Vivaldi

Ik was gisteren bij een uitvoering van Vivaldi’s Vier Jaargetijden door het Gelders Orkest. Voor de pauze werden de solisten voorgesteld en de orkestleider doceerde alle 12 stukken van de compositie. Elk jaargetijde bestaat uit drie stukken waarin de componist iets probeert uit te beelden. Het was mij eerlijk gezegd nooit opgevallen, cultuurzwijn dat ik ben. Ik vond vooral de lente altijd mooi. Daarna werd het al wat zwaarder.

De dirigent vertelde dat er een hond in voorkwam, een koekoek, dansende mensen, verdrietige mensen, voorzichtig lopen over ijs, onweer, storm en hagel, een jachtpartij, brekend ijs, echo’s, doedelzakken en weet ik allemaal wat nog meer. Alles werd afzonderlijk voorgespeeld, en na de pauze de compositie in zijn geheel. En warempel, toen ik begreep waar het over ging vond ik ineens ook de stukkenmooi die ik eerder wat vergezocht vond. Het meest was ik onder de indruk van het geluid van violen. Ik hoorde voor het eerst wat het nu letterlijk betekent als je de tweede viool speelt. Het is gewoon heel simpel als een tweede stem, maar dan met een viool. Ik geloof wel dat ik behoorlijk wat geleerd heb gisterenavond.

Orkestmensen zijn mooie mensen om te zien. Er stond een lange slungelige jongen met een bril die op het voetbalveld geen deuk in een pakje boter zou schoppen. Zijn haar was gewassen maar niet strak gekamd. Maar hier, met zijn viool en zijn jaquet was hij op zijn plaats. De dirigent was een man wiens kale plek hem beter stond dan haar. Een van de solisten was een jongen met lang haar, van Chinese komaf, viel ook geheel op zijn plek. Zo viel er niemand uit de toon, ook figuurlijk niet. Voor mij blijven samenspelende muzikanten een groot magisch raadsel.

Didn’t we have fun?

Coldplay heeft weer een betoverend mooie plaat gemaakt. Fun is de titel, u vindt hem nog niet op Youtube. Ik zag ze één keer live en ik weet zeker dat als ik een vrouw was geweest ik verliefd zou zijn geworden op zanger Chris Martin. Als man zeg je dan dat je in de ban raakte van zijn charisma, maar ik ben bang dat dat hetzelfde is. Zijn nasale geluid, het gebruik van zijn kopstem en zijn melancholische liedjes zijn voor mij moeilijk te weerstaan.

Ik hoorde het nu twee keer op de radio, over een voorbije liefde, of het niet nog eens zou kunnen en of ze geen plezier hebben gehad. En natuurlijk was zij het die ermee stopte. Nooit hij. Het heeft dezelfde wanhopigheid als “ne me quitte pas” van Jacques Brel. U kunt er natuurlijk heel anders over denken, en dat is ook helemaal niet erg, want je kunt eenmaal niet met iedereen zwijmelen. Ik vind het prachtig, en voor mij is Coldplay inmiddels uitgegroeid tot de beste band ter wereld.

Waarom het nummer en de tekst me zo aanspreekt? Ik ben van de melancholieke, van het terugdenken aan zomerliefdes, van het ontkennen van de negatieve kanten, van het mijmeren, van het stilzetten van de tijd.

http://xmusic.fm/search/fun-coldplay/

update:

De link is inmiddels onschadelijk gemaakt, je kunt nog maar een klein stukje luisteren.

 

 

Maestro

Niet gauw zal men mij associëren met iemand die met zijn tijd meegaat. Ik heb een hang naar het verleden die niet goed is natuurlijk, maar dat komt waarschijnlijk doordat de wereld steeds een stukje minder echt wordt. Ik blijf wat hangen in oude muziek en in oude gedachtepatronen. Ik moest laatst hard lachen om de presentator die op bezorgde toon aan een meisje met gaten in haar spijkerbroek vroeg: “Meisje, ben je gevallen?” Dat de wereld minder echt wordt komt volgens mij doordat hij minder lijkt op hoe hij hoort te zijn. Te veel menselijke invloeden, te veel stress, te veel armoede en te veel rijkdom.
Vorige week werd ik verrast door Pharrell Williams, de zanger van het gelukkige liedje ‘Happy’. Een jongeman met enorm veel succes, maar met een zekere maar bescheiden uitstraling die wars lijkt van sterallures. Golven van mijn sympathie vlogen zo het scherm van de televisie in.

Gisteren keek ik de herhaling van College tour met de Belgische zanger Stromae. Bijna ademloos heb ik naar deze bijzondere man geluisterd. Hij is nog geen dertig en heeft de halve wereld al veroverd. Hij had een verbluffende visie, bekritiseerde het narcisme en zei dat iedereen moest stoppen foto’s van zichzelf te maken. Tegelijkertijd noemde hij zichzelf een extreem voorbeeld van een narcist. Immers, hij is een artiest die de aandacht opzoekt. Hij maakt zijn muziek in de eerste plaats voor zichzelf en dat is waarschijnlijk ook de oorzaak van zijn succes. Hij schakelt niet in het Engels over om zo een groter publiek te kunnen bereiken, want alleen in het Frans weet hij de juiste emoties te raken, en emoties kun je voelen zelfs als je de taal niet verstaat.

Hij zei zich te realiseren hoe bevoorrecht hij was dat hij kon leven van muziek, maar dat hij weer een paar jaar onder moest duiken om een normaal leven te leiden. Zijn muziek gaat immers over het gewone leven en het is niet mogelijk over het gewone leven te schrijven als je dat leven niet leeft. Waarom heeft de wereld niet meer van dit soort invloedrijke visionairs, vraag ik mij af. Leraren Frans waren al blij met hem, ik denk dat de wereld dat ook moet zijn.

In schril contrast met Stromae volgt volgende week een uitzending met als gast Johnny de Mol, een man die naar mijn smaak de wereld minder echt maakt, maar dat komt vast omdat ik niet meega met mijn tijd. Volgens Freud heb je een hekel aan iemand omdat die je doet denken aan een naar stukje van jezelf. Ik denk dat dat klopt. Het is een naar stukje van mezelf dat probeert Johnny de Mol te zijn, en ik probeer die onechte Mack zo diep mogelijk weg te stoppen zodat de echte Mack, niet te verwarren met Mack de echte, maar dit voor gevorderde lezers van dit weblog, tot volledige wasdom kan komen.

Emmy Verhey Award

Toen ik volgens mijn leeftijd naar radio 3 had moeten luisteren, stemde ik vaak af op radio 2. In de loop der jaren is dat radio 1 geworden, tegenwoordig zelfs NPO radio 1, en daarenboven kijk ik ook nog wel naar zomergasten of omroep Max. Het is triest gesteld met mijn jeugdigheid. Onvermijdelijk dat ik een keer een interview met Emmy Verhey zou horen. Vanavond dus. Nu heb ik wel een zwak voor Emmy Verhey die er gekomen moet zijn door mijn moeder. Mijn moeder had altijd een zwak voor Emmy Verhey maar ook voor Ivan Rebroff, een Duitser die zich voor een Rus uitgaf, en die vier octaven stembereik had. Persoonlijk heb ik niks met Duitsers die zich voor Rus uitgeven, dan gaan mijn alarmbellen rinkelen. Dat kan niet goed zijn denk ik dan, die moet iets met Barbarossa te maken hebben gehad. Ik begrijp net dat Ivan in het Russisch Hans betekent, en dat vind ik altijd grappig als een naam verandert in een andere taal. Zo schijnt Willem in het Frans Guillaume te worden en Johnny wordt in het Duits Adolf.

Maar over Emmy. Dat vind ik dus een sympathiek mens zonder dat ik precies weet waarom. Het zal haar on-Nederlandse nederigheid in combinatie met haar sterrenstatus zijn. Ze vertelde dat ze er pas na haar vijftigste genoeg van begon te krijgen als ze weer eens een onverwarmde kleedkamer had. Dat ze dat eigenlijk niet meer wilde. Ze zei het met een pas overwonnen gêne, alsof ze dit soort kapsones nog niet zo heel lang had. Een beetje jeugdvoetballer van 17 jaar gaat niet meer in een kleedkamer zonder ligbad, maar mevrouw Verhey die al veertig jaar met de groten der aarde optrad en elke dag uren studeerde zag eindelijk eens in dat zij wel eens wat beter behandeld mocht worden. En eigenlijk niet eens vanwege haar status, meer vanwege haar verkregen inzichten op latere leeftijd.

Wat mij het meest fascineerde aan haar was dat ze kon uitleggen hoe ze Yehudi Menuhin en andere violisten herkende aan hun spel. Misschien voor een getraind oor een fluitje van een cent, maar voor mij toch een onbetaalbare Stradivarius. De regie liet een stukje Bach horen gespeeld door Emmy en Yehudi, en daarna lieten ze exact hetzelfde fragment horen, alleen waren het nu Yehudi en David Oistrakh. Ik hoor het niet terwijl ik echt goede oren heb. Maar misschien moet ik gewoon niet zo verwonderd zijn, als ik iets vijftig jaar lang dag in dag uit train mag je er toch ook wel vanuit gaan dat je op een gegeven moment de kleinste verschillen opmerkt. Ik ben vrij achterlijk als het op klassieke muziek aankomt, ik dacht vroeger dat Richard Clayderman de beste pianist ter wereld was, maar nee, hij was slechts de succesvolste.

Muzikaal

Gisterenavond kwam ik in gesprek met een muzikant. Hij had even daarvoor op het feest een paar nummers gezongen en gegitaard, en we raakten in gesprek over muziek. Hij had twee nummers van Elvis gespeeld, Mean woman blues en Jailhouse Rock, dus ik voelde een klik. En hoe langer we praatten hoe meer we tot de ontdekking kwamen dat we van dezelfde muziek hielden. Enige verschil, hij is muzikaal, ik niet. “Soms zeggen mensen dat ze niet muzikaal zijn en dan bedoelen ze dat ze geen instrument bespelen”, zei hij. “Maar iemand die kan dansen op de maat is al muzikaal.” Ik zei dat ik bij een polonaise nog uit de maat liep. In een ritmische klappende zaal klap ik vals. “Maar als ik hoor van welke muziek je houdt, en wat je weet, zou je toch zeggen dat je muzikaal bent.” Ja, dat zou je zeggen, maar nee. Ik kan alleen horen of ik muziek mooi vind, voor de rest niet. Dat is natuurlijk ook het enige belangrijke. Voor mij is het belangrijk dat anderen muziek maken. Want ik hou wel van muziek. Het komt wel goed mijn hersenen binnen volgens mij. Thank you for the Music zou ik bijna zeggen om maar eens een heel muzikaal kwartet aan te halen. Ik zal er geen youtube linkje aan wagen want dan raakt één van mijn lezers over de zeik, maar muzikant en ik waren het wel over Abba eens.

Later op de avond kwam hij wat voorbij dansen met een glas bier in zijn hand. Hij danste niet bijzonder goed, maar hij viel niet uit de toon. Ik had niet genoeg bier gedronken om muzikaal te worden maar toch werd ik op een gegeven moment de dansvloer op getrokken. Ik voel mij daar als een vis op het droge. Een houten klaas ben ik en ik stond ook verschrikkelijk voor schut tussen al die muzikalen om mij heen. Maar is muzikaliteit dan misschien gewoon een kwestie van de schroom van je afgooien en erin opgaan? Zoals ik Elvis moves kan imiteren als niemand kijkt? Of zoals ik Herman van Veen kan imiteren onder de douche? Toen we weggingen legde ik mijn hand op zijn schouder en zei gedag. “Leuk je ontmoet te hebben”, zei hij. Ja, dat vond ik nu ook.

Bad moon rising

Ik mag wel zeggen dat ik een muziekliefhebber ben, maar ach, wie is dat eigenlijk niet? Mijn interesse is breed, mijn kennis is smal. Als ik muzikaal zou zijn, zou ik drummer willen zijn. Het lijkt me geweldig het ritme te mogen dicteren aan de band. En drummers kunnen zo schijnbaar moeiteloos inhaken bij om het even welke band. Een poosje geleden, bij de avondvierdaagse hier ter plaatse, speelde de fanfare. Een klein drummend donker meisje stond afgezonderd van de andere trommelaars tussen de blazers. Ze hakte er op los dat het een lieve lust was. Haar drumstokken ramden werkelijk boven alles uit en zij bepaalde het tempo. Ze had een houding alsof ze zeggen wilde: er wordt niet zonder mij gespeeld. Het was geweldig te zien hoe ze daar stond, ze kon de rest van haar lichaam met moeite stil houden, zo leek het.

Drummer dus, maar niet voor mij weggelegd. Ik zit vaak mee te drummen met mijn handen, maar ik raak geen enkel ritme. Ik hou geen maat en mijn handen kunnen niet in verschillende tempo’s bewegen. Jammer, maar zo is het. Bij de muziek die ik luister, luister ik vaak aandachtig naar de drums. Mooie roffels of pssjsses van de bekkens, ik ben er gek op. En wat ik helemaal mooi vind, is de afwisseling die ze af en toe in het ritme aanbrengen. Het zal wel een naam hebben die ik niet weet, maar elke drummer voelt aan wanneer hij even een paar maten anders moet slaan, liefst met een dreun op de bekkens erbij, om vervolgens weer strak het ritme te drummen. Geweldig.

Nu hoorde ik vanmiddag een nummer, waar dat volgens mij niet gebeurt, die afwisseling. Volgens mij is het van het begin tot het eind exact hetzelfde ritme. Oke, helemaal op het eind hoor je een extra klapje maar dat is om aan te geven dat het afgelopen is. Het is een nummer van Creedence Clearwater Revival met, zo lijkt het, de vaste begeleidingsband van Elvis Presley. Luister naar “There’s a bathroom on the right.” Een no-nonsense drummer. Rechttoe, rechtaan, als een boekhouder. Klopt het?

Heathcliff

Ik hoorde het nummer vandaag voor de 757-ste keer en nog nooit heeft het me verveeld. Nog sterker, vanochtend viel het me extra op in de auto, hoe mooi het eigenlijk is en welke instrumenten ik nu eigenlijk hoorde. Goed, die piano in het begin herkent iedereen wel, maar verderop in het nummer wordt een prachtige elektrische gitaarsolo weggegeven. Normaal was dat gewoon onderdeel van de melodie, maar nu viel me pas op dat het een gitaar was. Ik besloot de tekst er eens bij te zoeken want ik had nog nooit verstaan waar het nummer over ging. Ik wist wel dat het lied geïnspireerd was door een oude Engelse roman, maar daar bleef het ook bij.

Flarden van de tekst, die kon ik meezingen. Tenminste, als niemand erbij was, want zo de hoogte in dat is slechts voor een enkeling weggelegd. Maar wat ik nu eigenlijk zong? Toen ik de tekst las vond ik het nummer ineens nog mooier. Doordat ik al 35 jaar Elvis luister heb ik me nooit getraind in het laten doordringen van de tekst. Niet zo belangrijk bij Elvis, want negen van de tien keer gaat het over liefde. Dit nummer gaat ook over liefde. Maar zo pakkend. Over Cathy die verliefd is op Heathcliff, en die terugkwam na een lange afwezigheid. Heathcliff, ik ben het, Cathy, ik ben thuisgekomen. Laat me binnen wat ik heb het zo koud. U weet vast al wel over welk nummer het gaat. Prachtig, emotioneel, en wat een betoverende zangeres. En wat een rare naam, Heathcliff. Was er niet een dokter die zo heette?