De eerste de beste.

Zondagavond zag ik een stukje van de tennisfinale op Wimbledon. Ik ben jaren geleden afgehaakt met tennis kijken, bij de opkomst van Pete Sampras. Niet dat ik iets tegen Pete had, integendeel, maar ik kon het niet meer bijhouden. Er stonden namen in de top vijf van de wereldranglijst waarvan ik nog nooit gehoord had dus ik besloot dat tennis niks voor mij was. Ik heb Roger Federer dan ook nog nooit aan het werk gezien. Tot zondag. Hij schijnt de beste tennisser aller tijden te zijn, maar hoe kan iemand met een babyface nu winnen van Ivan Lendl in zijn beste jaren? Of van Boris-boom-boom-Becker?

Ik vraag me zulke dingen vaker af. Zou het huidige Spanje een kans gehad hebben tegen het Nederlands Elftal uit 1974? Zou Dennis van der Geest overeind zijn gebleven tegen Anton Geesink? Zou Armstrong Eddie Merckx uit het geel hebben gereden? Was Schumacher sneller dan Gilles Villeneuve? Mike Tyson sterker dan Ali? Uiteraard denken we allemaal van wel, het niveau is met de jaren steeds hoger geworden.

Waarschijnlijk is het zo dat de moderne sporter het wel zou winnen van zijn vroegere tegenstander. Maar dat hij tegelijkertijd ook alles te danken heeft aan zijn tegenstander van vroeger die hij nooit ontmoet heeft. Want van hem heeft hij het geleerd. Alle worpen, slagen, hoeken, passes, manoevres en inzichten van de vroegere opponent moest hij zich eigen maken om de nummer 1 positie te bereiken. Misschien dat de eerste daarom wel de beste is.

Het is later.

Vandaag deed ik wat vaders doen. Ik nam mijn zoon mee voor een wandeling door het bos. Ik zou hem een wild zwijn laten zien, want die had hij nooit gezien. Regen, steile hellingen, modder en ontberingen trotserend. Hij vroeg me wat voor kleur een wild zwijn had, en hoe ze eruit zagen. Ik vertelde hem dat ze op varkens leken, maar dan niet roze, maar donkergrijs metallic. En waarom ze dan geen wilde varkens heetten, dus ik vertelde hem dat ze zo ook genoemd worden, of everzwijnen. Op kilometer 5 van 6 zagen we er een paar. Een enorme beer, met zijn staart wapperend om zijn poep flink door de lucht te meppen, en een paar zeugen. Ze stonden onverstoord in de aarde te wroeten want wij stonden op voldoende afstand voor ze. Dit was Hans z’n eerste ontmoeting met het wilde zwijn.

Ikzelf was 13 jaar, we woonden net hier in het land van de pott’n en de pann’n en ik was naarstig op zoek naar het wilde zwijn. Want die had je niet in de Drunense Duinen. Het heeft zeker drie maanden geduurd voordat ik de eerste zag. Ik en mijn vader, we reden in zijn Fiat 132 (GX-80-VJ), en nagenoeg op dezelfde plek zagen we er een. Ook een enorme. Ik weet niet hoe oud een zwijn kan worden, anders doen we voor het verhaal even of het dezelfde was.

Hans vond ze niet echt wild, zei hij, en ik werd door die kinderlogica eraan herinnerd dat ik ook ooit zulke prachtige logica had. Nog helemaal niet zo gek lang geleden. Ik huil niet vaak meer en ik ben niet meer vaak bang. Het is nu echt later.

Stof tot nadenken.

Mensen hebben over het algemeen de neiging mij verkeerd in te schatten. Zo denkt men veelal dat ik nogal serieus ben. Nu is dat ook niet helemaal vreemd, want in de kat-uit-de-boom-kijk-fase ben ik ook serieus, zeker in mijn werkkring. Maar onlangs noemde een collega mij de leukste boekhouder die hij kende. Hij had gedronken, dus het was als compliment bedoeld. Eerst had hij zich afgevraagd of ik wel in het team zou passen en of ik wel tegen hun platte humor zou kunnen. Maar mijn aanpassingsvermogen is grenzeloos.

Vandaag speelden we het dagelijkse potje tafelvoetbal. Tafelvoetbal moet je niet onderschatten. Als je het volgens de regels van het edele tafelvoetbalspel speelt, dan worden de meeste doelpunten afgekeurd, maar is het wel het leukst. Eén collega is er veruit het beste in. Slechts eenmaal is hij verslagen door mij en mijn baas. Twee tegen één dus. Maar normaal wint hij ook van ons. Vandaag speelden we twee tegen twee. Ik, hij en twee dames. Hij had al vier keer gescoord, maar ineens schoot ik loeihard van achteren, zonder verder iets te raken, raak! Kleng! Ik sprong op, wees naar hem en riep: “Who’s your Daddy now!” De andere drie hapten naar adem van het lachen. En toen ze na een minuut nog voorovergebogen stonden merkte ik op dat het zo grappig nu ook weer niet was. Bleek het te gaan om de combinatie van die woorden en dat ze uit mijn mond kwamen. Dat geeft toch te denken.

De boordcomputer.

Ik ben beroofd. Van mijn hoogtemeter. Mijn voorloop-Peugeot had er een en een goed automobilist kan niet zonder. Nu heb ik een voorloop-Renault. En gloednieuwe Megane met werkelijk alles erop en eraan. En stukken mooier dan de Peugeot. Alleen mankeren er twee dingen aan. Allereerst de hoogtemeter zit er niet op, en daar had ik mij juist zo op verheugd tijdens de vakantie naar Frankrijk. Ook de medepassagiers vinden het jammer dat ik ze straks niet elke halve minuut kan informeren over de bereikte hoogte. Het tweede is dat hij niet lekker zit. Ik zit klem in de stoelen en daar zou ik best mee kunnen leven als weggedrag en prestaties het noodzakelijk maken dat je klem in de stoelen zit. Maar waarom zulke gevallen in een brave huisvadersauto? Ik geef het nog even het voordeel van de twijfel omdat ik al twee weken last van mijn rug heb, maar ik vrees dat dit een probleempje is.

Wat deze auto weer wel heeft, en dat is heel gaaf, is een boordcomputer waarop je onder andere de gemiddelde snelheid kunt aflezen. Leuk, maar ook erg gevaarlijk. Want ik wil de gemiddelde snelheid zover mogelijk omhoog krijgen. Wat dus betekent dat als degene voor mij remt omdat hij een file inrijdt, ik heel hard schreeuw: doorrijden, idioot! Al een paar keer moest ik boven op de rem omdat ik de gemiddelde snelheid niet onder de 70 wilde laten zakken. Maar uiteindelijk kies je, ook al is het niet je eigen auto, eieren voor je geld en rem je toch maar. Waarop je stilstaand in de file staat te koken van woede omdat je per seconde de gemiddelde snelheid ziet teruglopen. Een lousy 70 km/u haalde ik vandaag naar Amersfoort en terug. Nee, dan een hoogtemeter. Daar haalde ik elke dag de 100 meter mee.

Het Higgs-deeltje

Nou, het is eindelijk gevonden, het Higgs deeltje, ook wel het Goddeeltje genoemd omdat het een ontbrekende schakel was in een standaardtheorie en mogelijk de oplossing voor alles geeft. Het Higgsdeeltje moest bestaan omdat andere deeltjes volgens die theorie geen massa hebben. Omdat het boerenverstand daar anders over dacht en diverse proeven ook uitwezen dat veel voorwerpen naar beneden vielen in plaats van naar boven, werd het Higgsdeeltje verzonnen. In plaats van toe te geven dat de theorie verkeerd was en aan de andere deeltjes massa toe te schrijven…nee, dat zou te simpel zijn. We maken er een deeltje bij dat onzichtbaar is en dat alles verklaart en dat niemand kan zien. Nou ja, een select groepje deeltjesonderzoekers in Zwitserland dan, die wel. De boodschap wordt wijd verspreid en het Higgsdeeltje wordt overal ter wereld aanbeden. Want dit deeltje geeft andere deeltjes massa dus Sonja Bakker kan wel inpakken. Overgewicht bestaat helemaal niet, zonder Higgs deeltje zou niemand overgewicht hebben. Met deze blijde boodschap trekt het onderzoeksteam de wereld in. 6 / higgs =2, Eureka! Higgs moet drie zijn!

Nu kun je erop wachten dat over niet al te lange tijd een groep wetenschappers zich afkeert van het onderzoeksteam van CERN omdat ze vinden dat de Higgstheorie niet goed uitgelegd wordt. Niet veel later bestormen ze het CERN-hoofdkwartier en slaan daar alles kapot en beginnen hun eigen Higgsafdeling. Nee, het gaat ons niet veel goeds brengen, dat Higgsdeeltje. Waarschijnlijk beginnen in de toekomst alle oorlogen erom.

De kinderbijbel

Tammar verraste mij vanavond bij de keuze van het boek dat ik moest voorlezen. Het was de kinderbijbel. “Weet je dat nu wel zeker, Tammar” vroeg ik? Ze is tenslotte pas drie, maar ze wist het zeker.

Ik begon in den beginne, toen er nog niks was. Alleen God was er.”Waar is God? Ik wil God zien!” zei Tammar. Daar begonnen de eerste moeilijkheden al. “Dat willen heel veel mensen, Tammar, maar God is onzichtbaar.” Goed, ik ging verder. Hij maakte de bergen en de zeeën, de rivieren, de dieren en uiteindelijk Adam en Eva. “Zijn dat Eva en hoe heet haar broer?” vroeg Tammar terwijl ze naar het plaatje wees? “Adam heet hij, ja.” Hij was de eerste mens.

Vervolgens kwamen we bij de slang en de boom der kennis van goed en kwaad. En dat het vanaf daar fout ging en God’s schepping niet meer volmaakt was. En dan zijn we nog maar bij het begin van het boek, en gelijk gaat het al fout. Wie niet horen wil moet maar voelen, zo begint het eigenlijk want Adam en Eva werden uit de tuin gestuurd waar ze, als ze geluisterd hadden, tot in lengte van dagen hadden mogen blijven, zonder moeilijk gedoe als werk, hypotheek, jeugdzorg, politiek, CO2-uitstoot en overdrachtsbelasting. Maar ja, het zal ook een keer wel goed gaan.

Felicitaties

Geachte fiscaal adviseur,

Mede namens de examencommissie feliciteer ik u hartelijk met het behalen van het diploma voor de opleiding Fiscaal Adviseur (FA)
Diploma en cijferlijst worden ondertekend door de examencommissie. U kunt het diploma op de bijeenkomst op 7 september in Utrecht ( of op 27 september in Leeuwarden) op komen halen of de stukken thuisgestuurd krijgen. Graag hoor ik van u waar de voorkeur naar uit gaat.

Het meest waardeloze EK sinds mensenheugenis.

Nederland heeft het nog best aardig gedaan door op dit waardeloze EK zo snel mogelijk uitgeschakeld te worden. Want hier wil je toch niet lang verblijven. Wat is er met het voetbal aan de hand? Het leek wel of elk team 22 spelers in plaats van 11 op het veld had staan. Er waren wedstrijden bij waarbij elke aanval bij voorbaat al in de kiem werd gesmoord door de tegenstander. Of dat de velden misschien kleiner waren want er werd toch praktisch geen aanval tot een subliem eind gebracht.

Spanje was in de finale oppermachtig tegen een gehavend Italië, in de groepswedstrijden en de knockout-fase waren ze dat toch zeker niet. Hun veel geroemde spel van twee jaar geleden was nu gedegradeerd tot een saai overtikspelletje op het middenveld.

Toch denk ik te weten wat er aan schortte. De verdedigers waren dit toernooi beter dan de aanvallers. (Even afgezien van de Nederlandse verdedigers) En dat zegt meer over de aanvallers dan over de verdedigers. Nooit zag je een keer iemand een man voorbij gaan, het was zoeken, zoeken en nog eens zoeken naar de vrije man. En soms, als de verdediging moe was, werd die gevonden. We misten mensen als Ronaldo (de echte) of Bergkamp die gewoon hun man uitspeelden of -kapten en zo de kans afdwongen. Ik vraag niet eens om Maradona. Types als Overmars of Bergkamp waren genoeg geweest om dit Spanje de baas te kunnen en om het toernooi niet te laten afzakken naar de status van meest waardeloze EK sinds mensenheugenis.

Amsterdam

Op mijn werk zijn ze niet vies van een feestje. Was er vorige week nog een beach-event met hotelovernachting voor het personeel, afgelopen donderdag was er een personeelsuitje in Amsterdam, ook met hotelovernachting. Het was nog ter gelegenheid van de goede resultaten over het eerste kwartaal. Drie maanden geleden, ik was nog niet eens in dienst, werd ik uitgenodigd voor een diner in een sterrenrestaurant ter gelegenheid van het goede resultaat over 2011.

Maar het tweede kwartaal gaat ietsjes moeizamer. Vandaar dat we in Amsterdam een bootje huurden en een patatje aten. Als dorpeling sta je toch wel even te kijken in Amsterdam. Wat een leven in de brouwerij! Het was wel leven, maar niet zoals wij het kennen. Normale mensen kom je er vrijwel niet tegen. Pluk een willekeurig persoon van de straat, zet hem in Vaassen en hij valt op. Ik kijk tenminste op van twee Marokkaantjes ’s avonds laat die om de vijf meter een vreemde gil geven, alsof ze een ander riepen, en zich niks aantrokken van het andere publiek. Ook keek ik op van de vreemd lopende neger met ontbloot bovenlijf waar ze tegenaan liepen, en even om elkaar heen draaiden alsof de rangen moesten worden bepaald. De vreemd lopende neger met het ontblote bovenlijf bleef natuurlijk stil staan bij onze groep van tien personen, duidelijk niet onder de indruk van onze meerderheid, terwijl wij dachten: laten we ons maar gedeisd houden. Hij liep vreemd door. De mensen zijn echter over het algemeen wel gastvrij, want ik werd diverse malen gewenkt door een mevrouw die me haar sfeervolle huis wilde laten zien.

Afgezien van het vreemde volk, is Amsterdam wel een prachtige stad. Vooral gezien vanaf een bootje op de gracht. Oké, er ontploft eens een woonboot, maar de grachtenpanden staan er strak bij. En er staan werkelijk schitterende gebouwen, maar u bent er waarschijnlijk vaker geweest dan ik, want dit was misschien de vijfde keer dat ik in Amsterdam was. Al met al had Wim Sonneveld misschien toch wel een beetje gelijk toen hij zong dat Amsterdam de mooiste stad van het land is. Al kan een geboren Utrechter zoiets natuurlijk niet maken.

Pinkeltje

Pinkeltje is een heel klein mannetje, niet groter dan een eenjarige koe, hij is heel oud, hij kan met de dieren praten en geen mens heeft hem ooit gezien behalve Dick Laan. Dick Laan is de schrijver van het verhaal Pinkeltje, maar het is geen verzonnen verhaal. Pinkeltje bestaat namelijk echt want regelmatig brengt hij Mijnheer Dick Laan een bezoek en vertelt hem zijn avonturen.

Het is natuurlijk een leuk grapje van Dick Laan, maar het had wel vérstrekkende gevolgen. Want je verzint een figuur en daarna doe je alsof hij echt bestaat. Dat is nog onwaarschijnlijker dan dat iemand beweert dat hij de zoon van Elvis is. Na Dick Laan volgden enkele beroemdheden zijn voorbeeld door zichzelf een rol toe te delen in hun eigen verhaal. Ik noem een Hitchcock, een Tarantino, een Stephen King.

Pinkeltje echter, gaat zijn eigen gang. Al neemt de natuur nog wel eens een loopje met hem en komt hij op plekken waarvan hij helemaal de bedoeling niet had om heen te gaan. Maar aan de andere kant, is dat niet kenmerkend voor avontuur? Dat je komt op een plek waarvan je het bestaan niet wist? Hieruit volgt dat aardrijkskundeleraren de minst avontuurlijke mensen ter wereld zijn. En mensen die hun dagen slijten in het dorp waar ze geboren zijn, zijn echte avonturiers als ze een keer naar de stad gaan. Gevoelsmatig vergelijkbaar met Columbus, die Amerika ontdekte. Geschiedenisleraren roepen dan gelijk dat Columbus Amerika niet ontdekt heeft, maar dat de Vikingen dat al eeuwen voor hem deden. Kan zijn, maar dat staat niet in de weg dat Columbus Amerika ook ontdekt heeft.

Kortom, avonturisme is in the eye of the beholder. Pinkeltje die uit zijn muizenhol komt. De baby die geboren wordt. De mens die sterft. Een nachtdier dat overdag waakt. Avontuurlijk zijn de onwetenden.