Luis in de pels

Wat ik een mooi verschijnsel vind is de veranderlijkheid van de mens. Vind het niet echt mooi natuurlijk, maar zo zeg je dat nu eenmaal. Net als dat je soms aangeeft dat je iets grappig vindt. “Grappig dat je dat zegt,” terwijl iedereen ook wel snapt dat je je kapot ergert. Nee, liever zie ik juist standvastige mensen in alle omstandigheden, maar dat ras lijkt uitgestorven. Logisch ook, neem het voorbeeld van Petrus en de haan die drie keer kraaide. Zou Petrus standvastig geweest zijn, was hij ter plekke gelyncht, terwijl hij nu door te draaien zijn hachje redde.

Maar goed, het gaat tegenwoordig helemaal niet meer om levensgevaar maar om opgeblazen ego’s. Die kunnen schreeuwen en blazen en sissen, de ene dag dit, de andere dat. Ze hebben niet door dat er ook mensen om hen heen zijn die wel iets onthouden, ik dus, en ook niet te beroerd om ze eraan te herinneren. Een collega heeft een BMW die binnenkort uit het leasecontract loopt. Toen dat nog niet aan de orde was, had hij een hekel aan Mercedes. Logisch, Mercedes en BMW zijn rivalen. Nu Mercedes een goede aanbieding heeft (veel vermogen, weinig bijtelling) is hij toch maar eens gaan kijken. En geheel volgens mijn verwachting viel het niet tegen. Iemand die dat zegt meent dan ook dat hij een geloofwaardig oordeel kan vellen. Terwijl in zijn hoofd de beslissing al direct was gemaakt na het horen van het bijtellingspercentage. Waarschijnlijk gaat deze man lang leven. In elk geval zal hij niet gedood worden om zijn standvastigheid. Een blad aan een boom, zijn vestje waait in de richting van de wind, maar ondanks dat zijn er weinig mensen die hem op zijn nummer durven zetten.

Gelukkig ben ik er altijd nog met mijn geheugen voor uitspraken van mensen.

Verstappen II

Eénentwintig jaar geleden debuteerde Jos Verstappen in de Formule 1. Ik was F1 fan en zat voor de televisie. De eerste en de tweede race crashte hij en in de derde stond hij langs de kant omdat de man die hij verving weer hersteld was van een gebroken nek. Helaas, die derde race werd een zwart F1 weekend waarin twee coureurs verongelukten, Senna en Ratzenberger. Schumacher werd op het nippertje wereldkampioen, op de hielen gezeten door Damon Hill, die enigszins werd geholpen door een eerdere schorsing van Schumacher. Tot op de dag van vandaag wordt getwijfeld aan er eerlijkheid van dat eerste kampioenschap van Schumacher. Zijn auto zou verboden doping (tractiecontrole) hebben gebruikt. Senna is er niet meer, met Schumacher gaat het niet al te best en Verstappen is ondanks alles Nederlands meest succesvolle F1 coureur tot nu toe.

Schumacher en Verstappen maakten elkaar niet veel qua talent, maar toch werd Schumacher zeven keer wereldkampioen en Verstappen stond avonden aan een kart te werken voor zijn zoon, Max. Max is de zoon van racer Jos en van racer Sophie, en heeft de racegenen van beide ouders in zijn bloed. Max is de jongste F1 coureur ooit die de F1 gaat rijden. 17 jaar is hij pas maar hij heeft nooit anders gedaan dan karten en racen. De verwachtingen zijn zeer hoog gespannen en de wereld kijkt naar hem. De krant vergeleek zijn talent al met dat van Senna…

Zo’n fan als ik was zal ik niet meer worden. Een bonkend hart bij de start en vroeg opstaan om de races te kunnen zien, ik zie het niet meer gebeuren. Maar het ontroert me wel dat dit staat te gebeuren. De zoon van mijn vroegere held Jos staat op het punt zijn vader vér te gaan overtreffen. Ik hoop dat hij het goed gaat doen. Ik hoop dat hij het uitzonderlijk goed gaat doen. En ik wou dat de F1 weer iets van de magie van vroeger terug kon krijgen. Iets minder races in het land van rijke oliesjeiks en meer in Europa en Amerika. En dat de uitzendrechten terugkomen bij een zender die ik kan zien. Maar dat laatste is ijdele hoop. Als John de Mol c.s. eenmaal iets gekaapt heeft is het voorgoed weg.

Eindelijk.

16 juni 2008, toen stond op nu.nl het bericht dat er in de Bondsrepubliek weer wolven leefden. Ik vond het fantastisch nieuws waarover ik dan ook schreef op mijn weblog. Op 17 september van dat jaar schreef ik er weer over. Ze zaten toen nog maar 400 kilometer van Enschede. Daarna duurde het drie jaar voordat de wolf in Nederland zijn intrede deed. Hij werd in het Gelderse Duiven en Loenen gezien. Echter, daar was geen goed beeldmateriaal van, dus werd het niet erkend door de stichting Wolven in Nederland. Toen was het op 9 juli 2013 raak. Een heuse wolf werd gevonden in Luttelgeest, een dorpje in de Noordoostpolder. Later bleek het beest er neergelegd te zijn door een paar dronken Polen die waarschijnlijk de schik van hun leven hebben gehad. Op 11 november van dat jaar liet ik de droom maar varen. Echter, begin 2014 was er alweer een waarneming in Ootmarsum, vlak bij de grens met Duitsland.

Maar nu, vandaag, 7 maart 2015 is hij er dan eindelijk toch. In het Drentse Noord-Sleen, vlak onder onze vakantieplek van vorige week, is er een gesignaleerd en gefotografeerd. Later werd hij in Wezup, bij westerbork gezien.
wolf wezup

Na 150 jaar is hij weer terug. Het is een belangrijke dag voor het mooie en lege Drenthe. En voor Nederland. Onderschat hem niet, de wolf. Het beest is oersterk en wat ze u ook wijsmaken, hij kan levensgevaarlijk zijn. Wee degene die hem tart. Dat ik dit meemaak vind ik een voorrecht. Ik hoop dat ik er ooit een spot. En dat de volgende ijstijd zich snel aandient. Of draaf ik nu door?

Veel te vroeg…

Woensdagmiddag is hier in de buurt het lichaam van een jong meisje aangetroffen. Ze speelde verstoppertje met een paar andere kinderen vlak bij de school. Het lichaam werd veel te vroeg in gehurkte houding achter een auto ontdekt door de zoeker die haar gelijk buutte bij de pot. Het lichaam van het meisje bewoog volkomen normaal en op eigen kracht. Later werd de hele pot nog vrijgebuut door een ander lichaam, dat niet werd aangetroffen.

Het was de bedoeling u even op het verkeerde been te zetten met die eerste zin. Ik kwam er op doordat ik gisteren op de radio hoorde dat er een lichaam was gevonden. Ik dacht nog: Ja? Krijg ik nog te horen of het een dood of een levend lichaam is? De kwaliteit van de radio laat overigens toch te wensen over. Ik heb in de auto meestal radio 1 aan staan voor het radio 1 journaal, en soms zijn er ook andere interessante programma’s. Maar soms is het er ook niet te harden en klik ik op knopje twee, van radio 2. Radio 2 is ook prima, ik hoorde “Somebody to Love” van Queen, maar daarna was het een of ander dramanummer uit de top 40 van vroeger. Dus ik ga naar drie waar de onvermijdelijke Chiel Beelen zit. Ik ga naar vier, ik geloof Q-music. Een DJ en een vrouwelijke side-kick zaten daar gezellig te keuvelen met elkaar over iets wat mij totaal niet interesseerde en ik zapte door naar vijf. 538 geloof ik. Pokkeherrie, laatste kans, nummer zes. Pokkeherrie, door naar één.

Ik heb de radio maar uitgezet. Vroeger vond ik het geweldig als Curry en van Inkel hun show opvoerden. Later nog geweldiger als Jeroen van Inkel zijn ochtendshow op vrijdag deed. Ik heb zelfs nog een tijd naar Edwin Evers geluisterd, een jaar of tien terug. Maar ik ben het allemaal ontgroeid, het duurt vast niet lang meer of ik programmeer Classic FM op mijn autoradio.

Heb ik nu een logje geschreven? En zo ja, hoe moet ik het noemen, want waar gaat het over? Nergens over. Ik moet nog een titel verzinnen want die staat er op dit moment nog niet boven. Het moet natuurlijk wel een titel zijn die meehelpt u op het verkeerde been te zetten, en niet één die de flauwe lading van dit verhaal dekt. Dus ja, misschien bent u wel geschrokken. Dat was in elk geval nergens voor nodig. Benieuwd met welke titel ik zo meteen op de proppen kom.

Fernweh

Je bent nauwelijks een weekje weggeweest en amper 150 km van huis, toch is dat genoeg om je dat licht trieste gevoel te geven als je weer wegrijdt. Fernweh heet dat in goed Duits. Ik keek nog eenmaal om naar het afgelegen huis met de paardenstal waar wij deze voorjaarsvakantie doorbrachten. Mijn zoontje zat naast mij, mijn dochtertje zat bij Linda in de auto. Ja, als we naar Zuid-Frankrijk gaan, gaan we gewoon met één auto hoor, maar de hond moest mee dus de kofferruimte zat al vol.

Ik heb onder andere last van heimwee. Zeker als ik alleen weg ben speelt het op. Met mijn gezin erbij heb ik er geen last van, maar zij zijn waarschijnlijk meer mijn heim dan dat ons huis mijn heim is. Verder heb ik nog last van melancholie, dat is een verlangen naar vroegere situaties. Het zal sommigen die mijn blog volgen bekend voorkomen. Ook depressies en paniekaanvallen zijn mij niet vreemd, en dus ben ik blij ben dat ik soms bij de apotheek alleen een potje maagzuurremmers hoef te hebben. Gewoon een ouderwetse lichamelijke klacht, heerlijk.

Over lichamelijke klachten gesproken, die einden met de hond lopen! Geen gedoe met poepzakjes, hond kan gewoon los mee, en je loopt een uur zonder iemand tegen te komen. In het begin is het nog koud, maar naarmate je verder loopt voel je je onderdeel worden van het landschap, alsof je een hunebeddenbouwer uit de oudheid bent. Kilometers heb ik gelopen, ik schat toch zeker 50. Ik tilde de hond de steile trap op, ik nam mijn dochter op mijn nek als ze moe was, ik zwom, ik bowlde, en dat allemaal met een rug die vorig jaar om deze tijd nog behandeld werd voor een hernia.

En ’s avonds als ik de hond uit liet, door het donker, was boven mij een sterrenhemel zoals je zelden meer ziet. Het enige dat er aan ontbrak was dat ik een vliegende schotel zag, maar die zullen er ’s zomers wel zijn, om graancirkels te maken. Ik ga het zeker missen, dat gevoel van de prehistorie in Drenthe. Een prachtige leegte, een indrukwekkende sprong terug in de tijd. Van melancholie had ik hier in elk geval geen last.

Stug

Vanochtend kwam ik een Drentse tegen die vier honden liep uit te laten. Ik kon daar slechts één hond tegenoverstellen maar we raakten even aan de praat. Van een afstand riep ze al “moi” zoals kennelijk iedereen dat doet hier. Het mens zag eruit of ze nooit verder dan Borger was geweest, maar was uiterst vriendelijk en afstandelijk tegelijk. Of ik ook uit Bronnegerveen kwam, vroeg ze. Bronnegerveen heeft 90 inwoners en zij zag eruit alsof ze er al zestig jaar woonde, dus ze kon het niet serieus menen. Ik legde uit dat we slechts op vakantie waren. Ze zei dat er hier niets te doen was, behalve ’s zomers in Borger, maar daar kwam ze ’s zomers niet. Ik legde uit dat niks ook precies was wat we kwamen doen.

’s Middags zijn we de grens over geglipt en kwamen we in Stadskanaal. Ik moest soms hard lachen om Bert Visscher die een Groninger nadeed, maar ik kreeg nu pas door dat hij helemaal geen grap maakt maar gewoon letterlijk zegt wat hij hoort. “Dan ken ze mai nog nait,” hoorde ik een vlot uitziend meisje naast me zeggen. De (oudere) mannen hebben een hoog Jannes van der Wal gehalte, ik zou geen partijtje dammen tegen ze aandurven uit angst dat ze familie zijn van. Maar vriendelijk, ja, dat zijn ze wel in tegenstelling tot het stugge imago dat ze hebben. Misschien ben ik ongevoelig voor stug.

Moj.

Vaak maak ik mij zorgen over de richting waarin Nederland verdwijnt in mijn hoofd. Het is geen prettige richting, het is de kant op van de overbevolking, de onverdraagzaamheid, de criminaliteit en de overspannenheid. Maar ik weet nu hoe dat komt. Ik laat mij teveel leiden door de krant en het journaal. En die berichten niet over een gehucht in Drenthe, waar ik mij nu bevind. Het is hier voornamelijk leeg. Zo leeg dat ik mij verbaas. Kijk ik uit het raam dan zie ik het eerst volgende huis pas een kilometer verderop. De weg langs dit huis laat per dag hooguit 10 auto’s passeren. En toen ik vanochtend met de hond liep, liep ik meer dan een uur zonder ook maar één iemand tegen te komen. En de twee keer dat ik dit weekend iemand tegenkwam groetten die mij met “moj” wat Drents schijnt te zijn voor hallo.

BronnegerveenIk moet twee dorpen verder zijn voor je een boodschap kunt doen, want winkels zijn er hier niet. Ik verbaas mij eerlijk gezegd dat ik hier gewoon een stekker in het stopcontact kan stoppen en dat er stromend water uit de kraan komt. Zoals u ziet is er hier zelfs internet. Ik vind het hier schitterend, zelfs de drassige akkers. Hoe mooi moet het hier ’s zomers zijn? Wij hebben paarden, katten en een konijn om te verzorgen, en ik heb mijn laarzen meegenomen. Lekker in de modder baggeren, wat moet het leven fijn zijn als je een scharrelvarken bent. En ’s nachts is het hier aardedonker. Geen wonder dat ze hier de sterrenwachten in de buurt hebben gebouwd, al schijnen die radiotelescopen dwars door bewolking heen te kunnen kijken. De mensen die hier normaal wonen zijn op wintersport en komen ook uit de bewoonde wereld. Zij namen de stap, kochten hier een huis en zochten hier werk. Want dat is wel noodzakelijk, dat je je werk in de buurt hebt want de Randstad is ver weg. Zelfs Amersfoort, waar ik werk, is ruim een uur rijden. Maar je krijgt er wel wat voor terug, zo schijnt het. Ruimte, stilte en gezondheid en beweging. Tenzij iedereen naar Drenthe gaat, dan natuurlijk niet meer. Maar wat een mooi stuk Nederland. Ik was het even vergeten.

Audi

Als je iedereen over een kam scheert, dan doe je dat meestal omdat een opvallende groep zich gedraagt volgens jouw voorspellingen en je verzuimt te vermelden dat er ook een onopvallende groep is die zich wel gedraagt. Dit gezegd hebbende, ik heb het totaal gehad met Audi rijders! Hoe vaak gedragen zij zich niet als horken? Vanavond probeert een auto mij rechts voorbij te komen om voor mij in te voegen. Merk? Audi. Type? De A4 avant netniet. Ik gaf wat extra gas zodat het gat kleiner werd en dat was afdoende. De Audi haalde daarop de auto vóór mij rechts in en drukte hem daar in het gat. Aan het geslinger van de auto voor mij zag ik dat die het er niet mee eens was. Nadat de Audi de vrachtwagen die zijn rijbaan blokkeerde had ingehaald, ging hij weer naar rechts. Maar bij de volgende vrachtwagen dreigde hij zich weer in het in het gat voor mij te drukken en ik maakte het gat weer kleiner. Hij drukte echter door, voor mij een prachtige gelegenheid om eens boven op mijn claxon te gaan staan. Dat voelt best lekker, die toeter eens even een paar seconden flink te laten klinken. De berijder schrok denk ik want hij kwam niet helemaal naar links. Op dat moment ging het voor de Audi vol op de rem. Dus iedereen, inclusief ik, beleefde een hachelijk moment. De Audi durfde niet terug naar rechts omdat hij natuurlijk geen idee had wat er rechts van hem zat. Dus half op de linker- en half op de rechterrijbaan maakte hij zijn remactie. Ik heb geen idee wat er in dergelijke bestuurders is gevaren. Maar op een of andere manier moeten ze het idee hebben dat ze belangrijker zijn dan anderen. Daarom mogen ze ook over de vluchtstrook als anderen in de file staan te wachten. Pleuris.

Schouderklopje voor mij

Hans heeft moeite met het verlies van zijn vriendje. Hij krijgt op school wat extra aandacht van een juf maar dat verhindert niet dat zodra hij naar bed moet hij het moeilijk krijgt. Hij zegt dan in tranen dat hij Luc mist. En dat is ook zo, maar hij is ook bang geworden van deze trieste gebeurtenis. Bang dat er bij ons iemand doodgaat. Ik vertel hem dan dat het ook heel erg is wat er gebeurd is en dat het logisch is dat hij verdriet heeft. Dat het heel erg is, maar het ergst voor de ouders van Luc. Waarop hij opmerkte dat ik bijna nooit verdrietig ben. Ik liet het maar zo. Ik weet uit eigen ervaring dat het prima is als een kind zo naar z’n vader kijkt.

Ik legde hem uit dat de meeste mensen pas dood gaan als ze ongeveer 80 zijn en dat wat er met Luc gebeurd is heel weinig voorkomt. Hans had het erover dat mensen toch carnaval gingen vieren ondanks dit. “Jij zou toch geen feest gaan vieren als ik dood was gegaan,” vroeg Hans. Nee natuurlijk niet Hans, ben je gek zeg! Ik hou sowieso al niet van feest vieren, en ik imiteerde een paar hossende carnavalsvierders. Hans schoot in de lach dus ik deed er nog een schepje boven op. Polonaise, Arie Ribbens en alles waar ik mij niet aan kan overgeven deed ik na. Hans lachte. Ik vroeg of hij in mijn bed wilde slapen, mama zou ook vroeg naar bed gaan. Niet veel later sliep hij al.

Optocht

Ik had al nooit iets met carnaval, maar dit jaar geneer ik me. Dat heeft alles te maken met de dood van het jongetje dat op school zat bij mijn kinderen. Met een beetje pech komt de optocht nog langs zijn huis, of in elk geval akelig dicht in de buurt. Voor het eerst sinds mijn vader overleed kijk ik weer verbaasd naar de rest van de wereld, die gewoon door draait. Het was destijds heel vreemd om te zien dat de melkboer gewoon door de straat reed, alsof er zojuist geen drama was gebeurd. En nu kijk ik met verbazing naar de wereld, die onwetend is van het verdriet dat zich in Vaassen afspeelde. Ik luister naar de radio en zet hem af en toe maar uit als het te jolig wordt.

Ik heb dit kennelijk nog niet meegemaakt, dat een vrolijk en gezond kind ineens uit het leven wordt gehaald. Ik kende de jongen nauwelijks, maar het raakt me meer dan bekende volwassenen die mij ontvielen. Dan was alleen het afscheid echt verdrietig, maar nu ben ik de hele week al triestig. Woensdag in de auto liet ik m’n tranen maar de vrije loop nadat ik mijn kinderen naar school had gebracht en nog even langs de foto van Luc was gelopen.

Ik realiseer mij heel goed dat iedereen zijn verdriet anders beleeft. Ik kan er eenmaal slecht mee omgaan. En inmiddels snap ik ook dat de wereld door hoort te draaien, die kan niet wachten op elke dode die er te betreuren is. Ik begrijp zelfs dat carnaval in het zuiden groter is dan de ellende van het individu. En zo moet het ook zijn. De dood spaart uiteindelijk niemand, dus waarom zou de wereld wachten op een eenling? Omdat die toevallig pas negen was? Dagelijks gaan er miljoenen kinderen dood. De wereld kan niet wachten, en daarom gun ik de mensen die het vieren hun carnaval, maar het zou toch mooi zijn als de optocht een ontwijkend gebaar maakte.