Betere tijden

Ik ben maar even naar boven gelopen want beneden dreigde een programma te beginnen wat ik niet wilde zien. Op zich geen slecht programma, “Over De Streep”, het programma waardoor Johnny de Mol op het idee is gekomen voor zijn eigen antipestentertainmentshow. Maar ik zag een meisje dat vertelde dat een jongen met haar naar bed wilde, maar zij niet met hem. Dat was voor de jongen aanleiding om een mes op haar keel te zetten. Wat heb ik het toch verkeerd aangepakt vroeger. Ik had ze alle 362 een mes op hun keel moeten zetten. Nu konden ze het ook niet weten, die 362 meisjes want ik vroeg het niet. Maar ik wilde het wel. Maar ik vroeg het niet! En als ik al eens een afwijzing kreeg was het niet omdat ik vroeg of ze met me naar bed wilden, maar omdat ik aan lichaamstaal merkte dat ik niet verder moest aandringen. Dat was het moment voor het mes geweest. Maar nee, ik droop af, nam mijn verlies in stilte en hoopte dat de schande zou overgaan. Ik zou het liefst het bos in zijn gegaan om er nooit meer uit te komen, maar ja, Nederland hè? Te klein.

Neen, helemaal fout. Het lag niet aan mij maar aan de meisjes. En als die niet wilden dienden ze met een mes op andere gedachten te worden gebracht. Want zo zit het toevallig in elkaar. Afwijzingen komen in het woordenboek van de moderne jongeman niet meer voor. En zeker geen afwijzingen van het andere geslacht. Hoe halen die snollen het in hun verwaande hoofden? Weten ze eigenlijk wel met wie ze van doen hebben? Je moet ze mores leren, als ze maar wisten wat mores betekent. Nobody fucks with me! Klopt helemaal.

De tijden worden steeds beter en makkelijker, dat beaamt elke vorige generatie. Ik vertel Hans nu al wel eens over het internetloze tijdperk, en dat er overdag helemaal geen tv was. Dat leek hem niet zo’n leuke tijd. Over tien jaar moet ik hem voorzichtig vertellen dat we vroeger wel eens nee moesten accepteren, of zelfs een afwijzing van een meisje. Hij kijkt me dan niet begrijpend aan, knipt zijn knipmes open en vraagt of ze in die tijd meisjes daar gewoon mee weg lieten komen. Waarop ik beschamend bevestigend moet antwoorden. Maar we wisten niet beter in die tijd, Hans. Iedereen deed dat nu eenmaal zo. “Echt fokking maf,” zegt hij dan.

Een moment van zwakte

In een moment van zwakte bleef ik hangen op de real life soaps van Andy en dinges, en daarna nog een deel van Wesley en Yolanthe. Ik weet niet of het gepast is om te zeggen, maar ik had medelijden met ze. Wij, gewone deelnemers aan het leven op aarde, kunnen kijken naar ijdele apen. En de aapjes vinden zichzelf zo enorm interessant dat ze er geen moeite mee hebben om een camera toe te laten in hun miserabele bestaan. Andy schijnt een voetballer bij Ajax geweest te zijn, maar dat weet eigenlijk geen mens. Voor Wesley geldt hetzelfde, echter kent men hem voornamelijk van Yolanthe. Met de hele familie van Wesley werd kerst gevierd in Turkije, en naar goed Nederlands gebruik, horen daar cadeautjes en sinterklaasgedichten bij. Yolanthe kreeg een dildo en daar had de gever haar even mooi te pakken. De hele familie gierde het uit. Wesley’s vader verklaarde later dat dat echt Utrechts is, om iemand iets te geven waar hij of zij het schaamrood van op te kaken krijgt.

Er was een tijd dat ik trots was op mijn Utrechtse afkomst, maar die ligt al ver achter me. Zoals Freek de Jonge ooit al zei: Domstad. De Sinterkerst gedichten logen er ook niet om. Wesley werd misschien wel een echte dekstier, moest Yolanthe voorlezen, waarop zij verontwaardigd uitriep dat hij dat al was. Nu kunt u natuurlijk denken dat ik wat last heb van jaloezie. Op het geld van Wesley en zijn mooie vrouw. En dat ik het daarom maar wat zit af te zeiken. In dat geval heeft u gelijk. Maar ik keek mijn vrouw aan was toch onmundig blij met haar. Goed, ze heeft niet het figuur van Yolanthe, maar ze zal mij niet publiekelijk vernederen door een goed woordje te doen over mijn dekstiergehalte. Want, zo zegt het spreekwoord, goede wijn behoeft geen krans, maar Wesley wel. Wesley ging er uiteraard niet tegen in, en ging een beetje trots zitten kijken alsof hij het zelf geloofde.

Nee, tegen de tijd dat ik zo rijk ben, bedienden in mijn eigen huis aanneem om de drankjes te verzorgen, pikante passages uit gedichten niveau: -ABC, Henk nam Hilda mee- uitkraam en er dan hilariteit in de familie uitbreekt en ik dit ook nog vol trots op tv breng, nee, dan is er sprake van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Volgende week kijk ik weer.

Verdriet om Sambu

Ik zat met Tammar naar een film te kijken over twee Cheeta welpjes wier moeder gedood was door een leeuw, en die grootgebracht werden door een man. Een blanke man welteverstaan, want blanken doen nu eenmaal het ontwikkelingswerk in Afrika. De Cheeta welpen moesten leren om op eigen poten te staan, te kunnen jagen en voor zichzelf te zorgen. Eentje heette Tocki, de ander Sambu. De man leerde ze jagen, leerde ze welke dieren gevaarlijk waren en zelfs dat mensen gevaarlijk waren. Soms ging het bijna mis als ze op een te grote prooi joegen en ze nog niet door hadden hoe gevaarlijk dat was. Tocki werd op een dag zwaargewond aangetroffen omdat hij was opengereten door een wrattenzwijn. Maar hij werd opgelapt en overleefde het. Twee jaar duurde het voordat de twee jonge cheeta’s, die overigens prachtige dieren zijn, voor zichzelf konden zorgen. Alleen Sambu was wel eens overmoedig doordat hij zich bewust was van zijn snelheid en gevaarlijke dieren tartte.

Het was een prachtige film. Maar geheel onverwacht ging het mis en werden Sambu en Tocki ’s nachts aangevallen door een leeuw, of meerdere leeuwen, dat weten we niet. Tocki wist te ontsnappen maar Sambu werd levenloos aangetroffen. De man die ze had opgevoed was er kapot van en vroeg zich af of het zijn schuld was; had hij de welpen niet voor altijd in gevangenschap moet laten opgroeien? Hij troostte zich met de gedachte dat Sambu toch nog twee mooie jaren in de vrijheid van de Afrikaanse natuur had gehad.

Toen was het bedtijd. Ik bracht Tammar naar bed en ze deed haar gebruikelijke niet-meewerk dansje. Niet uitkleden, steeds met iets anders bezig zijn zolang het maar iets is wat het naar bed gaan vertraagt. Ik was even in de badkamer en liep terug naar haar kamer. Ze lag onder de dekens met haar kleren nog aan en ietwat geïrriteerd maande ik haar tot opschieten. Ineens begon ze te huilen. Ik dacht eerst dat het bij het dansje hoorde en liet haar even, maar vroeg toen of ze soms moe was. Maar nee, ze snikte dat ze heel erg geschrokken was van dat Sambu dood was gemaakt door de leeuw. Dat ze het heel zielig vond. Dat vond ik ook ja. Als ik het had zien aankomen zou ik Tammar niet hebben laten kijken. Nu kon ik er niet veel meer mee dan haar vasthouden en zeggen dat het ook zielig was. Want wat kun je hier nog aan recht praten? Dat het bij de natuur hoort? Dat hij toch nog een mooi leven heeft gehad? Het is gewoon een waardeloze situatie als een prachtig beest dat je een uur gevolgd hebt ineens zo aan zijn einde komt. Dat schat zo’n meisje goed in. Ik wist het niet recht te breien in elk geval. Tien minuten later, toen ze zich min of meer herpakt had zei ze: ik mag nóóit meer zo’n film zien hoor, behalve als ik groter ben. En daar hielp ze mij, want toen pas kon ik iets concreets bieden, al was het slechts het beamen van haar idee. Je vijf-jarige dochter moet jou helpen om de situatie naar een aanvaardbaar eind te brengen. Ik schoot ernstig tekort.

Een jonge econoom

Ik weet, helemaal optimaal was mijn opvoeding niet. Tenminste niet in de zin dat het me voorbereidde op het huidige bedrijfsleven. Hetzelfde geldt voor mijn opleidingen. De laatste waren op kennis gericht, maar de eerste waren een deel van de opvoeding. Je werd geleerd bescheiden te zijn en daar had ik al talent voor. Bescheidenheid siert de mens werd vaak gezegd maar tijden zijn veranderd. Bescheidenheid is geen eigenschap waar je het ver mee schopt dus zul je jezelf goed moeten verkopen. En daar ligt niet mijn kracht, ik kan mij niet beter verkopen dan dat ik ben. Wel kan ik goed aangeven wat men aan mij heeft en wat ik wel en niet kan. Ik heb een aardige opleiding maar dat was allemaal in de avonduren dus ik spreek nooit over mijn “studententijd” Ik denk nog steeds dat als iemand zegt dat hij moet afstuderen, dat het dan een universiteit betreft. Maar dat is hopeloos ouderwets van mij.

Mij kwam een sollicitatie onder ogen van iemand die ik ken, de studie was HBO commerciële economie, wat bij mij een van de vakken was toen ik SPD deed. Ik vond het het minst boeiende vak wat erbij zat en ik was blij dat ik er met een zes vanaf was. Deze persoon introduceerde zich bij het bedrijf als “jonge econoom” en ik schrok daarvan. Zonder te willen pochen denk ik veel meer van economie te weten dan hij, maar ik zou mijzelf nooit econoom durven noemen. Ik denk niet dat hij ooit van Keynes gehoord heeft. Misschien hoort het erbij tegenwoordig maar ik heb een ingebouwde angst om niet waar te kunnen maken wat ik zeg. Daarom ben ik het boekhoudersniveau nooit ontstegen, al heb ik ook prachtige titels op mijn werk, maar in het Engels klinkt het al gauw goed. Ja, dat is mijn probleem, zelfs de titel die ik kreeg bij mijn laatste opleiding heb ik nooit gebruikt. Dat is geen valse bescheidenheid maar ik noem mij na twee jaar uit het vak te zijn, geen belastingdeskundige meer. Straks gaat men mij nog moeilijke vragen stellen.

Nee, mijn jeugd bereidde me in die zin niet goed voor op wat komen zou. Ik durf nog net een logje met “ik” te beginnen, maar geleerd is me dat niet. Maar goed, het is onzin om het op de vroegere tijd te gooien want zat leeftijdsgenoten hebben er geen last van. Het is gewoon de combinatie opvoeding, karakter en houterigheid die van mij geen snel en hard pratende salesmanager heeft gemaakt. Maar mijn twee jaar jongere directeur stond vandaag bij het stoplicht voor me in zijn BMW 5 serie en ik tikte hem even zacht aan met mijn Renault. Hij keek verbaasd om. Daarna stoof hij weg op de snelweg maar ik hield zijn bumper vast tot hoogst illegale snelheden. Daarna belde hij me op om te zeggen welke snelheid hij zojuist op zijn teller gezien had. (Beiden midlife crisis) Ik zat er net wat onder maar ik doe het met ruim 80 pk minder, toch kan ik in de slipstream goed meekomen. En zo is het in de praktijk ook. Hij heeft zijn typeplaatje laten verwijderen omdat bij hem de nadruk op het merk ligt, bij mij ligt de nadruk meer op het typeplaatje en niet op het merk. Een nuanceverschil maar de resultaten zijn hetzelfde. U ziet, in de auto ben ik wat minder bescheiden. Ik zou mijzelf daar, in de beslotenheid van een staal en glas, zelfs een jonge econoom durven noemen.

Van God los

Ik hoorde een discussie op de radio over de dodenherdenking in Urk op 3 mei. Want 4 mei kan niet, want dat is een zondag. Er waren twee voorstanders om dodenherdenking gewoon op 4 mei te houden en één tegenstander. De tegenstander had een uitspraak van het Nederlands zoals je die zelden hoort. Elke letter sprak hij uit, vooral de r aan het eind. Dan moet u niet denken aan een Gooise air maar aan een rollende r. Alsof hij permanent aan het preken was. Zijn standpunt was al even duidelijk. Hij was vóór de zondagsrust, wat er ook gebeurde. Hij had tevens enorm veel respect voor de gevallenen in de oorlog, dat was het niet, maar de zondag is de heilige dag, en daar mag eenmaal niet aangekomen worden. De eveneens Urkse voorstanders vonden dat de man teveel in het oude Testament was gedoken om zijn mening kracht bij te zetten, en volgens hen had hij zich ook in het nieuwe Testament moeten verdiepen waarin Jezus aangeeft dat er gevallen zijn waarin men mag afwijken van de rust op de Sabbat. Waarop de tegenstander met de rollende r geëmotioneerd aanvoerde dat in het nieuwe Testament de vrouwen die Jezus graf bezochten dat deden toen den Sabbat voorbij was. De zondagsrust zou overigens door de dodenherdenking verstoord worden doordat er hekken geplaatst moesten worden, maar dit terzijde.

Het regende in de tussentijd verontwaardigde reacties van luisteraars. Of ze Urk niet af konden schaffen, dat het fundamentalisten waren, enz. En ja, ook ik kreeg er een onbestemd gevoel bij. Is zo’n man wel te vertrouwen? Want wederom loop ik er hier tegenaan dat een streng, diep en in zeer ernstige mate gereformeerde medemens een advies van Jezus in de wind slaat en een minder belangrijk persoon hoger aanslaat. Terwijl dat recht toch duidelijk is voorbehouden aan de katholieken, het zal even lekker worden! Om dezelfde redenen zijn streng, diep en in zeer ernstige mate gereformeerde medemensen vóór de doodstraf, hoe vaak Jezus het ook verbiedt. De conclusie is dan denk ik op zijn plaats dat streng, diep en in zeer ernstige mate gereformeerde medemensen niet zoveel op hebben met Jezus. Eigenlijk zijn ze van God los als je het mij vraagt.

Online contraspionage

Ik heb niet zoveel met Vladimir Klitschko, wereldkampioen zwaargewicht boksen die afgelopen nacht zijn titel prolongeerde. Een blanke kan nooit wereldkampioen boksen zijn, is mijn raciaal gekleurde mening. Tegen Mike Tyson in zijn beste tijd zou hij het hooguit twee minuten uitgehouden hebben, deze op Ivan Drago gebaseerde Oekrainsche bokser. Hoe kan een 38-jarige wereldkampioen worden tegen Amerikaanse vechtstieren van 22?
De beste blanke bokser ooit moet Rocky Balboa geweest zijn, een fictief personage gespeeld door de beste acteur aller tijden, Sylvester Stallone, die volgens Wikipedia in 1986 trouwde met Birgitte Nielsen voor de duur van 18 maanden. Diezelfde Nielsen trouwde in in 1985 met Stallone, eveneens voor de duur van 18 maanden, om in 1986 voor de vijfde maal te hertrouwen, wat aangeeft dat ze zes keer getrouwd is geweest, deze Deense uitgeschoonde.

Deze tegenstrijdigheden op Wikipedia wijzen erop dat ofwel de onzorgvuldigheid heeft toegeslagen, of Duitse geheime diensten zijn bezig onze geschiedschrijving te veranderen. En ik denk dat het het laaste het geval is. De ultieme vorm van terrorisme: het veranderen van onze geschiedenis via onze tegenwoordig belangrijkste bron. We weten niks meer maar we kunnen alles opzoeken. Zo hebben ze ons ook in de crisis gekregen. Over een poosje zijn de sporen van WOII uitgewist en kunnen de voorbereidingen voor de derde plaatvinden zonder dat iemand iets door heeft. Ze kunnen mensen dodelijke planten of insecten laten eten, simpelweg door te vermelden dat ze gezond zijn. Ze kunnen ons op den duur laten geloven dat Johnny de Mol een betrouwbare vent is. Het is levensgevaarlijk, die argeloosheid.

Iets met frisse moed

Gisterenochtend liep ik in het bos met Randi en merkte dat ik ouder aan het worden ben. Ik was blij met het prachtige weer en de stilte in het bos. Dat heb ik nooit zo gehad, dat ik met weer bezig was. Weer of geen weer, maakte mij niet zoveel uit. En inderdaad, vandaag was het geen weer, nou ja, een heel stuk minder, het miezerde maar bijna even vrolijk liep ik een ronde. Ik rende zelfs een klein stukje zonder veel last van ongemakken en pijntjes. Meer nog dan het weer maakt een pijnvrij lichaam gelukkig. Gisteren las ik dat een oud collega was overleden, ze was altijd een broodmagere , shag-rokende, hoestende vrouw, met een hart van goud, dat wel, maar ik snoof de frisse boslucht nog maar even op. Een maand geleden was ik nog van mening dat 44 gelijk staat aan lichamelijk afgeschreven maar misschien zit er toch nog iets van redding in het vat. In de miezer lopen en je goed voelen is misschien nog wel beter dan in de zon lopen en je goed voelen.

Vandaag leerde ik mijn zoon schaken. Een mijlpaal in het vaderschap. Hij zal het met zijn eigen talent moeten doen, want erg goed ben ik er nooit in geweest. Maar ik leerde het spel toen ik een negen was, van een kennis van mijn ouders waar ik vroeger zes weken heb gelogeerd toen mijn vader voor een zware rugoperatie in het AZU lag. In die tijd heb ik bij hen ook piano leren spelen. Nou ja, piano spelen is zwaar overdreven, ik had wat deuntjes uit mijn hoofd geleerd. Nu kan ik alleen nog “Boer, wat zeg je van mijn kippen” maar de regels van het schaken wist ik nog wel. Als ze die tenminste niet gewijzigd hebben in de afgelopen dertig jaar, want welke sport heeft ongewijzigde regels in dertig jaar? Tennis misschien, en schaken hoop ik.

In elk geval, het kan allemaal veel slechter. Randi is een wat bijterig hondje, maar het zijn liefdesbeten. Soms heb je ineens een hap in je gezicht te pakken. Dan blijkt nekvel toch een goede uitvinding. Verder is ze lief, maar ongelofelijk lui. Ik moet half haar bench in klimmen om haar over te halen mee naar buiten te gaan. De vorige twee honden waar ik enige zeggenschap over had lieten zich het geen twee keer zeggen. Meestal waren zij degene die aangaven dat ze “uit” wilden. Deze til ik naar het plasveldje omdat ze niet wil lopen. Best aandoenlijk zo’n pup in je armen maar een beetje meer pit zou niet onwelkom zijn. Maar het is vast de leeftijd. Ze gaat pas haar elfde week in.

kruising Amerikaanse Buldog Labradoodle
kruising Amerikaanse Buldog Labradoodle

Moe

Misschien is het achteraf niet het beste moment geweest om tot aanschaf van een pup over te gaan, doelend op mijn hernia, waar het overigens redelijk goed mee gaat, al moet ik rekening houden met een jaar genezingstijd. Randi is nog een baby en dat vind ik lastig. Ik heb baby’s altijd al lastig gevonden. Wat niet wil zeggen dat ik ze niet leuk vind, maar net als met mijn eigen kinderen vind ik het wat leuker als ze ietsjes groter zijn. Randi is nog niet zindelijk en wij werken beiden, dus is er een strak schema. Ze moet zo laat mogelijk worden uitgelaten (ik) en mevrouw Mack staat vroeg op om haar ’s ochtends uit te laten. Ze kan nog niet alleen in de huiskamer gelaten worden en om haar nu in de bench te doen als we gewoon thuis zijn getuigt niet van goed baasjesschap. Ze zit er al vaak de halve dag in. Dus blijf ik ’s avonds beneden, val in slaap op de bank, Randi piest in de tussentijd in huis, ik laat haar daarna doodmoe uit, en denk in de tussentijd aan niets anders dan mijn bed. Inspiratie om logjes te schrijven is er niet en als die er wel was, ben ik er te moe voor.
Nu slaapt Linda voor het eerst sinds Randi hier is een keertje uit en heb ik het ochtendloopje gedaan. Vrijwillig, want ik was wakker na gisteren om 23:00 naar bed te zijn gegaan en al te slapen voordat ik helemaal lag. Tammar kwam nog een keertje om een uur of vijf vragen of ze er al uit mocht, maar dat doet ze geregeld, daar kan ik wel tegen inmiddels. Eigenlijk voel ik me nu een stuk beter dan ’s avonds.

Op een of andere manier kan ik vanaf de laptop geen foto toevoegen, ik had een mooie waarop haar vader en moeder ook te zien waren, maar die houdt u nog tegoed. Voor die keer dat het me wel lukt om mezelf de zoldertrap op te zeulen.

Panini 1981

Qua voetbal zijn we bijna aanbeland op het niveau van het Nederlands elftal begin jaren ’80. Het was niks. We werden aan alle kanten weggespeeld en het was wachten op San Marco, die pas in de tweede helft van de jaren ’80 zou zorgen dat een trauma werd verwerkt. Maar toen kenden we hem nog niet. PSV verloor nog met 6-0 van St. Etienne. Ik stapte op een wat ongunstig moment in het voetbal. Cruijff was al geweest, en ik had nog niet helemaal door hoe groot hij was. Toen hij nog even terugkwam in de Nederlandse competitie had ik mijn interesse in het voetbal verloren.

Mijn zoontje Hans stapt ook op een wat ongunstig moment in. Hij is voor PSV, maar PSV bakt er weinig van. Maar als de geschiedenis zich herhaalt, en dat doet geschiedenis, dan is er nu ergens een supertrio aan het trainen, zonder dat ze weten dat ze een supertrio zijn. Misschien kennen ze elkaar nog niet. Maar aan het eind van dit decennium zal het de wereld laten zien waar Nederland ligt.

In 1981 kocht ik Panini voetbalplaatjes. Mijn vader was het er niet mee eens dat ik al mijn zakgeld aan de plaatjes had uitgegeven. In 1981 voetbalde Eddy Treytel bij AZ, was Hans Kraay trainer van FC den Haag, zat Excelcior in de eredivisie, was Hiele de keeper van Feyenoord, Ronald Koeman (FC Groningen) werd omschreven als één van de grootste talenten van Nederland, Bert van Marwijk speelde bij MVV, Rinus Israel bij PEC Zwolle, de van de Kerkhofjes bij PSV, Jan Jongbloed was keeper van Roda, Louis van Gaal speelde samen met Ruud Geels bij Sparta onder Barry Hughes, FC Twente deed het met Hallvar Thoresen, Utrecht had Van Hanegem, FC Wageningen speelde nog op de Berg met de meest lelijke spelers van alle clubs, Willem II moest het doen met Arthur Hoyer en Ajax had Arnesen en Lerby. AZ had ik het compleetst. Alleen Pier Tol ontbrak.

In de eerste divisie speelden nog SC Amersfoort met Jan Peters (een van de drie Jan Petersen die in dat jaar speelden), FC Amsterdam, SC Cambuur met Oeki Hoekema, (wie kent hem niet?) FC den Bosch, DS’79, Eindhoven, Fortuna, de Graafschap, Haarlem (Ruud Gullit zonder rasta maar al wel met een streep onder zijn neus) Heerenveen, Helmond Sport, Heracles 74, SVV, Telstar met Frank Kramer (hints), SC Veendam, Vitesse was nog gewoon eerste divisie, FC Vlaardingen, Volendam met Muhren, Tuyp, Jonk en Tol en als laatste FC VVV.

Dit WK gaat het niks worden. Dat weet ik, dat voel ik aan alles, en iedereen weet het. Alleen de commercie ontkent het. De spelers die ons kampioen gaan maken in 2018 zijn er nu nog niet bij. Zij zijn nog druk aan het trainen en zitten nog op school. En de coach? Een duo. Cruijff en van Basten.

Probeert u zich dit te herinneren in 2018. Tot dan.

Calling Elvis

Een tijd geleden stopte ik met mijn logjes over Elvis die stiekem verder leefde op Hawai. Schoonzoon Michael kwam langs, soms Marilyn, en verder wist alleen Obama ervan. Maar nu is het toch wel mooi dat er een reclame met een soortgelijk idee is gemaakt. Goed, bij mij was het Hawai, hier is het een klein onbewoond eilandje. Maar ook Marilyn woont er. Ik vind het briljant gedaan, vooral als Elvis zich achter de boom probeert te verbergen. Ik zou waarschijnlijk een goede reclamespot bedenker zijn. Zeker als ik er de hele dag voor kreeg en er ook nog eens voor betaald kreeg. Maar ja, ik zie er niet uit als een reclame bedenker. Maar ik ben het echt wel hoor.

De Amerikanen konden er weer eens niet om lachen. We moesten rekening houden met de gevoelens van overleden familieleden, volgens hen. En wat kun je ook anders verwachten van een bedrijf dat bier met fruitsmaak verkocht, zeiden ze. Over dat bier met fruitsmaak hebben ze wel een puntje trouwens. Dat is ook niet te zuipen. Maar goed. Het mag algemeen bekend zijn dat Elvis niet dronk of rookte. Een uitermate gezonde levenstijl hield hij er op na. Maar dat kan ook niet anders, je wordt geen 79 als je alleen maar ongezond leeft.