En het weekend begon zo goed.

weekend

Feestje, Cees, de meest bekende man uit Epe, werd 50, maar ik heb ook wat felicitaties in ontvangst genomen geloof ik. Vrijdagavond was dit, zaterdag hadden we twee verjaardagen en ’s avonds gingen we uit eten bij een wokrestaurant, en vandaag hadden we een verjaardag van een vriendinnetje van Hans en Tammar. Teveel van het goede. En nu zit ik met de kater. 2-3 en weer een verloren landskampioenschap, maar daar moeten we het maar niet meer over hebben.

Ik had van tevoren gezegd dat ik los zou gaan, en als ik iets zeg, dan doe ik het ook. Ik heb gedanst en het klopt wat ze over dansende mannen zeggen: die staan daar niet omdat ze het leuk vinden. Die staan daar om dubieuze, blonde redenen die ze niet kunnen weerstaan. Uiteindelijk niet kunnen weerstaan, moet dat zijn. Want in het begin bood ik nog wel weerstand maar na een biertje of vijf was die gebroken.

Doorstappen.

Incroyable HulkIk maakte me gisteren klaar voor een rugrondje, d.w.z. een avondwandeling. Wandelen klinkt een beetje traag, je moet juist niet traag lopen, je moet er de sokken in hebben. Volgens mij is daar een mooi Nederlands woord voor: “power walking”. Ik zal echter nooit zeggen dat ik aan power walking doe, maar snelwandelen is ook weer niet wat ik doe. Gewoon doorstappen. Volgens de fysiotherapeut, en ik geloof hem, is lopen de rest van mijn leven belangrijk als ik tenminste niet om de paar maanden met pijn in mijn rug wil zitten. Toen ik echter de achterdeur opendeed, sneeuwde het sigarettenfilters. Overmacht, riep ik gelijk, maar toen bedacht ik me dat een Mack zich niet laat weerhouden door een sneeuwbui. Ik zette mijn muts op, trok mijn handschoenen aan en zette de pas er stevig in.

Ik stapte door de vallende sneeuw en ik voelde mijn conditie per stap toenemen. Op een enkele hardloper en wat auto’s na was ik de enige buiten. Ik liep langs huizen en zag binnen de mensen zitten in een luie stoel. Ze zagen er ontevreden uit, want wie zit er anno 2013 nog ’s avonds in een luie stoel naar buiten te kijken? Óf je zit achter een laptop, óf je hangt in de sportschool, óf je loopt een rondje. Mijn linkerbeen is nog steeds niet oké, maar hindert me niet bij het lopen. Er zit iets van pijn in sommige bewegingen waar ik niet goed de vinger op kan leggen. Maar ik liep lekker en het ging steeds beter. Ik dacht aan Forrest Gump, gooide in gedachten de pijn van de afgelopen weken van me af en zette een looppas in, die pas op zou houden als ik ging slapen. Let wel, we zijn nog steeds in mijn gedachten. Na een half uur was ik weer thuis en ik voelde dat ik energie had opgedaan.

Lopen is goed. Ik ben er van overtuigd. Vandaag deed ik tussen de middag weer een rondje en ik krijg bij terugkomst weer de neiging om een Hulk-pose aan te nemen in plaats van de zoutzakimitatie van de laatste twee maanden. Als ik niet oppas raak ik weer overmoedig en breek ik weer mijn pink. Het is een constant proces, die midlife crisis. Laatst dacht ik nog dat ik het ging accepteren maar nu is er geen haar op mijn hoofd meer die denkt dat ik vanaf nu bejaard ben. Sterker nog, ik wil een bokszak op mijn kantoor.

Wellness

Volgende weekend gaan we skieen met mijn werk. In Garmisch. Ik had gehoopt dat mijn been roet in het eten zou gooien, en qua skieen is dat ook zo, maar inmiddels is het wel weer zo hersteld dat ik mee kan voor het lichte programma. Er zit ook nog iets van een conference in, om het een beetje zakelijk te maken. Ik heb er een hekel aan, om een lang weekend weg te gaan met collega’s, want weekend is wel weekend. Hans zuchtte ook al toen hij het hoorde. Er wordt al weken druk op me uitgeoefend om mee te gaan, en tot nu toe hield mijn been mij op de been, maar nu is het denk ik genoeg hersteld dat ik weer een stuk kan lopen. En betrouwbaar liegen kan ik niet, helaas.

Dus ja, dan gaan we er maar het beste van maken. Volgens mijn baas was er voor de mensen die niet gingen skieen een licht programma, en een Gerard Joling programma. Dat laatste zal het voor mij wel worden, Wellness. Toen mijn vrouwelijke collega’s het hoorden, wilden ze ook ineens Wellness, maar dat mocht niet meer. Ik hoop dat ze m’n schouders ontharen met zo’n trekpleister.

Sans famille

In het begin van de 80-jarige oorlog, ook wel de jaren ’80 genoemd, speelde er op televisie een tekenfilm die ik en velen niet licht zullen vergeten. “Alleen op de wereld” heette het, en het verhaal ging over een jongen genaamd Remi, die ongeveer iedereen van wie hij hield, verloor. Hij was een vondeling en hij werd opgevangen door Vitalis, een rondtrekkend artiest die hem aan zijn zorgen toevertrouwde. Vitalis was in het gezelschap van een paar honden en van Joli Coeur, het aapje. Alles ging goed en alles ging fout. Net als Remi dacht dat hij gelukkig was, ging er iemand dood. De honden werden verscheurd door de wolven, het aapje ging dood aan een longontsteking en uiteindelijk, tijdens een ijzig koude nacht konden Vitalis en Remi geen onderdak vinden en vielen ze in slaap in de sneeuw, waarbij Vitalis Remi beschermde tegen de kou door hem in stro te leggen en er zelf boven op te gaan liggen. Vitalis vroor dood, en Remi was weer alleen op de wereld.

De blinkende tranen in de serie, elke keer kwamen die terug. Ik moet een jaar of elf zijn geweest en ik vraag me af of het destijds wel zo verantwoord was zo’n verhaal op televisie te brengen. Het was echt verdriet wat je als kind had als er weer iets gebeurde waarvan een kind, als het het mee zou maken, grote psychische schade zou oplopen. Misschien was ik overgevoelig, maar het was een emotionele kernaanval. Ik wil het dan ook nooit meer zien.

Ja, daar dacht ik aan toen ik vanmiddag het konijnenhok stond schoon te maken. Ik had er gisteren al een dekbed en een stuk zeil overheen gelegd en er extra hooi en stro in gelegd, in de hoop dat het konijn zich warm kon houden. Nu ligt er zoveel stro en hooi in dat hij een gang moet graven om bij zijn voerbak te komen. Hij heeft het in elk geval warm nu. Er slaapt ook een zwerfkat bij ons in het klompenhok. Vind ik ook allemaal goed tijdens deze kou. Als een van onze eigen katten ’s nachts buiten is, ga ik er nog een keer uit om te kijken of hij al voor de deur zit. Waarschijnlijk allemaal omdat ik vroeger Remi heb gezien.
remi

Bedgeheimen

Als kind droeg ik als ik naar bed ging, een pyjama. Geen ondergoed eronder om één of andere vage reden. Ik had nog lakens, dekens en een sprei. Blij dat ik dat nog heb meegemaakt en ik kan me niet herinneren dat ik het ooit koud had in bed. Toen ik een jaar of 18 was droeg ik alleen een boxershort. Later heb ik daar een T-shirt aan toegevoegd vanwege eventuele kou. Ook in de zomer is dit nog mijn nachtelijke outfit, tenzij het echt bloedheet is, dan kan het T-shirt achterwege blijven, maar met al die drukte in mijn slaapkamer de laatste jaren ga ik liever een beetje gekleed. Tegenwoordig heb ik een elektrische onderdeken, die ik uit principe nooit aanzet, tenzij ik het koud heb, dan wel. Maar liever laat ik één van mijn kinderen mijn bed even voorverwarmen. Dat de ergste kou eraf is, begrijpt u? Ik word een beetje een koukleum want in de winter gooi ik het raam ’s nachts dicht. Ik weet het wel, er zijn bikkels die het raam open willen hebben, al vriest het veertig graden, maar ik vind het prettiger als het overdag openstaat en ’s nachts dicht is. Waar dit naar toe gaat… Ik ben 43, maar ik zie toch wel aankomen dat ik over niet al te lange tijd weer een pyjama koop. Volgens mij slaapt dat prima. Misschien een slaapmuts erbij, want dat zie je werkelijk nooit meer, maar het zal toch zeker een functie hebben gehad. Sokken gaat me dan weer te ver, maar een pyjama (met knoopjes) en een slaapmuts, ja. En zo kom ik tot precies dezelfde conclusie als Rob Hamilton vandaag, dat je als je jong bent, je van het dorp naar de stad trekt, om vervolgens als je wat ouder bent, met gierende banden weer terug te keren. Welterusten!

Beschermengel

Nooit heb ik zo’n spannend boek gelezen als “weerlicht” van Dean Koontz. Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat ik het las en ik was de naam van het boek allang weer vergeten. Maar ik wist nog waar het over ging dus ik googelde laatst even, gewoon omdat ik er aan dacht. Er zat iets in met nazi’s, met bliksem, een tijdmachine en een beschermengel, alle ingrediënten aanwezig voor een spannend boek. Het is mij een raadsel hoe je een boek schrijft dat blijft boeien. Een logje schrijven dat boeit gaat nog wel, maar daarin hoef je slechts in 400 woorden de aandacht van de lezer te houden. Maar een heel boek! En dat je het dan bij de laatste bladzijde nog jammer vindt dat het is afgelopen, dat is knap.

Weerlicht gaat over een onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk verhaal. Voor zover ik nog weet kwamen de Nazi’s via een tijdmachine die ze in WO II hadden uitgevonden, naar deze tijd om hier het leven van een jonge vrouw in goede banen te leiden. Die vrouw zal dan wel weer het product van een Arisch project zijn geweest, en om haar te behoeden voor naderend onheil kwamen de Nazi’s via een bliksemschicht naar deze tijd en speelden haar beschermengel. Een mooie rol lijkt me dat, die van beschermengel. Eigenlijk nog beter dan die van degene die beschermd moet worden, en laten we eerlijk zijn, je kunt veel van de Nazi’s zeggen, maar iemand beschermen kon je wel aan ze overlaten.
Ik zou best iemands beschermengel willen zijn. Nog niet een echte Cherub natuurlijk, maar gewoon dat je iemand (moet wel een goed mens zijn, anders meld ik me ziek op een cruciaal moment) beschermt zonder dat diegene dat weet. Dat je steeds op cruciale momenten opduikt om de uitverkorene niet in zeven sloten tegelijk te laten lopen. Ja, dat lijkt me wel wat, zo’n anonieme heldendaad. Het mooiste is nog als alles in opdracht van een geheime organisatie gaat, dat maakt het wat professioneler. Bovendien kun je dan uitleggen op het moment dat je wordt betrapt, dat je niet gewoon aan het stalken bent, maar dat je een heldendaad aan het verrichten bent in opdracht van het genootschap van de oorspronkelijke oorsprong of iets dergelijks.

Mocht het verhaal niet geloofd worden en je krijgt de doodstraf wegens stalken, kun je natuurlijk als echte beschermengel in de herkansing. Maar dan zou ik een andere uitverkorene nemen in plaats van de ondankbare met wie je tijdens je leven het beste voor had. Voorlopig hou ik het allemaal maar op een briljant verhaal van Dean Koontz, maar misschien dat iemand van u toch aan het denken is gezet. Ik zou op bepaalde moeilijke momenten toch eens foto’s maken van de omgeving op dat moment. Misschien dat blijkt dat er steeds een in het zwart geklede man met een zwarte helm op staat.

Virtuele gradaties

Op Linkedin laat ik iedereen toe. Ik krijg wekelijks uitnodigingen die ik ook accepteer, maar ik doe verder niks met Linkedin. Ik weet niet meer waarom ik het ooit heb aangemaakt en eerlijk gezegd huizen er ook vreemde kostgangers. Mensen vertellen er welke kunstjes ze geleerd hebben en als je het leest zou de indruk kunnen ontstaan dat je bent aanbeland in het paradijs der supersuccesvollen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk open sollicitaties van mensen die hopen dat ze herkend worden als die ultieme, dynamische werknemer wiens neus altijd in de juiste richting draait, zonder dat het ze uitmaakt welke kant dat dan op is.

Op Facebook is het al beter. In het begin was het even wennen voor veel mensen, omdat zij dachten dat je daar ook uitsluitend successtory’s mocht vertellen. Maar meer en meer groeit daar het besef dat er ook wel eens iets misgaat in een mensenleven, en dat het helemaal niet raar is als daar soms even naar wordt verwezen. Maar ook nog steeds een hoop vreemde kostgangers die voorgoed afstand genomen hebben van wie ze eigenlijk zijn. Op Facebook laat ik ook vrijwel iedereen toe, behalve collega’s. Die hebben niks op mijn facebook te zoeken, want ik doe daar raar. Bovendien krijgen zij hun dagelijkse portie droge hilariteit toch wel van me.

Dan zijn we aanbeland bij de crème de la crème. Weblog. Hier gebruik ik niet mijn eigen naam omdat ik niet wil dat iemand die oppervlakkig naar mij zoekt hier terecht komt. Geen zakelijke contacten en geen bloedverwanten verder verwijderd dan de eerste graad in de rechte lijn of de tweede graad in de zijlijn. Kortom, geen mensen die alleen nemen en nooit geven. Op weblog is iedereen zichzelf en zo niet, val je vroeg of laat door de mand.

Zit er eigenlijk nog maar één stapje boven en dat zou dan wat IRL genoemd wordt moeten zijn. Daar is vrijwel iedereen welkom, maar de achterdeur staat altijd open zodat u ook weer ongemerkt kunt verdwijnen. Want je wilt ook weer niet iedereen bewaren. Sommigen wil je bewaren maar die willen jou niet, en sommigen dringen zich op en begrijpen de hint van de openstaande achterdeur niet. Ingewikkeld allemaal, maar eigenlijk gaat het vanzelf. Het is komen en gaan, maar er kunnen er niet méér bij dan dat er stoelen in de huiskamer staan. Sommigen hebben hele grote huiskamers, die van mij is aan de overzichtelijke kant. Aan verjaardagen met volle huiskamers heb ik een hekel. Liefst maar een paar tegelijk in de huiskamer, zodat die dan ook een plaats op de bank hebben.

Zeven.

Tot beste DJ ter wereld is wederom uitgeroepen, Armin van Buuren. Ik merk dat mijn slapen terecht grijs beginnen te worden. In plaats van het blij te accepteren en mee te hossen, stel ik de kritische vraag wat nu eigenlijk de verdienste is van zo’n DJ, en dat heeft helemaal niks met het niet gunnen te maken. Ik vraag me gewoon af wat ze nu doen. Ik weet echt niet beter dan dat ze plaatjes aan elkaar draaien en dat middels vijftientriljoen watt een stadion in pompen. Eigenlijk wat Ben Liebrand vroeger al deed, maar dan met een minder wattage. En goed, eentje is daar het beste in van de hele wereld. Hulde.

Dat is het grootste probleem van ouder worden, of arroganter: “inzicht krijgen” , dat je dingen niet meer klakkeloos aanneemt. Ik vond het vroeger ook geweldig wat Ben Liebrand deed. Hoe meer hij aan elkaar mixte, hoe beter ik het vond. Maar in mijn geval, dat zal bij u ongetwijfeld anders zijn geweest, zat er een vleugje meeloopgedrag bij. Want het gaf aanzien in de klas, als je Ben Liebrand op je walkman had. Niet dat ik een walkman in de klas had, maar bij wijze van.

Neemt niet weg dat ik al vanaf mijn zestiende een probleem heb met ouder worden. Ik wilde toen zo snel mogelijk ouder worden. Het liefst wilde ik 23 zijn, zodat ik de schooltijd gelijk achter me kon laten en me met belangrijkere zaken kon bezig houden. Ik wist me toch geen raad met die leeftijd. Helaas kostte mij het zeven jaar om van zestien naar drieëntwintig te geraken. Maar ook toen voelde ik me zeven jaar ouder. Eigenlijk voel ik me altijd zeven jaar ouder dan dat ik ben. Misschien loop ik het verschil nog eens in. En anders noemt u me gewoon Fred Schuit. Aangenaam.

De grote vier




Een paar korte filmpjes van vier charismatische mannen van wie ik stuk voor stuk heel enthousiast word en waarvan ik rustig durf te zeggen dat ik ze dank verschuldigd ben. Ik werd fan door hun talent, maar ik bleef fan door hun karakter. Als je het charisma van een man voelt dan wil je graag over hem vertellen. Je vindt het geen enkel probleem dat je voor hem onder doet en je gunt hem zijn succes, in tegenstelling tot de man die succes heeft maar wiens charisma je niet voelt. Als je het charisma van een vrouw voelt noemen we dat verliefdheid. Maar dat slaat doorgaans door in aanstellerig gedrag.

Dieren

Vroeger was ik een enorme bepaalde-dierenliefhebber. Niet elk dier had ik lief, wespen, muggen en vliegen voerde ik het liefst aan de spinnen, die ik wel weer mocht. Maar het waren toch voornamelijk de honden die ik leuk vond. En parkieten. Katten ook wel, maar net iets minder. Tegenwoordig is er iets veranderd. Ik vind beesten lastig. Wij hebben twee katten, ik heb er alleen maar last van. Wij zorgen voor een konijn, het beest bijt me als hij de kans krijgt. Wij zetten voer voor egels neer, als dank schijten ze de tuin onder. De vogels eten twee potten pindakaas per week leeg, de hele muur zit onder de vogelpoep. De guppies maken mij angstig omdat ze zich vermenigvuldigen. Alleen de honden van de buren, die vind ik nog leuk. Zodra ze mij zien in de keuken gaan ze gebiologeerd naar me zitten kijken, omdat ze weten dat ik het raam opendoe en ze een koekje geef.

Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen een keer niet voor de beesten te zorgen. Geen egel die hier de tuin verlaat met een lege maag, geen kat die zijn zin niet krijgt, geen vogel zonder pindakaas en als straks de guppies te groot worden moet ik er óf een paar vermoorden, of een grotere bak kopen. Maar het konijn baart me de meeste zorgen. Hij heeft een deel van onze tuin ingepikt, dus hij kan een beetje rondlopen. Vorige week, toen ik alleen thuis was en het niet aandurfde om hem de hele dag zonder toezicht rond te laten lopen, ging ik na mijn werk eerst naar huis om het konijn nog even los te laten, voordat ik naar mijn moeder ging om te eten. (kuch) Maar nu komt straks de winter eraan, ik weet nu al dat ik niet zorgeloos slaap als het min 18 is en het beest zit ’s nachts in zijn hok. Even hoopte ik dat de eigenaren, zij wonen tijdelijk in Curaçao, vervroegd terugkwamen vanwege de staatsgreep daar. Maar dat bleek slechts een storm in een glas water. Dus ik ben voorlopig niet verder gekomen dan het idee van een deken over zijn hok tijdens koude winternachten. Misschien hebt u suggesties?

Ik ben er maar mee behept, met deze vervelende eigenschap om voor dieren te zorgen die ik liever kwijt dan rijk ben. Maar als ze hier eenmaal zijn, dan blijven ze ook. Ik moet eens van te voren nee leren zeggen. Keihard.