Nadat de dood ons gescheiden heeft…

Het zou een gewoon avondje worden, althans, niets wees er op dat mevrouw Mack en ik anderhalf uur later tegen de tranen moesten vechten. De kinderen zijn een paar dagen logeren ik was eigenlijk van plan voetbal te gaan kijken. Maar omdat het gisteren ook al voetbal was en morgen PSV speelt, kozen we voor een film. Achteloos koos ik de opgenomen film die het eerst automatisch gewist zou worden, en las half waar het over ging. Hachi, met Richard Gere in de menselijke hoofdrol. De echte hoofdrol werd gespeeld door een hond, Hachi. Hachiko was een Akita, een Japanse keeshond, maar dan groot. Het kwam er op neer dat een professor (Gere) de hond als pup vond, maar volgens de Japanse leer koos de zwerfpup de professor uit. De twee krijgen een band en vanaf een zeker moment lopen ze elke morgen naar de trein. De professor gaat naar zijn werk en de hond keert terug huiswaarts. ’s Avonds zit Hachi -acht in het Japans- weer bij het station te wachten tot zijn baas terug komt. Zo gaat het dag in dag uit.

Op een kwade dag doet Hachi raar en wil eerst niet mee. Uiteindelijk loopt hij toch mee en de professor gaat naar zijn werk. Maar de professor overlijdt plotseling en keert niet meer terug. De familie van de professor verhuist en neemt de hond mee, maar Hachi is niet te houden en wil naar het station. Uiteindelijk besluit de familie de hond maar te laten gaan en nadat de hond een laatste groet gaf, rende hij naar het station alwaar hij ging zitten wachten. Negen jaar later komt de vrouw van de professor bij dat station en Hachi zit er nog steeds. Ik weet, er zijn erge dingen gebeurd in de wereld, maar hier kregen we het beiden te kwaad. Pijn in de kelen van het gevecht tegen de tranen dat overigens verloren werd. Op de dag dat Hachi sterft droomt hij een gelukkige droom over zijn baas.

Tegenwoordig staat er een standbeeld van Hachi bij het treinstation van Shibuya. De trouwste hond ter wereld maakt iedereen aan het huilen. Zijn het onze zonden die we belijden op zo’n moment? Liet de hond de mensheid hier zien waar het allemaal over gaat? Worden we hier geconfronteerd met gevoelens en gedachten die we allang achter ons gelaten hadden? Werden we hier door de hond even teruggefloten naar ons kind zijn, vlak voor het moment dat we niet meer geloofden in goed en kwaad? Ik denk het haast. Grotere trouw is nauwelijks voorstelbaar.

1923-1935
Hachiko 1923-1935

Seth Gaaikema 1939-2014

Hij was niet de grootste conferencier, niet de grappigste cabaretier, maar hij heeft zijn hoogtepunten gekend en hij was de taalvirtuoos. In de jaren ’80 van de vorige eeuw trok hij nog volle zalen en hij had zijn vaste schare fans. Hij werd door Herman Finkers op de hak genomen vanwege zijn soms flauwe grappen. Maar hij kon boeiend voordragen op een manier dat de zaal ademloos luisterde. Toen hij begin dit jaar afscheid nam schrok ik van zijn afgenomen krachten. Het journaal opende niet met zijn overlijden en dat irriteerde mij. Maar meer nog irriteerde mij dat ik niemand op Facebook zag die zijn overlijden noemde.

Seth-Gaaikema-1

Voor de verliezers van the battle

Ik heb vanavond frustratie en woede gezien. Herkenbare frustratie en woede tijdens the battles in The Voice of Holland. In het ene geval was een jongen van Griekse komaf het slachtoffer, in het andere geval een meisje uit Geldrop. Beiden waren goed. Als ze op de toppen van hun kunnen hadden gepresteerd, hadden ze hun tegenstanders kunnen hebben. Maar hun tegenstanders bezaten een flair waarmee ze de wedstrijd naar zich toetrokken en hun tegenstander eruit trapten. Een licht valse flair want ze waren egoïstischer. Hielden zich niet precies aan wat afgesproken was en hadden daar lak aan. Je kon het al aan hun kleding zien, vreemde kleding die alleen gedragen wordt door zonderlingen die geen schaamte kennen. Ze dansten om hun tegenstander heen en hielden zich niet aan het protocol. Maakten misbruik van het moment want tijdens de oefeningen konden ze zoiets niet flikken, dan zou de tegenstander onmiddellijk geprotesteerd hebben. Maar dat ging nu niet. Hun tegenstanders werden van hun stuk gebracht en vakkundig kansloos gemaakt door een stiekeme overtreding. Denk aan Patrick Kluivert die in de val van Lorenzo Staelens trapte in 1998. De eerlijke maar verontwaardigde Kluivert liet zich provoceren en kreeg de rode kaart. Denk aan Zinedine Zidane en Materazzi. Een smerige klem werd opengezet en Zidane trapte erop en de klem sloeg dicht. De woede spatte van de gezichten van de verliezers af. Hoe kon de jury dit niet gezien hebben? Waarom ging de jury, aan wie ze hun ziel hadden toevertrouwd, in zee met zulke lage levensvormen?

Ik herkende het want het is me zo vaak gebeurd. Ik had ook de flair niet en ik was makkelijk te provoceren. Ik vond het ook pas gerechtigheid als de provocateur een kaakslag kreeg. Maar een kaakslag is een eerlijke, maar zichtbare overtreding terwijl de provocateur een geniepige, onzichtbare overtreding maakt. Je moet ermee leren leven. Inmiddels, door schade en schande wijzer, weet ik dat eerlijk het langst duurt. Dat flair ook andere uitingsvormen kent. En dat oneerlijk alleen leidt tot kortstondig succes en daarna een diepe val.

Beste meneer

Ik krijg twee grote enveloppen thuis, een van Zwitserleven, de ander van Interpolis. Beide enveloppen bevatten informatie en een begeleidende brief. Zwitserleven heft aan: “Geachte heer Mack.” Zo zie ik het persoonlijk graag. Het is in overeenstemming met hoe ik het leerde en het is altijd prettig bevestigd te zien worden dat wat jij leerde, correct lijkt omdat anderen het ook zo doen. Nog steeds zo doen. Niks aan de hand. Interpolis echter, heft aan: “Beste meneer, mevrouw,” Nu kon je brief daarna nog zo foutloos zijn, de leraar Nederlands haalde je kiel. Hij onterfde je, hij zette je op de gang, stuurde je naar corvee, liet je je mond spoelen en wellicht werd je zelfs een dag geschorst van school. “Beste meneer, mevrouw,” hoe haalde je het in je bolle hoofd!

En doodleuk stuurt de verzekeringsmaatschappij je een brief met deze aanhef. Nu ben ik geen Neerlandicus en weet dus niet wanneer deze regel veranderd is, maar ik krijg het stellige idee dat deze regel helemaal niet veranderd is maar dat men er tegenwoordig zijn eigen regels op nahoudt. Onder het mom van “taal leeft” maken ze de meest smerige overtredingen. Kennelijk heeft men tijd om in vergaderingen in te brengen dat het toch echt “beste meneer” moet worden en dat “geachte heer” niet meer van deze tijd is. Niet meer van deze tijd, is u wel eens opgevallen wie degenen zijn die deze term gebruiken? Mensen die proberen uit te stralen dat ze een visie hebben. Let maar eens op. Mensen met een echte visie zullen zeggen ‘ouderwets’ want zij hoeven hun concurrentie niet te bevlekken. Maar dit terzijde.

Hoe weet Interpolis trouwens dat ik “beste” ben? Wordt dat bepaald aan de hand van mijn betaal- en declaratiegedrag? Als ik teveel claim, ben ik dan nog steeds “beste”? Als ik de premie niet betaal, blijf ik dan de beste? “Beste meneer Mack, als u nu niet snel betaalt sturen wij een incassobureau op u af en bent u niet verzekerd!” Ik heb er geen enkele behoefte aan dat een verzekeringsmaatschappij waar ik verplicht aan gekoppeld ben toen ik de hypotheek afsloot, mij beste noemt. Ik wil “geachte” zijn. Met een gepaste afstand. Zodat het zakelijk nog alle kanten op kan. Waar moet het toch heen met dit land?

De discussie rond Zwarte Piet

nachtDie voeren wij hier niet. Wij van de redactie vinden het gênant en kunnen misschien beter wat vertellen over het verblijf vorige week in Toscane. Toscane is mooi, Toscane is prachtig. Toscane biedt waarschijnlijk uitzicht op één der top 5 landschappen ter wereld. Combineer dit met een creditcard van de zaak en waan je in het paradijs. Wij zaten in San Gimignano, een typisch voorbeeld van een stadje waarvan het enthousiasme je tot aan onder je oksels stijgt. Ik heb wijn gedronken, dingen gegeten die ik niet heb onthouden en ik heb geslapen in de kamer met het mooiste uitzicht van heel Toscane. Per ongeluk had men mij daar geplaatst omdat men niet in de gaten had dat de betreffende kamer ook over een eigen badkamer beschikte. Men dacht waarschijnlijk dat het met een middelbare prostaat wel een end lopen zou zijn naar de wc’s beneden. Ik heb gemountainbiket, op de afdaling behoorde ik tot de besten, maar de klim gaf een heel ander beeld. Ik was even vergeten hoe steil heuvels kunnen zijn als je met de fiets bent.

Het zelf verzorgde ontbijt behoorde tot de betere die ik ooit gehad heb. Maar goed, als geld geen rol speelt en je in de supermarktkar kunt gooien wat je wilt, dan mag je ook iets verwachten. Tijdens het diner, vooral dat van donderdag heb ik tranen gelachen. Ik stikte zowat. De grap was geen grap, maar gewoon het stug doorgaan met en het steeds verder gaan in smeerlapperij. Ik heb Florence gezien, ik heb de toren van Pisa gezien en ik vond het allemaal even mooi. De bevolking was vriendelijk en het enige drie woorden die wij zeiden waren: Bonjorno, Correcto en Arrivederci. Het is vast niet voor niks dat ik gek ben op Italiaanse auto’s. Dit allemaal afgezet tegen mijn vorige logje kan ik niet anders dan concluderen dat Toscane meer goed maakt dan je van te voren kapot kunt praten.

De starre boekhouder.

Papa, waarom moet je eigenlijk voor je werk naar Italië? Ja, da’s een goeie vraag jongen, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar waarom ga je dan? Tja, het hoort er een beetje bij geloof ik. Je kan toch niet boekhouden in Italië? Wat is dat eigenlijk, boekhouden?

Vanavond zat hij weer tegen huilen aan, en ik vind het ook niet leuk, en in mijn ogen is het nog zinloos ook. Waarom ga ik hier mee door? Waarom blijf ik braaf doen wat de baas mij opdraagt? Omdat het eenmaal niet in mijn systeem zit om er keihard tegenin te gaan. Om eens te wijzen op de zinloosheid en dat het alleen maar een projectje is van de bazen zodat die zich eens even lekker kunnen misdragen op kosten van de zaak en buiten het zicht van hun gezin. Omdat ik weet dat de nog hogere bazen ook wel van een uitje houden en ik dus niet op bijval hoef te rekenen.

Maar ik ben eenmaal een huismus die het liefst bij zijn gezin is. Ik hoor niet in deze tijd thuis want ik ben niet ondernemend, zoals je dat geleerd wordt. Ik weblog, omdat ik het wil hebben over de belangrijke dingen in het leven, en doen alsof je het met de baas eens bent zodat je bonus niet in gevaar komt hoort daar niet bij. Naarmate ik langer bij dit bedrijf werk heb ik de tactieken ook steeds beter door. Mensen hebben hun mond vol over veranderingen maar ik ben daar niet van. Natuurlijk wordt mij dan verweten dat ik een saaie boekhouder ben en dat die nooit ergens voor openstaan. Maar ik geef dan op rustige toon een dolksteek terug. Dat dat komt omdat op de afdeling finance de zaakjes op orde zijn en je dus niet wilt dat veranderingen ervoor gaan zorgen dat je de controle weer tijdelijk kwijt raakt, maar dat ik me wel kan voorstellen dat mensen die hun zaakjes niet op orde hebben de verandering toejuichen omdat ze de schuld van hun falen dan kunnen leggen bij het feit dat ze de juiste tools niet hadden.

En natuurlijk zijn dingen dynamisch en krijg je soms te maken met een een nieuw systeem. En natuurlijk moet je dan accepteren dat je tijd moet investeren om je er wegwijs in te maken. Maar een jaar nadat je nieuwe systeem live is gegaan, en je sinds kort het gevoel hebt dat je het weer allemaal de baas kunt, om dan alweer een nieuw ERP systeem te moeten implementeren, nee, daar zit ik niet op te wachten. Maar ik heb er niks over te zeggen. Zoals je in een bedrijf eigenlijk nergens iets over te zeggen hebt omdat er altijd mensen zijn, belangrijker dan jij, die in hun oneindige wijsheid beslissingen nemen om de aandeelhouders te plezieren en daarmee hun bonus veilig te stellen.

Ochtend

Wat ik vroeger prachtig vond was het geluid van de eerste bus van de dag als ik logeerde bij mijn opa en oma. De bus stopte praktisch voor hun huis, en omdat de IJsselsteinlaan een eindpunt was, stonden er daar soms drie bussen achter elkaar te ronken. Vanaf dat punt reden ze weer terug naar Hoog Catherijne. Het geluid van een dieselende bus in de ochtend typeerde de grote stad. Ik lag ’s ochtends vroeg op het kamertje aan de straatkant te luisteren naar het geluid dat mensen naar hun werk en kinderen naar school bracht. Misschien ging ik die dag nog wel met opa en oma mee naar de stad.

Tegenwoordig loop ik ’s ochtends een grote ronde met de hond als voor dag en dauw de eerste werkmensen naar hun werk gaan. Op het zandpad waar ik loop kom ik altijd van de ene kant een fietsende mevrouw tegen, en als zij voorbij is volgt even later van de andere kant een meneer. “Mogguh, mogguh,” zo gaat het dan meestal en verdwijnen ze snel uit beeld. Als ik de wijk weer inloop komen de eerste bestelauto’s op gang. Schildersbedrijven, klusbedrijven, loodgietersbedrijven, op alle bestelauto’s staan de letters: “Voor al uw…” Schildersbedrijf Klein Bussink voor al uw schilderswerk. Zoiets. De nagelende dieselmotoren in de ochtend doen mij zelfs in dit kleine dorp aan de bedrijvigheid van de grote stad denken. En aan zomaar een tekenfilm. Het kan Barbapapa zijn geweest of iets onbeduidends, maar in een tekenfilm wordt de ochtend in een stad aangeduid met bussen en bestelwagens. Net niet te veel, maar precies genoeg. Een enkele claxon klinkt in de verte. Als de bestelwagens en de bussen op gang zijn gekomen gaat de dag beginnen.

Een goede ochtend moet je waarnemen om hem op waarde te kunnen schatten. Je moet je als het ware uit de ochtend onttrekken om hem goed te kunnen aanschouwen. Je mag er zelf geen deel meer van uitmaken, je bent er wel maar je hoort er eigenlijk niet bij. Dan beleef je de ochtend anders dan als een figurant die de ochtend niet gewaar wordt. Dan is het ineens al dag zonder dat je het gezien had.

Avé. Zij die kaal worden, groeten u.

Wat bijna niemand weet is dat ik in het echt niet zo’n volle bos haar meer heb. Een euvel wat genadeloos toesloeg toen ik bijna 30 was. Mensen maakten grapjes want niets is leuker dan een jongeman die kaal wordt. Het gaat langzaam maar gestaag. Inmiddels ben ik vijftien jaar verder en heeft de grijsdekking ook toegeslagen. Het is een groot probleem. Gelukkig zag ik zondag een door een haarkliniek gesponsord programma dat mij liet zien dat het niet langer nodig is om met een tonsuur rond te lopen. Er werd een jong mannelijk model bijgehaald die ook wat kalend begon te worden. Zag je dus niks van, maar hij beweerde dat hij veel werk misliep door zijn kerende haargrens. Zo keihard is de modellenwereld. Aangezien het bedrijfsleven ook alles al overgenomen heeft uit de sport, denk aan teamspirit, coaching en topprestaties verwacht ik dat op korte termijn ook op de haargrens gelet gaat worden. Dat je alleen nog goed kunt functioneren als je haargrens niet geweken is.

Ook Gerard Joling werd voor het programma van stal gehaald. Hij zei dat het tegenwoordig niet meer nodig was om met een kale bats rond te lopen. Ik vond dat een beetje enge uitspraak. Ik ben bang dat het niet lang meer duurt en ik word beschimpt en op een kar door het dorp rondgereden. De presentator stelde een duidelijk vooraf ingestudeerde vraag aan Joling. “Mensen denken nu, die Joling heeft makkelijk praten, die heeft genoeg geld om zo’n haartransplantatie te laten uitvoeren, maar ik heb niet zomaar vijf- tot achtduizend euro voor handen.” Waarop Joling zijn ingestudeerde antwoord afdraaide: “Kies er dan voor om een keer niet op vakantie te gaan.”

Opgelost. Wij gaan één keer niet op vakantie, en besparen zo € 8000,- die ik kan besteden aan een haartransplantatie. Not. Misschien hebben ze wat geraakt bij die Joling toen ze zijn nekharen in z’n schedel flosten, maar volgens mij is die man niet goed snik. En wat knap je nu op van wat extra haar op je hoofd? Natuurlijk, als ik het van te voren geweten had, had ik wel een langer bed gekocht, maar de tijd dat ik met een spiegeltje boven op mijn kop keek ligt alweer 15 jaar achter mij. En uiteindelijk is een mens toch het meest tevreden met zijn eigen hoofd. Ik moet er tenminste niet aan denken om met die van Joling rond te moeten lopen. Misschien dat ik dan vrijwillig in een Syrische woestijn ging lopen dolen in de hoop de aandacht te trekken van wat bebaarde ISIS-strijders. Nee, mijn vakanties zijn mij lief. Dan moet ik het maar wat meer van mijn karakter hebben.

Gedragsprobleem

Gisteren tegen de avond had ik het plan om met Hans te gaan fietsen naar het bos. Op de fiets kom je op plekken waar je lopend niet kan komen en andersom. Het probleem was dat Tammar ook mee wilde, want ze had niks te doen. Nu is het zo dat de vorige twee keren dat Tammar meeging we geen wild hebben gezien omdat zij niet stil kan zijn. Dus had ik met mezelf afgesproken dat ze voorlopig niet meer mee ging. Maar daar was mevrouw het niet mee eens. Ze begon zo hartverscheurend te huilen dat ik mijn hand over mijn hart streek. Natuurlijk wel een hartig woordje tot haar gericht. Ze zou stil zijn en ze zou niet gaan zeuren dat ze moe was.

Dus zijn we 800 meter onderweg en begint ze of ik haar kon duwen omdat ze toch wel moe was. Mevrouw Mack had ons zojuist met de auto ingehaald om de hond uit te gaan laten in het bos. Dus terug was geen optie. Hans had het al helemaal gehad met zijn zusje, dus die ging demonstratief 80 meter achter ons fietsen. Dat begon goed. Ik waarschuwde Tammar dat ze gewoon mee moest fietsen en dat als we het wildrooster over waren dat ze stil moest zijn. “Wat is dat een wilde kooi,” vroeg ze een kilometer verderop. Toen we het wildrooster over waren hield ze uiteraard niet op met praten. Na een paar keer werd ik boos en kneep haar hard in haar arm. Dat hielp even want ze begon te huilen. Ik had nog geluk dat ik mijn net nieuwe iPhone op de weg hoorde vallen bij die actie anders was ik die nu kwijt geweest door Pollewop. Nu zaten er slechts wat krassen op.

Het bos bleek gesloten. Overal borden dat je er niet in mocht in verband met de bronstijd. Dan heb ik het niet over de periode voor Christus die volgde op het Neolithicum, maar over de periode tussen 15 september en 25 december waarin de paartijd van edelherten plaatsvindt. We moesten dus op de weg blijven. Na twee flinke heuvels (hoge duvel) kwamen we bij een punt waar een aantal mensen doodstil stonden en zelfs lagen te luisteren naar het geburl van de mannetjesherten. Het is een mooi geluid, het is een kruising tussen het geblaat van een schaap en het geloei van een koe, maar dan uit het bos. Men zegt dat het geluid kilometers ver reikt, maar in onze omgeving geloven ze ook nog in sagen. Het geluid was in de verte duidelijk te horen en het kwam van verschillende kanten. Alleen Tammar hoorde het niet en bleef ook herhalen dat ze niks hoorde. Ik siste dat ze stil moest zijn, maar dat kan ze niet dus dan gaat ze met haar voeten herrie lopen maken op de steentjes. De geachte aanwezigen vonden het wel grappig, maar ik duidelijk minder. Ik pakte het spul op en keerde huiswaarts om de natuur niet teveel te laten verstoren door mijn tweede nazaat. De hoge duvel af is link. Het gaat keihard en de weg is hard. Ik schatte de snelheid zeker 35 kilometer per uur en Tammar keek doodleuk opzij. Ik beet haar toe dat ze voor zich moest kijken, maar toen ging ze met die snelheid met haar voorwiel wiebelen. In paniek riep ik haar toe dat ze dat niet moest doen waarop zij antwoordde dat zij dat niet deed maar de fiets. Gek word je ervan.

Wat later drukte ze nog bijna een tegemoetkomende auto in de berm en ik had het gehad. Haar voorlamp deed het ineens niet meer dus ik gebood haar tussen Hans en mij in te gaan fietsen en mij te volgen over het donkere fietspad. Dat is het enige wat ze gehoorzaam deed. Thuis hebben we afgesproken dat ze we het nu een aantal keer geprobeerd hebben en dat ze tot haar zevende niet meer mee gaat om wild te kijken. Op een of andere manier vond ze het prima. Ondanks dit gedrag ben ik gek op dit meisje. Het moet wel echte liefde zijn.

Een betere wereld II

Vanochtend op de radio hoorde ik een aankondiging van een programma wat vanavond zou komen. Ik stopte op een parkeerplaats om een herinnering in mijn telefoon te zetten. Het was een documentaire van Zembla over misgelopen miljarden in Nederland. Miljarden die de belastingdienst niet int, of die gestolen worden door burgers. Stelen was het juiste woord volgens Richard Murphy, een internationaal expert op het gebied van Tax Gap (=hoeveel belasting komt er niet binnen) berekeningen. Nederland loopt per jaar 30 miljard mis aan niet geïnde belastingen. Een bedrag dat, zouden we het jaarlijks extra hebben, in één klap alle financiële problemen zou oplossen. Aan hun lot overgelaten bejaarden zouden weer wat vaker kunnen douchen, studenten zouden langer kunnen studeren, defensie zou weer wat tanks kunnen kopen en niet langer het lachertje van Europa zijn en nog veel meer.

Het probleem is dat de mensen die wel hun volledige belasting betalen, teveel moeten betalen omdat anderen niet betalen, of dat ze niet terugkrijgen waar ze recht op hebben van hun betaalde belastinggeld. De wereld staat momenteel op zijn kop. Je mag niet meer zeggen dat vroeger alles beter was, je mag je niet meer als een fatsoensrakker gedragen, je mag niet meer opkomen voor je land, maar als je de belastingdienst besteelt, en dus je land besteelt hoewel de dieven zelf liever niet van “stelen” spreken, dan kun je dat gewoon tijdens een lunch met collega’s vertellen en kun je nog rekenen op bewonderende blikken ook.

Voor mij wordt het serieus tijd om te gaan solliciteren bij de belastingdienst. Ik heb er de opleiding voor, de materie interesseert mij en ik kan meehelpen aan de wederopbouw van de verzorgingsstaat. Helaas wil de overheid niks weten van de berekening van een Tax Gap omdat er dan lastige vragen over gesteld gaan worden door de burger. Wat gaat u er aan doen? Is de Tax Gap al minder dan vorig jaar? Bovendien is het slecht verkoopbaar dat er 30 miljard gefraudeerd wordt terwijl iedereen de eindjes aan elkaar moet knopen. Ik ben bereid salaris in te leveren om al die lapzwansen die te lage inkomsten opgeven of te veel aftrekposten opvoeren af te nemen waar ze geen recht op hebben. Kan me daar zo over opwinden, geen haar beter dan NSB’ers zijn ze. Hoewel die misschien nog dachten dat de NSB goed was voor Nederland.

http://vara.nl/media/320914