Op de radio hoorde ik een meneer, ik weet zijn naam niet, maar zijn beroep was vossenteller. Niet echt natuurlijk, hij zal wel boswachter of vogelaar zijn, maar nu had hij vossen geteld. Zijn conclusie was dat er teveel vossen waren. Ik kreeg niet te horen hoeveel, maar teveel. Vossen pakten de grutto of een broedende kievit. “Ja, nou en,” denk ik dan? Ja, lullig als je de betreffende vogel bent, maar waarom zijn er dan teveel vossen? De vos gedijt kennelijk goed in de Nederlandse natuur. Laat maar gaan hoor, dan komen er vanzelf teveel vossen en neemt hun aantal weer af. Dat heet nu natuurlijk evenwicht. Maar ik snap het probleem wel, meneer zal wel hobbyboer zijn, en heeft last van een vos. Maar ik vind dat in de natuur het recht van de sterkste moet blijven gelden.
Nou ja, helemaal consequent ben ik ook niet. Ik vind ook dat een aangespoelde walvis weer de zee in geholpen moet worden. Dat is niet zo’n goed voorbeeld, want een walvis is de sterkste, dus dan is het ook zijn recht om geholpen te worden. Een door olie besmeurde vogel dan, die schoongemaakt wordt? Ook geen goed voorbeeld, want dat is niet de schuld van de natuur. Een zeehondje dan, dat zijn moeder kwijt is en naar Pieterburen gebracht wordt? Ja, dat is een goed voorbeeld. En die moeten we natuurlijk opvangen. Maar een succesvol beest als de vos bestempelen als te veel, dat vind ik nergens op slaan. Tenzij hij zich weer met tamme kippen heeft gevoed en daarom zo succesvol is. Dan moeten we de tamme kip bestrijden.
Onze hond heeft een klein gedragsprobleempje. ’s Avonds is het het ergst, maar ook op andere momenten wil ze zich laten gelden. Haar rugharen staan overeind en ze begint vast als voorzorgmaatregel te rochelen. Als ze dan een andere hond tegenkomt gaat ze los. Geen houden meer aan, en ik heb de grootste moeite om haar te houden. Ik trek haar aan haar oor, dan begint ze te kermen, maar zodra ik loslaat gaat ze gewoon weer door. Dat is begonnen nadat ze een keer werd aangevallen door twee Stafford terriers. Ze liet het niet op zich zitten en vocht terug. Toen was ik nog trots op haar. Ze had een paar wondjes maar de staffords waren ook niet ongeschonden. Nu is één van de staffords dood -staat geheel los van onze hond- en loopt de mevrouw nog met de andere rond. Die is in zijn eentje iets minder agressief. Als Randi haar ziet, zoals vanochtend, gaat ze weer tekeer. De mevrouw loopt dan hooghartig een andere kant op met zo’n gezicht van: wat een kuthond heb jij. Terwijl de ellende door haar honden is begonnen. De tafels zijn gedraaid.
Er staat hier een kerstfilm aan, Sissi. Het was natuurlijk 1955 en het was een mierzoete tijd, maar ik kan er niet naar kijken. Mijn vrouw, die normaal naar koppenrollende zombieseries kijkt, zwijmelt in haar eentje weg. Franz Joseph, wat een sukkel zeg. Hij doet me denken aan die scherpschutter uit Inglourious Basterds. Het nazigehalte is trouwens toch veel te hoog in deze film, al bestonden er nog helemaal geen nazi’s. Maar je ziet hier de basis gelegd worden. Met Romy Schneider is het trouwens niet goed afgelopen. Nog een tijdje getrouwd geweest met Frankrijks held Alain Delon -geef haar eens ongelijk, weg uit dat suikerspinnenweb van Sissi films- maar dat was een eenmalige opleving die gedoemd was haar leven in een neerwaartse spiraal te storten. Roken, drank, drugs en de dood van haar zoontje deden de rest en op 43-jarige leeftijd was het klaar met Romy. Begraven in Parijs. Bij haar zoon David in het graf. Dat dan weer wel. Straks komt Scrooge. Met hem loopt het beter af. Gelukkig maar. Het is kerst.