In januari 1990 liet ik ‘s avonds de hond uit. Een kruising Rottweiler x Duitse herder, het was onze eerste hond. Het stormde behoorlijk, windkracht 12, en ik zag de bomen vervaarlijk ver buigen. De hond was een flinke dus die waaide niet weg. De volgende dag bleek de plaatselijke tennishal wel te zijn weggewaaid en het dak bij de fietsenmaker was ook door de wind verwoest. Dat was de plaatselijke schade, want landelijk waren er uit mijn hoofd 19 doden gevallen. Daarna is het KNMI begonnen met de codes voor gevaarlijke weersomstandigheden.
Ik hoor net dat er voor morgen in het oosten, dat begint hier in Vaassen, code geel is afgegeven vanwege de kou. Het wordt geloof ik min twee, maar de gevoelstemperatuur kan min 15 zijn. Ik vind altijd wat van dit soort waarschuwingen omdat ik denk dat er iets goed mis is met de bevolking. Zij moet wel ernstig ziek zijn, want min twee kan ze kennelijk niet meer aan.
Nu maakt een oud klasgenoot, tegenwoordig aardrijkskundedocent, mij net duidelijk dat die waarschuwingen bedoeld zijn voor leerlingen. Die schijnen niet door te hebben dat -2 met koude wind koud aan kan voelen, en komen gewoon in t-shirt naar school. En ik moet toegeven dat ik mijn dochter ook wel eens met een bloot randje naar school zie gaan, en mijn zoon loopt ook altijd in korte broek. Zijn zij nu bikkels of zijn ze stom? Ik weet het niet, ik ben geneigd te zeggen dat ze het allebei zijn. Ik weet wel dat ik een hekel heb aan kou, dus ik heb mijn handschoenen, sjaal en muts vast klaargelegd. Ik heb daar geen weerswaarschuwing voor nodig.