Zachte heelmeesters.

Zomaar een willekeurige nacht, om een uur of half drie hoor ik wel eens kindervoetjes drentelen. Dan hoor ik een deur opengaan en komt een kind onze slaapkamer binnen. Altijd, dus niet “soms niet”, nemen ze de langste route naar mijn kant van het bed. Ik slaap aan de raamkant, zodat de inbrekers eerst langs Linda moeten voor ze bij mij zijn. En dan hoor ik: (papaaah?) Dit kan Hans of Tammar zijn, ze doen het alletwee zo. Dan volgt de reden van hun nachtelijke bezoek. Hans is meestal geschrokken en Tammar kan d’r lappie niet vinden, hoorde gebonk of er vloog een beest door haar kamer. Vannacht was het Tammar. Een keer of vijf. Elke keer als je net weer ligt, hoor je die voetstapjes weer, en een paar seconden later volgt de volgende smoes.

Dat ze bij mij komen en niet bij Linda heeft twee belangrijke oorzaken. Ten eerste hoor ik ze al aankomen voor ze er zijn, en ten tweede, als Linda dan toch wakker wordt nadat ik Tammar voor de vierde keer liefdevol heb teruggebracht, grijpt ze ook hardhandig in, slaat daarbij dreigende taal tegen Tammar en verwijtende tegen mij uit, en dan was het ook gelijk de laatste keer dat ze haar bed uit kwam. Die Linda van mij, die kan korte metten maken.

Ik kan er niet mee omgaan.

Er schijnt een filmpje op internet te circuleren waarin een porno-acteur een gruwelmoord pleegt, niet voor de pornofilm, maar echt. De losgekomen lichaamsdelen circuleren op dit moment nog bij FedEx en worden op verschillende scholen afgeleverd. Op één of andere manier heb ik altijd een collega die het filmpje ook daadwerkelijk heeft bekeken. Waarom hij dat keek? Hij wilde zien of hij het tot het laatst kon volhouden zonder over te geven. Goede reden. Ikzelf zou nooit naar zulke beelden kijken, want ik wil het gewoon niet weten. Ik wil ook niet dat het in de krant komt, ik wil geen proces want we hebben een filmpje en een bekentenis, vuurpeloton, begraven, vergeten dat het ooit gebeurd is.

Daarna had een andere collega een film gezien waarvan ik de naam gelukkig vergeten ben, maar waarin drie mensen aan elkaar werden vastgenaaid, de ene met zijn mond aan de anus van de ander, zodat die tenminste nog wat voedingstoffen binnen kreeg. Ja, ik maak er maar even een grapje van, want ik weet ook niet hoe hier mee om te gaan. Dit was dan gelukkig slechts een film, maar hij schijnt geregisseerd te zijn door een Nederlander. We hebben een film, een bekentenis op de aftiteling, vuurpeloton, begraven, vergeten dat het ooit gebeurd is.

Pensionado in 2038.

De tuin, da’s toch wel een mooie uitvinding. En dan bedoel ik niet een mooie grote tuin met gras en bomen, maar gewoon zo’n plaats achter het huis, zoals ikzelf heb, en zoals zoveel mensen hebben. Die van ons is klein, 5×12 meter denk ik, maar het is de ideale afmeting voor een territorium. We moeten straks tot 68-jarige leeftijd doorwerken, facebook bestaat dan niet meer, dus het pensioen moet weer ouderwets in de tuin worden gesleten.

Allereerst zetten we er een mooie houten schutting omheen. Vervolgens leggen we overal tegels. Hier en daar zetten we een plantenbak, niet te veel. De tegels spuiten we wekelijks helemaal schoon. Boven de schutting spannen we touwtjes, tegen de vogels. Want we willen geen vogelpoep op de schutting. De touwtjes spannen we elke week even aan. Met een speciaal brandertje branden we het onkruid weg, als we toch bezig zijn. De poort moet voorzien worden van een degelijk slot, zodat de jeugd hun voetbal kwijt is, mocht deze per ongeluk in de tuin belanden. Er mag één vogelvoederhuisje worden neergezet, maar dagelijks even rondom vegen, want die beesten maken er een zooitje van. Misschien een tweetal coniferen bij de ingang, of een laag haagje, zodat er wat te knippen valt. Oh ja, en denk erom, het schuurtje moet spik en span zijn! Gereedschap liefst aan een houten plaat, werkbank met bankschroef moet opgeruimd zijn, en het mag vooral niet te vol staan. Dus geen fietsjes voor de kleinkinderen erin. Eventueel een schommel die in de deuropening kan worden neergehangen, maar liever niet. En vegen, vooral vegen!

Oh ja, en overleg alles wat u doet met uw vrouw. Neem nooit zomaar een eigen initiatief. Dat zou de rust maar onnodig verstoren.

Het nieuwe rijden

Het grote nadeel van geen Alfa Romeo rijden is dat je je wat meer laat opfokken in het verkeer. Ik word nu toch regelmatig rechts ingehaald door een bus-achtige, met op voorbank een bouwvakkertje of drie. En die knallen hem net zo makkelijk weer in de ruimte die ik juist openliet om niet steeds boven op je rem te hoeven staan. Maar door dat busje moet dat dus wel. Terroristen zijn het, niets meer en niets minder, en alle middelen zijn geoorloofd om ze te laten verongelukken. Kijk, dit had ik met mijn Alfa nooit. Niets ten nadele van de oogsplijtende Peugeot die ik nu heb, maar de medeweggebruiker heeft gelijk stukken minder respect. Ik zal er mee moeten leren omgaan. Misschien moet ik me ook die rechtspasseerbeweging aanleren.

Ik heb trouwens serieus een tip voor u om ook zonder Alfa sneller te zijn in het verkeer. Het werkt als volgt: stel, je rijdt op de A28, komende van Utrecht in de richting van Amersfoort en je moet naar Vaassen. Dan kun je twee dingen doen: Of je pakt de afslag A1 richting Apeldoorn, of je rijdt rechtdoor richting Zwolle. Dat laatste doe je. Bij de afslag Apeldoorn hoef je dan niet al een kilometer van te voren in de optocht aan te sluiten, om vervolgens pas vijf minuten later op de A1 te zitten. Maar nu komt het! Verander op het laatste moment van gedachte als er ruimte is en pak dan stiekem toch de A1. Een Porsche haalde mij bij Utrecht al in, maar dankzij mijn nieuwe rijden had hij me bij Apeldoorn nog niet afgeschud.

Weerpraatje

Zo’n koude drie juni heb ik nog nooit meegemaakt. Ik hoorde dat het vandaag dezelfde temperatuur was als eerste kerstdag vorig jaar. En dan dat temperatuurverschil met een week geleden! Weermannen en -vrouwen zijn stronteigenwijs. Ze proberen het dagelijks maar het weer is onvoorspelbaar. Beter zou het zijn als de temperatuur zich langzaam zou opbouwen tot het hoogtepunt op 1 augustus. En daarna weer langzaam terug totdat het op 1 februari op zijn koudst is. Dat zou makkelijker plannen zijn.

Als dat zo vanaf het begin zo geweest was, had niemand vragen gesteld over het weer. Dan was het duidelijk. Aan de andere kant, de sociale contacten zouden niet bestaan hebben, want die zijn begonnen dankzij het onvoorspelbare weer. Zou het weer zich voorspelbaar gedragen en iemand zou op 1 augustus tegen zijn buurman zeggen: weertje hè?” dan zou dat net zoiets zijn als op 25 december: “kerstmisje, niet?”

Ik klaag zelden over het weer, maar waar ik echt niet tegen kan is, als de zomer nog moet beginnen, dat het dan de ene week 30 graden is, en de week erop 12, terwijl je weet dat het nog omhoog moet. Als we weer richting winter gingen vond ik het nog niet zo’n probleem. Ik had de verwarming en een trui aan vandaag.

Flexibel

Ik maakte twee maanden terug de overstap naar mijn huidige werkgever, waar een compleet andere sfeer hangt dan waar ik hiervoor zat, maar ook weer een andere dan waar ik daarvoor zat. Deze overschakeling is niet zo moeilijk, van het conservatieve, godvrezende administratiekantoor met soms vooroorlogse opvattingen naar de compleet losgeslagen anarchie die er hier bij vlagen heerst. Vooral als de vrouwelijke collega’s er allemaal niet zijn, zoals vandaag, dan weet je aan de eettafel werkelijk niet wat je hoort. Ik leer begrippen die ik eigenlijk niet voor mogelijk had gehouden. Vooral van degenen die zich het meest correct gedragen als er klanten bij zijn.

Maar ook op het administratiekantoor heb ik me goed aangepast en vond ik het werk geweldig. Alleen kon ik daar nooit vloeken, en hoewel dat misschien een goede zaak lijkt, is dat niet helemaal waar, want als je als timmerman op je duim slaat, moet je het recht hebben om de frustratie de vrije loop te geven. En dat geldt ook voor en boekhouder die zich aan een envelop snijdt. Gereformeerden hebben geen goed gevoel voor timing, dus die zeggen er direct iets van in plaats van op een tactisch handiger moment. Waardoor je dus haast genoodzaakt bent om te vragen waar hij zich in godsnaam mee bemoeit, maar dat doe je natuurlijk niet, je zegt sorry, ik zal er op letten.

Het is leuk hoor, zo’n sfeertje, maar de boekhouder kan er natuurlijk pas in mee, als de laatste cent verantwoord is. Maar als dat zo is, nou berg je dan maar. Dan kun je als je niet oppast zomaar vier suikerklontjes in je koffie krijgen, of als hij echt op dreef is, een doorzichtig plakbandje over het luistergedeelte van je telefoon.

Gevraagd: wijze.

In 1999 was de laatste gesproken column van GBJ Hilterman op de radio. Een half jaar later overleed Hilterman, waardoor je kunt concluderen dat “de toestand in de wereld” zijn levenswerk was. Hilterman was een stabiele factor die zelden verzaakte en wekelijks zijn visie gaf op de wereldpolitiek. Dat deed hij op dusdanig subtiele wijze dat je hem wel moest geloven. Hij maakte voor de luisteraar de toestand in de wereld begrijpelijk en logisch. Misschien was hij wel een collectief geweten.

Toen Hilterman ermee ophield, was de logica weg en ging iedereen zijn eigen conclusies maar trekken. Met de opkomst van het populisme als gevolg. Niet toevallig dat Pim Fortuyn vlak daarna zijn hoogtijdagen vierde. En nog steeds zitten we met de gebakken peren. Over elk onderwerp wordt eindeloos gediscussieerd, men vangt elkaar vliegen af, er zijn meer experts dan ooit tevoren, en nu zitten we dus zonder fatsoenlijke regering. Ik zie het ook wat somber in voor de volgende formateur, en als het al lukt, dan zie ik het weer somber in voor de duur van de regeerperiode van het volgende kabinet.

Ik denk dus dat het komt omdat we geen Hilterman meer hebben. Er is geen collectief meer. En dat als we willen bouwen aan dit land, dat de eerste stap moet zijn een nieuwe Hilterman aan te stellen. Zodat in elk geval de meeste neuzen weer dezelfde kant op gaan wijzen. Nu is het hier net zo’n op hol geslagen kompas.

Lieke

Tammar wilde een spelletje voordat ze naar bed moest. Ik wilde dat niet. Dan wilde ze een boekje. Ik zei: “Nee, ik ga een verhaaltje vertellen.” Het verhaaltje ging over Lieke.

Lieke ging barbecueën samen met haar broertje en haar vader en moeder. Lieke vond de komkommer zo lekker dat ze steeds een stukje pakte, maar haar vlees at ze niet op. Haar mama zei: “Lieke, blijf nu van de komkommer af en eet eerst je vlees op.” Lieke luisterde echter niet, en pakte weer een stukje komkommer. En toen gooide ze haar drinken om. Zo op haar bord. (Tammar luisterde aandachtig met haar duim in haar mond) Mama werd boos. Na het eten wilde Lieke nog even buiten spelen. Papa zei: “dat is goed, maar als ik je roep, gaan we zonder zeuren naar bed!” “Oke,” zei Lieke. Maar toen papa riep, luisterde Lieke niet. Nee, ze rende weg en papa moest haar vangen! (Hier begonnen Tammar’s ogen te stralen) En toen papa haar had, begon ze heeeeel hard te gillen. En ze riep: “Laat me los, ik wil zelf lopen!” Maar toen papa haar losliet, rende ze weer weg. (Hier had ze door dat het over haar ging) Papa pakte haar en sleurde haar de trap op. Lieke wilde niet uitkleden dus papa moest haar uitkleden. Dat ging nog niet makkelijk. Lieke ging in elkaar gedoken zitten zodat papa haar niet kon uitkleden. (Dat ben ik, zei Tammar) En toen hij haar eindelijk uitgekleed had, zette hij haar onder de douche. Lieke begon te krijsen. “Heet heet, koud, koud,” en ze sprong weer onder de douche vandaan. En toen viel Lieke. Boem. En Lieke begon nog harder te krijsen. “Eigen schuld,” zei papa. (Dat ben ik, riep Tammar weer) Papa waste haar haren. “Handdoek, handdoek, riep Lieke die prik in haar ogen had gekregen. (Dat ben iihhiiik, zei Tammar)

Ben jij dat, Tammar? Nee hoor, dit gaat over Lieke. Tammar gaf mij een kus en een knuffel en liet zich niet meer horen nadat ik de deur achter haar dicht trok.

Opoffering

Het zal allemaal wel, dat Pinkpopgeweld, maar ik maak me zorgen. Linda staat er al de hele dag, vooraan, houdt het bijna niet meer vol en kan geen kant op. Ze is er niet eens voor zichzelf maar ze bewijst de overbuurman, een groot Springsteen-fan, een dienst. Overbuurman is visueel gehandicapt en heeft ook een slecht gehoor. Hij mag niet autorijden en in het donker ziet hij niks. Degene die eerst met de buurman zou gaan haakte af, en de overbuurvrouw zag Pinkpop ook niet zitten. Ik zou er ook niet aan moeten denken, maar Linda zwichtte voor de zwaar teleurgestelde buurman en bood aan om dan met hem mee te gaan. Hij heeft in het donker begeleiding nodig en moet vooraan staan om toch iets mee te krijgen van zijn grote idool. Nu is het niet zo dat Linda Bruce Springsteen niet leuk vindt, maar de hele dag in de hitte opééngepakt staan in afwachting van The Boss, daar zag ze toch wel tegen op.

Uit haar sms-jes maak ik niet op dat het wel meevalt. Hopelijk heeft Bruce een beetje haast en houdt hij zich aan de eindtijd, die dacht ik om half elf is. Daarna mag je proberen je auto terug te vinden en daar weg te komen. Als het allemaal meezit, is ze om vier uur vannacht terug. Morgen mag ze weer werken. Wat mensen zichzelf aandoen voor een beetje muziek is al niet te geloven, maar wat Linda doet is pure opoffering. Dit kost haar zeker tot het weekend om weer van bij te komen. Dat ze maar gauw weer thuis mag zijn.