Tijdens dodenherdenking voel ik nederigheid. Waar je je de rest van het jaar een grote jongen voelt, die onverschillig kan doen, grapjes kan maken en het gevoel kan hebben dat je boven het gepeupel staat, wordt er hier iemand terug op z’n plaats gezet door een veteraan die krom gezeten in zijn rolstoel met een laatste krachtsinspanning zijn gevallen maten salueert na de kranslegging. Waar Koning en Koningin traditiegetrouw op social media worden afgezeken, en de strijdkrachten belachelijk worden gemaakt door toetsenbordsoldaten, zie je hier ineens hun functie. Zij symboliseren het land dat het ooit kennelijk waard was om zoveel offers voor te brengen, en ze nemen ons mee naar vroegere tijden, toen Koning, God en vaderland nog enig ontzag inboezemden.
Nu leven we in de vrijheid waar toen voor gestreden moest worden en dan vraag ik me wel eens af, hmm….waar is het besef gebleven? Wat is het allemaal nog waard nu Koning, God en vaderland zijn vervangen door John de Mol, wetenschap en een plek waar je selfies kunt oploaden? Ik vraag me dat serieus wel eens af. Vlak na dodenherdenking kwam op tv de grote Gordon en Dino show, de wetenschap lukt het steeds meer mensen steeds langer in leven te houden, waardoor het leven gemiddeld steeds minder waard wordt, en al die mensen hebben een podium waarop ze ongevraagd gaan staan en lege zalen trekken. Niemand zit nog in het publiek.
Gisteren scheelde het niet veel of ik had heel die dodenherdenking belachelijk gemaakt op Facebook. Na het zoveelste moedertje dat op Facebook liet zien (tussen twee statussen over wijn drinken door) dat ze tranen in haar ogen kreeg van dodenherdenking, schreef ik: “Ook wij zijn twee minuten stil tijdens dodenherdenking. Like dit als je voor dodenherdenking bent, deel dit als je tegen de nazi’s bent. ” Maar nee, dat ging me toch te ver.
