Kinderachtig

Tegen vijven hoorde ik een auto met een dikke motor door de straat rijden. Een BMW 6 in lijn, volgens mij. Ik keek op de klok en dacht eraan dat ik mijn Alfa V6 zo meteen ook even door die straat zou laten brullen. Ja, ik had er duidelijk zin in. Toen ik een half uur later de deur uit ging, bleek dat ik op de fiets was. Dat doe ik te weinig, op de fiets naar mijn werk, vandaar ook dat ik daar niet bij stil gestaan had. Een tegenvaller. Alhoewel, vanochtend op de fiets was het best leuk. Koud, maar er stond geen wind en het was droog. Het fietspad langs het kanaal in Apeldoorn wordt amper gebruikt, terwijl het echt een mooi fietspad is. Met aan je ene hand het Apeldoorns kanaal en aan je andere hand de Grift. Je rijdt over een dijk, als het ware. Eigenlijk heet het hier ook “Vaassen aan de Grift”.

Langs de waterkant stonden meerdere reigers. Het opmerkelijke was, dat de meeste bleven zitten toen ik langs kwam. Normaal vliegen ze lang van te voren weg. Reigers hebben een hele angstige gelaatsuitdrukking over zich, viel mij op. Of misschien wel niet, en waren ze gewoon echt bang voor mij.

Maar nu moest ik terug. Het begon al donker te worden en de reigers lagen al op bed. Maar ik had er een lekker gangetje in. In de derde versnelling (van vijf) trapte ik in hoog tempo rond en dacht rare dingen voor iemand van mijn leeftijd. Iets met de topsnelheid van mijn auto verhogen met de snelheid van mijn fiets en dat ik dan al 270 km/u reed. Desondanks voelde het wel gezond, een inspanning te leveren in de frisse namiddaglucht. Eerlijk gezegd vond ik mij en mijn generatie best goed. Wij fietsten kilometers ver naar school, in weer en wind, en wij wisten niet beter. En we hielden er nog een stief tempo op na ook. Beter dan die ongeïnteresseerde scooterjeugd van tegenwoordig die, als ze al een keer op de fiets zitten, massaal het wereldrecord sur-place lijken te willen verbeteren.

Net toen ik dat dacht, schrok ik op. Een klein en tenger meisje met een digitale walkman kwam naast mij fietsen en zei “hallo.” En voor ik hallo terug kon zeggen was ze me al voorbij. Ik kon mijn benen niet geloven. Ik trapte echt hard! Waar haalde zij de kracht vandaan? Ik met mijn jarenlang zorgvuldig opgebouwde en diepgewortelde conditie, en met bovendien vier keer zo dikke bovenbenen als dat meisje, werd gewoon voorbij gereden door een wicht. Een lichtge, welteverstaan.

Dit kon ik niet over mijn kant laten gaan. Ik schakelde naar vier en probeerde in hetzelfde traptempo te komen als het meisje. Het ging zwaar maar het lukte. Het fietste lang zo lekker niet. Eventjes ging ik nog harder en liep een beetje op haar in -iets met prestatiedrang in de midlife-crisis- en toen kon ik haar laten gaan, mijn bewijs was immers geleverd. Maar het bleef me niet lekker zitten. Dus ik beredeneerde naar mij toe dat het lege kinderzitje achterop mijn bagagedrager erg zwaar was en bovendien nog veel meer wind ving. Om het leed te verzachten, als het ware.

Zonnestorm

Er komt een zonnestorm aan mensen. Morgen bereikt hij de aarde. Wat een zonnestorm allemaal niet kan veroorzaken, u wilt het niet weten. Van niet startende auto’s tot haperende computers. Van defecte mobieltjes tot lekke banden. Van platvoeten tot zweetoksels. Van spastische darmen tot lusteloosheid. Ik draag morgen een anti-stralingspak. Mijn auto heb ik vast gestart en ik laat hem de hele nacht stationair draaien. Ik heb nu de wegenwacht vast gebeld voor het geval ik morgen lekke banden heb.

Bij de laatste zonnestorm van 2003 begaf mijn weblog het. Tien jaar geschiedenis gewist. Gelukkig was er niet heel veel gebeurd in die tijd, maar toch. Is er dan niks tegen te doen? Toch wel. Op de planeet Sverksoc 5c, op precies drie lichtjaren van de aarde, hebben ze inmiddels een afweerschild gebouwd. Met één druk op de knop te activeren. Er hangt in de ruimte een gigantische plastic fles met een enorme opening. De fles slokt op afroep de planeet op en de opening draait zich van de zon af. Zo komt er toch nog vers helium -ze ademen daar helium- de atmosfeer binnen. Heel ver lopen ze niet voor op ons daar hoor. Eigenlijk lopen ze zelfs een klein beetje achter. Het zou daar naar aardse maatstaven nu 1973 zijn. Het idee is ook niet zo heel ingenieus. Alleen erg arbeidsintensief. Maar het werkt wel want niemand heeft er platvoeten.

Wat ik al geleerd heb

Tammar mooi Er zullen ongetwijfeld theorieën zijn over de trots van een vader op zijn kind. Sommige vaders lopen ervan over en proberen dit uit te dragen aan de wereld. Het belang van de vader is dat hij aan de vrouwelijke exemplaren wil laten zien waartoe hij in staat is. Opdat ze hem aantrekkelijk vinden omdat hij zulke goede genen bezit en zodat hij zijn paringskansen kan vergroten. Het is de verderfelijke mannelijke soort die slechts één belang heeft. Deze gedachtengang heeft van mij bezit genomen sinds mijn eerste ontmoeting met één der ontsnapten.Eigenlijk wist ik het al, ik kon het alleen nog niet onder woorden brengen. Dus laat u niet bedriegen door de uiterlijke schijn, laat het voorgaande eens bezinken en de wereld ziet er voortaan heel anders uit. De bedoelingen van de heteroman zijn zelden zuiver. Het is een trieste constatering.

Desalniettemin, toch een foto geplaatst door een trotse vader. Ik zal dit meisje later moeten beschermen tegen mijn eigen soort. Of ik dat doe met een knuppel of door haar bovenstaande theorie te leren, daar ben ik nog niet uit. Ik zal het eens overleggen met de goeroe zelf. Nee wacht, ik doe haar op judo. Tammar, niet de goeroe.

Nieuw behang

Zo mensen. Kunnen we hiermee leven? Ik zat wat te klooien met kleurtjes maar dat is het toch allemaal net niet. Ik ben een anti-designer, ik kan geen mooie dingen maken, alleen zien. Dit geldt overigens niet voor mijn kinderen. Ik heb er maar even een bestaand design van web-log tegenaan gegooid. Dat ziet er een stuk aardiger uit dan wat ikzelf kan fabriceren. Want ik kom niet verder dan wat geklooi met kleuren om uiteindelijk te constateren dat het er niet uit ziet. Bovendien las het niet meer lekker. En dat moeten we niet hebben, want lezen is voor een weblogger van levensbelang. Het kan zijn dat ik nog wat andere designs uitprobeer maar ik zou zeggen, wen maar vast aan het nieuwe behang.

Tegennatuurlijk

Ik wandelde met Tammar door het bos. Als inwoner van Nederland dien je af en toe in het bos te lopen en van de natuur te genieten, want daar dient het bos voor. Het is geen ruige natuur hier, maar speciaal aangelegde kalme natuur voor wandelaars. Ruige natuur, dat is pas genieten, maar in de ruige natuur is het gevaarlijk en dus ongeschikt voor brave burgers. Hier staan wegwijzers en paaltjes zodat je niet kunt verdwalen. Want je zult maar verdwalen op een vierkante kilometer en een kwartier aan het zoeken zijn. De avond kan snel vallen hoor.

Maar wat ik nu zag, ongehoord gevaarlijk. Enorme stapels gezaagde boomstammen. Stapels van vijftig meter lang en vier meter hoog. Ik vroeg mij af wat zo'n stapel weegt. En wat er zou gebeuren als je daar bovenop klom. Er hingen wel waarschuwingsbordjes op met de tekst: niet beklimmen. Maar toch he, het daagt gewoon uit. Het zou toch mooi zijn als je zo'n stapel aan het rollen kreeg. Ja, levensgevaarlijk natuurlijk tenzij je verstand hebt van zwaartekracht. En dat heb ik. E=MC² tenslotte.

Maar met Tammar bij me leek het me toch niet zo'n goed idee. Maar het was wel een haast onbedwingbare behoefte. Gestapelde boomstammen zijn tegennatuurlijk. En daar kan ik natuurlijk niet tegen.

Souplesse

Gisterenavond reed ik door het donker terug naar huis. Er zijn weinig dingen zo mooi als autorijden in het donker. Het dashboard geeft rustgevend licht en de stem op de radio begeleidt mij door de avond.  Het is nog net geen nacht. De weg is leeg en ik laat de auto vlot doortrekken. Soepel boort de auto zich door het donker. Geluiden lijken gedempter. Ik tuur in de verte. Ik hou van turen. Ik probeer alles te zien wat er voor me gebeurt, ook al is dat niets. Ik probeer één te worden met de auto, alsof ik een onderdeel ben. Een onderdeel wat perfect moet functioneren. Concentratie en souplesse. Ik verbeeld mij veel. Het is een uurtje puur geluk. Eventjes doet een Jaguar mee met mijn spel maar bij een rotonde sla ik af waar hij rechtdoor gaat. Jammer. Er volgt een 12 km lange stille weg. Niets kan mij nu nog stoppen. Behalve een wegomleiding die mij even later door de bebouwde kom van Apeldoorn stuurt.  Of een filmpje dat je weer met beide benen op de grond zet. http://www.youtube.com/watch_popup?v=4TshFWSsrn8&vq=medium

Mack kan tegen kietelen.

Sinds een paar weken heb ik wat vage klachten in mijn buik waar mevrouw Nei mij misschien vanaf gaat helpen. Maar voor de zekerheid zat ik vanochtend bij de huisarts. Ik hou namelijk helemaal niet van vage klachten en zeker niet in deze tijd waar mensen bij bosjes geveld worden door een hele nare ziekte. Nu ben ik niet heel ernstig bezorgd, maar zeker nu ik vader ben wilde ik het toch even aan de dokter voorleggen. Het moet me toch niet gebeuren dat je pas naar een dokter gaat als het al veel te laat is, terwijl al je veel eerder klachten voelde, een beetje die gedachte.

Onze huisarts is heel leuk. Hij is ietsjes ouder dan ik en loopt 's zomers en 's winters in korte broek zijn beroep uit te oefenen. Toen ik hem vertelde van mijn vage klachten vertelde hij van het klassieke veertigers-probleem. "Als je veertig bent krijg je vage klachten. We doen nog wel mee, maar we zijn geen jonge Goden meer," grapte hij. "We zakken hier en daar wat uit en we zijn niet meer zo soepel." Hij vroeg mij om mijn bovenlijf te ontbloten en bekeek mijn buik. "Zo, jij hebt de schade nog aardig beperkt weten te houden," zei hij, doelend op mijn uitzakgehalte. En toen hij met zijn handen in mijn buik zat te poeren zei hij: "Nou, jij hebt nog aardige buikspieren hoor."

Kijk, dat is het oordeel van een arts. Daar hecht ik waarde aan. Binnen in mij woont Jean-Claude van Damme. De dokter kietelde mij even. Zo kan dat ook, beste lezers. Er hoeven heus niet altijd grappen gemaakt te worden over mijn langzaam slijtende lichaam. Ook een stabiele veertiger kan zich onzeker gaan voelen.

Openbaring

Ik merk dat het me langzaam begint te irriteren. Eerder kon ik er nog de humor wel van inzien, om voetbalsupporters door hun knieën te schieten en kopvoddentax te heffen. Maar die grappen zijn ondertussen wel gemaakt en dan komt hij weer met tuigdorpen. Al het schorriemorrie bij elkaar in een container. Wat moet die man toch, vraag ik mij af. Wat wil hij nu eigenlijk? Hij wil Nederland terugwerpen in een tijd die al is geweest, en het is ook niet voor niks dat die al geweest is. Dat is niet alleen een natuurkundige wet, maar het zou ook een levensles moeten zijn.

Ik krijg namelijk uit een andere dimensie beelden door van de samenleving die Geert wenst. En die zien er als volgt uit. Ik zie nette rijtjeshuizen met keurige voortuintjes. Ik zie burgers met gekamde haren. Ik zie een samenleving waarin negers gewoon getolereerd worden mits het er niet te veel zijn en ze op rubberlaarzen hun caravan staan te wassen, ik zie weerbare padvinders met sjaaltjes die Hollandse strijdliederen zingen en ik zie vrouwen gearmd lopen met hun man. Blij. Iedereen kijkt blij. Als op een tekening van een projectontwikkelaar waarop te zien is hoe de nieuwe woonwijk eruit gaat zien. Kunstenaars en zonderlingen zijn er niet meer. Evenals mensen met een uitkering. Het tuig woont inmiddels op tuigeilanden en iedereen is blij, want iedereen is hetzelfde. Zelfs de politie kijkt blij want iedereen houdt zich aan de wet. "Goedenmorgen agent, 'n heerlijk weertje, is het niet?" "Goedemorgen meneer Holleeder, ja het is een aangenaam temperatuurtje." 

Ja, het is hier werkelijk een hemel op aarde geworden. De namen Henk en Ingrid domineren weer de ranglijst en het wetboek van strafrecht is drie meter dik.

Biologische les.

Denkt u eraan dit jaar voor één april aangifte IB te doen als u een aangiftebiljet heeft gekregen en geen uitstel heeft? Vroeger kreeg u dan een eventuele teruggaaf voor 1 juli teruggestort, tegenwoordig krijgt u een niet malse boete als u te laat bent. Natuurlijk krijgt u wel eerst een aanmaning, maar de boetes voor het te laat doen van aangifte kunnen oplopen tot belachelijke bedragen. De standaardboete bedraagt al € 226,- Misschien loopt het zo'n vaart niet, maar zeg niet dat u niet gewaarschuwd bent.

Tot zover de fiscaliteiten. Gaan we over naar de biologie. Ook daar heb ik verstand van namelijk. In DWDD hebben ze een huisbioloog. Een enthousiaste jongeman die erg leuk kan vertellen over de dierenwereld. Flora of fauna is dat. Zover rijkt mijn kennis dan weer niet, maar aan het woord Flora meen ik het woord fleur af te leiden, dus dan moet flora over de bloemen gaan en Fauna over de beesten. Dat is overigens ook wel logisch want fauna rijmt op sauna en in sauna zit een verwijzing naar dinosauniers en dat waren erg grote hagedisachtigen die van stoom hielden. De jongeman had het over hippo's, die ik meestal nijlpaarden noem. Nijlpaarden zijn weer familie van de zeepaarden, alleen zijn zeepaarden groter, omdat de zee nu eenmaal groter is dan de Nijl. Zo zijn ook zeevissen groter dan walvissen om dezelfde reden. Biologie is zo logisch als wat, vandaar ook het woord biologisch.  Maar goed. Nijlpaarden. Nijlpaarden bewegen razendsnel hun staart heen en weer tijdens het defeceren. Zo slingeren zij hun feces in het rond. In de volksmond noemt men dit ook wel slingerschijt, maar dan bedoelt men meestal diarree. Biologen spreken dan liever van kontbraken. Maar ook dat is logisch.

Terug naar het nijlpaard en zijn kontlasting. Biologen denken dat een nijlpaard zijn poep in de rondte slingert om het wijfje te attenderen op hun aanwezigheid. Ja, dat zou kunnen natuurlijk. Want wijfjesnijlpaarden zijn daar niet van gediend. Dus die kiezen de hazenpad. De hazenpad is een zeldzame paddensoort, die een voorkeur voor wijfjesnijlpaarden heeft. Dat die pad hazenpad heet, is echter volstrekt onlogisch. Hazen komen in het stroomgebied van de Nijl helemaal niet voor. Waarschijnlijk is de hazenpad voor het eerst ontdekt door iemand die niet zoveel verstand had van biologie als ik.

 

Mack’s choice

Eergisteren voerde een virus een aanval uit op de personen in dit huis. De enige die de aanval heeft afgeslagen, is Tammar. De rest had allemaal een emmer nodig. Tammar gelooft niet in virussen. Wat zij echter wel gelooft, is dat de brace om haar arm onderdeel uit maakt van haar lichaam, en dat die niet afneembaar is. En zodra wij het toch proberen, bijvoorbeeld om te douchen, gilt zij ook alsof ze een arm kwijt is. Ze houdt dan met haar rechterarm haar gehavende arm vast en weigert daar iets mee te doen. Terwijl ze met brace, alles weer kan.

Tijdens het douchen gilt ze en stribbelt ze tegen. Ze huilt en vraagt constant of het al klaar is. Alsof ze enorme pijnen ondergaat. En als het dan klaar is, meldt ze huilend: "ik heb lekker gedouched, mama" waardoor wij toch wel in de lach schieten. Dat woordje 'lekker' begrijpt ze niet helemaal. 's Ochtends om zeven uur begint ze vanuit haar bed te schreeuwen dat ze 'lekker' geslapen heeft. Voor haar betekent het niets meer en niets minder dan dat ze daarmee klaar is, en dat het tijd is om op te staan.

Gisteren, tijdens de spruitjesovenschotel die er helaas 's avonds weer uitkwam, zei ze dat ze auw aan haar arm had. En daarmee bedoelt ze dat er een brace om haar onderarm zit. Linda zei dat de auw nu wel over was, en dat ik ook niet meer mocht zeggen dat ze nog auw had. Ook niet een klein beetje. Dit omdat de brace binnenkort af moet. Ik weet me dan geen raad want ik heb de afgelopen weken met Tammar over niets anders gepraat dan haar auw. Dus toen Linda zei dat ze geen auw meer had, keek Tammar mij aan, wees naar haar arm en zei: "heel klein beetje auw, papa." Ja, en dan moet ik kiezen tussen mijn vrouw of mijn dochter. Ik deed een poging om niet in de lach te schieten toen ik beaamde dat Tammar nog een heel klein beetje auw had. Maar die mislukte jammerlijk. De situatie was daarmee wel gered, gelukkig.