Het licht in de badkamer

Sinds wij in ons huidige huis wonen, zo'n zeven jaar nu, valt ons iets op. En opvallen is een tegenstelling, want hoe kan iets nu óp vallen? Als iets valt, gaat het néér en zoniet, noemen we dat opvallend. Zelfs als het blijft hangen. Maar wat trekt dan onze aandacht? Onze achterburen hebben altijd het licht in de badkamer aan. Niet alleen als het donker is, maar ook overdag. En vanaf het begin af aan hebben wij ons afgevraagd waarom dat zou kunnen zijn. Aangezien de achterbuurman een verre collega van Linda is, heeft zij het twee jaar geleden eens gevraagd. En beetje lacherig kwam er toen een verhaal over het oudste kind dat bang was in het donker en voor ons was daarmee de kous af. Maar inmiddels begrijp ik dat ons een verhaal op de mouw gespeld is. Dat hadden we toen natuurlijk al kunnen weten, maar wij wilden gewoon een antwoord en het kon niet schelen wat. Gewoon een verklaring voor het feit dat iemand het licht dag en nacht laat branden. Niet dat we het echt wilden weten, maar om ons geweten te sussen. Elk antwoord was goed geweest zodat wij ons niet meer druk hoefden te maken over de brandende lamp bij de achterburen.

Inmiddels begint het weer te knagen. De achterburen hebben alleen nog een volwassen kind thuis en nog steeds brandt dag en nacht het licht. En tenzij dit kind blind is, kan hij het overdag toch onmogelijk donker vinden. Bovendien klopt de nyctofobie niet met de leeftijd van het kind en het feit dat ze geen hond hebben strookt niet met de vermeende visuele handicap van het kind. Daarbij, als het kind blind was, zou die lamp ook niet helpen. Mijn geweten laat me niet meer met rust. Waarom brandt het licht in de badkamer van de achterburen continu?

Stug en achterbaks

Ik woon nu al 27 jaar in Vaassen, dus ik mag mij best een Veluwenaar noemen.Veluwenaren zijn achterbaks en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tenminste, dat is het imago. Vanochtend tijdens de zwemles van Hans, zocht ik een plek om Tammar te verschonen omdat zij een onwelriekende geur verspreidde. Tijdens het zoeken werd mij een plek gewezen door een vriendelijke, kalende man met een Rotterdams accent. Ik bedankte hem en liep erheen. Het was achteraf gezien een enorm waardeloze plek trouwens, maar een gegeven paard kijk je niet in de mond.

Toen ik terugkwam vroeg hij met zijn lijzige accent of het een goed plekkie was. Ik antwoordde dat dat zo was en ging weer zitten waar ik zat. Tammar wees naar hem en riep "Opa!" Ik vond dat lullig van haar, want de man zei dat hij zelf ook in de kleine kinderen zat, en dat hij daarom dat plekje kende. En dat hij vorig jaar uit Rotterdam hierheen was gekomen, maar dat zijn huis wat moeilijk te verkopen was, en zijn vrouw zat al wel hier met drie kinderen en hij had nu net ander werk waardoor hij nu zes dagen moest gaan werken maar dat was niet erg want op zijn werk kwam hij tenminste bij….ja hallo! Daar heb ik allemaal geen zin in hoor. Maar omdat ik een achterbakse Veluwenaar ben, blijf ik vriendelijk en geef hem korte antwoorden op zijn vertellingen. Terwijl ik eigenlijk denk: donder op vent.

Mack is in zijn eer aangetast.

Vier jaar geleden heb ik voor het laatst hardgelopen. Twee jaar geleden ben ik wegens rugklachten gestopt met badminton. Tweeëneenhalf jaar geleden ben ik gestopt met roken. Ik ben een kilo of vijf zwaarder dan destijds. Maar ik ben nog even overtuigd van mijzelf als altijd. Twee jaar terug had ik al een keer een discussie met collega’s over het al dan niet kunnen hardlopen mijns persoons.  Ik beweerde dat ik ongetraind zo een half uur hard kon lopen en iedereen weigerde het te geloven. Ik deed er natuurlijk wel wat schepjes overdrijfsel bovenop, maar uiteindelijk durfde niemand met mij de weddenschap aan. Tenminste niet met een fatsoenlijke inzet.


Nu wil het toeval dat mijn zus en mijn overbuurvrouw ook aan het hardlopen zijn. Die hebben zo’n opbouwschema. En als ik ergens een hekel aan heb, zijn het wel opbouwschema’s die beginnen met een minuut hardlopen. Een minuut zeg! Sjongejonge, we zijn toch geen bejaarden! Dus dan word ik arrogant en honend. Mijn overbuurvrouw (29 jaar, dus in de kracht van haar leven) kan nu na drie weken oefenen wel vijf (!) minuten hardlopen. Ja sorry hoor, maar als je geen vijf minuten kunt hardlopen is er iets goed mis met je gestel, zeg ik dan.


Vandaag kwam ik haar in de judozaal tegen en na afloop jende ze me dat als ik hiervan al zo zweette, hoe ik dan in godsnaam dacht een halfuur te kunnen hardlopen? Linda gelooft mij ook niet, niemand gelooft mij! Wat is er nu moeilijk aan ongetraind een half uur hard lopen?


Nou, veel! Vanavond, ik was opgefokt door de buurvrouw en ik had zelfvertrouwen opgedaan bij judo, ben ik voor het eerst in vier jaar gaan hardlopen. Heel simpel. Eerst een kwartier heen, en dan een kwartier terug. Dat kwartier heen…eitje. Makkie. Simpel. Maar dat kwartier terug zeg. Ik kwam adem tekort, ik kreeg steken, mijn benen werden slap, ik snakte naar het einde. Na 28 minuten ben ik ermee gekapt. Kapot en ik wilde nog een klein stukje uitwandelen en ik had absoluut geen zin meer in die laatste twee minuten. Fuck you! Dus volgende keer als ik opschep, hou ik het op een kwartiertje zolang ik ongetraind ben. En dat ben ik, want dit ga ik echt niet nog een keer doen.

Sensei

Tegenwoordig moet alles maar kunnen. En hoe je je er van tevoren ook tegen verzet, duistere machten zorgen dat je er in meegaat. Want wie kan zich nu voorstellen dat vroeger, toen u op uw sportclub zat, de sportvereniging een ouderdag organiseerde en dat uw vader eerder van zijn werk kwam om met u een lesje mee te trainen? Nou, ik in elk geval niet. En mijn vader al helemaal niet. Maar toch gebeurde het vandaag. Ik moest eerder van mijn werk om met Hans mee te gaan judoën. Want mevrouw Mack vond dat ik maar eens een keer de klos moest zijn, en als ik het niet zou doen zou Hans als enig kindje bij judo komen opdagen zonder ouder die met hem meedeed. Dat bedoel ik met duistere, dwingende machten.

Ik had in ruim vijfentwintig jaar geen judomat meer betreden en mijn blauwe band ben ik kwijt. Mijn judopak paste ook van geen kanten meer dus ik ging maar in mijn badminton-outfit. Helaas vond Sensei Thijs het niet goed dat ik mijn racket als wapen wilde gebruiken dus dat ging niet door. De judogroet ging nog prima. Eigenlijk voelde het verdomd goed, zo weer op de mat te staan. Het liefst wilde ik de sensei te lijf om mijn krachten te meten. En alsof hij mijn gedachten rook nodigde hij Hans en mij als eerste uit om een demonstratie te geven ten overstaan van zeker 30 mensen in de zaal! Sensei legde uit hoe je moest vallen, met je hoofd omhoog en hard met je arm op de mat slaan bij het neerkomen. Voor mij natuurlijk gesneden koek, want ik ben wat geworpen in mijn carrière als Mack van der Geest. "Waarom moeten wij met het hoofd omhoog vallen?", vroeg Sensei aan het publiek. Omdat je anders met je achterhoofd op de mat valt en daar kun je een kaal plekje van op je hoofd krijgen, zei Sensei en dat vond ik een opmerking onder de gordel. Het liefst had ik hem gelijk met een sutemi van de mat geworpen, maar een judoka is altijd beheerst.

Ik werd vroeger op judo gedaan door mijn ouders om mij weerbaarder te maken, en misschien heeft dat wel geholpen. Hans zit op judo omdat hij dat wilde en ik vind het geweldig hem te zien in zijn judopak. Ik hoop dat hij er mee door wil, maar mocht dat niet zo zijn, dan zal ik hem niet dwingen. Maar judo is goed. Sensei zelf is pas 20 jaar, heeft reeds de tweede dan, en staat zo zelfverzekerd, rustig en stabiel voor zijn groep, en kan zo goed met de kinderen overweg, die moet toch wel hele trotse ouders hebben. 

Het recht van de meest ontwikkelde

Vanochtend of gisterenochtend, daar wil ik vanaf zijn, dacht ik het volgende: een beest dat met uitsterven wordt bedreigd zit daar totaal niet mee. Hij leest de krant niet en heeft geen idee dat zijn leven aan een zijden draadje hangt. Hij krijgt geen knoop in zijn maag omdat er vandaag weer volop jacht op hem wordt gemaakt. Welnee, hij begint gewoon weer aan zijn dagelijkse ritueel zonder zich druk te maken over zijn lot, waar veel mensen -waaronder ik- zich wel druk over maken. Het boeit hem niks dat de mensheid verdeeld is over de jacht op hem en zijn soortgenoten. Het kan hem niet schelen dat er een olieramp gaande is. Hij weet het niet en wat niet weet, wat niet deert.

En nu komt het, toen sloeg de paniek toe! Stel nu even dat er nog een soort op deze aarde is. Een soort die wij niet herkennen als onze meerdere? En stel nu dat die soort momenteel aan het bakkeleien is over het lot van de mensheid, wat dan? Ja, u boeit het niks, omdat u het niet weet, maar misschien wordt morgen de jacht op ons wel geopend! Ik wil niemand onnodig bang maken hoor, maar een paling lacht zijn collega-paling ook uit als-ie met zoiets komt.

The place to be!

Zo, ik heb ook ineens de nieuwe software van web-log over me heen gekregen. Een virtuele stekker in mijn reet en de software werd ge-upload. Dit is de tweede keer in mijn web-logcarrière dat ik een verhuizing naar een nieuwe omgeving meemaak, en dan tel ik de keer dat HetNet verhuisde nog niet eens mee. Het is allemaal prachtig hoor, wat er allemaal kan met nieuwe software, maar wat boeit het nou? Het is alleen maar lastig en het leidt de aandacht af van de inhoud, en inhoudelijk moet je als weblogger wel een beetje zijn, anders kun je net zo goed gaan Twitteren en de hele dag tweten laten. Want op Twitter, daar gebeurt het. Het is da plaze too bee. En als ik één ding geleerd heb in de veertig jaar dat ik op deze aardkloot rondhuppel is dat als je niet wilt afstompen,  je je nooit moet begeven in places to be.

Verschrikkelijk

Afgelopen vrijdag is er iets verschrikkelijks gebeurd. Iets van het kaliber BP-olieramp,  zes badmeesters in een Bosch’ zwembad tegelijk, of van het instorten van de Domtoren op klaarlichte dag. Wat is er dan gebeurd? Ik ging vanwege het mooie weer met de fiets naar mijn werk. Oh nee, het was vanwege een reparatie van de airco van mijn auto, dat ik met de fiets ging. Op de terugweg ben ik mijn financial consultant verloren! Een Casio FC-100 ! Ik heb samen met hem vier werkgevers doorlopen en een SPD-examen gehaald. Het apparaat was een deel van mij. Ik kon razendsnel optellingen op het ding maken. Ik heb hele kolommenbalansen op 14-kolommenpapier opgeteld samen met hem. Hij was nog van voor het Excel tijdperk, net als ik. Hij maakte voor mij samengestelde-interestberekeningen. Hij kon twee datums van elkaar aftrekken en mij het aantal dagen geven dat daar tussen zat, rekening houdend met schrikkeljaren! 20 jaar lang waren hij en ik een team. Onafscheidelijk.  Hij ligt nu ergens langs de kant van de weg, weg te roesten of hij is overreden door een auto. Het is verschrikkelijk.

Calling Elvis VI

Gisterenavond ging mijn telefoon. Het was Elvis.

POOEEEEHHHHHHWWWPPP.

Morriezz?

E?

Hi Morriezz, guess what?

What?

I’m in South Africa, supporting our team. Listen: ♪Oh, say can you see, by the dawn’s early light♪♪ I’m totally into soccer Morriezz…I didn’t know it would be so much fun. The last time I watched soccer was way back in 1974. Worldseries final. That was a great game. It’s a shame that you lost it.  POOOOEEEEHHHHWWPPPP.

Well E, don’t bring it back into my memory please. I was too young to see the game then, but even I have got a trauma. 

Morriezzz, let me tell you something. Ik was en ben nog steeds heel geliefd in Duitsland. Ik heb er in dienst gezeten, you know. Ik zat toen tijdens de finale op uitnodiging van de Duitse bond ook in het Olympiastadion. Na de wedstrijd barstte het feestgedruis los en ik moest voor ze optreden.

Oh ja? Wat zong je dan E?

Muß i’ denn natuurlijk. Dat wilden ze horen. Maar daar gaat het nu niet om. Toen die Duitsers zat waren van het bier, vertelde een van de stewards me dat er in de rust was gerommeld met het drankje van jullie sterspeler, what’s his name again?

Johan Cruijff.

Yes, that’s the guy. Ze gaven hem LSD waardoor hij ging hallucineren.

Wat zeg je me daar nu E? Was Cruijff aan het trippen die wedstrijd?

Yes. That’s what they told me. At least the second half.

POOEEEEEEHHHHWWWWP

I’ve to go Morriezz, the game starts. Bye!

Bye E.

De Oude Gracht.

Ik had altijd nog een keertje in Utrecht, mijn geboortestad, onder aan de Oude Gracht willen eten bij één van de vele restaurantjes daar. Gisterenavond hebben we dat gedaan, bij een biefstukhuis. Ik ben geen steakliefhebber, maar ik pas me altijd makkelijk aan aan de meerderheid. Als dictator in spé weet je dat jouw tijd nog wel komt. Ik bestelde een Mixed Grill maar kreeg toen zo asociaal veel vlees dat ik heb moeten delen met tafelgenoten, en nog kreeg ik het niet op. Maar, het was gezellig. We bespraken het WK, maar vooral de reeds gespeelde WK’s, de politiek en de vakantiebestemmingen. Het weer was prachtig en we zaten onder een 100 jaar oude Oosterse Plantaan. Daarna dronken we nog wat in een Utrechts café aan de Oude Gracht en keken de tweede helft van Engeland-USA. En vanochtend om zeven uur moest ik overgeven en kwam het teveel aan vlees er alsnog uit. Gelukkig maar, want kotsen vind ik altijd toch weer het hoogtepunt van een geslaagd avondje stappen.

Hoe het afliep met het WK van 2010

De Let lette niet op toen de Lappen de regels aan hun hun laars lapten. De Rus rustte rustig op de bank en aanschouwde het schot van de Schot, tegen de schoot van Frans de Fransman, terwijl die net de voorste Let het scoren belette. De Zweed had het heet en veegde het zweet van zijn gezicht. De Belg voelde zich gebelgd want uit het duister kwam de Duitser via de flank naar voren richting de Noren en daar kwam een Afrikaan. De Afghaan wilde niet afgaan en schold de Mongoolse scheidsrechter uit voor mongool. Die trok gelijk rood en een Rhodesiër kon het veld verlaten. Ondertussen spande geen Spanjaard zich nog in en dronken de Arabieren bier geserveerd door de Serven. Uiteindelijk won een Pool de pool en hij waande zich daar in het oosten rijk.