Vandaag was de eerste schooldag voor Hans en Tammar op hun nieuwe school. Linda bracht Tammar naar de klas, ik Hans. Hans is pas zeven en gaat nu naar groep vier. Hij is een grote jongen voor zijn leeftijd, en soms gedraagt hij zich best stoer, maar ik ken hem ook als hij met zijn stevige, bruine lijfje in zijn zwembroek met zijn schepnetje een uur lang geduldig in zijn eentje staat te wachten aan de waterkant tot hij een visje vangt. Hij is nog maar een klein jongetje.
Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik een keer midden in het jaar naar een nieuwe school ging, ik was al dertien maar toch was ik blij dat mijn vader me even bij de directeur afzette. En nu stond ik op het schoolplein en zag weer dat voor mij onbekende, dat massale wat me in mijn late middelbareschooltijd altijd angst in boezemde. Liefst maakte ik rechtsomkeert van dat bedreigende gebouw vol met opgeschoten jongens en leraren die mij figuurlijk een lesje zouden leren. Na een week had ik meestal al wat meer praatjes.
Toen ik Hans in de klas zette, was hij stil, terwijl de meeste kinderen, omdat ze elkaar al kenden, honderduit praatten. De juffrouw kwam naar Hans toe en gaf hem een doosje kleurpotloden en een boekje waar hij in kon kleuren. Stilletjes ging hij aan de gang, netjes binnen de lijntjes, en ik vond dat ik maar moest gaan. Ik sprak hem gemaakt vrolijk toe, maar ik voelde een brok en van binnen voelde ik me schuldig dat we hem uit zijn vertrouwde omgeving hadden gehaald en zomaar op een andere school hadden gedaan.
Toen ik ’s avonds thuiskwam vertelde hij enthousiast dat het leuk was geweest. Maar hij was ook zichtbaar moe. Ik bracht hem naar bed en las eerst Pinkeltje op zoek naar Klaas Vaak nog even voor. Hij is nog maar een klein jongetje. Iets in mij zou willen dat onze kinderen gewoon zo klein bleven. Voor het stoeien en de grapjes, voor de knuffels en het troosten.


