Gierende banden

Een aantal keren heb ik er al van gedroomd, dat we op vakantie waren en dat het er al op zat. Ik werd dan teleurgesteld wakker en dacht: wat gaat dat toch achterlijk snel! Even later realiseerde ik me dat ik het maar een droom was en zuchtte opgelucht. Maar toch, een nare gewaarwording. Ik moest het even verwerken. Dat ik het vaker gedroomd heb zegt waarschijnlijk iets over hoe ik er naar uitkijk, en over hoe snel die twee weken voorbij gaan.

Maar nu sta ik toch echt aan de vooravond, en ik droom niet. En twee weken gaan snel, dat blijft waar, maar drie weken wordt een stuk duurder, en die zijn uiteindelijk ook zo voorbij. Ik doe het ermee, twee weken is mooi, zeker als je ze nog voor je hebt. En het wordt zo bloedheet dat we het vast spuug en spuugzat zijn over twee weken. Dan rijden we met gierende banden weer naar huis. Maar nu heb ik het nog voor me. We gaan voor het eerst naar dezelfde camping als vorig jaar. Ik meld me vast wel weer in de komende twee weken.

Waar blijft de tijd?

Ik wilde even iets met u delen. Het gaat namelijk om mijn kinderen. Die worden in minder dan geen tijd groot. Veertien en tien zijn ze nu. Het is niet dat ik spijtig terugkijk omdat ik er te weinig bij ben geweest, want dat is niet zo. Ik heb ze bewust meegemaakt en ik heb elk moment bewust beleefd. En dan heb ik het niet eens zo zeer over belangrijke momenten zoals een eindmusical of een zwemdiploma, maar ook over een willekeurige ochtend waarop we opstaan, als we patat haalden, of we aan tafel zaten. Ik ben hun vader en ik heb een uiterst infantiel niveau van grapjes. En dat laatste werkt natuurlijk niet altijd meer bij ze. Ik pas mijn niveau wel aan, maar ik merkte laatst bij jonge kinderen van een collega dat ik weer helemaal in mijn element kwam toen ik hoorde dat ze pizza zouden eten en ik tegen ze zei: oh, spinazie? Dat is lekker! Neehee Pizza! Enz. enz.

Goed, die van mij zijn dus tien en veertien. Hans is al bijna net zo groot als ik. Laatst drong tot me door dat ze niet tot in de eeuwigheid met ons mee op vakantie gaan. Ik schrok. Niet mee op vakantie, en dan? Dan zit ik daar met Linda! De paniek sloeg toe. Ik kalmeerde mezelf door me te realiseren dat het nog wel minimaal vijf jaar duurt voordat ze allebei niet meer meegaan, en als ze een beetje op mij lijken gaan ze nog twintig jaar met ons mee, maar toch. Ze worden ouder en dat heeft ook z’n charmes, maar die koppies toen ze klein waren en ze nog om al mijn grapjes lachten….

De eikelprocessierups

Erger dan de eikenprocessierups is de levensgevaarlijke eikelprocessierups. Vergeleken bij het beetje jeuk dat de eikenprocessierups veroorzaakt en waarvan het hele land in rep en roer raakt, veroorzaakt de eikelprocessierups pas echte schade. In polonaise langs de schacht lopen ze de processie naar boven richting eikel. Daar aangekomen slaan zij hun weerhaken uit en zijn ze alleen nog operatief te verwijderen. Als je niet binnen 24 uur in het ziekenhuis bent, is er geen redden meer aan en moet je voortaan zonder eikel door het leven. Of met een donoreikel, ook niet echt waar je op zit te wachten.

Sorry, maar ik krijg het niet meer uit mijn hoofd. Gisteren liep ik in het bos en zag bomen gemarkeerd met een roodwit lint met daarop het onheilspellende woord “eikenprocessierups”. Dat in combinatie met de dodelijke berichtgeving in de media maken dit in mij los. Ik heb die nesten een paar keer staan bekijken, big deal zeg. Een nest rupsen in een web. Het maakt de rebel in mij los. We hebben weer eens iets in Nederland.

Held

Was ik ooit een held

In iets wat ik heb gedaan

Ben ik ooit bewonderd

Ooit in mijn bestaan

Heb ik een heldendaad verricht

Redde ik een mens het leven?

En deed ik dat heldhaftig

Of meer met angst en beven?

Zijn mijn daden genoteerd

Toch zeker wel die keren

Dat ik in het water sprong

Om het reddend zwemmen aan te leren

Steeds als iemand moest gered

Was iemand mij al voor

Een agent, een brandweerman,

Sean Connery of Roger Moore.

Nee, hooguit geef ik goede raad

Of financieel advies

Het heldendom valt of staat

met balans, winst-en verlies

(kwam ik tegen in een notitieboekje, 2018)

De invloed van Facebook

Facebook is een volkomen nutteloos sociaal medium dat hun gebruikers volledig in hun greep heeft. Dit weet ik al heel lang, dus u hoeft mij er daar niet aan te herinneren of mij dat nog even in te wrijven. Hetzelfde geldt overigens voor Linkedin, alleen daar hebben de gebruikers het nog niet door, dus gaat uw gang. Om Facebook dus een betere plek te maken, doe ik daar vrijwel uitsluitend aan grapjes, niets serieus. Ik vind het leuk als mensen daarom moeten lachen, niets menselijks is mij vreemd.

We kregen van de makelaar een berichtje over dat een kijker had laten weten dat hij meerdere huizen ging bezichtigen en dat hij ons nog liet weten of we nog in de race waren. Prima, maar ergens irriteert me dat. Dus ik had dit op facebook gezet plus de mededeling dat we de kijker hadden laten weten dat onze keuze niet op hem gevallen was. Gewoon een grapje, ik vind het eenmaal leuk om “arrogantie” te bestrijden met eigen deeg.

Een mailtje van de makelaar. Dat de kijker was afgehaakt maar dat we dit zelf blijkbaar al geconcludeerd hadden getuige mijn bericht op Facebook. En dat hij adviseerde om het bericht eraf te halen. Ik had helemaal niks geconcludeerd en de kijker heeft mijn bericht ook niet gezien. Maar ja, nu ben ik dus zwak. Ik heb het bericht eraf gehaald, terwijl dat ingaat tegen mijn principe. Ik had hem dat eigenlijk moeten mailen. Dat hij niet zo veel waarde moet hechten aan deze flauwekul. Dat de invloed ervan nihil is. Dat iets op Facebook 100 keer gedeeld wordt maar 0 keer gekocht. Kortom, bemoei je er niet mee.

Maar nee, ik wil hem niet in het harnas jagen, dus nu gedraag ik me als een mak schaap. Waarschijnlijk als ik een eigen zaak had deed ik ook mee aan die flauwekul.

Vooroordeel

Omdat ik al jaren met de hond dezelfde ronde loop, ken ik ook de mensen die ik dan tegenkom. Zo loopt er vaak in tegenovergestelde richting een vrouw met een Border Collie. Haar hond kijkt meestal niet naar mijn hond om, omdat hij uiterst fanatiek achter een tennisbal aanrent die zij zojuist wegslingerde. Soms liep ik wel eens een stukje met haar mee, maar ze was bijna niet bij te houden, zo stevig liep ze door. Drie keer per dag liep ze die ronde van 2,5 km, vertelde ze. Haar hond deed er zeker 3,5 km over.

Een tijdje terug kwam ik haar tegen en droeg ze een hoofddoek, dat vond ik haar nog leuk staan. Totdat ik zag dat haar gezicht wel erg bleekjes was. Ze vertelde me dat ze borstkanker had, maar dat de prognoses goed waren. De eerste maanden van dit jaar kwam ik haar vaak tegen, zij altijd met hoofddoek, maar onverminderd snel. Totdat ik een poosje terug een man tegen kwam met haar hond. Ik dacht, oh jee. De dag erop kwam ik een op haar lijkende vrouw tegen met haar hond. Dat moest haar oudere zus zijn. Ik dacht, zal ik het vragen, maar ik deed het niet. Ik vreesde dat er iets ernstigs was, maar het kon natuurlijk zijn dat ze tijdelijk in het ziekenhuis lag en iemand met haar hond moest lopen.

Twee weken geleden kwam ik haar weer tegen. Zonder hoofddoek en met heel kort haar. Ik vroeg haar hoe het was, en het ging goed met haar. Ze vertelde me wat haar nog te wachten stond, maar dat ze het ergste had gehad. Vanochtend kwam ik haar weer tegen. Haar haar weer ietsje langer, en monter als altijd. Een bocht later kwam ik vreemd genoeg haar zus ook tegen, met haar hond! Terwijl zijzelf ook met haar hond liep, driehonderd meter terug. Ik realiseerde me dat hier iets niet klopte en moest concluderen dat haar zus een gewone mevrouw was en dat haar hond een andere Border Collie was. In mijn gedachten had ze al op het randje gezweefd. Ik had me al ernstig zorgen gemaakt, op basis van mijn eigen foutieve conclusies.

De moraal van dit verhaal, tegenwoordig moet je 1+1 grondig narekenen.

Luuk de Jong

2014-2015 was het eerste seizoen dat Hans en ik samen de wedstrijden van PSV volgden. Het was zijn eerste jaar als PSV-er en ik had hem beloofd dat PSV dat jaar kampioen zou worden. Dat was niet heel erg riskant want Depay was erbij. Maar ook Luuk de Jong. Halverwege lag PSV al op kampioenskoers met een maximale voorsprong van 17 punten op de nummer twee. Depay werd topscorer, Luuk werd de nummer twee.

Luuk groeide uit tot een vaste en belangrijke waarde binnen PSV, en waarschijnlijk was hij de speler met de grootste inzet. Hij had er een moeilijk seizoen tussen, waarin het eerder regel was dat hij miste dan dat hij scoorde. Echter, door zijn inzet kwamen anderen aan scoren toe dus liet de trainer hem staan, ondanks zijn slechte seizoen. Slechts één of twee keer moest hij op de bank beginnen. En toen hij na vele wedstrijden droog staan weer eens scoorde, veerde het hele stadion op.

Afgelopen jaar werd hij topscorer, ik noemde dit gisteren ergens op een feestje omdat hij een buitenlandse transfer kon maken. Ik merkte dat ik nog steeds niet van mijn Ajax trauma af ben doordat een Ajacied gelijk het woord “gedeeld” liet vallen en doelpunt van Luuk uiterst dubieus noemde, volgens hem was het niet door Luuk was gemaakt. Ik voelde gelijk de haat weer opkomen, ik vrees dat het nooit meer goedkomt met mijn gevoelens jegens deze successupporters. Desondanks hield ik mijn mond.

Nu gaat Luuk weg. Naar Sevilla. Voor het luttele bedrag van 15 miljoen. Geen wereldbedrag, geen wereldclub, maar Luuk is dan ook een beperkte speler die al 28 is. Zijn kopballen, zijn inzet en zijn kaatsen zijn zijn sterkste wapens. Het doet mij pijn, de aanvoerder te zien vertrekken. Deze man die ik jarenlang na elke wedstrijd geïnterviewd zag worden, en die vaak het boetekleed over de ploeg spreidde. Een verliespartij deed net iets minder pijn als Luuk achteraf vertelde wat er aan schortte.

Nu moeten Hans en ik PSV volgen zonder Luuk. Hans staat nog met hem op een mislukte foto, mijn schuld, ik durfde door de rij wachtenden niet te zeggen dat de foto te donker was, maar Hans heeft zijn PSV shirt met zijn naam en rugnummer nog. Het zal inmiddels te klein zijn, maar hij zal het bewaren. Luuk is voor ons de eerste vertrekkende PSV-er die ons achterlaat met pijn in onze harten. Bedankt voor de mooie seizoenen en voor het sleeptouw als het minder ging.

Vrouwenvoetbal

Ik heb er nog niet veel mee. Ik zeg “nog”, want dat is een kwestie van tijd, ik ben namelijk altijd wat laat met mijn ontdekkingen. Ik ergerde me altijd al aan vrouwelijke voetbalfans. Ten eerste zijn ze altijd voor Ajax, en ten tweede hadden ze het altijd over mooie mannenbenen. Daar kon ik dus niet mee over voetbal praten.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Ik zit net Amerika-Frankrijk te kijken, de eerste wedstrijd in het damesvoetbal die ik in z’n geheel zie, op wat wedstrijden van mijn dochter in het verleden na. Maar nu snap ik ineens wat die vrouwelijke fans bedoelden. Ik zit nu ook te letten op het uiterlijke schoon van de dames. Ik heb er zowel bij de Amerikanen als bij de Fransen wel een paar zien rond lopen. Amel Majri en Alex Morgan, dat vond ik wel wat. Natuurlijk waren Renard en Rapinoe beter, maar hallo zeg, daarvoor kijk ik niet naar voetbal.

Nou ja, volgens mijn eigen regels mag ik verder niks van het niveau vinden.

Aan de heer en mevrouw Timmermans.

Zo ongeveer een keer per jaar gaan we een keer uit eten met mijn ex-collega en zijn charmante vrouw, de heer en mevrouw Timmermans. De ene keer in Veenendaal, de andere keer in Apeldoorn. Nu was het Veenendaal en kiezen zij het restaurant uit. Deze keer werd het hippe shit, een Tapas restaurant. Ik werd er een beetje angstig van.

En ja hoor, allemaal jonge, hippe mensen in de knop van hun leven en een vreselijk ingewikkelde bediening. Er golden zelfs regels. Die gaat de serveerster dan uitleggen en vervolgens vraagt ze of je het begrepen hebt. Maar ik begrijp nog meer van geplastificeerde microbiotopen. Eigenlijk is het helemaal niks voor mij zo’n Tapas restaurant. (Tapas betekent trouwens hapjes) Ik ben er ooit een keer geweest, en toen was ik al weer genezen met hun Corona en gebakken kippenlever. Maar ja, dit werd voorgesteld, mijn vrouw was erg enthousiast en ik wilde niet de spelbreker zijn, maar het is helemaal niks voor mij. De tapas zelf waren uitstekend hoor, daar niet van, maar ik moest zes keer opnieuw op de kaart kijken, dat vind ik juist het allermoeilijkste aan een restaurant, een keuze maken. Dan stond er ook nog een serveerster de bestelling op te nemen met zo’n getraind vriendelijk gezicht waar ik zo doorheen kijk. Ze haatte ons in het echt. Of in elk geval mij.

De regels waren onder andere dat je per ronde maar maximaal drie gerechten mocht bestellen, waarvan hooguit één dessert. Ik heb nog nooit zo’n debiele regel gehoord. En wat ook nog op de kaart stond was dat je het moest opeten want bij verspilling werd er een euro in rekening gebracht. Dan komt mijn innerlijk protestproces op gang en gooi ik alle bakjes in gedachten leeg op de vloer. Zo, dat was heerlijk mevrouw de serveerster! Volgende keer gaan we weer naar de Chinees hoor, meneer en mevrouw Timmermans!

Weerpraatje.

Er komen weer warme dagen aan. Heel warm. Met gemak wordt de dertig graden bereikt. Op zich niks bijzonders. Maar niks bijzonders, daar houden we niet van in Nederland, daar scoor je niet mee. Dus elke keer als het warm wordt dan worden de weerrecords uit de kast gehaald. Het warmterecord sneuvelt elk jaar op de commerciële media, alleen de werkelijkheid zit er meestal ruimschoots onder. 38,6 graden is de hoogste temperatuur ooit in Nederland gemeten, en dat is meer dan zeventig jaar geleden.

Ook nu weer worden er temperatuurgrafieken gemaakt die stijgen tot 41 graden volgende week. En deze worden ook weer massaal gedeeld op social media. Het doel van de maker is weer bereikt, die zet alles drie graden hoger dan de echte verwachting, het land is in rep en roer, en het aantal pageviews en daarmee de inkomsten zijn weer veilig gesteld.

Elke keer blijf ik me verbazen over het aantal mensen dat dergelijke statussen deelt. Zij moeten wel oerstom zijn, niks bij willen leren, of simpelweg ook graag wat meer aandacht voor hun persoontje willen vergaren. En zeker met het huidige thema klimaatverandering scoort deze stemmingmakerij uitstekend.

Dat het warm wordt, ja. In de heetste berekeningen wordt de 38 graden bereikt in het zuidoosten. Dat betekent dat het in De Bilt in de praktijk zo’n 32 graden wordt. Dat is al warm zat. Maar het record uit 1944 blijft nog even staan.