Gele broek

Ik zocht een broek. Niet thuis maar in de winkel. Ik voel me altijd wat ongemakkelijk in kledingwinkels. Ik twijfelde al of ik naar binnen zou gaan, want het zou een impulsbroek worden, waar het thuisfront niet van wist. Eenmaal binnen ging ik in een ongemakkelijke houding bij de broeken staan, wachtend tot er een verkoopster kwam vragen of ze kon helpen. Zal je altijd zien, als je er op gaat staan wachten duurt het ineens vijf minuten, als je niet wilt dat ze bij je komen, staan ze bij je. Je gaat natuurlijk niet alleen staan wachten, je pakt ondertussen ook voorzichtig de bovenste broek van het stapeltje, en doet of je begrijpt wat erop het kaartje staat.

Eindelijk kwam ze, een leuke, jonge verkoopster met de vraag of ze me kon helpen. “Nou, dat dacht ik wel ja,” antwoordde ik. Ik had tenslotte een behoorlijk hulpeloze houding aangenomen. Ik zocht dus een katoenen broek maar ik vergeet altijd welke maat ik heb. De verkoopster schatte het in en ik ging naar de paskamer met twee broeken. Toen ze een minuutje later vroeg of ze pasten zei ik dat ze me wat te slank had ingeschat. Ze haalde een andere, die zat in de taille goed, maar ik had hoog water. Niet een beetje, maar ernstig. Maar ik liep toch de paskamer uit en de verkoopster vroeg terwijl ze kwam aanlopen hoe hij zat. “Een beetje Michael Jackson,” zei ik. Ze zag het en barstte in een lach uit die het midden hield tussen een schater en een beschaamde. Dat vind ik mooi hé, de verkoopsters een beetje paaien, al moet het andersom zijn natuurlijk.

Maar goed, er lag ook een broek die ik wel mooi vond, maar die had een gewaagde gelige kleur. Ik vroeg wat zij ervan vond, en ze liet gelijk blijken dat ik die moest passen. Ik paste hem en de verkoopster zei met een ontwapenende glimlach dat dit de leukste was die ik had gepast. Vroeger verstond ik dan: “wil je met me trouwen” maar nu ben ik de situatie toch wat meer baas. Ik twijfelde te veel en de gele broek is het niet geworden. Hij zat ook wat wijd. Ik had trouwens ook helemaal niet thuis kunnen komen met een gele broek. “Jij? Een gele broek,” had Linda dan gezegd. “Heb je je zeker weer laten aanpraten door een verkoopster?”

Nightmare on Mackstreet.

Ik had een nachtmerrie. Hij begon niet als een nachtmerrie maar horrorfilms beginnen ook vaak met een draaimolen en een kinderliedje. En waar het precies over ging, ik weet het niet, mensen waren teleurgesteld in mij en dat reageerde ik af door een horrormeisje met Dracula tanden de dood in te jagen. Ze gaf een afgrijselijke gil maar ik gooide haar zo een wilde rivier in. En toen werd ik wakker. Het was vijf uur ’s ochtends.

Ik heb meestal wel het geluk dat ik in nachtmerries niet zelf het onderspit delf. Ik denk dat ik daar te oud voor ben, om nog bang te worden van dit soort nare dromen. Toch werd ik met een vervelend gevoel wakker. Want ja, zo ben ik helemaal niet, dat ik meisjes een wilde rivier in gooi. Zelfs al hebben ze Dracula tanden. Dus ik had er wel een beetje spijt van, maar aan de andere kant, wat kan ik er aan doen? Ik stuur mijn droom niet zelf aan, want zodra ik dat probeer word ik wakker. Maar nu ook trouwens. Dus misschien schuilt er wel iets engs in mij. Maar nee, ik denk het niet. Ik ben de goedheid zelve.

Goed, ik kan buiten zinnen van woede raken als er met klussen iets misgaat, maar dat schijnt eerder vermakelijk dan gevaarlijk te zijn. En laten we eerlijk zijn, als ik boven een lamp aan het vervangen ben, en daarna doen beneden de koelkast en de magnetron het niet meer, dan raak ik in zeer ernstige mate gefrustreerd omdat ik weet dat ik daarvan de schuld ga krijgen terwijl het gewoon niks, ook niet een beetje, met elkaar te maken heeft maar dat maakt niet uit, mijn schuld staat vast. Als Linda mij weer enigszins tot kalmte gemaand heeft en ik ga het volgende klusje doen, een spijker in de muur slaan, en daarna weigert het fotolijstje recht te gaan hangen, wat ik ook doe, dan is het enige dat mij nog kan redden is roepen: Ralph Inbar, kom maar tevoorschijn! Maar ja, ook dat is mij niet gegund.

Met de trein naar Berlijn.

Eens in de zoveel tijd heeft een weblog een nieuw behangetje nodig. Hoe vaak, dat weet niemand, maar soms moet het gebeuren. Natuurlijk gaat het om de inhoud maar ook de vorm speelt een rol. Een volledig in notepad geschreven boek is ook niet door te komen. En laten we eerlijk zijn, aan de inhoud begint het ook een beetje te schorten. Ik word ouder, gematigder en tevredener en wie wil daar nu over lezen? Welnee, intriges, dubbellevens, armoe en controversen, dat leest veel prettiger. Maar de mensen die daar in verwikkeld zijn weten dat vaak weer niet spannend op te schrijven. Die webloggen het liever in schuttingtaal op de garagedeur van hun ex.

Ik ga over een maand een paar dagen naar Berlijn, iets met mijn werk, ik ben aan het tegenhouden dat ik over twee weken een paar dagen naar Zweden moet, want ik vind het teveel van het goede, twee buitenlandse reizen in één maand.Ik ben potverdorie geen artiest! Naar Berlijn ga ik met de trein. Zo’n razendsnelle, dan heb ik dat ook eens meegemaakt. Lijkt me geweldig om eens met driehonderd kilometer per uur door Duitsland te stomen. Wat een baan heb ik hè? Soms schaam me ik me er zelfs een beetje voor, al die weelde. Maar goed. Waarschijnlijk even wennen en dan ga ik me er ook naar gedragen.

Afstomen.

Ik heb een enorm groot talent voor duursporten. De Marathon, de Tour en natuurlijk de 24 uur van Le Mans, echt iets voor mij. Qua behendigheid ben ik iets minder, vandaar dat het turnen aan de ringen niet echt iets voor mij is.

We zijn begonnen met het opknappen van de slaapkamers van de kinderen. Tammar heeft de babykamer die oorspronkelijk voor Hans is ingericht, en Hans heeft nog Bob de Bouwer behang waar hij intussen ook wel overheen gegroeid is. Ik zeg we, maar Linda zou het doen. Zij heeft immers nog vakantie. Maar het afstomen van het behang valt haar zwaar. Na een dagje had ze nog maar één muurtje gedaan, nog wel met de hulp van Hans en Tammar ook, dus dat leek nergens op. Als u zich afvroeg waarom er zo’n vreemde inleiding in dit logje zit, dat komt nu.

Het afstomen van behang is duursport. Er komt geen behendigheid aan te pas, zoals bij het behangen, wat we overigens aan een professional overlaten, maar je moet doorzetten en volhouden. Het is rekken, strekken, stomen en het plamuurmes hanteren. Geen pauzes, gewoon doorstomen. Geweldig om te doen. Ik wist niet dat ik er zo goed in was. De hele kamer van Tammar is nu vrij van behang, en een baantje of drie van Hans’ kamer ook. Morgen ga ik verder. Dan is het afstomen klaar. Laat mij maar het domme werk doen, dan lever ik vakwerk. Zonder mij had deze klus de rest van de vakantie van Linda ingenomen. Ik ben een meesterafstomer.

Stof tot nadenken.

Mensen hebben over het algemeen de neiging mij verkeerd in te schatten. Zo denkt men veelal dat ik nogal serieus ben. Nu is dat ook niet helemaal vreemd, want in de kat-uit-de-boom-kijk-fase ben ik ook serieus, zeker in mijn werkkring. Maar onlangs noemde een collega mij de leukste boekhouder die hij kende. Hij had gedronken, dus het was als compliment bedoeld. Eerst had hij zich afgevraagd of ik wel in het team zou passen en of ik wel tegen hun platte humor zou kunnen. Maar mijn aanpassingsvermogen is grenzeloos.

Vandaag speelden we het dagelijkse potje tafelvoetbal. Tafelvoetbal moet je niet onderschatten. Als je het volgens de regels van het edele tafelvoetbalspel speelt, dan worden de meeste doelpunten afgekeurd, maar is het wel het leukst. Eén collega is er veruit het beste in. Slechts eenmaal is hij verslagen door mij en mijn baas. Twee tegen één dus. Maar normaal wint hij ook van ons. Vandaag speelden we twee tegen twee. Ik, hij en twee dames. Hij had al vier keer gescoord, maar ineens schoot ik loeihard van achteren, zonder verder iets te raken, raak! Kleng! Ik sprong op, wees naar hem en riep: “Who’s your Daddy now!” De andere drie hapten naar adem van het lachen. En toen ze na een minuut nog voorovergebogen stonden merkte ik op dat het zo grappig nu ook weer niet was. Bleek het te gaan om de combinatie van die woorden en dat ze uit mijn mond kwamen. Dat geeft toch te denken.

Gebeurtenissen op de A28

Ik moest vandaag op voor mijn laatste examen. Ik ga meestal rond kwart voor acht weg om om rond kwart voor tien ter plekke te zijn. Vanochtend was de file op de A28 iets hardnekkiger dan anders. Hij kroop en hij kroop, maar hij werd niet genoemd op de radio. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde een schok door de auto gaan. Ik keek in mijn spiegel. De mevrouw achter mij keek geschrokken, maar zij had me niet geraakt. Maar wat dan wel? Was er iets op mijn dak gevallen? Het leek nog het meest op een ontploffing in de vrachtwagen naast mij. Dat was ook de richting die de mevrouw achter mij op keek. Maar ik zag niks. Misschien backfire in mijn uitlaat? Kan dat bij dieselstations? Bij latere inspectie leek mijn achterspatbord heel licht ontzet, maar dat kon ik terugduwen. Geen idee of het er iets mee te maken had.

Even verderop zag ik de oorzaak van de hardnekkige file. Er fietste een man op de vluchtstrook. Hij zag er heel normaal uit, alsof hij elke dag hier fietste. Alleen buitenlanders willen nog wel eens zo’n stunt uithalen omdat ze denken dat dat mag, maar anders moet het toch iemand met zware psychische problemen zijn. Ik kon het niet aan hem zien, hij keek strak voor zich uit en trapte stug door.

Ik was op tijd voor het examen. Het laaste vak. Als ik het heb gehaald ben ik klaar. Dan kan ik mijn diploma in ontvangst gaan nemen. Bijna twee jaar avond aan avond zitten zwoegen. Het lijkt niet veel, een kleine twee jaar, maar ik doe het nooit meer. Ik ben er klaar mee.

Belasting

Examen nummer zes van zeven is binnen. Een nette zeven ook nog voor het onderdeel Omzetbelasting. In 2010 begon ik aan dit geintje zonder te beseffen wat een belasting het zou zijn op ons sociale leven. Ik heb Linda sinds die tijd ook niet meer in real life gezien. Via Facebook onderhouden we contact en zijn we op de hoogte van elkaars reilen en zeilen. En het laatste vak, erfbelasting, schenkbelasting, overdrachtsbelasting en assurantiebelasting zijn er eigenlijk vier. Ik zie op tegen dit laatste vak omdat het echt dood- en doodsaai is, en omdat het de laatste loodjes zijn.

Aan de andere kant, als ik klaar ben en ik heb het diploma, dan ben ik trots op de prestatie die ik geleverd heb. Want studeren naast een baan is nog wel te doen, maar studeren naast een gezin, dat is pas echt stevig. Maar goed, daarna kan ik me weer verdiepen in de wereld.

Feestje

Als ik zo op Facebook de statussen lees van mijn jonge vrienden, dan ben ik blij dat ik nooit jong ben geweest. Ze rollen van het ene feest in het andere, op elke foto hebben ze dezelfde feestelijke uitdrukking in hun gezicht, en ze verheugen zich nu alweer op koninginnenacht. Q-night, zoals zij dat noemen. Ik ben potverdorie blij dat ik naar mijn bed kan zo. Goed, het zijn de verleidelijke meisjes die ervoor zorgen dat ze wakker blijven, maar hoe blijven die meisjes wakker, vraag ik mij dan af?

Vrijdagavond gaf mijn zwager een feest ter ere van zijn veertigste verjaardag. Er kwam een heuse zanger uit de c-categorie, die weliswaar heel goed Amsterdamse smartlappen kon zingen, maar ik heb nog liever dat je die verkeerd zingt. Dan zijn ze stukken beter aan te horen. Hij zou maar een uur blijven, maar zoals met alle ellende in de wereld die niet uit te roeien is, liep dit ook nog flink uit. Ik overwoog serieus om mijn autosleutels aan Linda te geven en 8 kilometer in alle rust naar huis te lopen maar ik vond dat ik dat niet kon maken.

Toen hij opgetieft was en er weer een beetje te praten viel deed de zus van mijn zwager nogal een ongewoon voorstel waardoor ik in verlegenheid werd gebracht. Ik bedankte en ze was beledigd. Dan is het echt de hoogste tijd om naar huis te gaan. Bij de voordeur voltrok zich nog een drama van een verdrietige vrouw die getroost moest worden door vriendinnen terwijl haar botte vriend ernaast stond te balen dat hij al die tijd dat zij huilde geen bier meer had.

Nee, het is maar zelden dat ik niet uitgepraat raak over een feestje. Dit was er weer eentje, zoals duidelijk mag zijn.

Barcelona-Chelsea

Als ik ergens niks mee kan, dan is het wel genieten van prachtig spel van de tegenstander. Zo heb ik me een keer dood lopen ergeren aan een collega die genoten had van de 4-1 nederlaag die Nederland ooit tegen Engeland opliep. De neutrale toeschouwer, bah! Het gaat hem om het oogstrelende voetbal, en niet om het resultaat. Barcelona speelt vaak oogstrelend voetbal, en ook vanavond was ze de enige ploeg die wilde voetballen. Ze was ook duidelijk de betere. Maar daar hebben we geen boodschap aan, Chelsea is door, door voortreffelijk in de verdediging te gaan hangen. Vanuit kansloze positie met tien man terugkomen tegen de beste ploeg ter wereld, dat is karaktervoetbal. Ik hoor de buurman altijd als een achterlijke schreeuwen als Barcelona of Ajax scoort, dus ik kon het niet laten even flink van me te laten horen bij het laatste doelpunt van Chelsea. De vraag of Chelsea het verdiende vind ik onbelangrijk. Die stel ik nooit bij gewenst resultaat. Alleen als Nederland verloren heeft wil ik nog wel eens vinden dat de tegenstander het niet verdiend heeft. Want hallo zeg, voetbal is oorlog. Als je de oorlog uit het voetbal haalt, kun je ook wel naar een wedstrijdje badminton gaan kijken. Dat is pas oogstrelend trouwens. Nee, voetbal is partij kiezen. Degene die het vaakst scoort, wint.

Zelfvertrouwen

Morgen alweer de zesde examentraining. Tot nu toe haalde ik alle vakken in één keer, dinsdag het voorlaatste examen. Omzetbelasting is het onderwerp, als u het wilt weten. Ik heb de trainingen nodig voor het zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is iets dat ik van nature niet heb. Had ik veel zelfvertrouwen dan zou ik deze studie waarschijnlijk niet gedaan hebben. Want alles draait om twijfel. Ben ik goed genoeg, als vader, als mens, als echtgenoot, als werknemer? Ik kan niet achterover leunen en denken: ja, je bent goed genoeg. Als ik te lang achterover leun ga ik me slechter voelen. Ik ben serieus jaloers op mensen die wel achterover kunnen leunen, tevreden zijn met wat ze doen en met wat ze bereikt hebben. Dat vind ik een groter kunstje dan wat ik flik.

Ik zit nu twee weken in mijn nieuwe werk en het is een hele omschakeling. Van het veilige bureau van de accountant begeef ik me in de wereld van de snelle IT’ers, de marketing, en van de lach op commando. Dat is even omschakelen. Maar tot nu toe voelt het als een goede keus. Vandaag kreeg ik een uitnodiging voor een controllersmeeting in Zweden. Volgens mijn baas wordt dat de dufste meeting die er is. Ik vind het best spannend. Linda vindt dat ik een wereldbaan heb. Ik heb koudwatervrees. Maar ach, anderhalf jaar geleden toen ik naar mijn eerste examentraining in Utrecht moest, was ik ook zenuwachtig. Daar slaap ik nu al geen minuut minder meer om.