familie niet laat overkomen. Ja, voor wolven zijn we keihard.

Jan Publiek

Nu een groot deel van Nederland op social media roept om de doodstraf te herinvoeren, vraag ik me af wat daar voor nodig is. Wanneer gaan we dat nu eindelijk eens doen? Openbare terechtstellingen het liefst, met publiek dat mag toekijken. Precies zoals ze dat in Saudi Arabië nog doen. Er wordt om geroepen door het volk, dus waarom doet de politiek er niks mee? Stelletje lafaards.

Wat met Anne is gebeurd is gruwelijk, en wat mij betreft halen ze de moordenaar voorgoed uit de samenleving, maar ik zou nooit zo roepen om een oog voor een oog. Het is natuurlijk maar social media, dat weet ik ook wel, en de vraag is of tere zieltjes zo’n middeleeuwse marteling wel zouden kunnen aanschouwen, maar zijn onze wetten niet zo als ze zijn, omdat we het zo wilden toen er nog geen social media waren? Je kunt toch niet de wet veranderen omdat een moordenaar een lagere straf krijgt dan je zou willen? Is het juist niet de bedoeling dat een rechter daarover beslist?

Ik zet er wel een vraagteken achter, maar het is natuurlijk geen vraag. Zo is het. De rechter beslist en niet de helden op internet. Maar ik vind het wel apart om 2000 jaar terug te willen in de tijd. Ik heb geen greintje respect of begrip voor de moordenaar, maar we kunnen ons beter wel neerleggen bij het rechtssysteem. Met de doodstraf krijgen we Anne niet terug, en het weerhoudt een moordenaar ook niet van zijn daad. Dus wat rest is het bevredigen van het wraakverlangen van Jan Publiek. Ik weet niet of dat nu zo’n goede drijfveer is om een samenleving op te bouwen.

Schok

Ik schrok me gisteren dood. Ik ben nu 12 jaar vader van een klein jongetje. Een onschuldig jongetje dat altijd een jongetje was en waar ik altijd grapjes mee maakte en dat mij elke avond als hij naar bed gaat nog een kusje geeft. Natuurlijk, hij gaat al naar de middelbare school en hij wordt aardig bijdehand, maar het is nog wel een jochie. Nu stond hij zich af te drogen na het douchen en ik wist even niet of ik nu goed zag. Doorkomend schaamhaar! Mijn kindje, mijn zoontje, mijn kleine aapje.

Ik moest er even van bijkomen. Mijn vrouw had even bezoek dus ik kon het ook niet vertellen, en ik moest weg. Dus ik apte het maar even. Een uurtje later zag ze het pas, en ik kreeg een paar van die huil van het lachen smiley’s terug. Zij had het ook nog nooit gezien. We hebben een heuse puber in huis!

Vandaag was ik al weer wat van de schok bekomen. Hij was thuisgekomen en zei dat het mandje van zijn fiets los zat. Of ik even wilde kijken. Ik keek maar ik zag niks aan het mandje. Wel aan zijn voorband, die was leeg. Dat merkt die jeugd van tegenwoordig niet eens meer. Het mandje, denken ze. Ik pakte de pomp maar kreeg er geen lucht in. Nader onderzoek leerde dat er een spijker in de band zat, en dat de totale binnenband vol gaatjes zat. Hoe dat nou kon snapte ik ook niet, maar die was niet meer te plakken. Snel ging ik naar de bouwmarkt en haalde een nieuwe binnenband die ik er even inzette. Want dat kan ik, dat heb ik vroeger geleerd. En nu had ik het nodig. Om te zorgen dat mijn puberzoon die niks van lekke banden snapt morgen weer ongestoord naar school te kunnen laten fietsen. Daar ben ik vader voor. Dat is waarvoor ik getraind ben.

Willem Wilmink en Annie M.G. Schmidt

Ik wilde wel eens dichten
als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
De mooiste verzen richten
Tot een uitgebreid publiek.

Ik wilde wel eens harten raken
als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
Al gauw moest ik mijn poging staken
Want zo eenvoudig bleek dat niet

Hun dichtkunst maakte krasjes
Op de hartstreek en het zielgebied.
Ik heb het over Willem Wilmink
en over Annie M.G. Schmidt

Wellicht na duizend pogingen
te dichten als Willem Wilmink of als Annie M.G. Schmidt
Dat ik dan eens in de buurt kom
Van hun allerminste lied.

Pupillenvoetbal

Vanochtend moest mijn dochter voetballen tegen Sparta Nijkerk, een club met een naam. De trainer van de Spartanen kende ik, een oud collega uit die plaats. Hij werkte in het magazijn, ik op kantoor. Ik gaf hem een hand en we wisselden wat vriendelijkheden uit. Ik vertelde aan de ouders van onze ploeg dat de trainer van de tegenpartij een ex-collega van mij was. Had ik het maar niet gedaan!

Het was gewoon een beetje genant wat mijn ex-collega allemaal riep tegen zijn kleine meisjeselftal. Als een Hans Kraaij junior ging hij tekeer. Tegen zijn meisjes, dat waren luie zoutzakken, tegen de scheidsrechter want die had moeten fluiten voor een overtreding, tegen onze trainer want die had het ook moeten zien, en aan het eind weer tegen de scheidsrechter omdat die vijf minuten te vroeg affloot, wat inderdaad ook zo was. Tijdens de wedstrijd zei ik tegen de ouders dat ik hem niet kende. Wat een idioot! Een ouder van ons team begon nog tegen hem te blèren dat hij zijn mond moest houden, en er ontstond een klein opstootje met wat heen en weer geschreeuw en gewijs.

Na de wedstrijd sprak ik hem nog even. Of hij nog steeds in Nijkerk werkte. Dat deed hij allang niet meer, vertelde hij, hij was vrachtwagenchauffeur geworden. Twee maanden nadat hij daar wegging had hij een zwaar hartinfarct gehad, vertelde hij, dus hij maakte zich niet meer zo druk. Hij zei het echt. Hij was ook weer heel relaxed ineens. Hij zei tegen mijn dochter dat ze top gekeeped had en wenste me veel succes met “mijn vrouwtje”. En of ik op de uitwedstrijd naar Nijkerk meekwam. “Altijd gezellig,” zei hij.

In voor- en tegenspoed…

Een heupoperatie bij mevrouw Mack verder zijn we inmiddels. Het hakt er allemaal best in. Sinds ik haar ken heeft ze al een hartinfarct, een galblaasoperatie en kunstknie en nu een kunstheup achter de rug. Maar ze rookt al vier weken niet meer. In voor- en tegenspoed zeiden ze geloof ik toen we trouwden. Of iets met dat ik beloofde altijd voor haar te zorgen zolang het huwelijk duurde. Een belofte van niks natuurlijk. Als je niet meer wilt zorgen, kap je er gewoon mee. Slaat nergens op, zo’n belofte. De afgelopen week viel ook niet mee toen ze in het ziekenhuis lag. Om half zeven ’s ochtends moest ik op en vanaf dat moment was het volgas tot ’s avonds laat om alles voor elkaar te krijgen. En dan hadden we de was en de hond nog wel uitbesteed. Maar de kinderen moesten naar school, en mijn werk is een gekkenhuis. Ik was blij dat ze weer thuis was en weer iets van het denkwerk kon overnemen.

Mijn verjaardag probeerde ik stilletjes voorbij te laten gaan, en dat is ook wel grotendeels gelukt. Maar niet helemaal. Ik ben ineens achtenveertig en verre van waar ik ooit hoopte dat ik zou zijn op deze leeftijd. Maar toch ook wel weer precies daar waar ik wilde, afhankelijk van mijn stemming. En ondanks dat ik gezegd had dat ik er niks aan wilde doen, had mevrouw Mack toch weer een cadeautje geregeld. Ik keek al bedenkelijk toen ze ermee kwam, maar ik was toch enthousiast toen ik zag wat het was. Twee kaartjes voor een concert van Julien Clerc in Carré. Achtenveertig. De meesten van achtenveertig gaan nog naar dancefestivals. Maar ik, en ook mevrouw Mack vinden Julien Clerc toevallig goed, geheel onafhankelijk van elkaar. En Carré is natuurlijk ook een belevenis.

Het goede nieuws is dat mijn rug deze ellendige periode weer gehouden heeft. Ik begin goede hoop te krijgen dat ik het nu onder controle begin te krijgen, mijn rug. Nu die idiote buitenwereld nog.

Ouwe knar

Naarmate ik ouder word, word ik ook steeds knorriger. Was ik vroeger een vriendelijke man, nu is dat wel grotendeels weg. Ik merk het aan kleine dingetjes, zoals een inzamelingsactie op tv. Vroeger vond ik dat belangrijk, maar tegenwoordig kijk ik er niet eens meer naar.

Als ze me op mijn werk vragen hoe mijn weekend was, dan heb ik eigenlijk niet zo’n zin om dat te delen. Mijn weekend was mijn weekend, geen hoogtepunt in mijn leven, gewoon weekend. En waar ik het helemaal aan merk is dat ik ook niks meer kan hebben van een knappe vrouwelijke collega. Altijd moet ze wat van me, tenminste, zakelijk. En ik ben druk, dus ik denk als ze naar me chat:”ja ja, kom nu maar terzake,” maar zo gaat het niet. “Goedemorgen Mack, hoe was je weekend?” (op de chat) “Ja goed.” Moet je verdomme nog vragen hoe dat van haar was. Je bent al weer vijf minuten verder eer je weet wat ze van je wil. Meestal iets waarvan je al een paar keer gezegd hebt dat het niet kan. Ik maakte altijd voor twee collega’s cappuchino als ze ’s ochtends binnenkwamen. En nu staat me dat ook al tegen. Kortom, ik verander langzaam in een paardelul. Behalve in vakanties, dan heb ik dat niet. Dan vind ik alles om me heen mooi. En misschien valt het nog wel ietsje mee, want tegen vreemden ben ik meestal wel beleefd.

Nu heb ik ook wel de nodige stress de laatste tijd, daar zal het ook alles mee te maken hebben. Bovendien is mijn eigenwaarde eraan sinds ik geen boekhouder meer ben. En ik heb mijn door de dokter aanbevolen hoeveelheid medicijnen gehalveerd zonder te overleggen. En mevrouw Mack moet geopereerd worden maandag, en moet daarna minimaal zes weken revalideren. En ik ben opgehouden te geloven dat ik de wereld kan verbeteren. Ik dacht dat mijn verzet verschil zou maken. Maar dat is niet zo. Een teleurstelling. Een mislukking en een overschatting van mezelf. Nu heb nieuwe inzichten nodig om te voorkomen dat de tweede helft alleen nog uitspelen wordt.

Monster

Vandaag liepen we een keer met z’n vieren in het bos om de hond uit te laten. Komt zelden voor want meestal ga ik alleen. Ik was ’s ochtends al gaan fietsen met Tammar, wat ook niet vaak voorkomt, maar vergeleken bij dat eerste, overvloedig. Beweging is belangrijk.

Wij hadden de hond uit het vorige logje weer meegenomen en beide honden rosten door het moeras dat het een lieve lust was. Tot er uit tegenovergestelde richting een man aankwam met een klein hondje, Monster. Toen Milo (da’s pas een monster) een kijkje ging nemen maakte Monster zich uit de voeten. Het baasje ging er achteraan en wij liepen verder. Na een kwartier kwamen we het baasje weer tegen, zonder Monster. Spoorloos. Het hondje had de benen genomen. Wij zochten maar even mee, maar na een uur was hij er nog niet. De baas had inmiddels zijn fiets opgehaald om sneller te kunnen zoeken. We hadden zijn telefoonnummer gekregen, mochten we Monster vinden. Ik maakte me een beetje zorgen, want Monster was maar klein, en de roofvogels die er vlogen, groot.

We reden naar huis, met een ronde om het natuurgebied heen om te kijken of we Monster nog ergens zagen. Maar nee. Eenmaal thuis informeerden we per app naar Monster, maar die was nog steeds spoorloos. Ik was bang dat het hondje verdronken was, het gebied is erg drassig, ik had al natte voeten van het zoeken, en sommige stukken waren ronduit verraderlijk. Ik besloot mijn fiets te pakken en terug te gaan naar het gebied waar Monster was zoekgeraakt. Aan de andere kant van het gebied zag ik haar baasje weer en nog steeds geen spoor. Het was nu bijna twee uur geleden en we moesten nu serieus gaan zoeken in het drassige gras, de rietkragen en de bosjes. Ik ging te voet de vlakte op en het baasje deed hetzelfde op een ander punt.

Maar toen kwam na tien minuten het verlossende appje, hij was gevonden. Goddank. Het baasje kwam me tegemoet en bedankte me oprecht voor het helpen zoeken. Een kleine moeite natuurlijk, als het mijn hond was geweest zou ik het ook fijn gevonden hebben als er hulptroepen kwamen. Monster was zelf naar huis gelopen. Zo eindigt het een spannend avontuur meestal in Nederland. Een soort van moeras, roofvogels, vossen, ik begon de moed al op te geven om hem nog levend terug te vinden, staat-ie gewoon thuis. Nou ja, eind goed, al goed. Ik had mijn beweging weer gehad vandaag.