Evenwicht

Laatst hoorde ik op de radio een flauwe reclameboodschap waarin reclame werd gemaakt voor reclameboodschappen. De stem zei dat je moest overschakelen naar een andere zender omdat hij dat zei, om vervolgens tien seconden later triomfantelijk te melden dat je het niet gedaan had en dat reclameboodschappen dus effect hadden. Kennelijk is het dan de bedoeling dat een marketingmanager denkt: “Hee, die stem heeft gelijk, ik ga maandag gelijk een reclameboodschap de ether in laten slingeren.” En dus trapt de marketingmanager in zijn eigen val.

Vanochtend hoorde ik een reclame voorbij komen voor de uitzending van Tegenlicht van de VPRO. Het zou gaan over de vraag of de wereld wel of niet gebaat was bij Wikileaks. En omdat ik een tv-junkie ben, heb ik om negen uur mijn boeken aan de kant gegooid en gekeken. Want ik wilde wel eens weten of de wereld nu werkelijk gebaat was bij het openbaar maken van geheime informatie. Er kwamen zeer geleerde heren aan het woord zoals psychiaters, schrijvers, mediadeskundigen, journalisten en aanverwanten. De voors en de tegens kwamen aan bod en aan het eind bleek er geen conclusie te trekken. Er zitten tal van paradoxen in ons dagelijkse systeem. Vandaar ook dat we het nooit ergens over eens worden. De psychiater zei dat mensen die voor volledige transparantie zijn, omdat ze niks te verbergen hebben, ook tevens mensen zijn die weinig te melden hebben. Ja, ik vind daar wel wat inzitten. Ik heb namelijk wel dingen te verbergen. Ik wil dat de overheid mij ziet als iemand die mogelijk iets te verbergen heeft en niet als staatsongevaarlijk. Want staatsongevaarlijk is fnuikend voor je eigenwaarde. Nee, er moet wel de mogelijkheid blijven bestaan dat ik stiekem een Duitse spion ben.

Een mooie paradox vond ik dat mensen van de overheid eisen hen te beschermen, maar tegelijk niet willen dat de overheid informatie over hen verzamelt. Een overheid die dat niet doet, is ook niet in staat de bevolking te beschermen. En overheden die teveel informatie gaan verzamelen, tekenen hun eigen ondergang. Zoals met alles in het leven draait het om evenwicht. Er moet naar evenwicht gestreefd worden. Wikileaks is daar momenteel mee bezig, alleen schijnt de hoeveelheid lekkages zo gigantisch te zijn dat het haast weer ondoenlijk wordt om de juiste informatie eruit te filteren. Zolang men naar evenwicht streeft is het goed. Ik kan het weten. Als men het heeft bereikt wordt het onvermijdelijk verstoord. Het leven is net boekhouden.

TVOH

Er is een spreekwoord, maar ik weet niet precies hoe dat luidt, over waar deuren sluiten openen zich nieuwe. Gisterenavond zijn we, Linda en ik, in een diep gat gevallen, na de finale van TVOH. Ik (ik!) heb zelfs gestemd op Kim de Boer, maar daardoor zakte ze van de tweede naar de derde plaats. En nu is het over. Elke vrijdagavond keken Linda en ik, eindelijk weer eens een programma dat we leuk vonden. Wat moet er nu gebeuren op vrijdagavond? Goede gesprekken? Nee, die kun je niet plannen. John de Mol c.s. probeert ons te troosten met een nieuwe X-factor, maar het enorme voordeel aan TVOH vond ik de sympathieke en deskundige jury. In the X-factor zit Gordon en daar kan ik gewoon niet naar kijken. Nou ja, ik kan het natuurlijk wel, maar dan verpest hij voor mij het programma. Bovendien moet je ook geen overdosis talentenjacht kijken want dan stomp je af. Ik denk dat TVOH een gelukkige combinatie was van talent, jury en presentatie. Dat gaat vast geen tweede keer lukken. Misschien ooit, als we Ben Saunders al lang en breed vergeten zijn, kijken we hierop terug als nostalgie. Het was stil op straat, zeggen we dan. Nou ja, al het goede gaat voorbij en daar moet je gewoon weer even aan wennen. Voor TVOH waren er ook vrijdagavonden.

Zoetjes

Doorgaans trek ik geen volle zalen met mijn zangkunst. Ook best logisch, want ik ontbeer zangkunst. Mijn bereik is ternauwernood één octaaf, en eigenlijk nog vals ook. In de vierde klas had ik een onderwijzer die liever niet had dat ik meezong. Toch heb ik wat bereikt met zingen.  Er zijn namelijk twee mensen die graag naar mijn gezang luisteren. Één daarvan ben ikzelf. En de tweede is Tammar. Voor haar zing ik graag liedjes. Geen vrolijke liedjes, maar liefdesliedjes. Want ik ben lief op haar. Het is dan ook een mooi moment als ik haar eindelijk in bed heb liggen, nadat er een boekje is gelezen met plaatjes van etenswaren waarvan het de bedoeling is dat het kind opnoemt wat er op het plaatje te zien is, maar in mijn geval al het eten zogenaamd voor mijn neus wordt weggegrist door Tammar, die daar om moet schateren. Meestal aan het einde zegt ze: "Mag wel," en krijg ik nog een ui of een paprika.

Maar daarna moet ik gaan zingen. Mijn en haar favoriete liedje is "zoetjes gaan de paardevoetjes." Als het gezongen wordt door een kinderkoor, dan is het lied niet om aan te horen. Maar als ik het zachtjes zing met mijn beperkte bereik, ligt Tammar met een duimpje in haar mond en een tuttie erbij te voor zich uit te staren. Ik laat af en toe wat woordjes weg zodat ze die kan invullen. Het is het paard van ….  "Sinterklaasje," fluistert ze dan. Ja, ik ben enorm lief op haar.

Opkrabbelen in tien tellen.

Ik voel mij een beetje bezwaard om over mijn ongeneeslijk zieke collega te schrijven, maar omdat ik het goed bedoel en probeer niet te veel in detail te treden, doe ik het toch maar. Overigens zijn goede bedoelingen die door de stichter van het kwaad zelf als argument worden aangevoerd, rechtstreeks te verwijzen naar de prullenbak. Maar dit terzijde.

Amper een week geleden kreeg hij een slecht bericht; opgegeven wegens ongeneeslijke kanker. De grond onder zijn voeten was weg. Nu zijn we nog geen week verder, en hij voelt weer grond. Hij loopt nu bij een alternatieve dokter -geen gebedsgenezer- die niet als arts wordt erkend. Mijn collega heeft aan deze arts vertrouwen ontleend dat gebaseerd is op diens positieve resultaten. Tenminste, dat hoop ik. En de alternatieve dokter zegt dingen die mij wel enorm logisch in de oren klinken. Zo logisch dat ik er ook een beetje hoop uit ga putten. Zo logisch en kundig dat ik bij mezelf denk: waarom gaat iemand daar pas naar toe als hij opgegeven is? Het antwoord op die vraag weten we allemaal. Reguliere en alternatieve geneeskunde bijten elkaar nog te erg in Nederland. In Duitsland schijnt dat wat beter te zijn. De betreffende alternatieve arts wordt daar wel regelmatig bij de behandeling van kankerpatiënten betrokken.

Ik geef mijn collega groot gelijk. In dit stadium zullen de meeste mensen dat wel doen. Het is jammer dat zijn medisch dossier niet zonder slag of stoot wordt overgedragen aan de niet reguliere arts. Het zou misschien wel goed zijn als ook in Nederland de reguliere geneeskunde ging samenwerken met de alternatieve en je ook veel eerder aan je alternatieve behandeling kon beginnen. Zo haal je het kwakzalvergehalte er gelijk uit, en bovendien, als deze arts resultaten haalt met mensen die opgegeven zijn, welk resultaat haalt hij dan met mensen die in het beginstadium zitten?

Ik ben zelf heel benieuwd welke resultaten er geboekt gaan worden. Ik zou waarschijnlijk ook deze strohalm met beide handen vastgrijpen. Dan liever aan het einde de knock-out dan nu in de tien tellen te blijven liggen.

De middelvinger

Voor de derde keer in een vrij kort tijdsbestek, ongeveer twee maanden, kreeg ik vandaag de middelvinger toegestoken wegens a-sociaal rijgedrag. Ik ben een zogenaamde hork die aangegeven moet worden op de horkenlijn. 

Hork 1:  Ik stond te wachten op een t-splitsing om linksaf te gaan. Dat duurde eindeloos en eindeloos en toen ik een gaatje zag waar ik in kon, kwam er een ineens een fietser van de overkant (de t-splitsing gold niet voor hem) die ik ook nog voorrang zou moeten geven, maar als ik dat deed, zou ik daarna weer eindeloos moeten wachten. Dus ja, ik dacht snel even voor hem langs te gaan, maar hij moest inhouden. Volgens hem ging ik voor mijn beurt, maar ik stond al veel langer te wachten. Dus dat voorrangssysteem klopt gewoon niet, en om mij daarvoor de middelvinger te geven vind ik niet terecht.

Hork 2: Er stond een auto aan de rechterkant van de weg geparkeerd, en ik moest daar omheen. Uit tegenovergestelde richting naderde een ongeveer 75-jaar oude mannelijke fietser. Ik schatte in dat ik er nog omheen kon zonder de fietser te hinderen, en dat was ook zo, al zou ik op een verkeersexamen zeker een ingreep hebben gehad. Maar de oude man gaf mij de vinger, ondanks dat ik hem eigenlijk amper hinderde. Je kunt je ook gehinderd gaan voelen natuurlijk. Ik keek mevrouw Mack een beetje verbaasd aan? Oude mannen? Gebruiken die hun middelvinger tegenwoordig ook al?

Hork 3: Met een noodgang van 70 km/u waar 60 is toegestaan, maar 80 ook, reed ik over een donkere weg door de weilanden. Ik had mijn groot licht aan en was alert op eventuele medeweggebruikers die ik zou hinderen. Niet dat het juist mijn bedoeling was ze te hinderen, ik was juist alert om ze niet te hinderen. Ineens doemt er schuin voor mij een schim met een hond op. Hij stond een meter of twee naast de weg in het weiland te wachten tot ik voorbij was. Ik had hem niet gezien, anders had ik mijn grote licht wel even uitgedaan en iets langzamer gereden. Maar het was al te laat, in het voorbijgaan stak hij zijn middelvinger op. De man had geluk dat ik mijn broer niet ben, want die had geremd, was achteruit gereden en had gevraagd: "wat moet je nou?"

Ondanks dat ik er het mijne van denk, hebben de mensen die mij bevingerden in de verte wel een klein beetje gelijk. Natuurlijk, het is een wat onvolwassen gebaar, en ze zijn wat heetgebakerd, maar ik ging natuurlijk ook niet geheel vrijuit. En dat spijt mij, want Alfa Romeo rijder zijnde, wil je je natuurlijk niet verlagen tot horkengedrag. Nee, je behoort immer vriendelijk te kijken en mensen met een imago-auto voor te laten als zij dat eisen. Je behoort je positief te onderscheiden en vrachtwagenchauffeurs en motorrijders extra voorrang te geven. Kortom, men moet denken als er een Alfa aankomt: "op hem hoef ik niet extra te letten want hij weet waar hij mee bezig is." In een Alfa hoef je je rechten niet zonodig op te eisen. Welnee. Hooguit tart je soms de regels, maar nooit zo dat iemand anders last van je heeft.

Persoonlijk heb ik mijn middelvinger nog nooit gebruikt. Tenminste niet in het verkeer of om mijn ongenoegen in andere situaties kenbaar te maken. Nee, mijn middelvinger slijt niet zo snel. 

Wickie de Viking, zoon van Hagar de verschrikkelijke.

Wickie de Viking was een inspiratiebron voor velen. De schrijver van het verhaal kon begin jaren zestig niet bevroeden wat het angstige vikingjongetje met de goede ingevingen, Vikke Hagarson Viking allemaal teweeg zou brengen.

Zo kregen we de non-profit organisatie Wikimedia en de daaruit voortvloeiende Online encyclopedie Wikipedia voor algemene vragen. Vervolgens kwam Wikesnedia voor medische vragen. Al snel volgde Wikiledia voor specifieke vrouwvragen en het kon niet uitblijven, Wikischedia voor 18+ vragen.

Verder hebben we nog Wikizedia voor het anoniem aangeven van zedendelicten, Wikiredia voor het online spreken in het openbaar, Wikipledia voor het opsporen van het dichtstbijzijnde openbaar toilet, Wikipredia voor het vooraf bekijken van foto’s, en natuurlijk Wikivedia voor boeren.

Binnenkort zijn nog te verwachten: Wikizambia, Wikikenia, Wikitalia, Wikizwedia en Wikitinië, allen gericht op topografie. En het einde is vast nog niet in zicht voor de kleine Viking die slechts met langs zijn neus wrijven en een vingerknip steevast tot een geweldig idee kwam.

Kaal? Doe even normaal!

Dit weekend was het -pis op Mack- weekend. Eerst wordt mijn stoere imago mij afgenomen, dan word ik kaal genoemd, terwijl de kapper nog altijd vraagt of ik gel in mijn haar wil. Oke, toegegeven, als ik helemaal kaal zou zijn, zou ik ook gewoon gel op mijn kale bats smeren, al was het maar om te kunnen zeggen dat ik nog steeds gewoon gel gebruik. Kaal is een relatief begrip en bovendien afhankelijk van de grootte van het hoofd. Mijn opa van mijn moeders kant (1901), van wie ik de dunner wordende haardos in de generfenis heb gekregen, kamde tot aan zijn laatste levensjaar een scheiding in zijn haar. Wij, kinderen dachten dat hij kaal was maar wij keken niet goed. Hij had heel dun wit haar en wij dachten daar doorheen te kijken.

Een dergelijk lot zal mij bespaard blijven. Kaalheid bestaat helemaal niet en wordt slechts veroorzaakt doordat de waarnemer niet goed kijkt. In werkelijkheid heeft de kale man evenveel haar als zijn met teveel oestrogeen opgezadelde collega, alleen zijn de haren van de vermeende kale met het blote oog niet zichtbaar. Voortaan zal ik de kapper vragen om mijn kale plekje ook van gel te voorzien.

Oh, u gelooft me niet? http://www.nu.nl/wetenschap/2415515/haar-groeit-bij-kaalheid.html 

HAHAA!

Brokkel

brokkelHaha. Toen ik je nog niet kende dacht ik dat je een hele stoere mannen-man was. Nog met gevoel voor humor ook. Dat paste niet bij Elvis. In het echt ben je een boekhouder; het prototype van. Daar past Elvis al een stuk beter bij. Alleen dat gevoel voor humor staat nog overeind bij het beeld dat ik in den beginne had.

Hier is slechts een gemene vrouw toe in staat. Om in verdekte termen te zeggen dat je een sulletje bent. Je denkt iemand tot je vrienden te mogen rekenen, maar je vertrouwen wordt beschaamd, je imago wordt gedeukt en het wordt je verteld met een haha als inleiding.

Het prototype van een boekhouder. Ik. Met mijn Alfa Romeo. Alsof ik ellenboogstukken aan mijn trui heb. Die eerste volzin, die doet pijn. Toen ze me nog niet kende, vond ze me interessant. Zo zijn vrouwen, in en in gemeen. Dit doet zeer, mensen. Ik ga naar bed en huil mezelf in slaap…

 

Vrouwen en kinderen eerst.

Naar de kapper gaan is voor de jongen die ik was en voor de man die ik ben een redelijk gênante gebeurtenis. Voor de jongen die ik was omdat ik het stom vond in de stoel te zitten en elke keer weer hetzelfde antwoord te moeten geven op de vraag: "Hoe moet het geknipt worden?" Want ik zei altijd wat mijn moeder me gezegd had: "Hetzelfde model alleen een stukje korter." "Oren vrij?" "Ja, oren vrij." En daar zat je dan, te wachten tot de kapper zei: "zo, dan kun je er weer een poosje tegen", en je weg kon om thuis met de kam en water te corrigeren waar de kapper zijn best op had gedaan.

Tegenwoordig is het gênant omdat kapsters altijd dezelfde vragen stellen. "Wat een weer hè?" "Heb je nog iets gedaan in de vakantie?" "Zo, dat is hard gegaan, zeker alweer een behoorlijk poosje geleden?" Ik merk wel dat ik voorkeur voor twee kapsters heb. Die praten je niet je oren vrij maar knippen ze vrij. Of ze stellen vragen over de kinderen, altijd leuk, want die hebben ze zelf ook. En op de vraag "wat is de bedoeling?' zeg ik allang niet meer: "Hetzelfde model, alleen een beetje korter." Welnee, ik zeg meestal: "Wat kun je er nog mee?" En vandaag, ik was in een extra lollige bui en zei: "Redden wat er te redden valt."

Armageddon

Een middellijke collega heeft kanker. Voor de tweede  keer in zijn leven. Aanvankelijk sloeg de behandeling bovengemiddeld goed aan, dus na de tweede scan, negen weken na de eerste was hij wat minder zenuwachtig voor de uitslag. Maar helaas, verder behandelen heeft geen zin meer. Zijn wereld stort nu in op nog geen zestigjarige leeftijd. Hem treft een lot wat veel te veel mensen treft.

Vannacht sliep ik slecht en werd om vijf uur wakker. Ik moest aan hem denken, ondanks dat ik geen bijzondere band met hem heb. Ik sliep niet meer. Vandaag huilde hij aan de telefoon. Een man van nog geen zestig moet zich gaan voorbereiden op zijn dood, terwijl hij hoop had op een redelijke verlenging van zijn leven. Ik kan er geen zinnig woord over zeggen. Voor iedereen is dit anders. Er zijn mensen die het aanvaarden, er zijn mensen die rationeel blijven, er zijn mensen die dankbaar zijn voor de tijd die ze al gehad hebben en er zijn mensen wiens wereld instort. Die laatste groep is het grootst.

Vanochtend reed ik op deze opvallend warme en natte januari-ochtend naar mijn werk. Ik had het nieuws op staan en ik hoorde over overstromingen in Australië, in Brazilië en in Limburg. De  stromende regen maakte overal enorme plassen. Ik vond het ongewoon voor januari. Onwillekeurig moest ik denken aan het einde der tijden, dat in 2012 plaats zou vinden. De wereld zou instorten. Ik werd er niet vrolijker van. Ik dacht aan Noach, die een ark bouwde. Het wordt tijd dat het weer eens flink gaat vriezen.