Tesselaars hebben een grijze lange baard en een donkerblauwe kabeltrui, zo kun je ze herkennen. De mannen hebben daarbij ook nog een schipperspet op hun hoofd. Ik vraag mij af hoe de Tesselaars dat nu vinden, dat hun eiland ontdekt is door de vastelanders. Mijn eerste herinnering is op dit eiland. Het moet 1972 zijn geweest, ik was twee en een ander jongetje had mijn autootje gepakt. Of ik die van hem, en hij had hem weer teruggepakt, dat staat me niet meer goed bij. Maar ik was hier met mijn ouders en grootouders van moeders kant. Ik liep nu op het strand en moest denken aan Sil de Strandjutter. Die ken ik helemaal niet, en nu ik hem napluis blijkt hij van Terschelling te zijn, maar je moet hier toch ook goed hebben kunnen strandjutten zo’n honderd jaar geleden. Nu niet meer. Er lag een plank, een dode meeuw, en verder veel schelpen. Maar daar kun je niet van leven, heden ten dage. Anders wist ik het wel.
Een enkele reis naar Texel
Dat je met je gezin naar Texel gaat, met twee auto’s omdat je niet zeker weet of je weer eerder terug moet, en om kosten uit te sparen laat je de ene in Den Helder staan. En dat je door bepaalde omstandigheden ineens twijfelt of je de auto wel op slot hebt gedaan, en je dan al op de boot naar Texel zit. En dat je op je mobiele telefoon de handleiding van je auto downloadt om tevergeefs te zoeken naar informatie over vanzelf op slot gaande deuren. We waren in het huisje aangekomen toen ik besloot terug te gaan naar Den Helder. Het duurde tien minuten eer ik de uitgang van het vakantiepark in het donker had gevonden, ik moet de ergernis hebben gewekt van vele vakantiegangers door verhit over de paadjes te scheuren met zeker drie keer de toegestane snelheid van 15 kilometer per uur. En daarna vol gas over dat mistige eiland, op zoek naar die gare boot. Ik had het eigenlijk al gehad met Texel. Bij de boot aangekomen parkeerde ik de auto, zocht naar een kaartjesloket maar ik kon er zo op. Ik bestelde een koffie en vroeg maar even of het voor voetgangers gratis was, omdat ik er zo op liep. Dat klopte, zei de koffiejuffrouw, want ik had op de heenweg al een retourtje betaald tenzij ik was komen zwemmen. Een enkele reis naar Texel bestaat niet. Mijn auto was niet afgesloten. Ik parkeerde hem nog op een betere plek zodat ik helemaal het gevoel had dat mijn reis naar het vasteland niet voor niks was geweest. Ik moest daarna een uur wachten op de retourboot, en in die tijd schreef ik voor u dit logje.
Dry needling
Lag ik gisteren op de behandeltafel bij de fysiotherapeut, wegens stekende pijnen in mijn linkerbeen, had ik er al drie dagen geen last van. De therapeut testte mijn heuprotatie aan de linkerkant, en die was niet best. Amper beweging in te krijgen. Tevens was de spierspanning in mijn linkerbeen tien keer zo hoog als in mijn rechter, al moet hier worden aangemerkt dat tien keer zo hoog waarschijnlijk gewoon ‘hoger’ betekende. Ik had van dat alles niets gemerkt. Met een niet roterend been kun je kennelijk prima leven. Ik loop dagelijks met de hond, en kan gewoon een bocht nemen.
Tevens zit er een s-bocht in mijn wervelkolom. Dat wist ik natuurlijk wel. Het is geen haarspeldbocht, maar toch, recht is anders. De therapeut rekte de boel wat op en binnen de kortste keren bewoog mijn heup al beter. Echter was mijn musculus quadriceps femoris aan de linkerkant wel een stuk korter dan aan de rechter. Dat verontrustte me wel een beetje, ook nadat hij het had uitgelegd. Die moet ik nu oprekken van hem, met oefeningen. Die doet zo´n therapeut dan voor, jij slaat ze aandachtig op, en vervolgens doe je er thuis niks meer mee. Zo gaat dat bij mij tenminste.
Hij stelde een dry-needling behandeling voor. Dan moet je eerst een verklaring tekenen dat als je overlijdt op de behandeltafel, je hem niet als geest zult “haunten”. En dat je er allerlei bijverschijnselen van kunt krijgen met als meest waarschijnlijke, een blauw plekje op de plek van de naald. Ik heb nog niet gekeken, want mijn heup mag dan beter draaien, ik kan nog steeds niet op mijn kont kijken. Ik heb niet het gevoel dat het ergens toe dient, maar weg is weg.
3424
Ik zit net even in mijn bloggeschiedenis te kijken, en het blijkt dat ik al ruim 3400 logjes heb geschreven. Volgens mij als je die allemaal achter elkaar zet, heb je een dik boek. Dat moet wel. Het probleem is dat het geen samenhangend verhaal is, dus ik kan geen roman op mijn naam zetten. Of ik moet er bruggetjes tussen proberen te bouwen en doe het gewoon af als een Tarantino verhaal. En dan sta ik voortaan op 1, net als Pulp Fiction.
Er zal wel meer voor nodig zijn, dus over tot de orde van de late avond. Ik vroeg mij af of het leven er beter op wordt met het vorderen der jaren en ik kan daar geen eenduidig antwoord op geven. Het was vroeger wel eenvoudiger, en naar mijn mening is eenvoud goed. Er was meer zwart en wit en er was meer ja of nee. Zo vraag ik me af of het in het jaar 2200 nog een beetje leuk zal zijn hier op aarde. We zullen ons vervoeren in zelfrijdende auto’s, en we hebben een chip ingeplant gekregen waarop al onze gegevens staan, zodat we niets meer mee hoeven te nemen. We zullen altijd van iedereen weten waar hij is, en we zullen nog beseffen hoe zinloos alles is. Werken doen we niet meer, want robots hebben alles overgenomen. We worden erg oud, wel 200 jaar, en we vervelen ons kapot want de fantasie doet het niet meer. Meisjes en jongens zijn er niet meer, alles is genderneutraal, en wee je gebeente als je het waagt om bij de geboorte van een kind te vermelden van welk geslacht het is. Televisie is iets van lang geleden, en alle grappen zijn ook wel verteld. Het verlangen naar een allesvernietigende waterstofbom wordt steeds groter.
En uiteindelijk zal er ook een waterstofbom ontploffen. Al was het de zon maar, maar daar zullen we wat langer op moeten wachten. We zitten nu precies in de overgangsfase van toen het leven nog spannend en onvoorspelbaar was, naar een tijd van dodelijk saai en voorspelbaar. Zo zie ik het. Het gaat er met de voortgang van de techniek niet beter op worden. Het evenwicht tussen wat de wetenschap ons moest brengen om het leven beter te maken, en wat het ons verder nog gaat brengen om ons leven zinlozer te maken, is bereikt. Hierna komen alleen nog maar nutteloze uitvindingen die alleen de wetenschap zelf dienen, en niet meer de mens. 3424 was dit. Om vrolijk de week mee te beginnen.
Kerstdiner
Ben gisteren weer eens uit eten geweest met mijn werk. Een zevengangen tent, met uitleg over wat je krijgt. Inmiddels heb ik het daar wel mee gehad. Uit respect voor de meisjes die hun verhaal staan te doen, luister ik wel naar wat voor wijn ik krijg, maar het interesseert me geen ene reet. Ook alle details van het eten boeien me niet. Ik kan er dan ook wederom niet veel over vertellen, maar ik ga het toch proberen. Het begon met een amuze. Ik ben gek op amuzes, ooit zou ik nog wel een amuzestruik in de tuin willen hebben. Daarna kwam er iets groens in een schaaltje. Er zat ook kaviaar bij. Erg lekker. Eendeborst heb ik gezien. Risotto. Hertenbiefstuk. Rabarberijs. Allemaal lekker, maar vergeleken bij babi pangang stelt het niet veel voor.
Ik nam maar af en toe een slokje wijn, ik moest nog rijden. En een bobarrangement klinkt leuk, maar daar word je straalbezopen van. Zeven keer een half glaasje wijn is volgens mij nog veel te veel. Dus ik hield het bij twee halve glaasjes. Maar, dan zul je net zien, dan krijg je net geen uitleg, dus ik protesteerde. Wat voor mijn collega weer aanleiding was om de serveerster (daar is vast een mooie engelse term voor) erbij te roepen om toch nog even uitleg te komen geven. Geen idee meer, maar het zou de smaak van de hertenbiefstuk versterken. Ik zei dat ik de proef op de som ging nemen, want ik hou niet van lulverhalen. Dus eerst een hapje hertenbiefstuk, toen een slokje wijn, en toen nog een stukje hertenbiefstuk, en inderdaad, de biefstuk smaakte ineens enorm naar witlof, constateerde ik. Dat scheen te komen omdat ik ook witlof nam in plaats van biefstuk. Nou ja, ik had het even niet gezien.
Ik ben een beetje klaar met deze aanstelleritus. Ik ben verdorie 48 en moet ik mijzelf nu nog steeds voor de gek houden? Er kwam nog een gang met een enorm bord met iets enorm kleins erop. Ik kon het niet laten om tegen mijn collega te zeggen dat mijn bord niet goed was afgewassen. Hij moest daar erg om lachen, en gelukkig maar, ik heb ook wel eens met iemand gezeten die dan zei: ja, als je niet van lekker eten houdt, dan moet je niet naar zo’n restaurant gaan. Sta je gelijk te boek als iemand die van goor eten houdt, en in zijn eigen hoofd klopt die onzin allemaal weer. Nee, mij niet gezien. Morgen weer een kerstdiner met m’n andere werk. Pfff.
De winterbandengeneratie
Ik maak mij een beetje zorgen, al weet ik niet goed waarom. Ik weet wel waarover, maar niet waarom. Het gaat namelijk over de codes rood en de weeralarmen. Mijn zoontje moest naar school maar gisterenavond waren wij al in rep en roer. Dus werd er groot alarm geslagen onder de ouders van de schoolkinderen en werd er gezorgd dat de arme schapen met de auto werden gebracht. Al snel kregen we een mailtje van de school dat de schapen eerder naar huis mochten, want het onheil zou om een uur of twee losbarsten.
Ik werkte thuis vandaag, want er was immers gewaarschuwd voor een landelijke ontwrichting. Nu werk ik tegenwoordig op maandag altijd thuis, maar toch. Het naderend onheil van twee uur maakte dat ik het zo plande dat ik voor die tijd de hond had uitgelaten, stel dat je overvallen wordt door de sneeuw, ze vinden je toch nooit meer terug? Ja, over driehonderd jaar als goed bewaard gebleven lijk. De man met hond van Vaassen, zo zal ik dan heten en mag ik een plekje naast de Tollund man en Otzi. Mij niet gezien.
In werkelijkheid erger ik mij kapot. Het sneeuwde een beetje vandaag. Een dun laagje ligt er. Mijn zoon en zijn klasgenootjes moesten gebracht en gehaald worden. En morgen weer! Ze hebben niet eens fatsoenlijk leren fietsen met hun opoefietsen met kratje. Wij achtervolgden elkaar op de fiets en al slippend reden we elkaar klem. We joegen door de modder en als er sneeuw lag gooiden we onze fietsen plat door de bocht als waren we Boet van Dulmen. En toch heeft onze generatie het toegelaten dat het nu zo geworden is. De winterbandengeneratie. Ik erger me aan de gewatteerde maatschappij, maar ik weet niet waarom. Waarschijnlijk omdat mijn generatie voor Jan Lul nog hard werd opgevoed.
De tijden rond kerst.
Die sneeuw, die bevalt mij wel. Er moet nodig meer van komen. Ben net met mijn dochter en de hond een grote ronde gaan lopen. Dochtertje had haar nieuwe zaklamp mee, en de hond had haar lichtgevende halsband om. Allemaal onzin, want het was door de sneeuw helemaal niet donker. De zwarte hond zag je zelfs prima. Maar sneeuw is mooi. Veel mannen -ik neem aan dat het mannen zijn- geven wat extra gas om hun wielen aan het spinnen te krijgen. Dan voelen ze zich toch de baas over de techniek en de elementen. Vrouwen vinden dat minder interessant volgens mij. Ik ben natuurlijk geen uitzondering. Weinig zo mooi als door maagdelijke sneeuw te rijden en de grenzen van de grip op te zoeken.
Overigens valt de sneeuw natuurlijk weer drie weken te vroeg. Zo gaat het altijd. Met kerst is het waarschijnlijk 15 graden en regenachtig. Kerst devalueert. Alleen de weg er naar toe is nog leuk. Kerstliedjes, vrolijke etalages, kerstbomen worden opgezet, overal lichtjes buiten en misschien wordt A Christmas Carol wel uitgezonden. De nachtmis brengt je helemaal in kerstsferen. Maar dan kerst zelf. Regenachtig, modderig, de leuke liedjes hoor je om een of andere reden niet meer, het valt eigenlijk een beetje tegen. Een verplicht nummer is het. Wij slaan het waarschijnlijk over dit jaar. We zijn er niet. We zitten in een uithoek. Ik denk waarschijnlijk heel even aan de geboorte van Jezus. Want uiteindelijk ging het daar allemaal om. Oh ja, da’s waar ook.
De dagen tussen kerst en oud en nieuw vind ik wel altijd mooi. Op een of andere manier is het een soort reservetijd, met de top 2000 op de radio. Geen stress, weinig verkeer op de weg, weinig collega’s aanwezig dus rustig kunnen werken. Hoewel ik dit jaar vrees voor de jaarafsluiting. In finance werd het vooral spannend na 31 december, in sales, waar ik nu onder val, moeten ze zoveel mogelijk scoren voor 31 december. Het begin van het nieuwe jaar is ook altijd een waardeloze tijd. Niks om naar uit te kijken, en allerlei vreemden de beste wensen wensen. Onzin. Alle kerstversieringen hebben nu iets treurigs gekregen. Weghalen die troep. Kaal, koud en nat. Ging het maar vriezen. Dan kon ik het gevecht met de elementen weer aan.
Wie zoet is…
Ik ging met de honden naar het bos en klapte de kofferbak dicht op de staart van de leenhond. De kofferbak zat dicht maar de staart stak er nog uit. Het beest gilde en ik maakte de kofferbak snel weer open. De geschrokken hond sprong er weer uit, en mijn hond sprong er achteraan. De schade aan de staart leek er niet te zijn, dus hij was snel uitgepiept. Maar ik had wel twee loslopende honden ineens. Op dat moment stopte er een auto waaruit drie zwarte pieten stapten. Dat vonden de zwarte honden niet zo’n goed idee. Ze vlogen blaffend op de pieten af, en ik kon nog net de mijne bij haar halsband grijpen. De andere, die met die staart, vloog op een Piet af en sprong tegen hem op. De Pieten stonden stijf van schrik en met moeite kon ik de andere hond ook weer in bedwang krijgen.
En dat is precies wat er mis is met het Sinterklaasfeest. Zowel Sint als Piet hebben geen autoriteit meer. Wie nog wel in Nederland, vraag ik me wel eens af. Sint moet zich in allerlei bochten wringen tegenwoordig om uberhaupt nog te mogen aanmeren in dit land. Nee, geen kinderen meer in de zak, de Pieten mogen geen knecht meer zijn, de roe is afgeschaft, en iedereen mag z’n schoentje zetten. Je hoeft helemaal niet zoet meer te zijn geweest.
Nou, dan verlies je wat mij betreft je bestaansrecht. Net als de koning die zich als een flapdrol gedraagt. Het wordt tijd dat hij zijn onderdanen weer eens in het gareel krijgt. En Sinterklaas, die moet eens ophouden met al die genderneutrale, politiek correcte apenkool. Gewoon wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Nee, geef iedereen lekkers, dat is een goed voorbeeld. En straks al die kinderen de maatschappij in, werken ho maar, en wel om loonsverhoging vragen! Met dank aan Sinterklaas. Klaar met die man.
Johan Cruyff trui
Mijn nieuwe Johan Cruijff trui is binnen. Ik vind hem erg mooi. Hij stinkt alleen nog een beetje naar een of ander chemisch goedje. Om de goede maat te kiezen is onbegonnen werk, dat moet je op gevoel doen. Ik heb precies alle maten nagemeten op een overhemd dat me goed zat, en dan zou ik een maat M moeten bestellen. Maar M past me niet, dus ik heb 3 x XL genomen ondanks dat die dus veel te groot zou zijn. Hij past prima. Je kunt echt niet van die maten op aan. Of ik had geen overhemd moeten nemen als referentie maar een trui. Misschien was dat het wel. Maar ik denk dat de Amerikanen in de war zijn.
Hij was niet duur hoor. Veertig dollar of zo. En ik kon zelf de kleur uitzoeken. Legergroen met Johan Cruijff erop. Alleen de Amerikanen schrijven Cruyff. Omdat ze anders geen idee hebben hoe je het uitspreekt. Wij wel, wij weten dat een i na een u een ui wordt. En die j erna die spreken we niet uit. En precies dat doen ze nu weer wel in Spanje. Crojf. Die snappen het misschien beter. Maar de juiste uitspraak is dus Krui-jf. Verzin ik ook net hoor, trouwens. Het leukste aan de truij is dat ik de kleur kon uitzoeken met een plaatje. Je ziet dus elke keer de oranje beeltenis op een andere kleur verschijnen. Liefst had ik ze allemaal genomen, maar dat werd een beetje duur, bovendien was het afwachten of de maat goed was. Maar prima. Misschien had 4 x XL ook nog wel gekund. Het ging tot 5 keer XL. Ik dacht dat die voor die superobesitas Amerikanen zou zijn, dus zou een M prima bij mij passen met slechts 7 kilo overgewicht. Maar deze is goed. Altijd je gevoel volgen. En anders na de aanschaf de boel rechtpraten. Altijd doen.
Bekoren
Bij die idiote surprise van laatst, moest ik ook een gedichtje maken. Doet je dochter ook nog iets zelf? Neen. Ze heeft mijn handgeschreven gedicht blind overgetypt. Ze zit op typcursus en kan het al beter dan ik het ooit heb gekund. Maar het had nog al wat voeten in de aarde. Want het begon ongeveer zo: Moet je nu eens horen, dat kan de Sint niet bekoren. Gelijk werd ik afgeschoten door mijn vrouw. Dat woord bekoren vond ze belachelijk en kon echt niet in een kindergedicht.
Ik was ouderwets en uit de vorige eeuw. Ze had nog nooit van bekoren gehoord. Nou ja, wel van gehoord, maar ze had het nog nooit horen gebruiken. Ik dus wel, in mijn kringen gebruik ik het regelmatig, voerde ik aan. Op mijn werk ook, daar vinden we het een zeer bekoorlijk woord. Vervolgens kon het mij niet zo bekoren dat er nu net gedaan werd of ik een ouwe zak aan worden was, puur omdat ik een woord gebruik, dat de familie niet kent. Of het toetje ze kon bekoren en leidt ons niet in bekoring, amen.
Nu vergeten ze het nooit meer. Akward, dat kennen ze wel. Maar bekoren nu ook.