Met ons gaat het nog altijd goed.

Ik zag een minidocumentaire over Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, evenbeeld van mijn overbuurman, eveneens gepromoveerd, praat zelfs op dezelfde manier, maar dat terzijde. Peter Hein is nogal goed met cijfers, sterker nog, hij is er een kei in. Volgens Peter Hein was vroeger niet alles beter. Hij schrijft daarover in zijn boek ‘met ons gaat het nog altijd goed. ‘ Ik verschil daarover sterk van mening met hem. Volgens Peter Hein is mijn nostalgisch sentiment een sentiment van alle tijden, en werd dit al gebezigd in het verre verleden. Dat wist ik dan toevallig, Socrates beklaagde zich 2400 jaar geleden al over de jeugd van tegenwoordig, maar dat bewijst alleen dat hoe verder je teruggaat, hoe beter het was.

Peter Hein gaf een voorbeeld over de vakantie in zijn jeugd, met de auto naar de Costa Brava, dat was al heel wat in zijn tijd. Tegenwoordig was het nog nét geen vakantie voor armoedzaaiers, zo zei hij ongeveer. Ik zie niet in waarom dat zijn stelling dat vroeger niet alles beter was zou bekrachtigen. Mijn vakantie gaat met de auto naar Frankrijk, ik haal de Costa Brava niet eens, maar dat doe ik bepaald niet uit armoede. Dat iedereen nu met het vliegtuig naar Amerika kan, moet het argument zijn dat nu alles beter is. Overigens had hij nog een sterker argument, Spotify. Als Peter Hein dat vroeger had gehad, zou hij zo blij zijn geweest! Ja, allicht, ik zou ook blij zijn als je me nu Blohist gaf. Maar dat wordt pas over dertig jaar uitgevonden. Je moet het nu met Spotify doen. Het is juist de andere kant op. De langspeelplaat is bezig met een come-back.

Zijn sterkste argument was dat er per jaar een miljoen miljonairs in China bijkomen. Als gevolg daarvan hoefden honderden miljoenen mensen in China nu niet meer te vrezen voor honger, maar hebben een menswaardig bestaan. Het zou niet eerlijk van me zijn om de Chinezen dat te misgunnen. Maar heeft dat te maken met vroeger, toen alles beter was, of gewoon met een ellendige dictator die zijn volk minachtte?

Wat ik wel knap vind van Peter Hein (ik vind hem sowieso knap) is zijn vermogen om dingen positief te zien. Dat heb ik een stuk minder. Bij mij is het glas half leeg. Wel een glas met een smerig drankje. Ik vond het vroeger ook echt beter. Zelfs de dingen die niet beter waren, waren beter. En dat sommige mensen deze tijd beter vinden is ook logisch, deze tijd is het vroeger van de toekomst. Waarmee ik maar wil zeggen, ik kan ook wel bij het CBS werken.

Het achtergrondfilter

Ik ben vanochtend bij de KNO-arts geweest, eigenlijk een assistente, die nog niet zoveel weet. Mijn oren zagen er ineens prima uit maar de gehoortest detecteerde toch een licht verlies aan de rechterkant. Volgens de arts de oorzaak van de tinnitus. “Nietus,” zei ik. Ik had er inmiddels al zoveel over gelezen dat ik mijzelf al een expert acht.

Tinnitus is een ingewikkelde klacht. Het wordt veroorzaakt door gehoorschade, maar het wordt ook veroorzaakt door geen gehoorschade. Tevens kan gehoorschade tinnitusklachten geven, maar gehoorschade kan ook geen tinnitusklachten geven. Zover is de wetenschap al. En dan zijn er nog honderd andere mogelijke oorzaken.

Toch was ik best onder de indruk van wat ik er over gelezen heb. Over hoe het gehoor werkt, hoe het niet dient om spraak te verstaan maar om gevaar te signaleren. Hoe de hersenen kunnen compenseren als er door een verwonding of ontsteking gehoorverlies ontstaat, zodat we toch weten uit welke richting het gevaar komt. En dat de kleine hersenen continue bezig zijn om geluiden te filteren. Is het geluid belangrijk genoeg om door te laten naar de grote hersenen, zodat die kunnen bepalen of er paniek moet ontstaan of dat er niks aan de hand is. Je kunt het je haast niet voorstellen totdat je denkt aan het tikken van de klok dat je alleen hoort als je je er op focust.

Nu kan tinnitus iets te maken hebben met gehoorverlies. Met het loslaten van verbindingen tussen zenuwen en haarcellen. Deze beschadiging schijnt veel sneller op te treden dan de beschadiging van de haarcellen an sich. Bij veel volwassenen is dit het geval. Na het loslaten functioneert de zenuw nog wel. Hij staat als het ware aan, omdat hij snel moet kunnen reageren als er een geluidsignaal door komt. Het geluidsignaal komt niet meer door, maar het aan staan van de zenuw, het stationair draaien ervan, wordt nog wel doorgegeven aan de hersenstam. Omdat het gemiddelde geluid is verminderd, gaat de hersenstam compenseren om het versterkt binnen te krijgen. Dit geluid kan door veel mensen worden waargenomen in een geluidsdichte kamer, waar door het ontbreken van normaal geluid, het gehoor nog beter zijn best gaat doen om geluiden door te krijgen. Het filter belangrijk/onbelangrijk wordt aangescherpt en onbelangrijke boodschappen worden doorgegeven aan de grote hersenen.

Als bovenstaande klopt dan betekent het dat het filter niet goed staat afgesteld bij sommige mensen. Het signaal zou eigenlijk niet doorgegeven moeten worden omdat het onbelangrijk is. Nu wordt dat wel gedaan en raken de grote hersenen van slag door dit bijna niet te negeren geluid. Nu mag ik naar de audioloog. Die zouden kunnen helpen met het aanvaarden. Want kennelijk is het niet de beleefd om de tinnitus te weigeren. Anders zou ik dat doen.

Eerlijk gezegd, nu ik bij de KNO arts ben geweest en heb begrepen dat de oorzaak toch gehoorverlies is en geen andere oor-zaak, en dat ik een van de velen ben waarvoor het niet is op te lossen, is de acceptatie al wat makkelijker. Al leg ik me er nog niet bij neer en lees nog even door.

Een kijkje in mijn hoofd.

Ik was doodongerust. Vanwege die piep in mijn oren. Ik ging naar de dokter, ze probeerde mij gerust te stellen, hetgeen wel even lukte. “ Gaat weer over,” had ze gezegd nadat ze me controleerde. “Het kan een aantal weken duren.” Maar thuis ging ik alweer zitten internet dokteren en zag dingen die niet klopten. Was ze niet te veel overtuigd dat haar diagnose klopte? De symptomen die ik had werden helemaal niet genoemd. En spoelen met zout water, wat is dat voor homeopathie? Moest ik niet onmiddellijk naar een kno-arts?

Ik lag er wakker van. Niet alleen van het gepiep, maar vooral van de toekomst. Moet ik nu echt zo door, de rest van mijn leven? Ik heb wel eens gehoord van mensen die zich lieten euthanaseren om deze reden. Die zullen het toch wel erger hebben gehad? Hoewel? Gaat dit na mijn dood eigenlijk wel weg? Zo gaan mijn gedachten met me aan de haal op het moment van tegenslag.

Ik werd er letterlijk ziek van. Moe, misselijk, koud, gedeprimeerd. Ik werd weer dat slappe kanariepietje op de bank. Ik kon niet voor me zien hoe dit verder moest. Ik zag al voor me dat ik niet meer kon werken en dat ik geen nieuwe baan meer kon vinden. Ik begon weer met bidden, midden in de nacht. Het onze vader, weesgegroetjes, Jezus en Maria.

Maar ik spoelde met zout water. Volgens de huisarts een rotgevoel. Ik vond dat niet. Een piep in je oor, dat is pas een rotgevoel. Bovendien, dat opsnuiven van zout water geeft een kick, net als cocaïne. Maar veel gezonder. En die traanogen erna zijn ook best stoer.

Inmiddels is de piep minder. Hij is er niet meer constant, en hij is meestal wat zachter. Soms nog wel even luider, maar ik raak niet meer in paniek. Ik slaap weer goed. Heeft de dokter waarschijnlijk toch gelijk. Ik schaam mezelf om hoe heftig ik reageer op ongemakken. Veel mensen hebben veel ergere dingen. Die zeuren ook niet zo, angsthaas! Nou ja, dit ben ik. Altijd al geweest.

Pikkedonker

De kroondomeinen zijn gesloten voor publiek, niemand mag erin. Alleen de doorgaande wegen naar Elspeet zijn voor wandelaars en fietsers nog open. Auto’s mogen er niet komen behalve overdag, het eerste stuk. Het irriteert me dan ook mateloos als ik de fiets pak en in het donker toch een auto tegenkom die op zoek is naar wild. Doe ik al die moeite, komt er weer zo’n patjakker. Waar is dan de boswachter?

Ik fiets dus door tot achter de slagboom, waar sowieso geen auto’s mogen komen. Het miezerde zachtjes, en je zag geen hand voor ogen. Het licht van mijn fiets deed het wel maar niet als je stilstond. Ik kon dus een paar meter voor mij kijken maar verder zag ik niets. Wilde zwijnen en wolven zie ik toch liever wat eerder dan op het laatste moment. Toen ik op de Hoge Duvel fietste ging de sage over de bosgeest van de Hoge Duvel door mijn hoofd. Ossaert met zijn vurige klauwen die nietsvermoedende reizigers ’s nachts de stuipen op het lijf jaagt en zijn troep huilende wolven achter je aan stuurt. Haha, wat een onzin. Toch keerde ik daar weer om en was blij dat ik weer het bos uit was. Ik ben verder niet bang uitgevallen maar angst is een slechte raadgever, zeggen ze. Maar ik geloof dat mensen zich niet voor niets laten leiden door angst. Het is niet alsof je in sommige situaties een keuze hebt tussen je verstand en je angst. De angst neemt het gewoon over en dirigeert je het donkere bos uit. Als de wolven achter me aan waren gekomen had ik ook nog moeder Maria aangeroepen. En wie weet wat angst nog meer kan veroorzaken. Zou u alleen de nacht doorbrengen in een huis waarvan ze zeggen dat het er spookt? Ik niet hoor. Terwijl ik weet dat geesten niet bestaan. Tenminste, 99% zeker van niet.

De aarde is rond.

Er is een flinterdunne scheidslijn tussen gek en geniaal. Het komt niet zelden voor dat we iemand eerst geniaal vonden maar later gek. Terwijl de betreffende gek zichzelf intussen nog genialer is gaan vinden! Wij, gewone mensen, kunnen het genie niet meer volgen en verklaren hem gek. Zo zou het kunnen werken. Dat wij gewone mensen, om niet voor gek versleten te worden, steeds teruggrijpen naar de algemeen geldende beginpunten die we kunnen bevatten. Alles wat daarvan afwijkt verklaren we gek, om zelf niet in moeilijkheden te worden gebracht.

Hoe kom ik hier nu weer op? Ik keek wat filmpjes over wat wij noemen, complotdenkers. Ze zijn er in allerlei gradaties. Je hebt de wat eenvoudige complotdenker die uit is op meer aanzien maar er zijn ook mensen genoeg, intelligenter en geleerder dan ik, die eerst “normaal” waren maar waarvan later, zoals ze het zelf zeggen, de ogen opengingen.

In hun ogen zijn wij (de massa) de schaapjes, en in onze ogen zijn zij (de complotdenkers) de gekkies. Ik sta toch een beetje voor een dilemma. Ik was vroeger gek op complotten omdat ze spannend waren en je er een bepaald aanzien mee verwierf. Maar sinds social media neemt het complotdenken, of zoals de complotdenkers het liever noemen, het kritisch denken, massale vormen aan. En ik denk absoluut niet in complotten maar dat is meer omdat ik de veiligheid van de massa opzoek en terug wil naar mijn beginpunt om niet voor gek te worden versleten. Een slechte reden eigenlijk. Want wat is nu die vrijheid wanneer iemand die afwijkt, voor gek wordt verklaard? Want dat is feitelijk wat er gebeurt.

Ik blijf gekte een merkwaardig verschijnsel vinden. Vroeger dacht ik dat ze makkelijk te herkennen waren, de gekken, tong uit hun mond, vrijen met etalagepoppen, maar tegenwoordig zitten er ook ogenschijnlijk doodnormale mensen tussen. Ze zijn intelligenter en geleerder dan ik, maar ik moet ze desondanks toch voor gek verklaren wil ik serieus genomen blijven worden. Ik noem maar wat, de aarde is plat, mij is geleerd dat ze rond is, ik wil me niet verdiepen in de andere bewering omdat die te belachelijk voor woorden is, dus ik verklaar de ander voor gek zonder dat ik persoonlijk heb kunnen constateren dat de aarde rond is. Ja, ik moet toch ergens vanuit kunnen gaan om mee te kunnen draaien in de maatschappij?

Ik moet mezelf dus dwingen om die intelligente en geleerde mensen met afwijkende meningen voor gek te verklaren. Dat vind ik ook best wel weer apart. Nou ja, ik wil mijn baan niet verliezen dus de aarde is rond! Maar als ik financieel onafhankelijk was dan zou ik het nog zo net niet weten.

Vooruitgang is stilstand

Ik las laatst zo’n mooi Engels citaat, dat voor mij ook zo waar is dat ik het even wil delen: “there’s no atheist on a sinking ship.” Voor mij geldt dat in elk geval. 50 jaar leven in een vrije, welvarende democratie kan ook zijn tol eisen. De vooruitgang zit niet stil, zoals de naam al zegt. De ontwikkeling van mijn hersenen door de tijd hebben mijn wereldbeeld compleet anders gemaakt, en niet alleen het mijne. De waarheid is ingewikkeld, zullen we maar zeggen.

De wetenschap heeft mij persoonlijk niet heel veel gebracht, vanaf de tijd dat ik klein was tot nu, of het moet internet zijn. Maar internet is nu juist zo’n voorbeeld dat een ongecompliceerd wereldbeeld compleet om zeep kan helpen. Je kunt natuurlijk zeggen dat het fijn is dat de medische wetenschap zoveel verder is dan 40 jaar terug. Mensen leven daardoor langer maar ook dat is niet zonder nadelen. Ze leven nu zo lang dat ze ziektes ontwikkelen die ze anders nooit zouden hebben gekregen. De aarde zucht en steunt onder al die menselijke druk. Ondertussen wemelt het van de nerds die in hun eigen theoretische wereld leven. Die zo intelligent zijn dat ze de mensen mijden en verzinken in diepe, diepe lagen van Wikipedia om vervolgens hun theoretische gelijk tentoon te spreiden, over een nieuw ontdekt element waarmee ze nooit in hun leven te maken krijgen. Ikzelf haal mijn schouders op over veel technologische vooruitgang. Als ik kijk naar het onderdeel in de technologie dat mij aanspreekt, auto’s, dan zijn ze technisch beter geworden en binnenkort kunnen ze zelf rijden, maar dat wil ik helemaal niet! En mijn Peugeootje zonder ABS systeem gaf me het meeste rijplezier van allemaal. De mobiele telefoon, we kunnen niet meer zonder, maar het gevoel dat iedereen je altijd en overal weet te vinden staat me niet aan. Om niet te spreken van de verdwenen romantiek.

Als ik nu terugga naar het citaat wat ik aanhaalde, vroeger geloofde ik in God. Zo ben ik grootgebracht en zo zit het in mijn systeem. Ik doe er weinig meer mee, maar het was wel handig. Net als dat er meer waarheden handig waren in die tijd. Als mijn moeder iets zei, dan was dat zo, daar hoefde je verder niet over na te denken. Als de onderwijzer iets vertelde, uitstekend, weer iets geleerd. Als men in het dorp zei dat iemand niet helemaal goed was, dan nam je dat aan. Nu zou ik in dat laatste geval zelf willen beoordelen wat ze nu bedoelden met dat iemand niet goed was. Misschien is hij wel te goed en zou ik daar achter komen. Terwijl mijden en voor waar aannemen mij veel minder moeite zou kosten en me waarschijnlijk een evolutionair voordeel zou opleveren.

Het leven in gezondheid en in een vrije, welvarende democratie is ook niet altijd makkelijk, dat wil ik maar zeggen. Daar moet je ook sterk voor in je schoenen staan als je tenminste gelukkig wilt blijven. Zeker als je een gevoelig persoon bent die zich het lot van de wereld aantrekt. Dat raad ik ook ten zeerste af. We zijn toch afhankelijk van grote tech-bedrijven die de koers bepalen. Eigenlijk kun je er geen fuck aan veranderen en moet je erin mee. En als je het niet doet dan ben je die persoon waarvan het dorp zegt: “Die is niet helemaal goed.” En daar schuilt precies de hoop. Er is eigenlijk niets veranderd de afgelopen vijftig jaar.

Verwarring

Er zijn twee zangers die ik altijd door elkaar haal. Als ik de de naam van de ene weet, dan kan ik nooit op de naam van de andere komen. En elke keer als ik de ander dan heb gevonden, ben ik de één weer kwijt. Het zijn alletwee Britse zangers, dat weet ik. Het doet me een beetje denken aan het Pauliverbod. Of nee, aan die andere natuurkundige wet die ik hier altijd mee verwar. Dat je onmogelijk tegelijkertijd de snelheid en de positie van een deeltje kunt weten omdat de meting van de één de ander beïnvloedt. Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg is dat, zocht ik net op. Volgende keer verwar ik dat weer met het Pauliverbod. Als ik dus op de naam van die ene ben gekomen, verdwijnt de naam van de ander. Of andersom. Dat komt door de “meting”.

In elk geval, vanochtend draaiden ze op de radio een nummer van de één. Dat bleek dus Brian Ferry te zijn. Die is van de hit: “Let’s stick together”. Die je dus niet moet verwarren met “Addicted to love” van die andere. Robert Palmer dus. Maar goed, nou ben ik de naam van die eerste alweer kwijt. Dat komt dus door het Heisenbergverbod. Nu niet meer vergeten, Brian Palmer, met Slave to both worlds.

Last man standing

Ik heb de laatste ontslagronde overleefd en ik ben nu letterlijk de laatst overgeblevene van de Nederlandse tak van het bedrijf dat werd overgenomen. Vroeg of laat ben ik zelf aan de beurt. Dat vind ik geen prettig besef, want tenzij er iets gebeurt dat niet te voorzien was (de omvang van een demonstratie bijvoorbeeld) moet ik nog een jaar of 18. Als je vijftig bent moet je eigenlijk op je laatste werkplek zitten, maar ik zit daar duidelijk niet.

Vijftig is, onder arbeiders, oud. Tenzij je echt een topper bent, dan zit je ergens aan de top en zorg je alleen nog dat er geen ondergeschikten aan je stoelpoten zagen. Je zingt het uit en zorgt daarbij goed voor jezelf. Voor mij ligt dat anders. Ik zal nog mijn stinkende best moeten doen, anders wordt er van onder en boven aan mijn stoelpoten gezaagd. In normale en vroegere omstandigheden, zou ik nu langzaam kunnen gaan aftellen, en over een jaar of acht afzwaaien. In de huidige omstandigheden zijn daar om redenen die mij niet duidelijk zijn tien jaar bijgekomen. Ja, er werden natuurlijk wel redenen gegeven door de overheid, maar daar zaten geen geldige bij. Het was niet meer te betalen. Huh? Oké, dat zal dan wel. Dan ga ik niet de straat op om te demonstreren!

Nu moet ik dus onopvallend mijn werk doen. Geen grapjes meer maken in de email naar een groep geadresseerden. Want er zou er eens eentje kunnen denken: hee, die ouwe daar, die denkt dat-ie leuk is, waarom zit hij hier eigenlijk nog? Gewoon lekker met de bazen eens zijn, laten merken dat hun beslissingen van ongekend hoog niveau zijn en af en toe vertellen dat het echt een geweldige uitdaging is om hier te mogen werken. En dan hopen dat je het redt tot aan je pensioen. Een verplicht afscheidscadeau, een speech hoe geweldig je was en opzouten! De vergetelheid in.

Nee, dat zie ik niet zitten. Je moet of vroeg overlijden, of een plan voor de toekomst bedenken. Hmm, een plan voor de toekomst dan maar. Ik ga eens denken. Zal wel weer op niks uitdraaien, mezelf kennende.

De vrije geest

Ik werd aan het denken gezet over het begrip vrije geest. Dit naar aanleiding van iemand die zijn eigen irritante gedrag verwarde met het hebben van een vrije geest. Als iemand aan anderen duidelijk moet maken dat hij een vrije geest heeft, dan weet je eigenlijk al genoeg. Dit is iemand die loopt binnen de gebaande paden van een ter discussie staand visionair.

Vroeger was er een reclame op de radio die een tafereeltje schetste van een jongeman die dwars was op school en waarmee volgens de leraren geen land te bezeilen was. Vervolgens spoorde de reclame het bedrijfsleven aan om zulk talent in dienst te nemen, zonder dat duidelijk werd welk talent precies bedoeld werd. Volgens mij was het een reclame van een opleider. Het viel mij op dat het irritante gedrag in één klap werd uitgelegd als talent, en dat hardwerkende leraren in één klap werden weggezet als brave burgermannen die niets anders konden dan binnen de hokjes denken. De reclame was waarschijnlijk bedoeld om irritante, talentloze jongetjes aan te sporen daar vooral mee door te gaan, en zich aan te melden bij de reclamemakende opleider, hun geld aan hen af te dragen, een flutdiploma te halen en het bedrijfsleven wijs te maken dat daar de echte talenten vandaan kwamen. Of zoals Youp van het Hek zei over Emile Ratelband: ik vind het toch knap dat je een zaal vol boerenlullen met een hondenkop kunt laten zeggen: “ik ben geen boerenlul, en ik heb geen hondenkop.”

Als ik er over nadenk, denk ik wel wat vrije geesten te kennen of gekend te hebben. Ik denk dat met een vrije geest bedoeld wordt iemand die nadenkt over het leven. Die geestelijk onafhankelijk is en die niet overal zijn zegje wil doen of zijn oordeel klaar heeft. Iemand die tevreden is met basisbehoeften en gelukkig wordt van ietsje meer. Iemand die niet ieders goedkeuring nodig heeft om zich zeker te voelen. Als hij zijn mening geeft zal daar veelal om gevraagd zijn. Ik zal mij aangetrokken voelen tot een vrije geest. Tenminste, als mijn omschrijving van de vrije geest klopt natuurlijk. Als toch die boerenlul met die hondenkop in dat zaaltje bedoeld wordt, dan niet.

De grote patstelling

De wereld die we vier weken geleden verlieten zal nooit meer hetzelfde worden. Zoiets hoorde ik zeggen, en het zou mij niet verbazen als het een uitspraak van onze veelgeprezen premier was. En waarschijnlijk heeft hij een punt. Misschien moet er in de toekomst nagedacht worden over wat er hier nu met de wereld gebeurde. Want dat was niet niks. Of toch wel?

Andere epidemieën hebben de wereld ook niet ingrijpend veranderd bij mijn weten. We wisten niet beter, de dood hoorde bij het leven. We waren niet onverschillig maar de acceptatie dat een ramp krachtiger was dan wijzelf, was wijdverbreid. Men steunde elkaar, als je tenminste van dezelfde kerk was en niet teveel uit de pas liep, en na de dood was er immer het hiernamaals. Dat maakte het allemaal zinvoller en makkelijker om te dragen. Je moest verder ook niet nadenken over wat je dan de hele dag ging doen in dat hiernamaals, gewoon het besef dat het er was en dat als je het maar bereikte, was genoeg.

Nu is het lastiger. We moeten anderhalve meter uit elkaar omdat er een virus is dat ons probeert te vernietigen. Nou ja, het virus probeert niks, er is een natuurlijk proces aan de gang. Wij verzetten ons daartegen met maatregelen. Anderhalve meter zal ons op de lange duur ook schaden. Eenzaamheid, afstandelijkheid, verharding, vervreemding. Alles om maar niet in de greep van het virus te komen. De kwantiteit van leven neemt toe, en u raadt het al, de kwaliteit neemt langzaam af.

We hebben aanraking nodig. Het maakt een hormoon in ons vrij dat ons mens maakt. Dit kunnen we niet jaren volhouden. We kunnen ook niet doen alsof er niets aan de hand is, want dan riskeren wij de dood, die tegenwoordig niet meer bij het leven hoort. De dood is een uitzondering en moet ver van ons blijven. Het hiernamaals is veelal weggeredeneerd door geleende en vermeende kennis en door welvaart, dus de dood past lastig ons toekomstplaatje. We zouden kunnen concluderen dat de wereld die we kenden al heel lang geleden is veranderd.

Dat virus gaat niet weg heb ik begrepen, dus zitten we in een patstelling te wachten tot de wetenschap ons een vaccin brengt. We weten niet hoe lang dat duurt. We zijn bereid een jaar van ons leven vast te zitten mits dat vaccin er komt. Ons overlevingsinstinct verzet zich tegen het virus dat ons aantal naar beneden wil brengen. Dat is net zo goed een gegeven. Je kunt niks met de constatering dat er te veel mensen zijn. Die zijn er eenmaal, en ze gaan niet weg door je constatering. Evenmin gaan we niet ons aantal drastisch verminderen, dus we zijn met zeven miljard + en dat aantal neemt, jammer genoeg, nog elke dag toe. En alles wat we leren van deze crisis zal ons sterker maken. Zodat ons aantal nog verder toeneemt, en de toekomstige problemen groter worden. Waarmee onze redding onze nieuwe bedreiging wordt. En we ons nog meer in de nesten werken, hoe dan ook. Vanaf het moment dat de eerste mens op aarde verscheen, was het al gedoemd mis te gaan. De gevolgen van het bestrijden van een catastrofe zijn catastrofaal, van leven ga je dood en lucht stroomt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.

Allemaal dingen waar je je niet gek door moet laten maken. Je kunt alleen iets met geloof, hoop, liefde, humor, en acceptatie. Eigenlijk is het best grappig dat we hier in een uithoek van het reusachtige heelal, waarin zover we weten verder geen leven is, ons druk aan het maken zijn over eventuele problemen die zouden kunnen ontstaan. Een ijsbeer maakt zich er niet druk over dat hij een bedreigde diersoort is. Hij is er en doet wat ijsberen doen, tot hij erbij neervalt. Wij niet, wij gaan ijsberen.