Oproep tot massamoord.

Wie oh wie is de uitvinder van de bromvlieg en wat heeft dat irritante beest in hemelsnaam voor functie in dit aardse rijk? Want wat kan een vlieg eigenlijk? Op je gaan zitten en irritant door de kamer vliegen. Verder niks. Ik kan geen enkele nuttige functie van een bromvlieg verzinnen. Als een beest geen functie heeft, dan roepen biologen dat hij troep opruimt. Pertinent niet waar! Vuile communistische leugens! De troep moeten wij nog steeds zelf opruimen, vliegen maken het alleen erger. Of ze poepen erop, of ze gaan dood en leggen hun lichaam ondersteboven in de vensterbank. Compleet nutteloos zijn ze, en irritant, dus daarom moeten ze uitgeroeid.

Wat kan er nu moeilijk zijn aan het uitroeien van de bromvlieg? Als u allemaal even meehelpt? Ik mocht van Linda niet van die plakrollen aan het plafond hangen, want dat vindt ze vies. Terwijl het juist heel hygiënisch is, want als je vuil op één plek verzamelt, dan is dat hygiënischer dan dat je het overal neerlegt. Denk aan de uitvinding van het de w.c en van de vuilnisbak. Ik vind dus dat u massaal de vliegenmepper moet hanteren. Elke dag mept u elke vlieg die u ziet plat. Een vlek op de muur, meer mag er niet van overblijven van deze treiteraar des overige schepselen. Bovendien krijgt de bromvlieg dan nog eenmalig een functie, namelijk lichaamsbeweging voor de mens.

Mocht de bromvlieg dan toch nog enig nut hebben in de vorm van spinnenvoer, dan voeren we de spin na de complete uitroeiing wel bij. Hebben we een deal?

Afstomen.

Ik heb een enorm groot talent voor duursporten. De Marathon, de Tour en natuurlijk de 24 uur van Le Mans, echt iets voor mij. Qua behendigheid ben ik iets minder, vandaar dat het turnen aan de ringen niet echt iets voor mij is.

We zijn begonnen met het opknappen van de slaapkamers van de kinderen. Tammar heeft de babykamer die oorspronkelijk voor Hans is ingericht, en Hans heeft nog Bob de Bouwer behang waar hij intussen ook wel overheen gegroeid is. Ik zeg we, maar Linda zou het doen. Zij heeft immers nog vakantie. Maar het afstomen van het behang valt haar zwaar. Na een dagje had ze nog maar één muurtje gedaan, nog wel met de hulp van Hans en Tammar ook, dus dat leek nergens op. Als u zich afvroeg waarom er zo’n vreemde inleiding in dit logje zit, dat komt nu.

Het afstomen van behang is duursport. Er komt geen behendigheid aan te pas, zoals bij het behangen, wat we overigens aan een professional overlaten, maar je moet doorzetten en volhouden. Het is rekken, strekken, stomen en het plamuurmes hanteren. Geen pauzes, gewoon doorstomen. Geweldig om te doen. Ik wist niet dat ik er zo goed in was. De hele kamer van Tammar is nu vrij van behang, en een baantje of drie van Hans’ kamer ook. Morgen ga ik verder. Dan is het afstomen klaar. Laat mij maar het domme werk doen, dan lever ik vakwerk. Zonder mij had deze klus de rest van de vakantie van Linda ingenomen. Ik ben een meesterafstomer.

Solo

Gisterenochtend las ik in de krant dat er een documentaire kwam over een man die als eerste van Tasmanië naar Nieuw Zeeland wilde oversteken in een kajak. De documentaire duurde tot 0:45 uur, maar ik wilde het zien. Opnemen had gekund, maar de praktijk is dan dat ik het niet meer terugkijk.

De Tasmaanse zee is zo ongeveer de ruigste zee ter wereld met golven van 15 meter hoog. Andrew had zich voorbereid maar toch vond iedereen het een krankzinnige stunt. Sommige mensen hebben zo’n hang naar het avontuur dat ze bereid zijn hun leven te wagen. Zijn vrouw huilde toen hij ging, zijn kleine zoontje riep hem vrolijk na, en hij barstte in een huilbui uit toen hij wegvoer, en vroeg zich hardop af waarom hij het deed. Dat was het moment waarop hij had moeten omkeren.

De kajak kon hij waterdicht afsluiten als de zee te ruig werd, en als hij moest slapen. Hij wurmde zich dan helemaal in de kajak, trok een deksel over hem heen en zo kon hij slapen, al was er minder ruimte dan in een doodskist.

Op de dag dat hij aan zou komen, dertig mijl uit de kust van Nieuw Zeeland kwam er bij de kustwacht een zwak noodsignaal binnen. Het was Andrew en zijn boot was zinkende. Zijn boot en zijn camera werden teruggevonden, Andrew nooit. De golven hadden hem toch te pakken gekregen.

Door deze stunt liet hij zijn vrouw en zijn kleine zoontje achter. Om zijn honger naar avontuur te stillen. Zijn intens verdrietige vrouw sprak geen kwaad woord over hem, maar ik vond de sympathieke Australiër maar een domme egoïst. Dat je dom bent daar kun je niet zoveel aan doen, maar dat je zo’n enorm risico neemt en je vrouw weduwe wordt en je zoontje zonder vader moet opgroeien door jouw onverantwoorde actie, daar kan ik geen waardering voor hebben. Wees dan een vent en ben wat laffer.

Lost Kayak at sea

Kwamkwammertijd.

Het is natuurlijk vakantietijd maar weblog lijkt al wel langer uitgestorven. Natuurlijk, ik heb twee jaar lang ernstig niks meegemaakt, en daarvoor maakte ik in wat mindere mate niks mee, en als er iets erg is, is het wel als mensen die nooit iets meemaken, toch hun verhaal kwijt moeten. In die zin begrijp ik best dat er geen 40 reacties meer komen op een logje.

De sensatie is er natuurlijk af en na acht jaar webloggen hebben de meeste wel in de gaten dat ik soms een beetje overdrijf en alleen de voordeligste foto’s van mezelf plaats, maaaarrrr…het blijft natuurlijk wel lullig.

Facebook en Twitter zijn waarschijnlijk de hoofdschuldigen, hoewel je eigenlijk niet van schuldig kunt spreken. Het zijn gewoon ingevulde behoeftes, en er is meer behoefte aan Twitter en Facebook dan aan weblog. Net zoals er meer behoefte is aan The Voice of Holland dan aan Zomergasten. Of maak ik weblog nu te belangrijk door het met John de Mol’s creatie te vergelijken?

Ik gooi de jaarlijkse zwembroekfoto er nog maar even tegenaan, misschien helpt dat.

Oh wacht even, da’s een onvoordelige. Deze moet het natuurlijk zijn.

Heimwee en liefdesverdriet

Elk jaar in de vakantie heb ik er even last van. Heimwee als we gaan en liefdesverdriet als we teruggaan. De heimwee beschreef ik al eens in een logje genaamd “de onvermijdelijke avond van te voren”, en het verdwijnt zodra we in de auto zitten. En het liefdesverdriet treedt op als we weer wegrijden, de warme, bergachtige en mooie streek uit, het verdwijnt zodra we op de tolweg zijn.

Ik wijt het maar aan opgelopen littekens in mijn jeugd, waardoor ik wat overgevoelig ben geworden, of misschien wel gewoon ben. De tijd gaat ongelofelijk vlug. In mijn jeugd zat ik achterin en mijn vader stuurde onze auto terug, nu ben ik het die stuurt, al wil ik mijzelf op zo’n moment wel eens verwisselen met mijn vader. Er speelt op zo’n moment ook altijd een muziekje op de radio wat het verlangen naar Frankrijk versterkt.

Het is allemaal licht en kortdurend, ik hoef er niet mee naar de huisarts, maar het is er elk jaar weer. Mijn moeder verzuchtte eens vlak na het overlijden van mijn vader dat al die mooie vakanties nu ook voorbij waren. Misschien zijn het wel plaatsvervangende emoties, maar het betekent natuurlijk ook dat het gewoon een mooie vakantie was. Dat vind ik het belangrijkste, dat de vakantie mooi was. Dat hij dan voorbij is vind ik minder erg.

Morgen weer aan het werk. De rest van het gezin heeft nog drie weken. Waardoor ik eigenlijk ook nog drie weken een beetje vakantie heb. Ik kan er weer tegen.

De bruingestreepte Douciervos.

Het belangrijkste regionale nieuws in onze vakantie was de ontdekking van een nieuwe vossoort in Doucier, die de naam kreeg Vulpes Striata Brunneis, of in de volksmond, de bruingestreepte Douciervos. Regelmatig werd hij gesignaleerd in de heuvels rond Doucier, maar vandaag las ik op een internetsite dat hij even plotseling als dat hij was gekomen, ook weer leek te zijn verdwenen.

Zes jaar geleden gingen wij op vakantie met mijn beruchte schoonzus en mijn zwager. Ik en mijn zwager maakten toen een overlevingstocht door de woeste Ardennen. Hij was toen commando Piet en ik was commando Jan. Nu, zes jaar later, ik ben 42, hij 46, was er nog niks veranderd. Met onze beide opblaasboten waren we nu marinier Piet en marinier Jan die de woeste zee trotseerden.

Maar ’s avonds waren we weer commando’s toen we een overlevingstocht door de woeste Jura maakten. We klommen de berg op en kwamen in het dorp Fontenu, waar nog steeds de tweede wereldoorlog woedde. Jean a de longue moustache, je répète, Jean a de longue moustache.

Omdat wij geen zwaar bewapende commando’s zijn maar verkenners, hadden wij zo weinig mogelijk bepakking. Wij aten planten en schorpioenen en om onze commandobips af te vegen gebruikten wij een vos, omdat het daarvan nu eenmaal stikte in Doucier.

De weg kwijt.

Doucier, le 21 juillet 2012

Het is mijn handelsmerk, op vakantie de weg kwijtraken. Ik ben natuurlijk niet echt de weg kwijt zolang ik de zon zie en een horloge heb. Ik weet dan in welke richting ik moet. Als ik niet meer zeker ben of ik nog goed ga, ga ik harder rijden. De passagiers en de volgers denken dan: hee, die rijdt door, die is hier bekend. Het is echter uitstel van executie. Na een kwartier hebben ze het door als ik voor de derde keer door het zelfde dorp rij. Dan volgt de gebruikelijke betweterigheid en het “I told you so.”

Daarna wordt het pas echt lachen want dan geef ik het heft uit handen en word volger. Mijn zwager nam de leiding en voerde ons een berg op, die leidde naar een grot. Hij reed nog net niet de grot in, de verbaasde gids vroeg zich al af wat we daar kwamen doen. Na kort overleg en op de zon oriënterend namen we de oostelijke richting en langzaam kwamen we weer borden tegen met plaatsnamen die ook op de kaart terug te vinden waren. Vlak voor Doucier dreigde mijn zwager, die voorop reed, nog een verkeerde afslag te nemen, maar ik toeterde luid ten teken dat hij rechtdoor moest. De gendarmerie was er net bezig met een verkeerscontrole. Ondanks de claxon mocht ik doorrijden. Nederlanders mogen meestal door van de Gendarmes. Wij zijn namelijk de motor van de Franse economie.

Apartheid

Doucier, le 20 Juillet 2012

Vakantie doet mij goed, mensen! In slechts één week neemt mijn conditie triathletische vormen aan. Het hele jaar zit of lig ik onderuitgezakt op een stoel of op de bank. Mijn eerste wandeling over deze immense camping kostte mij moeite. Maar na wat pompen, roeien, lopen, zwemmen en badmintonnen voel ik mij zoals ik eruit zie, tien jaar jonger. Mijn conclusie is dan ook dat mensen met een kantoorbaan naar een camping moeten en dat mensen die het hele verdere jaar al lichamelijk actief zijn, naar een all-in mogen.

Ik zit hier wel op de grootste camping waar ik ooit heb gezeten. Linda neemt het liefst de auto als ze naar de bakker gaat. Zelf prefereer ik een elektrisch wagentje van de camping. Het is zeker 800 meter lopen. Toch merken we niet zoveel van de grootte. Onze stacaravan (iedereen zegt mobile home) staat in de uiterste hoek van de camping en op de andere delen hoeven we niet te komen. Een prima scheiding tussen arm en rijk hier, we hoeven ons niet te begeven tussen het nomadenvolk in tenten. Behalve dan tussen mijn schoonzus en zwager die vandaag ook zijn aangekomen. Zij hebben een rent-a-tent maar willen wel gebruik maken van onze sanitaire voorzieningen. Binnenshuiskampeerders! Het rustige gedeelte van onze vakantie is nu voorbij.

Zwitserland

Doucier, le 20 Juillet 2012

Het was vandaag bewolkt dus een mooie dag om erop uit te trekken naar de bezienswaardigheden in de omgeving. Iets wat iedereen doet op dagen als deze, vandaar dat Les Cascades du Hérisson een bezienswaardigheid zijn. Leuk watervalletje hoor daar niet van, maar ze heffen er €4,- parkeergeld. Hetzelfde verschijnsel als vorig jaar viel mij op. Fransen kunnen geen hoogtes meten. Deze waterval was ruim 30 meter hoog, volgens het bord 65. Om het dan met viltstift te gaan verbeteren is ook wat overdreven, maar ze stelen zo telkens wel op Telegraaf-achtige wijze de show. Zo heb ik ook mijn twijfels bij de hoogte van de Eiffeltoren, het viaduct van Millau, en over de hoogte van de Mont Blanc. Ze trekken er veel toeristen mee maar in werkelijkheid is de Mont Blanc niet veel hoger dan de Amerongse berg.

Over de Telegraaf gesproken, ik las vanochtend over een terroristische aanslag op het gemeentehuis van Waalre. Dezelfde vette letters werden gebruikt als bij de aanslagen vorig jaar in Noorwegen. Grote woorden als: aanslag op de democratie, ondermijning van de rechtsstaat, Ivo Opstelten mocht ook nog zijn zegje doen als opperbevelhebber van de anti-terreureenheid, bleek dat er helemaal geen doden waren gevallen! Slechts wat gepruts met molotovcocktails. Die tellen niet mee als terroristische aanslag, vind ik. Er moet minimaal een ontstekingsmechanisme aan te pas komen en er moeten ruiten sneuvelen als gevolg van een drukgolf. Anders lijkt het nergens op. Grote kans dus, dat als u geen Telegraaflezer bent dat dit nieuws u compleet ontgaan is.

Goed, we reden door naar de Zwitserse grens en voor het eerst in jaren moesten we paspoorten tevoorschijn halen. Dat tevoorschijn halen was overigens genoeg want met een beweging van zijn hoofd verschafte de douanier ons toegang. Wat we in Zwitserland gingen doen wisten we zelf ook niet, waarschijnlijk was het alleen maar om Hans en Tammar wat internationaler te maken. Het meer van Genève dan maar. Het is nog best lastig om aan de oevers te geraken want je kunt er heel makkelijk evenwijdig aan rijden, maar er naartoe is stukken moeilijker. Uiteindelijk lukte het ons bij Prangins, vlak naast Nyon, wat nog best een aardig stadje lijkt. Het hele meer stelt geen bal voor, we kwamen er dan ook geen mens tegen. Na een half uurtje visjes te hebben bekeken keerden we huiswaarts.

Het probleem was wel dat ons vakantieadres zich net boven de vouw op de kaart bevond, en we ons nu net onder de vouw, dus op de achterkant bevonden. We reden dus weer fout. Ik zag een bordje met Dole en ik wist dat dat in Frankrijk lag, dus die kant moesten we op. Bleek het te gaan om La Dole, een berg in Zwitserland van 1677 meter. Het was een smalle, kronkelige weg naar boven, ik begreep niets van de borden die ons naar de top brachten in plaats van naar Frankrijk. Niet heel veel later stonden we dan ook weer beneden, op dezelfde plek waar we naar boven waren gegaan. Het was wel een prachtig weggetje. Ergens boven stond een vos midden op de weg, met zijn prooi nog in zijn bek. Hij leek even nieuwsgierig naar de auto, maar wachtte helaas het moment niet af dat we een foto konden maken. Zwitserse vossen lijken trouwens groter dan Nederlandse, alleen scheppen de Zwitsers daar niet over op, zoals de Fransen bij wie een vos toch gauw een schofthoogte van een meter heeft.
Terug bij de grens werden we niet meer gecontroleerd, het regende en de douaniers stonden binnen. Tip voor smokkelaars. Zwitserland, je moet er geweest zijn. Niemand weet precies waarom.

Een ouderwetse dag

Doucier, le 18 Juillet 2012

Ouderwetse warmte vandaag. Ik dobberde in het bootje met Hans of Tammar, ik weet niet meer wie het op dat moment was, en ik bedacht wat er nu eigenlijk veranderd was in 35 jaar. Een opblaasboot, blauw-groen water, de zon hoog aan de blauwe lucht en wat vredige groene heuvels rondom. Het zou voor het zelfde geld 1977 geweest kunnen zijn. Zwemmende Franse kinderen gebruiken nog dezelfde kreten. “Attends, arrête!”, je hoort het altijd in Franse wateren. Alleen Jan Pelleboer ontbrak er nog aan.

’s Ochtends in de rij bij de bakker is het niet anders. “Bonjour, baguette, croissants,” de vrolijke bakker zei tegen Hans: “tu es le porteur, jeunehomme.” De sfeer op een zomerse dag op Franse camping is onovertroffen en lijkt ook niet te veranderen. Slechts als je wat langer kijkt zie je sommige mensen bezig met hun mobieltje.
Het was een prachtige dag. We gaan weer bruin worden.