Een gezicht.

In 1984, toen mijn vader maag-darmkanker kreeg was je niet best af met een dergelijke diagnose. Op meerdere vlakken niet. Niet op het medische, en niet op het vlak van nazorg. Je was ten dode opgeschreven en negen maanden later, de tijd die nodig is vanaf verwekking tot geboorte, was het afgelopen. En al die tijd was er nauwelijks hoop. Zo was dat in die tijd. Nu is de medische wetenschap een stuk verder en is er meer mogelijk. En inderdaad, ik heb meegemaakt dat mensen die dezelfde diagnose kregen een stuk langer leefden. Sommigen spreken al van een chronische ziekte.

Ondanks dat ik geen arts ben, er geen verstand van heb, zou ik dat toch ernstig willen tegenspreken. Mensen die de diagnose krijgen leven inderdaad langer. Maar ik zou het haast oneerbiedig “rekken” willen noemen. Het klinkt aanlokkelijk natuurlijk als je vijf jaar extra krijgt in plaats van negen maanden. En dat is het ook. Maar vaak is het niet zo dat je vijf gezonde jaren krijgt en dan ineens weg bent. Het aftakelingsproces wat eerder negen weken of maanden duurde, duurt nu vijf jaar. Vijf jaren met beperkingen. En het lijken mij angstige jaren. Jaren waarin je in de gaten wordt gehouden, waarop op scans niks te zien is, maar waarin je je grote zorgen maakt als je ook maar het minste of geringste voelt. Bestralingen en chemotherapie, het bestond toen ook al, alleen nu slaat het vaker en beter aan. Dat heeft vooral te maken met het feit dat men is in gaan zien dat niet twee soorten kanker hetzelfde zijn, en dat je elke vorm anders aan moet pakken. Maar het neemt niet weg dat het helaas nog vaak gebeurt dat er een tijd lang goede resultaten te zien zijn met afnemende tumoren en dan ineens op een kwade dag, als je bijna weer vertrouwen hebt opgebouwd, bam, uitgezaaid en niks meer aan te doen. En de dokter weet weinig anders uit te brengen dan: dit hadden we niet zien aankomen.

Natuurlijk is er grote vooruitgang geboekt, daar wil ik helemaal niks aan afdoen, maar veilig ben je allerminst met de diagnose kanker. En je hoort zo weinig verhalen van mensen die wel genezen zijn. Een vriendelijk en kundig arts, daar ben je het beste mee af. Die had mijn vader. Ik heb hem nooit ontmoet, maar de verhalen waren altijd lovend. Ik gok dat dit hem is, maar ik kan er faliekant naast zitten. De naam klopt, de tijd dat hij aan de VU werkte ook. Het is voor het eerst dat ik hem zie op een foto. Dit moet haast de man zijn die mijn vader zo goed heeft begeleid in die tijd. De man over wie ik vroeger altijd de lovende verhalen hoorde heeft ineens een gezicht. Een goed gezicht. Een aansprekend gezicht. Dit moet haast de man zijn die mijn vader voor verder ondraaglijk lijden heeft behoed. Eindelijk heeft hij een gezicht.

Illusionisten

We keken een documentaire op National Geographic over razendsnelle roofdieren. Het is verbazingwekkend wat er in de natuur allemaal is, en hoe het heeft kunnen ontstaan. We kennen allemaal wel het jachtluipaard dat in 3 seconden tot 100 kan versnellen. Maar er zijn spinnen en vissen die in een hinderlaag gaan liggen en in de tijd dat je met je ogen kunt knipperen uit hun hinderlaag schieten, de prooi grijpen en weer terug hun hinderlaag ingaan. Als je het niet vertraagd zou afspelen zou je niet weten wat er gebeurde. Er was een salamander die in 4 milliseconde zijn tong katapulteert, een termiet grijpt en in zijn bek stopt. 4 duizendste van een seconde! Sneller dan dat de snelste Ferrari kan schakelen. Er gebeurt allerlei onverklaarbaars in de natuur buiten Nederland. Ons gevaarlijkste dier is waarschijnlijk de teek. Ik ben vroeger door twintig teken tegelijk gebeten, en ik ben er alleen maar sterker van geworden. Maar hebt u wel eens gehoord van de pistoolgarnaal? Die een luchtbel kan afvuren die de prooi met een schokgolf buiten gevecht stelt? Of van een onderwaterslang (dit is is niet de officiële Latijnse benaming) die weet waar zijn prooi naar toe vlucht en daar simpel zijn bek openhoudt om hem te grijpen? Of een secretarisvogel die zijn prooi dood stampt? Een sidderaal die een kaaiman doodt met een stroomstoot van 600 volt?

Er zijn zoveel onbekende dieren en jachtmethoden dat het mij niet zou verbazen als er ook een beest is dat zijn prooi dood piest met een dodelijke straal urine. Of dat er een ijsvis is die zijn prooi bevriest in een seconde. Het intrigeert mij wat er allemaal mogelijk is op deze aarde. Zoals de razendsnelle zwarte mamba die genoeg gif heeft om een volwassen man binnen een aantal minuten te doden, en vervolgens een muis vangt. En dat die muis nog 10 seconden leeft, dat klopt niet met de tijd die een man nodig heeft om dood te gaan. En vervolgens is er weer de mangoeste die nog sneller is dan de razendsnelle mamba, en bovendien bijna ongevoelig voor zijn gif. Als de mamba is uitgeput slaat hij sneller dan snel toe en met één precisiebeet is de slang naar de eeuwige jachtvelden.

Dat de mens heeft kunnen overleven zonder natuurlijke wapens mag een wonder heten. Want de hersenen behoeden ons dan nu wel voor gevaren, maar hoe was dat 200.000 jaar geleden? Je kon niet snel even je geweer trekken als er een sabeltandtijger aankwam, want die moest je nog uitvinden. Je kon hem ook niet dood denken met je grote hersenen. En hersenen kunnen je behoorlijk in de weg zitten omdat ze je maar op één manier toestaan te denken, en dat is de meest gebruikelijke manier. Als je razendsnel gefopt wordt dan heb je dat niet door. En dan kunnen ze het honderd keer uitleggen op youtube, maar de uitleg klopt gewoon niet. http://www.youtube.com/watch?v=J0Uf5t6Zl0I Volgende maand ga ik met Hans naar Hans Klok, en dan sta ik er met mijn neus bovenop en ik ga niet naar huis voordat ik alle trucs snap.

Weekdier

Your stats are booming! Looks like Mack is getting lots of traffic. A spike in your stats, your blog “Mack” appears to be getting more traffic than usual! Dat zijn prachtige berichten. Fijn dat er nog mensen zijn die lezen. Een klas vol, want het zijn er ongeveer 30 per dag. Alleen vandaag hebben die 30 gemiddeld 13 keer gekeken naar mijn weblog, en dat is wat meer dan normaal. Normaal kijkt men zes keer per dag. Waarom men vandaag twee keer zoveel keek wordt er niet bij verteld. Dat kan een computer ook niet registreren natuurlijk. Ik zelf ook niet, ik vind het alleen altijd een beetje “eng” dat ik na een openhartig logje ineens zoveel interesse krijg. Alsof iemand mij volgt van wie ik liever niet heb dat hij mijn verhalen leest. Ik zie ineens gezichten voor me van collega’s die graag openhartigheid van een ander horen zodat ze het tegen je kunnen gebruiken. Valse mensen.

Ik haat valse mensen, hetzij in de betekenis van gemeen, hetzij in de betekenis van onecht. Dat je niet het achterste van je tong laat zien is iets heel anders. Dat is immers alleen toegankelijk voor de huisarts en die heeft een beroepsgeheim. En in meer figuurlijke zin voor mensen die langzaam zijn doorgedrongen tot je vertrouwenspersonen. Als u terugdenkt aan een middelbareschoolklas, dan zaten daar een stuk of vier mensen in die grote gelijkenissen met een weekdier vertoonden. En ook die vier mensen per klas moeten brood verdienen en waren rond in het arbeidsproces. U komt ze dus ergens tegen, vroeg of laat. Deze mensen zijn alleen te bestrijden met eerlijkheid die uiteraard het langst duurt. Als hun valsheid geen grip krijgt dan zullen ze reageren als een demoon op wijwater.

Ik denk zelf dat het jarenlang volgen van een weblog een net zo’n goed beeld geeft van het diepste waarden van de schrijver dan wanneer je iemand echt kent. Natuurlijk weet je meer als je iemand echt kent, maar wie kan jarenlang vals acteren op een weblog zonder door de mand te vallen? Als ik leugens vertelde dan zou iemand dat op een gegeven moment opvallen. En natuurlijk vertel ik wel leugens, maar dan zodanig dat het direct opvalt.

Wat ik eigenlijk wil zeggen met dit logje? Dat ik best wel blij bent dat u af en toe naar mijn verhaal komt luisteren zonder dat ik me zorgen maak over de integriteit van degenen bij wie ik ook lees, of degenen die regelmatig reageren op openhartige manier. En als er soms een weekdier tussen zit, dan kan die mij niet vasthouden.

Spoken

Het begrip team spirit kweken, dat komt bij de commando’s vandaan. Het betekent dat je saamhorig wordt, dat je ontdekt dat je op elkaar aangewezen bent onder moeilijke omstandigheden, dat je elkaar blindelings leert vertrouwen en dat je een gewonde strijdmakker nooit achterlaat. Het is niet leuk, dat teamspirit kweken, want het is keihard afzien. Even dreigden wij ook iets dergelijks waarbij er gewerkt moest worden te gaan doen, maar nadat het programma was aangekocht en sommigen in de gaten kregen dat je misschien vuile kleren kreeg, werd er niks mee gedaan. Dus gingen wij afgelopen dagen naar Barcelona om teamspirit te kweken. Want dat is niet afzien. Tenminste voor het meerendeel niet. Een ander belangrijk verschil is dat je bij de commando’s een sterke ruggengraat moet hebben, bij een bedrijf is het van belang dat hij zo flexibel mogelijk is. Ik wil er niet teveel over zeggen, maar ik heb de onaangename kanten die ik bij sommige collega’s al vermoedde, dubbel en dwars bevestigd gezien. Als een blad aan een boom draaiden ze de foute richting op. De richting van een duivelse valsheid, waar ze de grootste mond over hebben als de duivelse valsheid er niet bij is, maar wiens kant ze nu kiezen als het tot een confrontatie komt tussen goed en kwaad. Ik heb tot diep in de nacht met een huilende collega gezeten, van wie ik nu bang ben dat ze op zoek gaat naar iets anders. Bij mij spoken ook de twijfels door mijn hoofd. Voor mijn gevoel moet ik nooit zwichten voor onrecht, of is dat een heel achterhaald standpunt en moet je gewoon even de andere kant op kijken als je erin dreigt meegetrokken te worden? Ik stel de vraag waarop ik het antwoord al weet.

Halloween in 2013, kan dat nog wel?

Ik vrees dat ik met de volgende bewering wat alleen zal staan en op veel weerstand zal stuiten. Maar dat Halloweenfeest wat ze in Amerika zo uitbundig vieren, kan dat nou nog wel in deze tijd? Ik bedoel, het vindt zijn oorsprong in een Keltisch gebruik waarbij de Kelten elkaar angst in boezemden door te vertellen dat de geesten van de doden op die dag probeerden bezit te nemen van het lichaam van een levende. Ik word niet vrolijk van dit soort bakerpraatjes. Ten eerste brengt het ons terug naar de tijd dat mensen klein werden gehouden door angst te zaaien. Ik weet niet of dat nu wel zo correct is. Jarenlang hebben wij erover gedaan om over zulk bijgeloof heen te komen, en nu wekken we de angstgevoelens weer op, zeker bij kleine kinderen. En iedereen weet waar het toe kan leiden als een kind angstig opgroeit. Ten tweede vind ik het respectloos naar de doden. Respect voor de dood, dat hebben wij in eeuwen opgebouwd, om hen zo hun rust te gunnen. Een vredig kerkhof waar de doden met rust worden gelaten. Halloween zou zo maar aan kunnen zetten tot grafschennis. U ziet het misschien als onschuldig vermaak, maar de oorsprong van het verhaal is wel dat de doden uit hun graven zouden komen.

Triest genoeg zijn er ook graven van kleine kinderen, moeten ouders die toch al met onmetelijk verdriet zitten dan geconfronteerd worden met de gedachte dat ook hun kleine lieveling als een zombie uit zijn grafje komt om bezit te nemen van het lichaam van een ander kind? En wat te denken van alle ouders van levende kinderen? Die gaan straks met een scheef oog naar de ouders van een overleden kind kijken, uit angst voor het binnentreden van de geest van het overleden kind in hun eigen kind. Misschien gaan ze elkaar mijden of erger, en dat alleen maar omdat geen gemeente wil meewerken aan de afschaffing van of tenminste een verandering aan dit zogenaamd onschuldige feest.

En dan heb ik het nog niet eens over al het snoep dat ermee is gemoeid. Miljoenen kinderen worden volgepropt met chemicaliën op de Halloweenavond. We zouden inmiddels toch beter moeten weten? En van mij hoeft het heus niet afgeschaft te worden hoor, maar men moet wel mee met zijn tijd. Men zou bijvoorbeeld Halloween in juni kunnen vieren als het nog licht is en het schrikeffect geminimaliseerd wordt. De verwijzing naar de doden moet er echter uit, dat kan gewoon echt niet meer in deze tijd. Het is beledigend en stigmatiserend, en het kan aanzetten tot haat, zoals ik uitlegde. En verder zouden volwassenen geen snoep meer moeten uitdelen aan de kinderen, maar iets gezonders, zoals een stukje komkommer of een kiwi.

Ik weet, het is geen populaire boodschap, en het zal op veel weerstand stuiten van wat koppige, aan tradities hechtende Amerikanen, maar dat moet dan maar. Het maatschappelijke belang is immers een groter belang dan het belang van een voortbestaan van een traditie.

F2

Vanochtend stond een voetbalwedstrijd van Hans op het programma. Ze moesten tegen de ongeslagen koploper, Robur et Velocitas, de oudste club van Apeldoorn, 56 doelpunten voor en 2 tegen. Dat boezemde angst in. Ze hadden twee spelers, de nummer drie en de nummer vijf, die het elftal droegen, dat werd snel duidelijk. Nummer vijf was een grote jongen, nummer drie een kleine behendige linksbuiten. Na één minuut stond het al 1-0 door de nummer vijf van de tegenstander.

Maar het team van Hans vocht, en Hans het hardst. Hij liep het hele veld over en keer op keer wist hij de nummer vijf uit te schakelen. Hij was geconcentreerder dan anders. Maar er was geen doorkomen aan. Het team van Hans kon geen vuist maken. Vlak na rust werd het 2-0, wat gezien het overwicht, nog erg mee viel. De veel scorende spitsen van het team van Hans kwamen er niet aan te pas. Deze keer tegen de sterke tegenstander was Hans de uitblinker. Hij heeft pas één keer gescoord, nét in de wedstrijd waar ik niet bij was twee weken terug. Hij heeft geen goede trap, maar hij raakt zelden de bal kwijt. En uitgerekend hij brak door, tegen deze tegenstander. Hij kreeg die ene kans door vanaf de zijkant vrij voor de keeper te komen. Hij wilde schieten maar zag Lotte, het enige meisje in het team, maar een van de besten, nog vrijer staan. Hij gaf de bal aan haar en zij schoot hard in de hoek. Onhoudbaar. Ik, die twee maanden geleden me nog geneerde voor schreeuwende ouders langs de kant, kon er niks aan doen en juichte alsof PSV zojuist het landkampioenschap binnenhaalde. Hij was zo trots. Hij gaf de bal af. Het was 2-1, en dat was de eindstand. Een schitterende verliespartij.

Het morische ras.

Inhoudelijk kan ik weinig toevoegen aan de Zwarte Pietendiscussie, er moet maar over gestemd gaan worden denk ik. Een referendum. Momenteel wordt uitgezocht op hoog niveau of Zwarte Piet een racistisch heerschap is. We horen het wel. Mocht het zo blijken te zijn, dan hebben we jaren lang achter de verkeerde aangelopen. Hij zal dan onmiddellijk verboden worden en skinheads zullen massaal de initialen ZP in hun keel laten tatoeëren. De eerste maal dat ik van hem hoorde was begin jaren ’70. Juffrouw Trees met haar supergehoor zei dat we stil moesten zijn omdat ze gekerm hoorde. En toen we gingen kijken zat Piet Pedro klem tussen het raam. Hij was helemaal zwart en hij praatte met een rare stem. Had ik het toen maar geweten dat hij negers belachelijk maakte. Ik heb het gewoon nooit gezien. Het enige wat ik probeerde was, toen ik inmiddels niet meer geloofde in de zwarte kleur van Zwarte Piet, te zien of ik herkende wie er onder de laag schmink zat. Mijn zus is Zwarte Piet geweest, maar ook mijn kinderen. Allemaal racisten. Natuurlijk, ze hebben het niet geweten, maar zo’n verleden blijft je je verdere leven achtervolgen als de Hitlerjugend.

Hoe moet het verder, heb ik mij afgevraagd. Intussen is de discussie zo ver opgelaaid dat tegen Zwarte Piet net zo raar wordt aangekeken als tegen inpandig roken. Dat was tien jaar geleden nog helemaal niet vreemd, maar in korte tijd is het “not done” geworden. Zo snel kunnen die dingen gaan. Beter kunnen we ons voorbereiden op een Zwarte Pietloze toekomst. Het is te hopen dat er geen mensen zijn die geen toekomst zien voor hun kinderen zonder Zwarte Piet en dat ze hun kroost in hun slaap vermoorden door ze op cyaankali te laten bijten. Het zou niet de eerste keer zijn.

Zelf heb ik zo de ziekte in van deze discussie dat ik wenste dat ik zwart was. Want dan had ik hier flink tegenaan kunnen schoppen en had men naar mij geluisterd. Omdat ik blank ben telt mijn mening nu niet, want ik mag immers niet voor een zwarte bepalen wat hij voelt. Ik mag ook niet vasthouden aan ouderwetse folklore, of zelfs een kinderfeest, want ik kan zo maar als rechts-extremistisch te boek komen te staan. Het lijkt een beetje op het N-woord in Amerika, dat niet erg is zolang het maar door N’s wordt uitgesproken. Als een blanke het uitspreekt ontstaat er ineens een probleem.

Het misdadige verleden van een groep rijke blanken achterhaalt ons, en wij gaan nu terugbetalen. Waarschijnlijk zal het er wel op uitdraaien dat we niet moeten zeuren en dat we met onze tijd mee moeten gaan. Was ik maar een Duitser, dan kon ik me tenminste nog beroepen op dat ik onmogelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor wat mijn voorouders misdaan hebben. Nee, ik ben een blanke Nederlander en ik dien de gehele schuld van het slavernijverleden op mij te nemen. Was ik maar zwart geboren. Het Morische ras. Sterker, leniger, sneller en knapper. Mijn naam heb ik al mee. In het gewone leven is die Maurice, en dat schijnt “de donkerkleurige” te betekenen. Wisten mijn ouders veel. Ik hoop dat ik deze naam legaal mag voeren de rest van mijn leven en ik vrees voor degenen die Piet heten.

Een kijkje in de slaapkamer van…Mack

Er zijn wereldproblemen, er is denken over de zin van het leven, moet je rechts zijn of juist links, het komt van tijd tot tijd een keer voorbij. En net als ik het antwoord gevonden denk te hebben komt er iets op tv dat mij mijn mening doet herzien. Daar gaat mijn kans op een allesomvattend logje dat haarscherp uiteen zet hoe een maatschappelijk probleem moet worden opgelost. Misschien moest ik me maar uitsluitend bemoeien met het alledaagse, het burgerlijke, het Nederlandse. Ik ben tenslotte Nederlander in hart en nieren en ook nog in sommige andere organen. Dus dan kun je het over het weer hebben, of over een programma op SBS 6, maar je kunt ook een inkijkje tonen in een typisch Nederlandse slaapkamer.

Lang heb ik het koud gehad in mijn huwelijk met Linda. Kil een eenzaam lag ik in mijn bed, want Linda slaapt het liefst het hele jaar met het raam open. En ik slaap bij de raamkant, het verst bij de deur vandaan, want dat is de mannenkant. Ik weet niet waarom, maar mijn vader sliep daar ook, dus hoort dat zo. Als het aan mij lag stond het raam de hele dag open, totdat we gaan slapen. Ik heb het uiteraard over herfst en winter, want ’s zomers zijn we het wel eens. Ik kan ’s nachts wakker worden van kou. We hebben een elektrisch onderdeken maar ik ben daar in tegenstelling tot Linda nooit een groot fan van geweest. Dat maakt het te benauwd, het voelt kunstmatig aan, het is niet mijn ding, om er maar eens een typisch Nederlandse uitdrukking tegenaan te gooien.

Maar nu is er de oplossing. Zo simpel en vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom je er niet eerder op bent gekomen. Linda kocht voor mij een pyjama! Met Kermit de Kikker erop, dus ze wilde wel even het kinderachtige ervan onderstrepen, maar het stond mij geweldig! En ik sliep zacht, de hele nacht met het raam open en de elektrische onderdeken uit. En omdat het zo’n succes was kocht ze er twee bij. Gewone, neutrale pyjama’s maar ook die staan geweldig. Ik heb een echt pyjamalijf. Ik slaap weer als een roos, de pyjama houdt mij veel beter warm als het t-shirt en ik voel mij niet meer kil en eenzaam. Er zijn er natuurlijk onder ons die naakt in een ijskoud bed slapen, maar dat maakt op mij geen indruk. Ik en mijn pyjama, wij hebben dertig jaar gescheiden geleefd, maar wij maken weer indruk.

Waarschuwing: dit logje bevat geen inhoud.

Ik zat vanochtend in de auto te luisteren naar de radio, het ging over een rel tussen Nederland en Rusland, en iemand maakte de opmerking dat we snel iets moesten doen omdat het over een maand te koud zou zijn voor een inval. Dat vond ik best grappig. Onwillekeurig dacht ik aan ons miserabele leger, 50.000 man op zijn hoogst, die kunnen net een 100e deel van Rusland bezet houden. En dan nog maar voor heel even. Het is een ongelijke strijd. Weet iemand waarom de dienstplicht eigenlijk is afgeschaft? Ik heb geen idee, maar ik vermoed dat het te maken heeft met het argument: zonde van je tijd. Bestaat zonde van je tijd? Is je tijd zo nuttig dat dingen zonde van je tijd kunnen zijn? Ik vraag me dat af. Hoeveel tijd ik wel niet zinloos heb besteed, dat is eigenlijk schandalig. En dan leven we gemiddeld steeds langer ook nog (behalve langs de A2, daar 20 dagen korter), kan er nog meer geluiwammest worden. Maar ja, wie bepaalt zinloos?

Het hele leven is misschien wel zinloos, ook als je in het hiernamaals gelooft. Want ja, waarom word je niet gelijk in het hiernamaals geboren? Dat scheelt een hoop gedoe en onzekerheid. Maar als je gelooft in de oerknal en beter nog in de eindkrak, dan is het helemaal zinloos. Dan zijn we ruim 13 miljard jaar geleden begonnen, en alleen de laatste miljard daarvan zijn het de moeite van het vermelden waard. De mens is er pas 200.000 jaar dacht ik, dus op de geschiedenis is dat helemaal niks. Zijn wij ook nog de enigen die zich kunnen afvragen of het leven al dan niet zin heeft, dus het is een rare situatie. De meeste soorten gaan niet miljoenen jaren mee, dus straks zijn wij er misschien niet meer en dan is er niemand meer die zich kan afvragen of het leven zin heeft. En stel dat de eindkrak gaat plaatsvinden dan eindigt het hele heelal straks weer in een singulariteit, een begrip dat nu al niemand begrijpt, maar tegen de tijd dat het er is kun je het ook niemand meer vragen. Alle sporen van alles wat ooit bestaan heeft zijn dan uitgewist. Dus wie zegt mij dat er niet al ontelbare oerknallen en eindkraks zijn geweest? Bijvoorbeeld 100 miljard jaar geleden? Daar heb je natuurlijk allemaal niks aan, ook al stond het vast, want je bent er nu eenmaal en je vraagt je af wat het voor zin heeft. Tenminste, dat doe ik wel eens. Niet uit depressiviteit, maar gewoon, omdat ik daartoe in staat ben. Dan moet je daar ook gebruik van maken als je die gave toch hebt, vind ik. Ik blijf te lang hangen in dit onderwerp. Want het afdwalen ging perfect.

Ik denk dat de menselijke hersenen, zelfs die van Sir Isaac Newton, te beperkt zijn. Menselijke hersenen blijven toch een soort uit de hand gelopen instinct. Ze zitten je eigenlijk alleen maar in de weg. Ze laten je te ver vooruit en terug denken. Beesten hebben het wat dat betreft makkelijker, maar ik vraag me wel eens af hoe een vogel weet dat hij een nest moet bouwen. Hij kan tenslotte niet denken: “ik moet een nest bouwen want er komen jonkies.” Of een egel, hoe weet die dat het tijd is voor een winterslaap? Een egel kan al helemaal niet denken, want als je geen woorden kent, hoe kun je dan denken, denk ik dan. Nou ja, ik ga dit vanavond niet meer oplossen. Hoewel ik nu toch wel inzie dat je ook kunt denken zonder woorden. Je kunt bijvoorbeeld aan iemand denken, dan verschijnt er een plaatje in je hoofd. Zo moet het met beesten ook gaan, ze hebben plaatjes in hun hoofd. En die plaatjes, die komen vast uit een parallel universum waar wij geen weet van hebben, en waarvan we denken dat we er niet bij kunnen komen, maar we zijn er al. Alleen snappen we dat niet. Maar dat is dat uit de hand gelopen instinct weer, dat ons voor raadsels stelt die er niet zijn.

Deal?

Ooit spraken wij, Linda en ik, af dat we gingen trouwen. Hans was op komst en het was handiger om te gaan trouwen. Linda belde mij op mijn werk dat ze de datum had vastgezet. Het was geen big deal, we trouwden op een doordeweekse dag en er was geen groot feest. Keuzes. Anderen doen het anders, en dat is maar goed ook. Maar dat huwelijksaanzoek, dat kan toch soms gênant zijn. Zoals mijn vrouwelijke collega laatst vertelde. Haar man is wél romantisch dus hij had haar mee naar een restaurant genomen. Hij had wat obers geïnstrueerd, maar waarover dat weet ik niet precies. Midden in een vol restaurant was hij naar haar toe gelopen, op zijn knieën gegaan en heeft haar ten huwelijk gevraagd. Uiteraard zei ze ja, en de overige gasten die het schouwspel aanschouwden, applaudisseerden.

Mijn collega vertelde toen haar vriend opstond dat ze schrok en zei: “ga zitten!” En toen hij op zijn knieën ging de blinde paniek toesloeg. Ze dacht: “ga staan en ga weer op je plek zitten, gek, iedereen kijkt!” Maar het was te laat, de vraag kwam en ze moest wel ja zeggen. Hoe kun je ook anders in zo’n situatie? Ze had er nog niet op gerekend en vond het ongehuwd ook prima, maar ze was overvallen. Niet dat ze niet met hem getrouwd wilde zijn, maar het was de manier waarop.

Haar man is echter na 1 jaar huwelijk nog steeds van de verrassingen, zo had hij voor haar verjaardag weer een restaurant gereserveerd, en stiekem wat vrienden uitgenodigd. Prima, je moet blijven wie je was, anders trouwt je vrouw uiteindelijk een ander dan wie ze in gedachten had toen ze je nog niet zo lang kende. Deze tactiek van het overbluffen in de openbaarheid kan goed uitpakken. Het maakt niet uit of u haar pas drie kwartier kent. Het is de overbluffingsmethode die u zal helpen die allerschoonste aan u te ringen. Een vrouw een vrouw, een jawoord een jawoord.

Dit brengt mij op een idee waarmee ik eindelijk ook rijk ga worden, maar dan moet u het niet van me pikken. Ik begin ook zo’n geile datingsite en noem het huwelijksaanzoek.nl. Ik plak er een plaatje van twee bovennatuurlijk knappe, blije mensen op die elkaar daar gevonden hebben. Vervolgens schrijven drieëneenhalfmiljoen lelijkerds zich in en voor het oog van die meute kan iemand een vrouw digitaal ten huwelijk vragen. Gadegeslagen door zovelen zal zij niet durven weigeren. U zoekt de minst lelijke uit en ik loop binnen. Deal?