Elvis has left the building

Het is hier wat stil. Dat komt zo. Ik ben een week op Hawaii geweest om Elvis bij te staan in zijn laatste uren. Hij belde me vorige week.

Morriezz?
Yes E?
I finally saw my flaming star.
Morriezz?
Morriezz, are you still there?
Yes E. I’ll take the next flight, hold on E. I’ll be there tomorrow.

Ik nam het eerste vliegtuig naar Hawaii en trof hem aan in zijn huis, liggend op zijn bed. Hij stak zijn hand uit toen ik binnen kwam en ik pakte hem vast. “Goed dat je gekomen bent, Morriezz.” Ik groette Lisa en nam plaats op een stoel. Hij vertelde me dat hij nu 77 jaar oud was en dat de beginjaren een hoge tol hadden geëist. Maar ook dat het de beste beslissing uit zijn leven was om zijn dood in scène te zetten en in de anonimiteit te verdwijnen. Hier op Hawaii had hij de meest rustige en misschien wel gelukkigste tijd uit zijn leven meegemaakt. Slechts weinig mensen wisten ervan, al gonsde het de laatste tijd van de geruchten.

“Ik had een Godgegeven gave, you know?”
“Ik weet het, E.”
“Take care of Lisa.”
“I will, dad.”

Hierna sloot hij zijn ogen om ze nooit meer open te doen. Na een klein uur blies hij zijn laatste adem uit. Hij is niet langer onder ons. Lisa snikte. Ik begeleidde haar naar haar auto.

Twee dagen later begroeven we hem, in besloten kring. Lisa, Mama, Michael (die zijn voorbeeld volgde) twee ex-leden van the Memphis Maffia, Barack (die het wel wist), de dominee en ik. Ik sprak een paar woorden en gooide een handje aarde op zijn kist. Long live the king. We zongen Amazing Grace. En ja, ik ben zijn eniggeboren zoon, maar ik denk dat de meeste van u dat al wel vermoedden.

Dag E., bedankt voor alles en rust zacht.

Gevaar op de weg.

Wat veel gevaarlijker is dan met een slok op rijden, is rijden met lage rugpijn. Die rugpijn liep ik op tijdens een zogenaamd beach-event van mijn werk, waarbij er tijdens het gladiatorenspel zo hard mogelijk gemept moest worden. Het is nu voortaan kiezen of delen; of ik ga mijn buikspieren trainen, of ik beweeg me de rest van mijn leven alleen nog maar voorzichtig.

Strompelend naar de auto en je dan in de stoel laten zakken, die veel te laag staat zodat je weet dat op dat moment al op je kiezen moet bijten. Maar dan. Koppelen, remmen en gasgeven lukt alleen met veel pijn. De truuk is dan ook om de vijfde versnelling in te schakelen en daar tot aan huis niet meer uit te komen. Met al die reclamecampagnes over het nieuwe rijden moeten de medeweggebruikers zich toch ook wat vloeiender over de weg bewegen, nietwaar? Niet waar. Iedereen duikt in elk gat en iedereen staat plotseling op zijn rem. Alleen het signaleren van de remlichten voor je doet al pijn. Dan moet de voet van het gas, pijnscheut één, voet boven het rempedaal brengen, pijnscheut twee, en dan met halve kracht remmen, lange pijnscheut drie. Wat heb ik gevloekt in de auto als er vlak voor mij weer iemand de weg opdraaide waardoor ik moest remmen. De cruise-control bood iets verlichting, totdat er weer geremd moest worden.

Ik besloot de laatste 15 kilometer niet binnendoor te gaan, zoals ik altijd doe, maar om te rijden via de snelweg, om zo minder te hoeven schakelen. Niet veel later reed ik in een stilstaande file. Een auto in brand op een plek waar praktisch nooit files staan. Ik wou dat ik de binnendoorweg had genomen. Het zweet brak me uit. Daar zou de politie eens wat beter op moeten controleren, mensen met rugpijn die een auto gaan besturen.

Gebeurtenissen op de A28

Ik moest vandaag op voor mijn laatste examen. Ik ga meestal rond kwart voor acht weg om om rond kwart voor tien ter plekke te zijn. Vanochtend was de file op de A28 iets hardnekkiger dan anders. Hij kroop en hij kroop, maar hij werd niet genoemd op de radio. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde een schok door de auto gaan. Ik keek in mijn spiegel. De mevrouw achter mij keek geschrokken, maar zij had me niet geraakt. Maar wat dan wel? Was er iets op mijn dak gevallen? Het leek nog het meest op een ontploffing in de vrachtwagen naast mij. Dat was ook de richting die de mevrouw achter mij op keek. Maar ik zag niks. Misschien backfire in mijn uitlaat? Kan dat bij dieselstations? Bij latere inspectie leek mijn achterspatbord heel licht ontzet, maar dat kon ik terugduwen. Geen idee of het er iets mee te maken had.

Even verderop zag ik de oorzaak van de hardnekkige file. Er fietste een man op de vluchtstrook. Hij zag er heel normaal uit, alsof hij elke dag hier fietste. Alleen buitenlanders willen nog wel eens zo’n stunt uithalen omdat ze denken dat dat mag, maar anders moet het toch iemand met zware psychische problemen zijn. Ik kon het niet aan hem zien, hij keek strak voor zich uit en trapte stug door.

Ik was op tijd voor het examen. Het laaste vak. Als ik het heb gehaald ben ik klaar. Dan kan ik mijn diploma in ontvangst gaan nemen. Bijna twee jaar avond aan avond zitten zwoegen. Het lijkt niet veel, een kleine twee jaar, maar ik doe het nooit meer. Ik ben er klaar mee.

Geef er een draai aan.

Nou, nog maar een keertje dan, over het Nederlands Elftal. Want waar heeft het volgens mij, voor 1/16 miljoenste deel coach, dan aan gelegen? Aan het ontbreken van een middenveld. Tenminste, aan spelers die daar horen te staan. De verdediging was ook erg zwak, evenals de aanval. Eigenlijk was het allemaal niks.

Echter, het hoeft ook niet allemaal negatief bekeken te worden. Want ten eerste, wat stelt zo’n EK nu helemaal voor? Het WK winnen, daar gaat het om. Daarmee krijg je de felbegeerde ster op de borst. En ten tweede, als ik even doorreken breken er over 8 jaar weer gouden tijden aan voor het Nederlands Elftal. Want in 1978 werden we ook tweede op het WK, twee jaar later werden we weggespeeld op het EK. Duitsers stonden toen met 3-0 voor, uiteindelijk werd het nog 3-2 door een van de Kerkhofjes.

Maar het was een beroerde tijd. Na 1980 duurde het tot 1988 voordat we weer mee mochten doen met een eindronde. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we in 1984 wel mee hadden mogen doen, als Spanje Malta niet had omgekocht. Spanje won met 12-1, precies genoeg om Nederland uit het WK te houden. Je zag de verdediging van Malta destijds uit de baan van elk schot van Spanje lopen, en daarna kochten alle spelers een mooie auto.

Nog verder doorgerekend betekent dat dus dat we in 2020 Europees kampioen worden. Hoezee. Ongeveer nu staat er ergens in Nederland een nieuwe Marco van Basten op. De eerste acht jaar hoeft u uw huis niet meer oranje te versieren.

Persvrijheid

Ook in het voetbal moet de bestuursvorm van de toekomst geïntroduceerd worden. De dictatuur. Want wat er nu gebeurt is ten hemel schreiend. Hoe haalt een misbaksel als Bert Maalderink het in zijn hoofd om onze bondscoaches zo te tergen? Niet alleen nu, hij deed het bij Van Basten ook al. En waarom wordt Bert Maalderink niet teruggefloten? Ik weet het antwoord, omdat zijn collega’s anders geen lulprogramma’s over voetbal kunnen maken. Als meneer Van Marwijk zegt dat hij de opstelling niet wil geven, dan geeft hij hem niet. Klaar. Waar haalt Maalderink het gore lef vandaan om in zijn volgende vraag weer naar de opstelling te gissen? Verwijderen uit de zaal, die man. Het Nederlands Elftal werd onder Van Marwijk tweede op het WK, kan er dan iets meer respect zijn van een journalist voor deze grote trainer? En mag een trainer ook een keertje falen, alsjeblieft? Dan spelen we een keer een slecht toernooi, dat overleven we ook wel weer.

Dus voortaan helemaal geen verplichte persconferenties meer, alleen vrijwillige. Vervelende journalisten moeten worden geweerd, en wij, nederig volk, zien op de avond van de wedstrijd wel met welke opstelling het de trainer heeft behaagd te spelen. Alsof het interessant is, de opstelling. Opstellingen zijn alleen achteraf interessant.

De Noorderzon

Ik luisterde net even naar het nummer “De Noorderzon” van Conny Vandenbos, onder mijn aandacht gebracht door een logje van Rob Hamilton. Ik kende het nummer wel, want mijn moeder had een cd van Conny waar het opstond. Ik vond het wel een leuke meezinger toen ik achttien was. Maar hoe anders is dat nu! Het gaat over een man die ongelukkig is in zijn gezinsleven en met de Noorderzon vertrekt. IJsland of Canada was de waarschijnlijke bestemming. Zijn zoontje leek op hem en zijn dochtertje op haar. Niemand had iets in de gaten.

Ik moest slikken toen hij op het vliegveld in zijn zak voelde en een wantje van zijn zoontje aantrof. Want potverdorie, wát een egoist! Hoe kún je het hen aandoen? Kijk, ik heb me gewoon neergelegd bij mijn uitgestippelde leven. Wat zeg ik, ik ben er trots op. Ik ben op niets zo trots als op mijn gezin. Zelfs al haal ik straks mijn diploma, dan nog verbleekt dat bij de aanblik van een net gedouchte Tammar in haar pyjama. Bij de smoezen die Hans verzint om ’s avonds nog even zijn bed uit te komen. Bij Linda die hier zorgt dat niemand iets te kort komt.

En ja, we ruziën ook. Ik verdwijn dan niet, want ik wil dat het weer goed komt. Ik ga dan hinderlijk in de weg lopen om de wiedergutmachung af te dwingen. Linda wil nog wel eens verdwijnen in zo’n geval. Dan is ze in de tuin. Onze bruiloft stelde dan wel niet zo veel voor, het huwelijk is volwaardig. Dus al kunnen we soms de wederzijdse schijt krijgen, niets weegt op tegen de stevige basis waarom het gezinsleven draait.

Dus mocht ik ooit met de Noorderzon vertrekken, dan denk ik dat ik bij de afslag Apeldoorn-Noord alweer rechtsomkeert maak.

Brandhout

Het begon veelbelovend, de eerste 17 passes geen Duitser aan de bal, doordringen tot in het strafschopgebied en neergelegd worden, alleen geen penalty. Daarna was het het verzet gebroken en heb ik niks anders dan brandhout gezien. De verdediging bestond uit één man, Stekelenburg en voor de rest liepen er een paar hinderlijk in de weg.

Tenzij je in sprookjes gelooft is het nu afgelopen. Als we al met twee doelpunten van Portugal winnen, dan zal Denemarken van Duitsland winnen, maar ik zou niet weten wie die doelpunten tegen Portugal dan gaat maken. Dit is ook de eerste keer dat ik twijfels had aan de opstelling van de bondscoach. Misschien moet Nederland eens af van het systeem van een bondscoach, en per wedstrijd een referendum houden over de opstelling.

Slechts één keer werden we Europees kampioen zoals u weet. Maar daar hadden we Van Basten, Gullit, Rijkaard, Koeman, Van Breukelen en Wouters voor nodig. Hele grote namen uit onze voetbalgeschiedenis. En dan liepen er ook nog grote namen die maar net iets minder waren. Muhren, Vanenburg, andere Koeman, Van Tiggelen, Kieft, Van Aerle. En later waren we levensgevaarlijk op EK’s en WK’s maar toen was er Bergkamp.

Nu staan er Willems, Van de Wiel, Mathijssen, Heitinga. Kneuzen. Van Bommel en Van der Vaart, nog kneuziger. Robben, Affelay en Sneijder, zielig gewoon. Huntelaar en Van Persie jagen dan nog enige schrik aan, maar bakten er ook niks van.

Het is een wonder dat nagenoeg hetzelfde elftal tweede van de wereld werd. Ik vind verliezen niet zo erg, zelfs verliezen van Duitsland kan ik mee leven, maar zo kansloos verliezen, en niet eens door de kwaliteit van de tegenstander, die best goed was, maar door zo slecht te spelen, daar kan ik niet tegen.

Aanvulling: Dit was Brandhout, goedenavond.

The reflex

Vandaag waren we op een feestje van mijn schoonzus en zwager, ter gelegenheid van hun 12,5 jarige huwelijk. Het was een feestje met activiteiten, daar hou ik van, want iedereen is ’s avonds dan zo uitgeput dat niemand het meer in zijn hoofd haalt de polonaise aan te vangen na het eten. Een van de activiteiten deed een lang vervlogen wens in vervulling gaan. Het was namelijk een kopie van de vallende stokken uit de Tedshow, waarbij ik destijds iedereen die de stokken niet ving maar een sukkel vond.

Ik had het eens aangekeken, maar ik zag dat het voor mij te makkelijk was. Ik besloot het dan maar te doen met als uitgangspositie mijn handen op mijn rug te houden. Dat maakte natuurlijk indruk, vooral omdat ik er zeven van de acht ving. Het is een kwestie van reflexen en als er iets goed ontwikkeld is bij mij, dan zijn het mijn reflexen. Je moet mij nooit in mijn zij prikken als ik het niet zie, want in een schrikreflex weer ik mij af, wat kan leiden tot een onbedoelde blauwe plek. Een jaartje geleden testte de fysiotherapeut mijn voetreflexen, kon niet beter. Twee weken geleden, bij de tandarts, mijn kokhalsreflex, nog nooit zoiets meegemaakt! En het toppunt van reflexen: ik zat laatst met mijn knieën over elkaar achter mijn bureau, waarbij mijn bovenste knie het bureaublad raakte. Op dat moment zette ik een stempel op een factuur, en door het bureaublad heen werd mijn kniereflex geactiveerd, waardoor mijn voet de lucht in schoot. Het is ongelofelijk.

Wat jammer was, was dat Tammar wilde dat ik met haar van de glijbaan af roetsjte. Het ding ging knoerthard, en toen ik bijna beneden was sloeg ik met mijn elleboog op de glijbaan, waardoor ik een pijnlijke schaafwond opliep. Ik verbeet mijn pijn, liep gehavend terug naar de plek waar ik mijn schoenen had uitgedaan, trok ze weer aan en bekeek mijn verwonding. Bloody. Toen de ergste pijn was weggetrokken liet ik de verwonding aan mijn zwager zien. Ik vertelde erbij dat het van de glijbaan was gekomen, wat voor hem aanleiding was mij volkomen belachelijk te maken. Hij had het stoer gevonden als het een verwonding was opgelopen met de luchtbuksschietactiviteit, maar nee, en dan zet hij een nichterig stemmetje op: oh nee, het komt van de glijbaan!

Daar moet ik dan wel beter op trainen. Op mijn nadenkreflex. Voortaan als ik verwondingen oploop, komt het door het ontmantelen van een kernbom.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Ik zit er ditmaal niet zo in, in het gebeuren rond het EK. Misschien komt het nog, maar na de verloren WK finale zie ik weinig in een troostprijs. Alhoewel, troostprijs…als je Europees Kampioen bent, ben je ook praktisch wereldkampioen, je kunt alleen nog van Brazilië serieuze tegenstand verwachten. Maar goed, we zijn drie keer tweede geworden op een WK, en één keer waren we er nóg dichterbij, in 1990. Want toen lag de titel voor het oprapen, zoals elk fatsoenlijk land die tenminste opraapte na het behalen van het Europees Kampioenschap. Maar nee, niet wij. Ego’s, intriges, gezeik.

Slechter kan het haast niet beginnen voor Nederland, zo’n EK. Eerste wedstrijd verliezen van de zwakste uit de poule, terwijl aartsrivaal Duitsland wel wint. Je kunt er een kater aan overhouden, aan de andere kant is het prima om de boel eens even flink op scherp te zetten. Want er kan nu geen puntverlies meer gepermitteerd worden, alle andere poulegenoten maakten een zwakke indruk, en Nederland speelde niet als een scheermes. Maar toch, behoorlijk goed. Bovendien werd ons een strafschop onthouden. Dat is geen excuus, dat was zo. Aan de andere kant hoort dat ook bij voetbal, dat de scheidsrechter soms dwaalt, of is omgekocht.

De pass van Sneijder met de buitenkant van de voet dwars door het midden op Huntelaar was wereldklasse. Het schot van Van Bommel op goal was hoopgevend. Robben was dreigend, Van Persie lastig maar het kan allemaal nog net even een tandje beter.

Het helpt wel om daarna eens even te luisteren naar Ronald Waterreus, Danny Blind en Jan Mulder. Die zien het ook niet zitten, maar ze maken wel weer duidelijk dat we in potentie het beste elftal hebben. We kunnen alleen nooit van Portugal winnen en dat moet nu dus wel gebeuren. Duitsland mag natuurlijk geen enkel probleem opleveren. En anders maar wel, dan is er over twee jaar weer een kans. Want ik wil een ster op ons shirt.

Adonis

De indruk dat ik een wat te zachtmoedige vader ben is gewekt, en natuurlijk niet geheel onterecht. Dat ik soms uit mijn slof schiet op een moment dat ik zelf chagrijnig ben is nauwelijks een tegenargument. Maar wat ik niet nastreef is vriendjes met mijn kinderen te willen zijn. Ik wil hun vader zijn, maar ik vind ze gewoon leuk. Natuurlijk heb ik geen voorkeur, maar wat ik wel merk is dat mijn grapjes bij Hans een beetje uitgewerkt raken. Die zegt al wel eens: ttt…hoooh, als het te kinderachtig is.

Vanavond zei Linda dat kinderen je vanzelf stom gaan vinden in de puberteit. Dat je daar niks voor hoeft te doen. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb mijn ouders nooit “stom” gevonden. Ik was wel eens kwaad op ze, maar stom in de zin van “ze gedragen zich achterlijk”, nee, niet in de puberteit. Dat kwam later pas. Mijn puberteit kwam ook pas laat op gang, een lichaam schijnt dat uit te kunnen stellen als de geest er nog niet aan toe is, maar daar staat tegenover dat ik nu dan ook nog steeds enorm jeugdig ben. Afgezien van grijze haren, kaalheid, overgewicht, toenemende doofheid, verslechterd zicht, stramme spieren, hortend en stotend plassen, ouderdomsvlekken, broze botten, geheugenverlies, opvattingen uit ’14-’18, humeurigheid en nadruppelen, ben ik nog een echte Adonis.