Stel nu eens dat het stierenvechten niet in Spanje maar in Nederland was uitgevonden. Hoe zou het er dan uitgezien hebben? Ten eerste hadden we niet ranke José gehad die in felgekleurd tenue en met achterovergekamde, gladde haren het strijdperk betrad, maar houten Klaas in boerenkiel. De stier was niet een zwarte, afschrikwekkende vechtstier uit de Spaanse binnenlanden maar een roodbonte bolle uit Klazienaveen. De stier zou geen lange hoorns hebben zo scherp als speren, maar botte, korte hoorns waarmee niemand werd doorboord. Klaas zou geen muleta gebruiken maar zijn blote armen om de nek van de stier leggen om hem niet meer los te laten. Geen banderilla’s met gemene weerhaken zouden de nek van de stier pijnigen maar houten klompen zouden in de zij van de stier schoppen. Een gevecht zou niet binnen twintig minuten eindigen met de dood van de stier, de stier van de lage landen zou na tien minuten verveeld gaan staan grazen in een hoek. Het publiek zou geen “olé”, maar “hup” roepen.
Zou een stier niet goed genoeg bevonden worden voor een gevecht, zou dat geen aantasting van de eer van de boer zijn. Want eer, daar zijn wij te nuchter voor. De stier zou simpelweg weer in de trailer gedreven worden en per Mercedes 190 terug naar de wei gebracht worden. Lamborghini zou zijn modellen niet Gallardo of Murcielago genoemd hebben, maar Sunny Boy of Lucas. Lamborghini zou waarschijnlijk standaard trekhaken monteren. Osborne sherry zou niet aangeprezen worden met een Spaans temperament maar met Drentse nuchterheid. Eigenlijk zou er geen zak aan zijn, dat hele stierenvechten niet.
Maar als Klaas de stier had overwonnen, dan zou hij Geertje ten dans kunnen vragen in het dorpshuis. En iedereen zou zeggen dat Klaas zo sterk als een paard was. En Klaas zou toch een soort van ego ontwikkelen terwijl de stier het geen bal interesseert of hij nou wint of verliest. Een win-win situatie. Behalve dan voor alle José’s in Spanje die hun moed en bloeddorst niet meer konden tonen aan het volk. Maar ja, je kunt wel winnen van een stier, maar als je toch een meisjesnaam hebt, word je toch achter je rug om uitgelachen. Misschien moeten we ze het gewoon eens vertellen in Spanje. Dat ze meisjesnamen hebben.
