Seizoenen

Op een of andere manier hebben wij een gelukkige hand in het uitzoeken van mooi weer op vakantie. Met uitzondering van 2011 toen we in de Franse Alpen zaten, hebben we eigenlijk elke zomer mooi weer gehad tijdens de vakantie. Zelfs toen we drie weken naar Ierland trokken was het daar in jaren niet zo’n mooie zomer meer geweest. Waar ik aan te danken heb weet ik niet, maar feit is wel dat ik om me heen wel veel hoor over regen tijdens de zomervakantie. In 2011 was het niet eens zo slecht, maar toch had ik een wat ander gevoel toen ik thuis kwam. Mooi weer vind ik wel belangrijk, zeker in deze leeftijdsfase van de kinderen. Als de zon schijnt ziet alles er beter uit, dat is overal zo. In de zomer is het prachtig en kun je je nauwelijks meer voorstellen hoe de winter voelt, en vooral hoe kaal het in de winter is. Het is maar goed dat het geleidelijk gaat, die overgang.

Gisteren deed ik wat Google Streetview in Frankrijk, ik reed door de straten waar ik ooit geweest was. En ook de Franse Alpen zien er in de winter niet fijn uit. Hoe aantrekkelijk de zomer is, hoe kaal en verlaten het in de winter aan kan doen. Maar zonder de seizoenen zou de aarde er heel anders uitzien, misschien was er wel geen leven mogelijk. In elk geval zou Vivaldi niet zo uit de verf zijn gekomen. Ik zag vanmiddag nog zwaluwen laag boven een weiland vliegen, heel lang zullen ze hier niet meer zijn, nog even en ze vertrekken weer naar Zuid-Spanje en Noord-Afrika. Het is pas 17 augustus. Morgen zou mijn vader 70 zijn geworden, ware het niet dat hij maar 40 mocht worden. Het hoort heet te zijn op 18 augustus, zinderend heet voor Hollandsche begrippen. Je moet nog in de tuin kunnen liggen, en je hoeft je nog helemaal geen zorgen te maken over vertrekkende zwaluwen. Er moet een zwembadje staan, kinderen spelen buiten, ouders zitten tot ’s avonds laat in de tuin, in mijn hersenen heeft zich een beeld gevormd waarin de jaren ’70 de hemel voorstellen. Zomer, zwaluwen en alles wat daar niet bij past is verbannen. De werkelijkheid zal anders geweest zijn, maar wat geeft dat. Zeventig jaar, het is dertig jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag. Maar nu zie ik hem vooral in de zomer. De narigheid is weg. Zijn ziekte is geweest. Wat blijft zijn de herinneringen aan de mooiste tijden, zomervakanties in Frankrijk, zoals de hemel moet zijn.

Terugreis in 1975

De Fiat 128 van mijn vader
Door het donker over de A2
buiten zag ik sterren, lantaarnpalen
en soms reed de maan ook met ons mee

Want de maan die kon bewegen
Hij ging even snel als wij
Hij sneed soms door de wolken
Maar was de hele rit erbij.

Van Utrecht naar Den Bosch
Bij de Lek zat ik te gapen
Wij moesten drie rivieren over
Bij de Maas lag ik te slapen

Mijn broertje en mijn zusje
samen op de achterbank
Ik sliep op de vloer
niet tegen wil of tegen dank.

De verhoging in het midden,
De stugge vloermat prikte aan mijn wang
Ik sliep er als een prins
Ik was er veilig en voor niemand bang.

Lebensraum

De eerste tijd na de vakantie vind ik altijd wat moeilijk. Het besef dat de vakantie maar zo kort is en dat je weer 50 weken in dit benauwde landje moet doorbrengen. Frankrijk was zo warm en groot, hier is het klein en alweer nat. Daarbij kreeg ik niet de kans geleidelijk aan mijn werk te wennen, ik moest er gelijk vol in wegens een tijdslimiet. Gisteravond was ik het zat. Moe, ik voelde me beroerd en ik was chagrijnig. Dus nam ik een beslissing, ik nam de hond mee en reed naar het bos en heb er anderhalf uur gelopen. Als er iets mooi is, is het op een warme zomeravond naar een bos gaan waar niemand is. En er was niemand. De maan was al zichtbaar, de schemering viel in. Op een meter of vier schrok een scharrelende vos zich te pletter, net als de hond en ik, omdat we elkaar niet verwachtten. De vos en de hond sprongen ieder een andere kant op. Iets verderop zag ik een ree staan. Hij had mij al gezien en de kop met de twee staande oren tuurde in mijn richting. Toen nam hij een run over de heide en was snel uit beeld. Ik was inmiddels opgeknapt. Het lopen door het bos en over de heide had me goed gedaan. Ik vond zelfs op dat moment dat Nederland vergelijkbaar mooi was met Frankrijk, wat absoluut niet zo is, maar ik had het gevoel eventjes.

Meer nog dan de Duitsers in de oorlog heb ik behoefte aan wat extra lebensraum. Meer wildernis. Minder mensen. Wat moet de wereld nog een plekken herbergen die niemand kent behalve een paar lokalen. Letland bijvoorbeeld, 2 miljoen inwoners en anderhalf keer zo groot als Nederland, dat klinkt toch fantastisch? Natuurlijk, ze strijden niet mee om het WK voetbal, dat is de keerzijde. En of ik er wel tegen zou kunnen om in zo’n afgelegen gebied te wonen is ook maar de vraag. Noorwegen, amper vier miljoen inwoners en tig keer groter dan Nederland. Ik ken een Noor en die maakt toch een behoorlijk gelukkige indruk. Waar kan ik heen, zou ik bijna zeggen. Zo’n vakantie maakt toch altijd weer dingen los. Over twee weken weet ik weer niet beter.

Zonsondergang

In Lacanau maakte ik een complete zonsondergang mee en ik realiseerde me dat dit pas de eerste keer was dat ik het zag. Het was schitterend. De zon is op dat moment zijn felheid verloren en je kunt er bijna recht naar kijken. De zon staat laag boven de horizon en lijkt op een gegeven moment de zee te raken. Volgens de overlevering kun je hem op dat moment horen sissen. Daarna gaat het om een of andere reden steeds sneller. Het laatst zichtbare stukje zon verdwijnt in een paar seconden achter de horizon. Je ziet hem daar bewegen terwijl hij als hij hoog aan de hemel staat toch behoorlijk vast staat. Het zal vast met de hoek te maken hebben waardoor die snelheid groter wordt, misschien is hier de relativiteitstheorie wel van toepassing.

Toen de zon helemaal weg was klonk er een applaus onder de waarnemers. Alsof een piloot zijn chartervlucht zojuist aan de grond zette, maar dan nog debieler. Zelfs als je in God’s schepping gelooft vind ik het nog debiel om te applaudisseren voor een zonsondergang, maar ja, het is vakantietijd. Deed niets af aan het feit dat het een schitterend verschijnsel is. Ik snap niet dat ik dat nog nooit eerder bewust heb waargenomen. Ik zou bijna zeggen dat iedereen het een keer gezien moet hebben, maar waarschijnlijk heeft iedereen dat al en was alleen ik het die hier wat laat achter kwam.

Lacanau Ocean,  juli 2014
Lacanau Ocean, juli 2014

Achteraf verslagje

De vakantie is weer voorbij, morgen moet ik alweer aan het werk. Maar het was een prima vakantie dus daar moet ik wel weer even op kunnen teren. Ik was wel twee weken afgesloten van telefoon, en internet, want mijn dure zakelijke abonnement deed het niet. Mijn zwager had prima ontvangst met zijn 16 euro per maand abonnement. Af en toe had ik voor heel even wifi en kon ik even iets plaatsen, maar meestal niet. Tevens was ik mijn schrift kwijt dus ik kon ook al niks schrijven en dat is wat ik meestal doe op warme vakantie avonden. Dus nu even een achteraf verslag.

Op de heenweg ging het prima, slechts eenmaal verkeerd gereden in Parijs en dat moest ik gelijk bekopen met een bezoek aan een ondergrondse parkeergarage waar ik ook niet meer uit kon zonder 3 euro te betalen. In Tours was het hotel voor de overnachting. We dronken daar twee grote biertjes a 7,50 per stuk en Linda nam een Cola van 4,50 wat ik erg duur vond. Dit tot ergernis van Linda en tot hilariteit van mijn zwager. De volgende dag reden we naar de camping tussen Lacanau en Lacanau-Ocean. De camping was een gewone camping, de plaatsen waar wij stonden waren mooi, tegen het hek aan met daarachter het bos, dus lekker rustig.

Meer dan anders was ik ditmaal onder de indruk van de grootte van Frankrijk. Het bos waaraan we stonden, gigantisch. Als je over de snelwegen rijdt, overal dat grote niets om je heen. Meren, heuvels, zonnebloemvelden, tarwevelden, het is allemaal even mooi. Ze moesten maar eens een stuk Frankrijk aan ons cadeau doen. Ik heb een paar keer een wandeling door het bos gemaakt, je loopt er twee uur zonder iemand tegen te komen. Ook geen ree of een zwijn trouwens, alleen maar bomen en tra’s om maar eens een mooi kruiswoordpuzzelwoord te gebruiken.

De Atlantische Oceaan, of Golf van Biskaje zoals het daar heet was mooi en lauw. De kwallen dreven om je heen. Slechts eenmaal ben ik gestoken door zo’n Eddy Kwally zoals wij ze noemden. Een licht pijnlijke plek was het gevolg. Prompt daarna werden Hans en Tammar ook gestoken. Hans in zijn been, Tammar in haar oog. Maar ik twijfel aan de rechtmatigheid van hun claims. Het zeewater was 20 graden, wat haast perfect is. Je moet er even door, maar daarna is het heerlijk verkoelend.

Verder was het de gebruikelijke onzin met mijn zwager. Elke vakantie met schoonzus en zwager heeft wel een thema. Zo waren we ooit in de Ardennen en was het thema gevaarlijke ontdekkingsreizen door de Ardennen. In de Vogezen was het lynxen. Aan de Belgische kust was het Dynasty, in de Jura was het de bruin-gestreepte Doucier-vos, vorig jaar in de Ardeche was het Jannie, en deze keer was het een promotielied voor Duiven en Eddy Kwally.

De terugreis vind ik nog het vermelden waard. Deze keer hadden we de opdracht om een route uit te stippelen in plaats van gewoon terug te rijden. Dit in verband met zwarte zaterdag en het parkeergarage incident in Parijs. We zijn er bijna twee uur mee bezig geweest maar dan heb je ook wat. Rust op de wegen, weinig tol, en op de valreep nog wat authentieke Franse en Belgische dorpjes aangedaan. Want dat was het enige dat ontbrak in de omgeving van Lacanau. Daar is het vlak en de bossen zijn er aangelegd en lijken op de onze. Dat wil ik dus niet. Ik wil rotsen, oude huizen en dorpjes waar het verkeer nog net zo rijdt als in de jaren zestig. Dus we namen niet de gebruikelijke Péage naar Parijs, maar minder voor de hand liggende wegen en vonden onze weg terug via Bordeaux, Angouleme, Poitiers, Tours, Orleans, Troyes, Reims, Charleville Meziers, Charleroi, Brussel, Antwerpen. Geen file gezien. Ik heb nog nooit de cruise-control zoveel kunnen gebruiken.

Een doekje voor het bloeden

Lacanau, Samedi le 19 Juillet 2014,

Jaren geleden schreef ik een logje waarin ik uitlegde waarom ik altijd een schone zakdoek bij me heb. Het was voor het geval ik een huilende prinses tegen zou komen, dan zou ik haar mijn zakdoek kunnen aanbieden. Vanavond was het zover. Ik liep met Tammar over de camping toen ze ineens struikelde en op haar knieën viel. Ze huilde maar ze bloedde ook. Dichterbij een prinses dan dit zou ik niet komen. Ik pakte mijn zakdoek en hield die tegen haar geschaafde knietje. Het hielp. Het bloeden stopte en ik begreep ineens waarom ik altijd die zakdoek bij me had gedragen. Voor mijn eigen prinses, al kon ik dat toen nog niet weten.

Lalala

Het is weer zover. In een vergeefse poging van Vaassen een swingende metropool te maken is het weer woensdagavond braderieavond. Prima, dat moet Vaassen zelf weten. Maar de band die tot na twaalven hun kunstje blijft doen is bijna niet te harden, zo hard komt het hier binnen. Vooral omdat ik weet, zonder dat ik het kan zien, hoe troosteloos het eruit ziet als je erbij bent. De zanger zweept een niet aanwezige menigte op in een poging hen mee te laten brullen. Maar in Vaassen lopen we niet blindelings elke gek na te schreeuwen. Uiteindelijk gaat precies één net iets te middelbaar, geïmporteerd en aan hun derde relatie bezig zijnd stel voor het podium een dansje aan om te laten zien hoe werelds en gelukkig het wel niet is.

Raam dicht doen is geen optie, want dan ben je over een uur uitgebroed. Maar als je net iets probeert te schrijven, het is tenslotte bijna vakantie, dan wordt je dat haast onmogelijk gemaakt door klanken waarvan je je afvraagt wiens brein zo beschadigd is dat hij het voor elkaar kreeg ze precies in die volgorde achter elkaar te zetten.

Vanmiddag waren hier gemeentemannen aan het werk met elektrische heggenscharen. Dat was natuurlijk herrie, maar goed, dat moet gebeuren. Hoor ik ineens keiharde wintersport muziek uit hun richting komen. Ik stond al klaar om mijn skistokken van zolder te halen en ze daarmee tegen de grond te hengsten toen ik op de melodie zingende kinderstemmen hoorde. Ik begreep ineens dat de muziek niet van de gemeentemannen kwam, maar van de school hier 100 meter verderop die waarschijnlijk vierde dat het de laatste dag voor de vakantie was. Met zulke wetenschap wordt het ineens een stuk draaglijker, blije kinderen, laatste schooldag, die vinden het leuk om op hoempapamuziek mee te zingen. Maar zonder die wetenschap wekt de muziek een enorme agressie op.

Put your hands up in the aaaaiiirrr, roept de zanger nu. Om vervolgens iets van Hannie en de rekels in te zetten.

Wir mussen weiter.

Ik ga het proberen achter me te laten, het verlies van de halve finale tegen Argentinië. Maar mijn gifbeker moest eerst nog leeg want de Duitsers wonnen de finale op Duitse wijze met een doelpunt in de slotminuten. Denk niet dat ik een grapje maak als het over WK finales en Duitsland gaat. Vanochtend sloeg ik de krant open en ik kon hem wel aan stukken scheuren. Een artikel over waarom Duitsland overal het beste in is. Auto’s, politiek, voetbal, intelligentie, vriendelijkheid, ik moest het lezen maar de tranen sprongen zowat in mijn ogen. Ik haat ze, ik haat ze, ik ga er nooit meer heen, dat dacht ik. Ik ben zo afgunstig dat het niet mooi meer is. Ik zei nog tegen Linda, dat ik op Facebook had willen zetten dat er nog een kans was dat het vliegtuig neer zou storten, maar dat zou te ver gaan. Dat vind ik zelfs. Hooguit dan die vervloekte Mario Götze die eruit ziet alsof hij een hooggeplaatste vader heeft. Het meest pijn doet het me nog dat ik vrijwel alleen sta in mijn strijd, mijn buurmannen hadden gewoon een shirt van die Mannschaft aan. Daar zou je toen ik jong was nog op zijn minst voor worden kaalgeschoren. Hoe heeft het zover kunnen komen met dit land dat we in slaap gesust zijn, klaar om ingelijfd te worden door de grote Germaanse broer? Het moet de feestgeneratie van nu zijn, die vrede sluit met iedereen die een luidruchtig bierfeest organiseert.

De WK finales zijn niet zomaar wat. Ze maken deel uit van de geschiedenis en hebben gunstige invloeden op het welzijn van een land. WK finales zijn voor mij een “trip down to memory lane.” Vanaf 1974 weet ik ze allemaal nog, en elk WK brengt me een herinnering. Gisteren kwam ik er weer pijnlijk achter dat ik mijn vader mis. Hij had deze ellende voor mij kunnen relativeren. Als hij er nog zou zijn zou ik niet zo’n hang naar het verleden hebben. Dan zou ik een wat gezondere kijk op het WK hebben.

Ik zag het beeld van honderdduizenden Duitse supporters in Berlijn, wachtend op hun helden. Het vliegtuig met die Mannschaft vloog laag over de menigte, bij wijze van groet. Ik moest toegeven dat dat mooi was. Nee, niet mooi, het was prachtig. Wat zou ik graag voor Nederland gewild hebben wat Duitsland daar deed. Stel je voor, het vliegtuig met daarin Robben, Van Persie c.s vliegt over een oranje blije menigte omdat het ons e i n d e l i j k gelukt was. Ik zou het niet droog houden. Ik zou huilen van geluk. Ik ga nu weer vrede sluiten met de buren. Duitsland is geen onterechte winnaar. Und jetzt Schluss mit der Weltmeisterschaft, we gaan weer verder. Maar dat u even weet dat het me ernst was.

Weer niet!

Weer gaan we geen wereldkampioen worden in 2014. Ik weet niet beter dan dit. Het begon in 1974 en het duurt nu al 40 jaar dat we het net niet zijn. Op Facebook werd er wat lacherig gedaan door, hoe kan het anders, een paar vrouwen die het allemaal wat ver vonden gaan dat er collectief verdriet onder veel landgenoten heerst. Gisterenavond na de wedstrijd kon ik het redelijk relativeren, maar vanochtend drong het besef door dat we er weer heel dicht bij waren. Dit is geen kwestie van je er overheen zetten, dit moet verwerkt worden, zoals elk verdriet. Wie dat niet snapt beleeft niet de essentie van het WK: het is een strijd om de beste te zijn, en de winnaarsmentaliteit straalt uit over elke voetballiefhebber van het land. Het WK winnen is als twee extra zonuren per dag. Het volk wordt er gelukkiger van.

Het vertrouwen in Louis nam bovenmenselijke proporties aan, alsof hij krachten bezat die ons wereldkampioen konden maken. Immers, was het niet Louis die alles op de rit had? Die ons die meesterlijke keeperswissel met Tim Krul tegen Costa Rica gaf? En was er niet Robben die mij in elk geval deed twijfelen of hij inmiddels niet Marco van Basten voorbij was als op één na beste Nederlandse voetballer ooit? Het is belangrijk, de beste speler ter wereld leveren. Argentinië en Brazilië ruziën nog steeds of Péle nou beter was of Maradona. Terwijl het absoluut Cruijff is, maar dat snappen zij niet. Duitsers denken dat Beckenbauer de beste speler aller tijden was, maar op de Duitsers kom ik vast nog wel terug, straks.

Maradona was natuurlijk super, maar hoe lang duurde zijn glorietijd nu helemaal? En was hij nu zoveel beter dan Ronaldo Luis Nazarrio de Lima (dit doe ik uit mijn hoofd), ofwel de echte Ronaldo en niet die nepper uit Portugal? Dacht het niet. Péle was fantastisch maar een soort opgevoerde Gullit. Er waren Di Stefano en Eusebio, en ongetwijfeld hebben Engelsen en Italianen ook hun eigen versie van de beste speler ter wereld, maar in werkelijkheid was dat Cruijff. Cruijff speelde 20 jaar lang een buitenaards niveau en domineerde de voetbalvelden. Ondertussen onderwees hij het volk over voetbal en over allerlei andere zaken. In het veld was hij de leider en niet van zijn stuk te krijgen. Technisch begaafd, altijd op de plek waar hij moest zijn en net even sneller dan zijn tegenstander. Hij maakte wonderschone goals en coachte zijn medespelers naar de toppen van hun kunnen. Hij werd alleen geen wereldkampioen, maar dat gaat gewoon niet als Nederlander. Dat is zo opgeschreven in het script van de voetbalgoden.

Wij Nederlanders moeten lijden. Wij moeten lijdzaam toezien hoe wij vaak de favoriet zijn, maar iedereen weet eigenlijk al dat het op het laatst misgaat. Net als dat wij lijdzaam moeten toezien hoe onze oosterburen er regelmatig met de wereldbeker vandoor gaan, tot nu toe met afbraakvoetbal. Maar dat mag je niet zeggen want dan doe je ze tekort. Nu spelen ze immers mooi, en op de werkelijkheid van het verleden mag je niemand aanspreken. En zo kan iedereen wegkomen met zijn daden. Het zou allemaal nog niet zo erg zijn als Nederlanders tegenwoordig niet massaal meededen aan de Duitsland-verering. Want zij zijn zo’n hardwerkend volk en ze bouwen van die waardevaste auto’s. Ik niet, ik kan geen onwaarheden over ze horen. Ik wil een gezamenlijke vijand en dat moet Duitsland zijn. Want ze lachen ons uit achter onze rug, en vooral degenen die tegen ze opkijken. Het is niet anders dan de Argentijnen die de Brazilianen huilebalken en homo’s noemen, maar dan tenminste nog openlijk op tv zodat iedereen snapt hoe de verhoudingen liggen. Hier niet, de Duitsers voelen zich superieur en wij zijn Calimero. En zo is het natuurlijk ook. Als wij niet kijken, kijken ze op ons neer. En steeds meer Nederlanders vinden de Duitsers zulke nette mensen en Fransen zulke lomperiken. Want er is niks politiek incorrect aan om Frankrijk een mooi land te vinden alleen jammer dat er zoveel Fransen wonen, maar als je iets over Duitsland zegt dan zijn de rapen gaar. Want dan ben je een achterlijke die in het verleden is blijven hangen. M’n neus! Er heerst schandalig weinig anti-Duits sentiment in dit land!

Waar komt dit toch vandaan Mack? Ik heb geen idee, mijn ouders hebben mij niet opgestookt, ik heb dit zelf ontwikkeld. Maar vroeger was je een held als je een Duitser de verkeerde kant op stuurde, maar zoals met veel heldendaden: de wereld staat op zijn kop en daarom wordt geen man meer uitgelachen als die een half uur in de weer is met luchtjes en crèmpjes. Ik ben kennelijk overgevoelig voor overheersende mensen. Ooit was ik in Ibiza op vakantie en zat op een terras. Een paar Duitse jongens handelden volgens een goede landsgewoonte en hielden een razzia. Zodra ze iemand hadden gooiden ze hem met kleren aan in het zwembad. Dat vonden ze leuk. Ik vond het niet leuk maar ik bleef toch zitten. Toen ze bij me kwamen heb ik ze toegebeten dat ze heel snel moesten opsodemieteren. Eentje ging in bokshouding voor me staan maar toen ik opstond droop hij toch af toen hij mijn blik zag. In mijn ogen zag hij diepe, kille haat. Een andere keer hadden we thuis in het kader van een uitwisselingsproject op school een Duitser ingekwartierd zitten. Ik voerde met hem destijds (13 jaar) de discussie over de beste voetballer ter wereld. Beckenbauer, zei hij. Cruijff zei ik, maar die kende hij niet. En dat is het hè, geen enkel respect voor grootheden uit een ander land. Bah.

En zij, zij die beter zijn dan wij omdat dat in hun genen zit, gaan er zondag weer vandoor met de wereldtitel. Wij gaan weer vernederd worden deze zomer. Terwijl ik had gehoopt nu eindelijk eens als een Duitser rond te mogen lopen op een camping omdat wij eindelijk de wereldkampioen waren geworden. Dat wij ook een ster op ons shirt zouden hebben. Dat we bij de beste landen ter wereld zouden horen. Maar nee, we blijven Calimero. Omdat ik niet tegen die vernederingen van de oosterburen kan ben ik voor Argentinië. Ik hoop op een 8-1 voor Argentinië die nog jaren doordreunt in hun schuilkelders. Maar ja, ook daar zullen ze wel weer snel overheen stappen en doen alsof het nooit gebeurd is. Op mijn werk maken ze wel eens zorgen om me. Of ik niet te veel doorsla in mijn anti-Duitse sentimenten. Welnee. In Brazilië en Argentinië zijn de mensen nog 10 keer erger. En u moet het zo zien, ik hef ook vaak mijn middelvinger in het verkeer, maar die komt dan nooit boven het dashboard uit. Zo is het met mijn anti Duitse gevoelens ook. Geen Duitser zal ooit iets aan me merken, zoals ik niet merk dat hij mij achter mijn rug om uitlacht. Duits shirt

Trechter

Het WK, dat hakt erin. Het is ééns in de vier jaar dus dan moet je het ook volgen, althans dat vind ik. EK vind ik niet erg interessant, het is het WK wat telt. De wedstrijden lopen veelal uit tot half één ’s nachts, en als het mij al gelukt is om wakker te blijven komt er daarna geen logje meer uit mijn hersenen. Want daar komen ze vandaan, uit de hersenen. Tien jaar geleden zat ik nog vol verhalen, ik was zelfs wel creatief te noemen. En nu lukt het niet erg. Ze zitten er nog hoor, die verhalen, maar ze komen er niet uit. Tenminste niet makkelijk. Het is een teken dat het goed gaat met me, of niet, dat is maar net van welke kant je het bekijkt.

In tien jaar is er veel veranderd. Maar voornamelijk ben ik van 34 naar 44 gegaan. Dat is mooi natuurlijk, maar ik word er niet knapper op. Zat ik op mijn 34e nog vol met hormonen, die lijken nu een stille dood gestorven. En toch voel ik mij nog precies dezelfde als tien jaar terug, alleen geestelijk verder. Maar als ik foto’s zie dan valt mij toch voornamelijk op dat ik grijs aan het worden ben. Ik, grijs. Een paar jaar geleden zat ik nog op de kleuterschool. Ik kreeg via Facebook een foto te zien van mijn kleuterklas, 1973 schat ik. Ik sta erop en ik ben jonger dan mijn dochter nu is. Ik heb wel een aangeboren hang naar het verleden. Zo’n foto roept niet alleen herinneringen op, ik word meegevoerd naar die tijd en ik ben een poosje weg. Gevoelens van toen komen terug, gevoelens van een onbezorgde tijd toen alles nog klopte en de wereld overzichtelijk was. Je herkent klasgenootjes en je herinnert je de dingen waardoor je ze herinnert.
kleuterschool Ik sta erop, precies boven de juffrouw, ik was wit van haar, en ik kijk zoals de meeste kinderen blij. Zelfs ik met mijn ijzersterke geheugen voor mijn eigen jeugd kan niet alle namen meer noemen. Maar naast mij staat Hans, en daarnaast Karin, op wie ik nog tien jaar lang verliefd zou blijven. Ik zie Lucien die een vingerkootje verloor, ik zie Tilly, die wel eens flauwviel, Lex die voor een kleuter belachelijk goed kon tekenen, Bianca, wiens moeder mij wel een leuk jochie vond, Petra die altijd stil was, Eric, Marlies en Roel. Het lukt mij daadwerkelijk terug te keren in dat klasgebouw rechts op de foto waar juffrouw Trees ons liet tekenen of met kralen spelen.

Het gaat goed met me maar ik vind wel dat de tijd misdadig hard voorbij vliegt, zeker als ik met jeugdfoto’s wordt geconfronteerd. En ik lachte altijd op foto’s, nu sta ik vooral voor lul op foto’s. Maar goed, het is niet anders. Als je oud bent doe je ook iets goed, anders was je niet zo oud geworden. En natuurlijk, ik ben niet echt oud, maar ik hoor wel bij de ouderen op mijn werk. Ik ben wel blij dat u gewoon met mij mee veroudert, en dat ik niet de enige ben, dat maakt het dragelijk. En eens komt het einde, daar is niets dramatisch aan, zei Seth Gaaikema onlangs. Hij zal het wel weten, maar als ik kon keerde ik terug naar 1973, naar Drunen in de zomer, waar ik het geluk had te wonen en een fijne jeugd te hebben. Dat is het ellendige van een fijne jeugd, dat het nog heel lang later is en dat je maar wat aanmoddert. Ik moet er echt weer even uitgetrokken worden uit die klas, terug naar 2014, waar het ook best oké is. Maar in 1973 zat je boven in de trechter en had je nog geen idee waar het heen ging, terwijl ik al heel dicht bij het tuitje lijk te zitten en je eigenlijk geen kant meer op kan behalve de ingeslagen weg.
trechter