Ouwe knar

Naarmate ik ouder word, word ik ook steeds knorriger. Was ik vroeger een vriendelijke man, nu is dat wel grotendeels weg. Ik merk het aan kleine dingetjes, zoals een inzamelingsactie op tv. Vroeger vond ik dat belangrijk, maar tegenwoordig kijk ik er niet eens meer naar.

Als ze me op mijn werk vragen hoe mijn weekend was, dan heb ik eigenlijk niet zo’n zin om dat te delen. Mijn weekend was mijn weekend, geen hoogtepunt in mijn leven, gewoon weekend. En waar ik het helemaal aan merk is dat ik ook niks meer kan hebben van een knappe vrouwelijke collega. Altijd moet ze wat van me, tenminste, zakelijk. En ik ben druk, dus ik denk als ze naar me chat:”ja ja, kom nu maar terzake,” maar zo gaat het niet. “Goedemorgen Mack, hoe was je weekend?” (op de chat) “Ja goed.” Moet je verdomme nog vragen hoe dat van haar was. Je bent al weer vijf minuten verder eer je weet wat ze van je wil. Meestal iets waarvan je al een paar keer gezegd hebt dat het niet kan. Ik maakte altijd voor twee collega’s cappuchino als ze ’s ochtends binnenkwamen. En nu staat me dat ook al tegen. Kortom, ik verander langzaam in een paardelul. Behalve in vakanties, dan heb ik dat niet. Dan vind ik alles om me heen mooi. En misschien valt het nog wel ietsje mee, want tegen vreemden ben ik meestal wel beleefd.

Nu heb ik ook wel de nodige stress de laatste tijd, daar zal het ook alles mee te maken hebben. Bovendien is mijn eigenwaarde eraan sinds ik geen boekhouder meer ben. En ik heb mijn door de dokter aanbevolen hoeveelheid medicijnen gehalveerd zonder te overleggen. En mevrouw Mack moet geopereerd worden maandag, en moet daarna minimaal zes weken revalideren. En ik ben opgehouden te geloven dat ik de wereld kan verbeteren. Ik dacht dat mijn verzet verschil zou maken. Maar dat is niet zo. Een teleurstelling. Een mislukking en een overschatting van mezelf. Nu heb nieuwe inzichten nodig om te voorkomen dat de tweede helft alleen nog uitspelen wordt.

Follow that dream

Mijn goede collega uit Noorwegen appte me vandaag. Hij gaat het bedrijf verlaten. Ik leerde hem kennen in 2013 en al snel had ik door dat ik te maken had met een groot talent, als je in het bedrijfsleven van talenten mag spreken. Hij had een universitaire opleiding, doorgrondde snel alle processen, snapte de financiele posities, sprak perfect Engels, eigenlijk had hij alles mee. Hij was ook nog eens tien jaar jonger dan ik. Toen ik een tijdje met hem omging en hem nog beter leerde kennen, vertelde hij me ook waar zijn zwakke punten lagen. Ik zag ze niet als zwak, maar meer als iets waar hij zelf last van had. Kortom, hij zou het heel ver gaan schoppen. Het enige wat hem in de weg kon gaan staan, was zijn vriendelijkheid.

Hij was vrijwel altijd bereikbaar, reisde de wereld over, en ik bewonderde hem op afstand. We verschilden nogal van karakter, maar ik kon het uitstekend met hem vinden. Alleen zijn liefde voor wijn vond ik een tikkeltje overdreven. Dan ging hij weer op vakantie naar Italië en keerde terug met 100 flessen wijn achter in zijn auto.

En toen werd hij vader. In Noorwegen kun je er vrij lang over doen om je kind een naam te geven, dus een half jaar later was de naam definitief bepaald. Hij ging ietsje minder werken, maar niet veel. Van 70 uur per week naar 55 schat ik. En door de verschillende overnames van ons bedrijf, voelde hij zich ook wat minder verbonden. Hij was inmiddels teammanager geworden, en ik geloof dat hij het wel relaxed vond. Nu hadden ze hem een baan aangeboden als director, maar hij had geweigerd. In de tussentijd had meneer in Toscane een wijngaard gekocht met twee huizen erop. En hij vertrekt nu met zijn gezin naar Italië om daar wijnboer te worden. Hij appte een fotootje en vroeg of ik eens kwam kijken.

Ik moest even iets wegslikken. Ik vond het een ongelofelijk mooie beslissing van hem en ik gunde hem dit van harte. Maar dat hij wegging deed me een beetje pijn, hoewel ik in onze nieuwe rollen toch vrijwel geen contact meer met hem had. En er verdwijnen om de haverklap collega’s tegenwoordig. Maar het meest werd ik geraakt door de confrontatie. Hij volgt zijn droom, en ik sukkel maar voort. Over twee dagen zal ik het wel weer wat nuchterder bekijken. Er moeten immers ook sukkels zijn, anders kunnen anderen niet floreren. Die rol neem ik dan maar op me.

En nu zijn de rapen gaar.

Net op de dag dat ik de koptekst van dit weblog (eenzijdige berichtgeving vanaf een zolderkamer) veranderde omdat ik nooit meer op zolder zit, zit ik nu geheel toevallig weer op zolder. Die is weer enigszins bewoonbaar na een paar uur opruimen. Het nadeel van beneden schrijven is dat de televisie aanstaat, en de televisie stoort mijn gedachten. Ik kan niet meer aangeven welke het vorige logje is dat ik op zolder heb geschreven, maar ik heb wel het gevoel dat het beter gaat als het stil is. Ik had tijdens het maken van mijn huiswerk al stilte nodig, en op mijn werk heb ik dat nog steeds. Dus regelmatig loop ik te tieren dat mensen eens wat minder hard moeten telefoneren of discussiëren. Of dat ze het gesprek eens wat moeten inkorten, want negen van de tien keer rekken ze het, zeggen ze vijf keer hetzelfde om het maar op een gesprek te laten lijken.

In elk geval, nu zijn de rapen dus gaar, staat er in het Frans. Er staat worteltjes, maar dat is de uitdrukking.  Op het Koreaanse schiereiland, daar zijn de rapen gaar. Noord-Korea dreigt met een kernoorlog als Amerika besluit tot militair ingrijpen naar aanleiding van nucleaire proeven van Noord-Korea. Ik ben geen groot strateeg, maar Noord-Korea kan alleen proberen de vloot van Amerika te treffen, of een kernbom op Zuid-Korea gooien, dat er ook weer niks aan kan doen. Amerika wil versneld een anti-raketschild plaatsen in Zuid-Korea, waar China dan weer boos om is omdat dan ook de raketten van China uitgeschakeld kunnen worden. Als China slaat, wordt het boos als je de slag afweert? Sommige dingen vallen eenmaal niet te begrijpen. Het zijn Chinezen, Koreanen, Japanners, Russen en Amerikanen die een conflict hebben. En als de situatie uit de hand dreigt te lopen, dan mag je toch rustig zeggen dat de rapen gaar zijn?

 

Een wolf in schaapskleren.

Morgen ga ik naar België, met de auto, dus geen angsten, dank u. Een poosje terug toen ik deze auto kocht, schreef ik hier dat het de op een na snelste auto was die ik ooit had, ik moet dat nu waarschijnlijk gaan bijstellen, hij is de snelste. Hij is gechipt en heeft nu geen 180 maar 210-220 pk. Ik rij er gemiddeld 1 op 16 mee, met een beheerste rijstijl. De auto heeft vierwielbesturing, wat een zeldzaamheid is in autoland. Maar wat ook terug is van weggeweest is een hoogtemeter. Mijn eerste leaseauto had een hoogtemeter en ik verheugde me destijds op de reis naar Frankrijk, maar vlak voor die tijd moest van de leasemaatschappij de auto omgeruild worden voor een auto zonder hoogtemeter. Heel de vakantie naar de Filistijnen! Nu de onverwachte comeback van de hoogtemeter.

Hoe het gaat weet ik niet precies, want de auto geeft niet altijd op hetzelfde punt dezelfde hoogte aan. Het mag voor mij de pret niet drukken, de wetenschap heeft zich erover gebogen, en die heeft gezorgd dat ik van dit gemak -nutteloze gadget- voorzien ben. Ik zet trouwens toch steeds vaker vraagtekens bij de wetenschap. Niet dat ik twijfel aan hun wetenschap, maar wel aan wat het ons nu helemaal brengt. Als we niet uitkijken worden we straks 130 met een ellenlang en doodsaai einde van een jaar of vijftig. Wie zit daar nu op te wachten? Scheidsrechters worden vervangen door techniek, en geen scheidsrechterlijke dwaling, waardoor je als fan toch het verlies van je club kunt rechtvaardigen, komt straks nog voor. Is dat nu wat we willen? Een perfecte wereld?

Volgens Robbert Dijkgraaf is het te laat om het tij te keren en neemt de techniek het al langzaam over van de mens. Computers gaan zelf denken en uitvinden. Op lange termijn overleeft de mens niet, maar zal de techniek -robots, computers- overleven en zich steeds verder ontwikkelen. Totaal zinloos, dat wel, en wij mensen zullen door de techniek herinnerd worden als de hulpmiddelen die haar in het zadel hielp. Misschien dat ze een van ons bewaart voor in het museum.

Dijkgraaf praatte erover alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Terwijl bij mij alle alarmbellen rinkelen. Moeten de veiligheidsdiensten zich hier niet eens op richten, op dit ware gevaar voor de mensheid? Moeten we wetenschappers die aan kunstmatige intelligentie werken niet onmiddellijk omscholen? Dat ze gaan werken aan een onschuldige atoombom of zoiets? Het lijkt een grapje, maar volgens Dijkgraaf is het hier bittere ernst. Mijn auto laat zien dat hij gevaarlijk is, hij is felblauw, heeft dikke uitlaten, grote velgen, maar deze tak van wetenschap wordt gezien als een engel, maar is de duivel in vermomming.

Eng.

Ik heb een klein, acuut probleem. Ik laat het van mij afglijden, en waar ik normaal kleine acute problemen op FB zet, doe ik dat nu niet, omdat het niet grappig is en het mij raakt. En natuurlijk ga ik gelijk krijgen van het meerendeel, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat ik ermee geconfronteerd wordt.

Er werkt hier een zeer intelligente en goed op de hoogte van het nieuws zijnde jongeman, met een iets te rechtse kijk op het leven naar mijn smaak. Hij stemt geen PVV omdat die een te links programma hebben, is wat hij zegt. Maar zojuist kwam het onderwerp op de hongersnood in Afrika, en het enige wat hij zegt is dat ze zelf oorlog maken, dat ze meer vruchtbaar land hebben dan wij, en er zelf zo’n zootje van maken, dus dat wij ze niet moeten blijven helpen. In de komende tien jaar komen er zo’n half miljard mensen in Afrika bij, en als daar ook maar één procent van hier naartoe komt, hebben wij een dik probleem. Ik zei: “dat is nog steeds geen reden om die mensen niet te helpen.” Hij voerde aan dat hij niks met die mensen te maken had, en dat hij ze geen kwaad deed, dus het was niet zijn schuld.

Gadverdamme! Dat is wat ik zeg. Heb al vaker discussies met hem gevoerd die licht uit de hand liepen, en nu kapte ik het op tijd af, maar gadverdamme, wat een zwarte ziel. Al gelooft hij niet in zielen. Gelovigen zijn sowieso gek, zegt hij. Geen ruimte voor een andere mening, want meningen zijn niet gelijk aan elkaar. Die van hem is superieur. Ik heb wel eens de vergelijking met de nazi’s gemaakt naar hem, toen bood hij de volgende dag zijn excuses aan. Hij had niet het woord superieur mogen gebruiken, maar beter. Onze cultuur was beter, niet superieur. Het is langzaam in onze cultuur geslopen. Er is geen oplossing voor, ik kan het alleen van mij af laten glijden, naar buiten kijken, zien dat de zon schijnt, en weten dat het meerendeel niet zo is.

 

De waard en zijn gasten

Om zijn gebrek aan populariteit te doen keren, heeft Trump een aanslag nodig. Het is triest, maar waar. Omdat die aanslagen niet op bestelling plaatsvinden, heeft Trump zijn eigen geheime diensten maar ingeschakeld om er eentje te plegen. De plaats? Zweden. Het tijdstip? Vrijdagavond.

Probleem is dat hij zijn eigen geheime diensten niet meer onder controle heeft, en die de aanslag niet hebben uitgevoerd, zónder Trump daarover in te lichten. En ja, daar sta je dan als president van de Verenigde Staten op je persconferentie met foute info. Sta je eerst nog de pers te beschuldigen van verzonnen nieuws, krijg je dit.

Ondertussen is Zweden naarstig op zoek naar de aanslag, waarvan ze nu nog denken dat ze er een grapje over kunnen maken, omdat het de zoveelste blunder is van Trump, maar feit is dat ze net ontsnapt zijn aan een enorme ramp.

Pure speculatie natuurlijk, ik zou op deze bewering zelfs geen geld durven zetten omdat ik denk dat hij niet waar is, maar het was wel het eerste wat in mij opkwam. En zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, dus volgens het spreekwoord  zou ik zelf tot zo’n complot in staat zijn. Ik doe tenslotte ook alles voor populairiteit. En voor geld.

Maar een advies aan Trump durf ik wel te geven. Zo’n Louis van Gaal-achtige act, past een president van de VS niet. Je kunt er een keertje de Championsleague mee winnen, maar da’s toch andere koek. Ik blijf het fascinerend vinden om te zien hoe het Trump nu al gelukt is te zorgen dat wij onze defensieuitgaven gaan vergroten. Tenminste, dat heb ik al in verschillende verkiezingsprogramma’s voorbij zien komen. En dan snapt de man toch goed hoe groot de invloed van de Amerikaanse president is.

 

 

Het Trump-effect

Ineens dreigt van alle kanten gevaar. Artikel 5 van de Navo waardoor wij ons altijd lieten geruststellen is ineens niet meer die vanzelfsprekende grote broer die ons beschermde. Wij rekenden altijd op hem en etterden vrolijk voort, we werden immers beschermd. Maar de grote broer is ziekjes, en dus bleek de boze buurjongen ineens een gevaar waar we geen rekening mee hadden gehouden.

Terroristen, Russen, Turken, iedereen heeft het ineens op ons voorzien, en wij zijn weerloos. Ineens moeten hals over kop de defensieuitgaven omhoog. Je zult zien dat er zometeen stemmen opgaan om de dienstplicht weer in te voeren. We moeten ineens samenwerken met Duitsers want van Engelsen kunnen we niet meer op aan, net als van de Fransen die wellicht massaal op Le Pen stemmen, en we de enige bondgenoot met kernwapens kwijtraken. We worden een steeds makkelijkere prooi.

Uiterst vervelend allemaal. Hadden we nu toch maar niet zo’n grote mond gehad. Hadden we Poetin en Erdogan nu maar niet steeds belachelijk gemaakt. Want hoe moeten we ons nu redden, nu de vanzelfsprekende steun is weggevallen? Ik zeg, gedeisd houden. Hopen dat Poetin ons niet wil hebben. Goed om ons te realiseren dat we kansloos zijn, als de Amerikanen niet meer meedoen. Dat wisten we overigens al, dat hadden we al een keer meegemaakt. Maar we waren het vergeten. Dus voordat we allemaal uit de EU willen en willen bezuinigen op defensieuitgaven, is het misschien goed om ons te realiseren dat we onze grote broer nodig hebben. Of dat we in elk geval te klein zijn om het alleen te kunnen.

Een terechte angst?

Is het een terechte angst die veel mensen schijnen te hebben? Zou de geschiedenis van nazi-Duitsland zich nog kunnen herhalen in deze moderne tijden waarin de meeste mensen goed geinformeerd zijn en verlichte denkers zijn geworden? Zou  Trump het kunstje kunnen herhalen? Zou het zijn bedoeling zijn, is eerder de vraag. Hij krijgt niet echt heel Amerika mee heb ik het idee. Daar gaat het al mis. Alle ogen van de wereld zijn op hem gericht, terwijl Hitler toch een stuk anoniemer aan zijn snode plannen kon werken. Wat ik zelf ook een belangrijke indicatie vind is dat Trump pogingen tot humor doet. Goed, ze zijn heel slecht, maar ze zijn er. Niemand heeft Hitler ooit op een grapje kunnen betrappen. Bovendien had de wereld de pech dat er geen voorbeeld was dat waarschuwde voor wat er stond te gebeuren. Tegenwoordig ligt Godwin altijd op de loer om ons te behoeden.

Nee, ik geloof niet in het gevaar Trump. Tenminste niet in het gevaar als opvolger van Hitler. Daarvoor heb ik teveel vertrouwen in alle corrigerende systemen als de grondwet, de rechtspraak, de oppositie, de media, het volk en eerlijk gezegd ook in Trump zelf. Niet omdat ik vertrouwen in de man heb, maar wel in de aanname dat hij geen Hitler of Stalin is. Waarom het bij Hitler dan toch misging is moeilijk te zeggen. Het was de tijd, een slecht geinformeerde bevolking die snakte naar erkenning, een crisis, en dat in combinatie met ernstige, trotse Duitsers maakten dat de charismatische leider de wereld in een oorlog kon storten. Turkije is wat dat betreft veel enger.

Dus ja, wat hebben we dan wel te duchten hier in Europa? Volgens mij vier jaar lang ellendige journaal items van een man die zichzelf nog veel belangrijker vind dan wat je redelijkerwijs mag verwachten van de machtigste man ter wereld. Voorspelling? Amerika heeft zijn tijd gehad als wereldleider en China neemt die rol langzaam over. Zo denk ik er met mijn gezonde verstand over, maar dat wil niet zeggen dat je niet af en toe je hart vasthoudt. Ik kijk al uit naar de eerste dag waarop Trump niet in het nieuws is.

 

We gaan eraan!

Op mijn werk gebeuren grappige dingen, je kunt ze tenminste op een grappige manier vertellen. Maar eigenlijk zijn ze diep triest. Zo liepen wij ons maanden druk te maken over vier mensen die eruit moesten, gevechten met de OR, mailtjes over en weer, en wij wachtten in spanning af. Eindelijk wisten we wie het waren, en al vrij snel daarna is afscheid van de betreffende mensen genomen, na jaren van trouwe arbeid.

We zijn nog geen drie weken verder of we krijgen doodleuk een mailtje dat er 10% van het personeelsbestand uit moet. En we weten niet wie. En eigenlijk lopen we wat verdwaasd rond. Net aan het bijkomen van de heisa om de eerste vier, en nu dit. “Kan dit zomaar,” denken wij dan, maar ja het kan. In andere landen zijn ze al geinformeerd en opgedonderd, bij ons duurt het i.v.m. lokale wetten wat langer.

Dus ja, zo heb je een vaste baan, en zo heb je hem niet. Ontslag op economische gronden, heet het dan. Ikzelf denk de dans te ontspringen, maar daar gaat het even niet om. Ik loop al een jaar inefficient te zijn op mijn werk, dus als ze slim zijn gooien ze mij eruit. Maar dat zien wel dan wel. In elk geval, als je er nu niet bij zit, kun je opgelucht ademhalen. Een weekje. Want dan kan het zomaar zijn dat er ineens 20% uit moet. Het is de waan van de dag, aan de overkant van de plas. Ze willen ons kwijt. We gaan eraan.

ROI

Nu we een paar jaar onderweg zijn in onze strijd tegen de opwarming van de aarde, wil ik graag rendement van mijn investeringen zien. We tanken al jaren Euro loodvrij, we gebruiken geen gloeilampen meer, ons afval wordt gescheiden, er liggen zonnepanelen op de daken en we stappen over op zuinige of hybride auto’s. Dat heeft allemaal niks met geldelijk voordeel te maken, dat is onze milieubewuste instelling.

Eerlijk gezegd verwacht ik wel een beetje dankbaarheid terug van de aarde. Een laagje sneeuw van 5 cm in plaats van 1. Een paar dagen vorst achter elkaar, zodat de er gesproken gaat worden over het bij elkaar roepen van de rayonhoofden. Dan heb ik het nog niet eens over het daadwerkelijk bijeenroepen van de club, maar slechts dat we erover kunnen praten. De Noordpool die weer een stukje aangroeit. Of niet verder smelt op z’n minst. Dat we weten dat we op de goede weg zijn. Dat de sneeuw de discussies verstomt,  zich uitspreidt over stad en land, en daarmee de lelijkheid bedekt en de geluiden dempt. Dat je kunt lopen over bevroren plassen en over knisperende sneeuw, en dat je daarbij droge en warme voeten weet te houden.

Vannacht was dan dat laagje van 1 cm sneeuw gevallen. De eerste idioten stonden het om zeven uur al weg te scheppen. Ik haat dat. Volgens mij zijn dat dezelfde eikels die altijd de auto pakken, te lang onder de hete douche staan, gif spuiten, en geen ruk geven om het lot van de ijsbeer, en hopen dat het weer snel zomer wordt zodat de barbecue aankan. Dat de aarde keihard moge terugslaan.