Even in de gaten houden.

Ik zag een jongetje op zijn laatste dag op de basisschool huilend de klas uitlopen, zo in de armen van zijn moeder, die natuurlijk ook stond te grienen. Mijn gedachten dwaalden af naar 1980, toen ik voor de laatste keer de school uit liep, en straal aan het hoofd van school voorbijging, welke mij overigens geheel terecht terugriep om een hand te geven. Dat was het dan. 6 jaar lagere school, op naar de vakantie. Nu duurt de basisschool weliswaar 8 jaar en lopen de emoties wat hoger op, maar toch. Hij was ook niet de enige, het was alsof de grote leider van Noord Korea was gestorven en zijn onderdanen massaal in huilen uitbarstten.

Het ligt niet aan de kinderen hoor. Die kunnen er niks aan doen. Het ligt aan ons, de ouders. We maken overal een drama van tegenwoordig. Als we niet mee mogen doen aan de WK, als het de 17e sterfdag van een ouder is, als de parkiet dood gaat, of als er code geel wordt voorspeld. Mijn ouders waren van een andere generatie, en kinderen waren net iets minder belangrijk dan nu. We waren wel belangrijk, maar net iets minder. Logisch, er waren er ook veel meer vroeger. En we waren stukken lelijker want er waren geen hippe brillen, de kapper kende twee modellen, en onze tanden gingen alle kanten op.

Desondanks, een aandachtspuntje. In elk geval voor de jongens. Er komt ook een tijd dat het land weer verdedigd moet worden.

Caudale Autotomie

Ik kreeg vandaag te maken met een verschijnsel waar ik veertig jaar geleden voor het eerst van hoorde, maar nog nooit had gezien. Een verdedigingssysteem van de natuur, dat precies werkte zoals het bedoeld was. Ik zag een hazelworm en probeerde het beest te pakken. Het beest kronkelt snel weg, maar ik had hem toch. Heel even. Toen had ik alleen zijn staart in mijn hand. Ik realiseerde me binnen een seconde wat er gebeurd was, maar ik was wat in verwarring door het kronkelende staartpuntje wat ik tussen mijn vingers had. Het staartpuntje bewoog met veel kracht in mijn hand en ik moest het goed vasthouden anders zou het uit mijn hand ontsnappen. Over ontsnappen gesproken, van de hazelworm was in drie seconden geen spoor meer te vinden. Ik keek naar het beetje bloed aan mijn vingers en was toch wat verrast. Dat bloed en dat gekronkel had ik niet verwacht, en precies van die verwarring maakte de hazelworm gebruik om te ontsnappen.

Het staartpuntje bleef nog vijf minuten kronkelen, en toen heb ik het maar weggegooid. Thuis zocht ik op Wiki over de hazelworm en zijn staart, en precies wat ik dacht stond beschreven. Dat het beest die twee seconden verwarring nodig had om te ontsnappen. Alleen dat bloed zat me niet lekker. Het beest schijnt zijn staart niet eens zelf af te werpen, maar die zit er gewoon wat zwakjes aan. Spieren trekken samen om overtollig bloedverlies te voorkomen en binnen een paar dagen begint de staart weer aan te groeien. Hij wordt echter niet meer zo lang als dat hij was. Ik zal dus voortaan van de hazelworm afblijven. Van mij had hij sowieso niks te vrezen, en nu is hij zijn staart kwijt. Laat hem dit truukje maar toepassen als hij echt in gevaar is. Het beest schijnt nog beschermd te zijn ook dus, sstt.

Top

Mijn ouders leerden mij dat er geen vanzelfsprekendheden waren in het leven en dat je goed je best moest doen om iets te bereiken. Mij werd bescheidenheid bijgebracht en ik wist dat ik niet al te veel spatjes moest hebben. Zo ben ik afgeleverd, en nu denk ik dus dat het leven je overkomt in plaats van dat het maakbaar is, en dat er inderdaad geen vanzelfsprekendheden zijn. En dus ben ik dankbaar voor het goede dat me overkomt. Dankbaar aan God, deo existe, mijn ouders, en aan de voorzienigheid.

Nu klinkt het allemaal wel leuk, maar je hebt er natuurlijk geen flikker aan allemaal. Het zit je alleen maar in de weg. Zo ben ik intens tevreden met een boterham met kaas, of met een bord spaghetti en een flesje bier. Biefstuk, daar doe je mij geen plezier mee, evenals dure wijn. Ik heb gemerkt dat alles boven de 20 euro steeds beroerder gaat smaken, en dan probeer ik echt eerlijk aan mezelf te blijven. Ik heb wel geleerd, en vroeger geloofde ik dat niet, dat de omgeving en de beleving om maar eens een jeukwoord te gebruiken, ook veel goed of fout aan de smaak kunnen doen. Maar over het algemeen vind ik eten en drinken overdreven. Misschien zelfs wel een beetje respectloos om zo duur gaan zitten vreten ergens.

Zo kan ik ook helemaal niks met het woord ‘top.’ Ik was laatst bij iemand die vond alles top. Nou ja, dat vond hij niet, dat zei hij steeds. Een top stuk vlees, een topwijn, een topgezelschap, alles was top. Bij mij bestaat top alleen in de sport en om het hoogste punt van een berg aan te duiden. Voor de rest kan wijn lekker zijn evenals een gehaktbal, en een gezelschap kan leuk zijn. Maar dan moet er niet eentje tussen lopen die alles top vindt. Want top is top en niet voor de gewone man. Ik heb vanavond nasi gegeten, met twee satéstokjes. Kan godsamme geen topbiefstuk tegenop.

Smeren, kleren en weren.

Smeren, kleren en weren was het devies van een arts van de week op het jeugdjournaal. Hij maakte de kinderen bewust van de sluipmoordenaar die de zon is. Pet op, zonnebril op en volledig bedekt en ingesmeerd de zon in. Zo is het tegenwoordig. Onze huisarts is anders. Die adviseert, 20-30 minuten per dag onbeschermd de zon in. Ik ben als kind zo vaak verbrand, nou ja, ik was wat rood. Trok wel bij.

Gisteren heb ik in de tuin gewerkt. Omdat ik over twee weken in Frankrijk moet zijn voor een vakantie, dacht ik dat ik vast een laagje ultraviolet moest laten zetten. Uiteindelijk ben ik dus uren in de weer geweest, en ja, het was iets te lang. Het is een beetje pijnlijk onder de douche. Maar het voordeel is dat de witte verf er nu af is en ik niet die eerste dagen daar in Frankrijk als een kreeft hoef door te brengen.

Ok, het is niet goed om te verbranden, dat lijkt me duidelijk, maar godsamme, er kan ook helemaal niks meer tegenwoordig. Een keertje verbrand zijn zeg, pff. Mijn overgrootvader zou er allang niet meer moeten zijn als het zo slecht was als ze zeiden.

Modus

Mevrouw Mack’s oude Japanner is niet meer onder ons. Het ding had ongetwijfeld nog jaren meegekund, maar we hadden geen zin meer om er kosten voor te maken. Ze had haar zinnen gezet op een Renault Modus, en na een paar weken zoeken heb ik er vorige week eentje gevonden. Het is een briljant klein autootje. Hij heeft ruimte genoeg voor twee honden in de achterbak, de achterbank is verstelbaar zodat de kinderen ook een zee van ruimte hebben, hij heeft meesturende verlichting in het donker, getint glas, en alles werkt weer. Behalve de airco, maar die wordt bijgevuld. En hij zit niet meer onder de deuken, butsen en krassen. Er is hier iemand de koning te rijk. Het model ziet er alleen niet uit, maar ach, een kniesoor die daar op let. Voor belachelijk weinig geld rijdt ze er weer perfect bij.
modus

Verval

Ik stond in de rij bij de broodjeszaak en naast mij stond een meisje dat er vanaf een meter of vijftig afstand wel aantrekkelijk uit zou kunnen zien. Nu was ze daar iets te dichtbij voor, met haar veel te brede wenkbrauwen en haar blauwe lange nepnagels. Ze riep ook nog eens veel te hard naar haar moeder die aan een tafeltje was gaan zitten, wat of die wilde hebben. Toen ze aan de beurt was blèrde ze naar haar moeder of ze er uien op wilde. Die wilde dat.

In de rij stond ze onophoudelijk op haar telefoon te spelen. Ik kijk ook meestal wel even een keer, zeker als het lang duurt, maar dit hield niet op. Die blauwe nepnagels veegden onafgebroken over het scherm. Wat kan er in hemelsnaam zo belangrijk zijn, vroeg ik me af, en ik spiekte om te kijken of ik er achter kon komen. Ik herkende alleen Facebook en Whatsapp, maar tussendoor ging ze nog naar een aantal schermen. Tot ze weer bij Facebook en Whatsapp uitkwam. Deze jongedame was aan het zoeken of er ergens nog iets gebeurde in haar leven. Maar veel meer dan bij mij was dat niet. Al leek het wel zo.

Pelleboer, de weerman

Wij mensen denken dat wereld is geschapen ten behoeve van ons mensen, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn.

Er was eens een wolf die anders was dan de andere wolven. Andere wolven vonden hem een beetje eng, maar konden er niet goed de vinger op leggen. Op een nacht, toen de wolven naar de maan aan het huilen waren, gebeurde het. De volle maan zorgde ervoor dat de vreemde wolf een gedaanteverandering onderging. Hij kromp ineen van pijn en zijn haren verdwenen langzaam in zijn huid. Zijn gele wolvenogen verloren hun reflecterend vermogen en werden helder blauw. Zijn klauwen leken open te barsten en werden vervangen door vingers. Zijn enorme hoektanden trokken zich terug en zijn hele gebit werd minder puntig. De gedaanteverandering ging gepaard met een enorm gekrijs. De ander wolven stonden doodsangsten uit. Na drie minuten was het hele proces voltooid en de gedaanteverandering was een feit. De wolf was veranderd in een man. Een weerman. En hij voorspelde het weer, tot afgrijzen van de wolven.

Pas als de volle maan weer weg was en de zon tevoorschijn kwam, werd alles weer rustig en werd hij tot grote opluchting van de troep, weer een wolf. Het heeft zich een jaar of dertig geleden afgespeeld, maar nog altijd worden de wolven onrustig bij het horen van de naam Pelleboer. pelleboer

Wat ruist er door het struikgewas?

Wat ruist er door het struikgewas? Het is een eh…
Toon Hermans vroeg het zich ooit af, maar hij kon er niet opkomen. Ik liep vandaag in het bos, en ik hoorde iets ruisen in het struikgewas. Het was vlakbij en ik keek in de richting van het geluid. Het klonk vrij serieus, als klein zoogdier, een rat of iets dergelijks. Maar toen zag ik dat het een slang was. Een enorme, want zo’n grote had ik nog nooit gezien in het wild. Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik alleen de staart zag, want de rest was intussen weg geruist. Maar die staart was indrukwekkend te noemen. Donkergroen, en ik schat zeker drie centimeter dik. Ik dook er snel achteraan, als een Freek Vonk, maar ik zag gelijk al niks meer. Ik keerde nog wat bladeren om, maar het beest was spoorloos. Daar zijn ze meester in. Zich onder de grond verstoppen. De twee honden kwamen nog even mee zoeken, al hadden zij geen idee waar ze naar zochten. Ze zagen mij iets onnatuurlijks doen, en dan zijn ze er als de kippen bij. Het was een ringslang, die kunnen makkelijk meer dan een meter lang worden en zijn ongevaarlijk. Voor een mens dan. Voor een kikker zijn ze levensgevaarlijk. Maar na twee jaar slangloos, nu dan toch weer de terugkeer van de slang op de hei.

Ik lees net alleen wel dat een ringslang ook giftanden heeft.Dat wist ik dan weer niet. En ik zou hem zo gegrepen hebben. Voor de foto dan. De giftanden kan hij echter pas gebruiken als hij een prooi achter in zijn bek heeft, en het gif is bepaald geen cobragif. Maar als ik zeg dat ik achter een gifslang aan dook, dan was daar geen woord aan gelogen.

Nana Mouskouri

Omdat het bedrijf waar ik werk wat kantoorruimte moet afstaan, werd er grote opruiming gehouden. Stiften, bureau’s, computerschermen, laptoptassen en allerlei troep waar ze vanaf moesten. Ik hoefde niks.
Toen ik naar huis ging pikte ik toch snel de cd van Nana Mouskouri mee voor op de terugweg. Only Love vond ik altijd wel een mooi nummer.

Maar mijn hemel, wat is dat slecht zeg! Covers van wereldhits waar werkelijk elke emotie vanaf gezongen wordt. Yesterday van the Beatles gaat er compleet aan. Love me Tender van Elvis, helemaal aan gort gezongen met die dunne stem. And I love you so van Don McLean, kapot! Bridge over Troubled water, schande! Dat dat mag zeg! Hoe heeft dat mens ooit een ster kunnen worden? Ik dacht dat ze kon zingen. Het lijkt echt nergens op.
Dat komt dan bij mij terecht, die CD die zo veelbelovend begon met Only Love. Iedere volwassene was gek op dat nummer, vroeger. Vooral mijn wiskundeleraar.

Het zal wel weer Nederland van de jaren 70 zijn geweest, dat een artiest uit een exotisch land op tv wilde brengen. Zo hebben we ook kennis gemaakt met Ivan Rebroff, een Duitser die deed alsof hij Rus was. Kon allemaal in die tijd. Maar wat viel me die Mouskouri tegen zeg. Pijn aan mijn oren. Why Worry, die heeft ze ook nog naar de kloten geholpen. Misschien had ik mijn dag niet.

Het Wilhelmus

Vroeger, als de dag weer was gedaan, klonk er op de radio om middernacht het Wilhelmus. Het leek de nationale staatsradio wel. Ik had het opgenomen op een bandje. Waarom, dat weet ik niet meer. Ik was 14 jaar. Ik vond het mooi, en ik kon het afspelen wanneer ik wilde.

Toen mijn vader werd geopereerd aan maag/slokdarmkanker in 1984, was ik thuis. Na de operatie zou het weer de goede kant op gaan met hem. De troep in hem zou weggehaald worden en dan zou het klaar zijn. Ik wist hoe laat hij geopereerd zou worden maar niet hoe lang het zou duren. Met mijn magische gedachten bepaalde ik het moment dat ze klaar waren, en hem weer dicht maakten. Ik speelde het Wilhelmus om het lot een handje te helpen. Hij was 100 km verderop, maar nu zou het goede nieuws snel komen.

Ik zat er naast, qua tijdstip en qua afloop. Toen ze hem openmaakten, maakten ze hem ook gelijk weer dicht. Hier was niets meer aan te doen. Op de scan uit 1984 zag het er goed uit, in werkelijkheid zag het er vreselijk uit. Toen mijn vader uit narcose kwam, moet hij het gelijk gemerkt hebben. Hij lag niet aan apparatuur, maar gewoon, aan niks. Dat was het dan. Dat hele kut-Wilhelmus had niks geholpen. Ik heb het nooit meer durven spelen voor geluk. Nu ben ik zo oud dat ik kan glimlachen om mijn vroegere magische gedachten. Maar dat Wilhelmus helpt dus niks. Een andere Willem (van Hanegem) is zelfs van mening dat het ons ongeluk brengt tijdens een wedstrijd. Niet het lied zelf, maar het feit dat voetballers ineens moesten gaan meezingen onder druk van de politiek. Geforceerd en tegennatuurlijk, het hoort niet bij ons. Ik was het natuurlijk met hem eens. Hoe kon ik ook anders.