Ik reed vanavond terug van een cursus en had op de heenweg al gezien dat mijn auto op 25 kilometer na bij de 100.000 km grens was. Ik realiseerde me ineens dat ik morgen een afspraak heb bij de garage om de hoek, dus ik reed daar heen om hem er vast neer te zetten. Toen ik er was stond de teller op 99.999 en ik zette de motor af. Maar toen dacht ik: "wat nu als die jongens morgen een proefritje maken en ik mis de 100.000 km stand?" Nee, dat zou toch niet kunnen? Dat is net zoiets als de verjaardag van je vrouw vergeten. Ik heb er een kilometer bijgereden en hem daar geparkeerd op precies 100.000 km. Ja, dat voelde echt een stuk beter.
Pre-scan
Mensen, ik had me toch een lel van een logje geschreven over de verkiezingen! Het heeft precies drie minuten on-line gestaan want ik wil u er uiteindelijk toch niet mee vermoeien. Iedereen snapt zelf wel op wie hij gestemd heeft en waarom. Bovendien, er zijn zoveel belangrijkere dingen. Zoals vanochtend, een advertentie in de krant. Ik zie een foto van een blij kijkende John de Wolf die verkondigde dat hij nu wist dat hij helemaal gezond was. Dankzij pre-scan van € 895,-
Als mij iets tegen de borst stuit, is het wel het fenomeen pre-scan. Nog niet ééns omdat het alleen voor mensen met geld toegankelijk is maar vooral vanwege de bijna misselijk makende boodschap erachter: "Joehoe, ik heb tenminste geen kanker!" Godsamme, wat laag en egoïstisch! Als er geen enkele reden voor een scan is, hoeft hij ook niet preventief gemaakt te worden. Er bestaat ook nog zoiets als het lot. En als er aanleiding is, is een onderzoek vroeg genoeg. Of niet, maar je moet ergens aan dood, hoe ernstig dat ook is. Ik vind het een grove belediging in de richting van mensen die wél kanker hebben. Stel, ik ben uw beste vriend, bij u is net de diagnose kanker gesteld en naar aanleiding daarvan laat ik me in de aanbieding prescannen? En alles blijkt goed te zijn! Dat is toch geweldig nieuws! Mooie vriend ben ik hè? Wat een compassie, wat een mededogen, en wat gaat mijn hart naar u uit, niet?
Nee gadverdamme, ik moet hier een beetje van kotsen. Gelukkig is kanker niet selectief en is gezondheid niet te koop. Ook John de Wolf doet na zijn scan weer volop mee in de kankerloterij. Sorry voor deze term, maar ik ben kwaad.
Een milde vorm van moderne ziektes
Van veel moderne ziektes heb ik milde symptomen. Zo heb ik een vleugje ADHD, een lichte vorm van verlatingsangst, een snufje autisme, een eetlepel depressie, een likje dyslectie en wat maagzuur. Aan sommige van deze aandoeningen word ik behandeld, andere zijn niet officieel vastgesteld. Mijn favoriete nummer van Madonna is "Borderline" en mijn favoriete film is "Rain Man."
Sommige symptomen heffen elkaar mooi op zodat je daar praktisch niks van merkt. De depressie en de ADHD houden elkaar goed in balans, en door mijn maagzuur merk ik eigenlijk nauwelijks iets van mijn angststoornis. Aan mijn autisme laat ik mij niet behandelen want het zorgt ervoor dat ik overal op tijd kom. Heel af en toe lees ik een woordje verkeerd, maar vaak heeft dat weer te maken met een dirty mind die een joy forever is. Voor mijn concentratieproblemen ben ik onder behandeling in een concentratiekamp en dat gaat prima moet ik zeggen.
Maar het kan altijd erger. Om mijn rugproblemen de baas te blijven loop ik elke middag een rondje van een kwartier. Sinds kort kom ik op een bouwproject een buurman tegen. Elke middag, steevast om vijf over één, loopt hij een Dixi binnen met …. een zaag! Ik heb er nog nooit van gehoord, maar het lijkt mij ernstig. Nee, dan liever een vleugje ADHD, een lichte vorm van verlatingsangst, een snufje autisme, een eetlepel depressie, een likje dyslectie, wat maagzuur, borderline, een dirty mind en een pijnlijke rug.
Het lijsttrekkersdebat
Helaas of misschien wel gelukkig gaat het al lang niet meer over de inhoud. En als het daar toch niet meer om gaat, dan wordt het verleidelijk om er ook niet meer naar te luisteren, maar alleen te letten op de gedragingen, de toonhoogte en het volume. Het leek erop dat de lijsttrekkers allemaal dezelfde instructies hadden gekregen van hun spindoctor, namelijk nee te schudden als de tegenpartij aan het woord was. Zelfs het publiek deed er aan mee. Je kon aan de shirtjes die de mensen in het publiek droegen precies zien wanneer ze nee zouden gaan schudden en wanneer ze zouden gaan klappen.
Geert Wilders was wat mij betreft glorieus winnaar van het debat als het tenminste gaat om het zichzelf verkopen. Als politiek voetbal was zouden alle partijen hem willen kopen. De man waar ik op ga stemmen komt minder goed uit zijn woorden, al weet ik nog niet helemaal of ik op de welbespraakte ‘stotteraar’ of op de vlugpratende mompelaar ga stemmen. Het maakt me ook niet zoveel uit. Ik woon in een deel van het land waar je moeilijk kunt volhouden dat het hier vol zit, en met ons eigen huis en onze twee inkomens zie ik eigenlijk helemaal niet in waarom ik me druk zou moeten maken over eigen bijdrages in de zorg of de hypotheekrenteaftrek. Ik kom zelfs tot de conclusie dat de politiek mij helemaal niet aangaat. Ik zal dus met het geven van mijn stem vooral aan anderen moeten denken. En welk onderwerp laat ik daarbij het zwaarst meetellen? Ik vind de vrijheid van webloggen heel belangrijk.
Tot slot moet er nog een woord van waardering naar André Rouvoet omdat hem de uitstraling minder leek te deren dan de inhoud, maar vooral ook om de volgende zin die hij zei tegen een hem in het nauw drijvende Ferry Mingelen: Meneer Mengele, ik probeer uw vraag te beantwoorden.
Lief
Op de Havo zijn mijn ergernissen begonnen. Of het nu kwam omdat ik ineens buiten de vertrouwde omgeving van Vaassen kwam, of omdat ik een leeftijd kreeg die het mogelijk maakte om afwijkend menselijk gedrag waar te nemen, ik weet het niet, maar ik stoorde mij toen vooral aan `jongeren´. Ja, qua leeftijd was ik er ook één, maar qua gedrag bepaald niet. Jongeren hadden een politieke voorkeur, hielden van zuipvakanties in Benidorm, wisten precies wat ze gingen worden (ik zie een eigen praktijk in Milaan wel zitten) en hielden énorrum interessante gesprekken met elkaar over de laatste maatschappelijke ontwikkelingen.
Ik niet, ik hield niet van jongeren. Ik vond het verraders. Ik was 16 en ik wilde nog kind zijn omdat ik dat nog was. Dus degenen in de klas die het waagden om hun jeugd te verraden en met de volwassen mee te heulen konden rekenen op mijn diepe minachting. En zo is het gekomen. 20 jaar later, als je ze weer tegenkomt in het bedrijfsleven, dan blijken ze helemaal geen eigen praktijk in Milaan te hebben! Ze zijn gewoon loonslaaf alleen verhullen ze dat met een verhaal doorspekt van woorden die je vroeger op school nooit leerde en ze leiden je naar hun eigen eindconclusie, namelijk dat ze enorm veel vrijheid en verantwoordelijkheid hebben.
Ik heb me heel lang gestoord aan mensen die het over uitdagingen hadden. Verraders vond ik het. Het waren gewoon regelrechte problemen waar ze mee te maken hadden. Ja, dat zij het uitdagingen noemden kwam omdat ze dat gelezen hadden in het managershandboek en nog belangrijker, ze hoefden het zelf niet op te lossen. Anders hadden ze het echt wel rampen genoemd in plaats van uitdagingen. Goh, de Duitsers zijn ons land weer binnengevallen. Wat een uitdaging, vind je ook niet JP?
Nou, vervolgens ging ik me storen aan mensen die de hele dag Engels praten omdat dat hun inhoudsloze verhaal wat opleukt en tegenwoordig stoor ik me aan mannen die hun vrouw door de telefoon "lief" noemen. Geen ‘lieverd’, maar ‘lief!’ Irritant! Ja, als Huub van der Lubbe of Thomas Acda het in een lied zingen dan werkt het, dat snap ik wel, maar dat zijn kunstenaars. Daar verwacht je zoiets van. Maar toch niet van saaie kantoorpikken met een duffe kop? En dat als je hun vrouw in het echt ziet, dat het helemaal nergens meer op slaat? "Lief" kun je zeggen tegen een hele mooie vrouw, waarvan je weet dat ze niet lang de jouwe zal zijn, die je hart gaat breken en het voorgoed verandert in een bitterbal, maar tenzij je een knappe kunstenaar bent noem je haar gewoon bij haar voornaam! Ook al heet ze Pieternel of Berta. Ja, dan had je maar kunstenaar of filmster moeten worden hoor. Als je op kantoor zit moet je gewoon normaal doen. Flauwe kantoorhumor is je lot en daar schik je je maar in! Avonturier met je wandelkaartje van de Veluwe!
Zo pak je plagiaat aan.
Toen Hans niet gewoon klein was, maar nog heel klein, bracht ik hem ’s avonds naar bed en als ik dan de deur dicht deed, gooide ik hem altijd weer met een ruk open, deed een snelle pas richting zijn bedje, en riep: "weltrusten, weltrusten, weltrusten." Hans lachte zich een kriek en ik herhaalde het ritueel een keer of vier, voordat ik de deur echt dicht deed en hij ging slapen. Mijn grapjes doen het zó goed bij kleine kinderen.
En met Tammar gaat het al net zo, al is het grote verschil dat Linda Tammar naar bed doet, en ik Hans. Maar ook Linda heeft succes met mijn grap. Maar helemaal eerlijk is het natuurlijk niet dat zij geen eigen grap verzint en succes boekt met de mijne. Vanavond heb ik daar eens iets aan gedaan. Linda was in de kamer van Tammar bezig met de allerlaatste handelingen die vooraf gaan aan de ‘weltrusten, weltrusten, weltrusten’- grap, en ik maakte zachtjes de deur open en sloop de kamer op waar beide dames aanwezig waren. Er was bijna geen licht in de kamer en Linda had mij niet gezien. Ik ging achter het bedje van Tammar staan, Linda ging de kamer af, sloot de deur en het werd donker. Twee seconden later vloog de deur open, Linda rende met haar handen omhoog richting het bedje van Tammar en ik hoorde weltrusten, weltr…en toen een afgrijselijke gil, en ik zag haar net zo hard de kamer weer afrennen als ze erin kwam.
Hans stelt lastige vragen.
Ik zag dat Hans zat te staren toen hij in bad zat, en net toen ik hem wilde vragen waar hij aan dacht, vroeg hij:
Papa, als je dood bent kun je dan nog levend worden?
Ehm, nee, dat gaat niet.
Oh.
En gaan wij ook dood?
Eh, ja, wel een keer. Maar dat duurt nog heel lang. (vingers gekruist)
Oh. En wie gaat er dan het eerst dood?
Eh, degene die het oudste is.
Dat ben jij.
Ja.
En dan mama!
Ja.
Ohoh, dan hebben wij geen papa en mama meer!
Ja, maar dan zijn jullie al heel oud hoor.
Oke, maar ik ga dan wel voor Tammar zorgen hoor! Papa, welk verhaaltje gingen we vanavond ook alweer lezen?
Honey
Voor me reden de motoren wiens berijders geen idee hadden van wat ik doormaakte, op dat moment in mijn auto. Als ik in het buitenland ben, zet ik vaak de radio aan om de taal een beetje vertrouwder te laten klinken. Zo ook die vrijdagmiddag, het was dan zonnig, dan weer bewolkt en op de radio werd in het Duits aangekondigd dat het liedje "Honey" van Bobby Goldsboro auf ihren weg war.
Honey van Bobby Goldsboro, ik heb het honderd keer gehoord toen ik als kind achter in de auto zat. Mijn ouders hadden drie cassettebandjes in de auto die ik mijn hele jeugd lang, elke rit weer gehoord heb. En ik had mij geen betere ouders kunnen wensen maar verstand van muziek, nee dat hadden ze niet. Het is mij dan ook een raadsel van wie ik mijn muzikale deskundigheid heb geërfd. "Afternoon delight" van The Starlight Vocal band, dat was er ook zo eentje die op één van de bandjes stond. En "Soley Soley" van Middle of the road en "Vincent" van Don Mclean.
Maar Honey, het is een enorm kutlied maar ik kon er niks aan doen, achter mijn zonnebril kreeg ik vochtige ogen. Er komt een puppy in voor, en op een gegeven moment gaat honey dood en ik zat weer achterin de auto. Het was weer even 1976 en zorgen waren er niet. Het klonk zo vertrouwd dat ik wegdroomde en instinctief achter de motoren aanreed. Ik was opgelucht toen het nummer afgelopen was en ik weer achter het stuur plaats kon nemen.
WEreldkampioen
Ik heb er geen goed gevoel over. Ik ben er ook nog helemaal niet klaar voor. Bovendien vind ik die oranje straten erg zielig in plaats van dat het nationalistische gevoelens los maakt. Komt bij dat ik 64,1% van de selectie niet zou herkennen als ik die op straat tegenkwam, bovendien hebben WE geen enkele wereldster die WE kunnen opstellen. En met wereldster bedoel ik een bekende voetballer waarvan de tegenstander al bij voorbaat met de onderlip gaat trillen. Als klap op de V-1 bemoeit de gehele Nederlandse middenstand zich met het voetbalelftal waardoor we nu allemaal een oranje toeter hebben. Nee, ik persoonlijk denk dat WE de eerste ronde niet overleven. En normaal ben ik veel positiever over het Nederlands Elftal dus de kans is groot dat WE deze keer wél wereldkampioen worden.
Onweer en bijgeloof
Ik zat te luisteren naar een gesprekje tussen een paar collega’s die het hadden over onweer dat de IJssel niet overkwam. Ik hoorde het verveeld aan en wachtte op het moment dat ik kon vragen: maar weet je ook hoe het komt dat onweer de rivier niet over komt? Nee, daar hadden ze nog nooit over nagedacht. Dus ik zeg, dat komt omdat het een sprookje is, een volksvertelling, een dorpsbijgeloof.
Het is natuurlijk niet leuk, dat begrijp ik ook wel, maar om dan de boodschapper van het slechte nieuws arrogant te vinden, vind ik ook niet helemaal terecht. Ik kan het toch ook niet helpen dat ze geloven in iets waarvan het tegendeel wetenschappelijk is vastgesteld? Nee, ik zou het ook niet leuk vinden als morgen iemand met het wetenschappelijk bewijs komt dat Elvis helemaal niet de beste artiest ooit was. Maar als dat wel zo is, dan ga ik daar niet tegenin. Dat de wetenschap het fout heeft omdat bij ons het onweer wél bij de rivier bleef hangen. Dat zou pas stronteigenwijs zijn. Ik weet dingen pas zeker als ze ook waar zijn.