Afstomen.

Ik heb een enorm groot talent voor duursporten. De Marathon, de Tour en natuurlijk de 24 uur van Le Mans, echt iets voor mij. Qua behendigheid ben ik iets minder, vandaar dat het turnen aan de ringen niet echt iets voor mij is.

We zijn begonnen met het opknappen van de slaapkamers van de kinderen. Tammar heeft de babykamer die oorspronkelijk voor Hans is ingericht, en Hans heeft nog Bob de Bouwer behang waar hij intussen ook wel overheen gegroeid is. Ik zeg we, maar Linda zou het doen. Zij heeft immers nog vakantie. Maar het afstomen van het behang valt haar zwaar. Na een dagje had ze nog maar één muurtje gedaan, nog wel met de hulp van Hans en Tammar ook, dus dat leek nergens op. Als u zich afvroeg waarom er zo’n vreemde inleiding in dit logje zit, dat komt nu.

Het afstomen van behang is duursport. Er komt geen behendigheid aan te pas, zoals bij het behangen, wat we overigens aan een professional overlaten, maar je moet doorzetten en volhouden. Het is rekken, strekken, stomen en het plamuurmes hanteren. Geen pauzes, gewoon doorstomen. Geweldig om te doen. Ik wist niet dat ik er zo goed in was. De hele kamer van Tammar is nu vrij van behang, en een baantje of drie van Hans’ kamer ook. Morgen ga ik verder. Dan is het afstomen klaar. Laat mij maar het domme werk doen, dan lever ik vakwerk. Zonder mij had deze klus de rest van de vakantie van Linda ingenomen. Ik ben een meesterafstomer.

Stof tot nadenken.

Mensen hebben over het algemeen de neiging mij verkeerd in te schatten. Zo denkt men veelal dat ik nogal serieus ben. Nu is dat ook niet helemaal vreemd, want in de kat-uit-de-boom-kijk-fase ben ik ook serieus, zeker in mijn werkkring. Maar onlangs noemde een collega mij de leukste boekhouder die hij kende. Hij had gedronken, dus het was als compliment bedoeld. Eerst had hij zich afgevraagd of ik wel in het team zou passen en of ik wel tegen hun platte humor zou kunnen. Maar mijn aanpassingsvermogen is grenzeloos.

Vandaag speelden we het dagelijkse potje tafelvoetbal. Tafelvoetbal moet je niet onderschatten. Als je het volgens de regels van het edele tafelvoetbalspel speelt, dan worden de meeste doelpunten afgekeurd, maar is het wel het leukst. Eén collega is er veruit het beste in. Slechts eenmaal is hij verslagen door mij en mijn baas. Twee tegen één dus. Maar normaal wint hij ook van ons. Vandaag speelden we twee tegen twee. Ik, hij en twee dames. Hij had al vier keer gescoord, maar ineens schoot ik loeihard van achteren, zonder verder iets te raken, raak! Kleng! Ik sprong op, wees naar hem en riep: “Who’s your Daddy now!” De andere drie hapten naar adem van het lachen. En toen ze na een minuut nog voorovergebogen stonden merkte ik op dat het zo grappig nu ook weer niet was. Bleek het te gaan om de combinatie van die woorden en dat ze uit mijn mond kwamen. Dat geeft toch te denken.

Gebeurtenissen op de A28

Ik moest vandaag op voor mijn laatste examen. Ik ga meestal rond kwart voor acht weg om om rond kwart voor tien ter plekke te zijn. Vanochtend was de file op de A28 iets hardnekkiger dan anders. Hij kroop en hij kroop, maar hij werd niet genoemd op de radio. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde een schok door de auto gaan. Ik keek in mijn spiegel. De mevrouw achter mij keek geschrokken, maar zij had me niet geraakt. Maar wat dan wel? Was er iets op mijn dak gevallen? Het leek nog het meest op een ontploffing in de vrachtwagen naast mij. Dat was ook de richting die de mevrouw achter mij op keek. Maar ik zag niks. Misschien backfire in mijn uitlaat? Kan dat bij dieselstations? Bij latere inspectie leek mijn achterspatbord heel licht ontzet, maar dat kon ik terugduwen. Geen idee of het er iets mee te maken had.

Even verderop zag ik de oorzaak van de hardnekkige file. Er fietste een man op de vluchtstrook. Hij zag er heel normaal uit, alsof hij elke dag hier fietste. Alleen buitenlanders willen nog wel eens zo’n stunt uithalen omdat ze denken dat dat mag, maar anders moet het toch iemand met zware psychische problemen zijn. Ik kon het niet aan hem zien, hij keek strak voor zich uit en trapte stug door.

Ik was op tijd voor het examen. Het laaste vak. Als ik het heb gehaald ben ik klaar. Dan kan ik mijn diploma in ontvangst gaan nemen. Bijna twee jaar avond aan avond zitten zwoegen. Het lijkt niet veel, een kleine twee jaar, maar ik doe het nooit meer. Ik ben er klaar mee.

Belasting

Examen nummer zes van zeven is binnen. Een nette zeven ook nog voor het onderdeel Omzetbelasting. In 2010 begon ik aan dit geintje zonder te beseffen wat een belasting het zou zijn op ons sociale leven. Ik heb Linda sinds die tijd ook niet meer in real life gezien. Via Facebook onderhouden we contact en zijn we op de hoogte van elkaars reilen en zeilen. En het laatste vak, erfbelasting, schenkbelasting, overdrachtsbelasting en assurantiebelasting zijn er eigenlijk vier. Ik zie op tegen dit laatste vak omdat het echt dood- en doodsaai is, en omdat het de laatste loodjes zijn.

Aan de andere kant, als ik klaar ben en ik heb het diploma, dan ben ik trots op de prestatie die ik geleverd heb. Want studeren naast een baan is nog wel te doen, maar studeren naast een gezin, dat is pas echt stevig. Maar goed, daarna kan ik me weer verdiepen in de wereld.

Feestje

Als ik zo op Facebook de statussen lees van mijn jonge vrienden, dan ben ik blij dat ik nooit jong ben geweest. Ze rollen van het ene feest in het andere, op elke foto hebben ze dezelfde feestelijke uitdrukking in hun gezicht, en ze verheugen zich nu alweer op koninginnenacht. Q-night, zoals zij dat noemen. Ik ben potverdorie blij dat ik naar mijn bed kan zo. Goed, het zijn de verleidelijke meisjes die ervoor zorgen dat ze wakker blijven, maar hoe blijven die meisjes wakker, vraag ik mij dan af?

Vrijdagavond gaf mijn zwager een feest ter ere van zijn veertigste verjaardag. Er kwam een heuse zanger uit de c-categorie, die weliswaar heel goed Amsterdamse smartlappen kon zingen, maar ik heb nog liever dat je die verkeerd zingt. Dan zijn ze stukken beter aan te horen. Hij zou maar een uur blijven, maar zoals met alle ellende in de wereld die niet uit te roeien is, liep dit ook nog flink uit. Ik overwoog serieus om mijn autosleutels aan Linda te geven en 8 kilometer in alle rust naar huis te lopen maar ik vond dat ik dat niet kon maken.

Toen hij opgetieft was en er weer een beetje te praten viel deed de zus van mijn zwager nogal een ongewoon voorstel waardoor ik in verlegenheid werd gebracht. Ik bedankte en ze was beledigd. Dan is het echt de hoogste tijd om naar huis te gaan. Bij de voordeur voltrok zich nog een drama van een verdrietige vrouw die getroost moest worden door vriendinnen terwijl haar botte vriend ernaast stond te balen dat hij al die tijd dat zij huilde geen bier meer had.

Nee, het is maar zelden dat ik niet uitgepraat raak over een feestje. Dit was er weer eentje, zoals duidelijk mag zijn.

Barcelona-Chelsea

Als ik ergens niks mee kan, dan is het wel genieten van prachtig spel van de tegenstander. Zo heb ik me een keer dood lopen ergeren aan een collega die genoten had van de 4-1 nederlaag die Nederland ooit tegen Engeland opliep. De neutrale toeschouwer, bah! Het gaat hem om het oogstrelende voetbal, en niet om het resultaat. Barcelona speelt vaak oogstrelend voetbal, en ook vanavond was ze de enige ploeg die wilde voetballen. Ze was ook duidelijk de betere. Maar daar hebben we geen boodschap aan, Chelsea is door, door voortreffelijk in de verdediging te gaan hangen. Vanuit kansloze positie met tien man terugkomen tegen de beste ploeg ter wereld, dat is karaktervoetbal. Ik hoor de buurman altijd als een achterlijke schreeuwen als Barcelona of Ajax scoort, dus ik kon het niet laten even flink van me te laten horen bij het laatste doelpunt van Chelsea. De vraag of Chelsea het verdiende vind ik onbelangrijk. Die stel ik nooit bij gewenst resultaat. Alleen als Nederland verloren heeft wil ik nog wel eens vinden dat de tegenstander het niet verdiend heeft. Want hallo zeg, voetbal is oorlog. Als je de oorlog uit het voetbal haalt, kun je ook wel naar een wedstrijdje badminton gaan kijken. Dat is pas oogstrelend trouwens. Nee, voetbal is partij kiezen. Degene die het vaakst scoort, wint.

Zelfvertrouwen

Morgen alweer de zesde examentraining. Tot nu toe haalde ik alle vakken in één keer, dinsdag het voorlaatste examen. Omzetbelasting is het onderwerp, als u het wilt weten. Ik heb de trainingen nodig voor het zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is iets dat ik van nature niet heb. Had ik veel zelfvertrouwen dan zou ik deze studie waarschijnlijk niet gedaan hebben. Want alles draait om twijfel. Ben ik goed genoeg, als vader, als mens, als echtgenoot, als werknemer? Ik kan niet achterover leunen en denken: ja, je bent goed genoeg. Als ik te lang achterover leun ga ik me slechter voelen. Ik ben serieus jaloers op mensen die wel achterover kunnen leunen, tevreden zijn met wat ze doen en met wat ze bereikt hebben. Dat vind ik een groter kunstje dan wat ik flik.

Ik zit nu twee weken in mijn nieuwe werk en het is een hele omschakeling. Van het veilige bureau van de accountant begeef ik me in de wereld van de snelle IT’ers, de marketing, en van de lach op commando. Dat is even omschakelen. Maar tot nu toe voelt het als een goede keus. Vandaag kreeg ik een uitnodiging voor een controllersmeeting in Zweden. Volgens mijn baas wordt dat de dufste meeting die er is. Ik vind het best spannend. Linda vindt dat ik een wereldbaan heb. Ik heb koudwatervrees. Maar ach, anderhalf jaar geleden toen ik naar mijn eerste examentraining in Utrecht moest, was ik ook zenuwachtig. Daar slaap ik nu al geen minuut minder meer om.

Naïef

Ik had vanavond een afscheid van mijn werk. Er gebeurde iets opmerkelijks. Mijn baas is een man van weinig woorden, de speech laat hij graag aan iemand anders. En gelijk heeft hij. Maar die iemand anders is een betrekkelijk nieuwe medewerker van een ander bedrijf, dat bij ons in het pand is gevestigd. Hij is het commerciële type, en dat botst traditioneel een beetje met mij. De commerciëlen passen alle marketing tools toe, ik beweer dan rustig dat bepaalde dingen niet werken. Zo is er bij hem het heilige geloof dat hij meer kan verkopen in een non-foodwinkel als hij er een bepaalde kunstmatige geur laat hangen, ik vind dat onzin.

Goed, daarover werden we het nooit eens, maar dat geeft verder ook niet. Maar in de speech pakte hij me terug door te zeggen dat “ze” mijn naïviteit gaan missen. Normaal zou ik er direct opgevlogen zijn, maar ik dacht: ach, afscheidsspeech. Even verderop wist hij te melden dat ze wel hielden van mijn aanwezigheid, en dat ze me na verloop van tijd in hun midden hadden opgenomen. Waarop ik opmerkte dat wij hém in ons midden hadden opgenomen, hij werkt er tenslotte pas een half jaar, ik vijf.

Goed, het is zo’n voorbeeldje waaruit blijkt dat sommige mensen er een hele eigen waarheid op na houden. Ik vroeg na afloop even aan mijn baas of hij meegewerkt had aan de speech, maar dat was niet zo. Het was geheel voor rekening van de spreker. Mooi. Ik vind naïef prima, maar niet als bindende kwalificatie vanwege het feit dat iemand geen voet aan de grond krijgt. Maar goed. Voor één keer hield ik mijn mond.

Alstublieft

Gisteren had ik mijn laatste werkdag bij mijn huidige werkgever, en ’s avonds kon ik gelijk al aanzitten aan het diner bij mijn nieuwe werkgever. In Haarlem moest ik zijn, de PVV had er ook wat die avond. Het was een restaurant met Michelinster, dus dan weet je het wel. 9 gangen. Ik vind het allemaal wat overdreven, maar er zijn mensen die er graag komen. De mevrouw die het eten opdiende legde heel professioneel bij elk gerecht uit wat het was, hoe het bereid was en in welke volgorde je het moest eten. Elke uitleg sloot ze op een onverwacht moment af met een nederig “alstublieft.” Je verwachtte dat er nog iets kwam maar nee, “alstublieft.” Dat vond ik mooi. Bovendien maakte ze een mooi verhaal bij de wijnen. 2005 was een moeilijk Port-jaar, dat heb ik onthouden. Waarom kom je dan met Port uit 2005 aan, vroeg ik me af. Maar goed, ik was toch met de auto, bleef niet overnachten zoals de meesten, dus ik kon overslaan.

Dat overnachten daar heb ik trouwens een hekel aan. Het zal soms nog wel eens gebeuren in mijn nieuwe werk schat ik zo in, maar ik drink liever niet en rij nog anderhalf uur door de nacht, zodat ik thuis nog even een glimp van mijn slapende kinderen kan opvangen, om vervolgens in bed te stappen naast een zacht slapende Linda, dan te overnachten in zo’n kille hotelkamer waar je enige vriend de afstandsbediening van de televisie is. In Zweden vonden ze me een typische Finance man. Treft dat even.

Welja.

Dit is haar nu, juffrouw Kim, u kent haar wel. Zij wordt per direct en onvrijwillig overgeplaatst naar een andere school wegens mondigheid. Vanwege het voor jezelf opkomen. Natuurlijk, in de brief van de directie stond het heel anders, maar zo gaan die dingen. Nu wordt ze dus buiten mijn zicht en bereik geplaatst. Het is een grof schandaal. Hier is het laatste woord ook nog niet over gesproken.

Vandaag was haar afscheid, en ik had speciaal vrij genomen. Ik heb wel gezegd dat ik examen had, maar dat was helemaal niet waar. Dappere Kim duldde de directeur daarbij niet in haar klas -hoe haalt zo’n man het in z’n hoofd, gebrek aan sociale vaardigheden dat lijkt mij duidelijk- en dat vind ik standvastig.

Goed, nu gaat zij op een school in Apeldoorn werken, waar ze hopelijk in korte tijd weer met volle vreugde staat te onderwijzen. Ik heb Tammar daar al opgegeven, want ha, dan kennen ze mij nog niet. Dan maar elke ochtend een uur eerder mijn bed uit!

Nou ja, in elk geval, het draait hier niet om mij, maar toch….
dit gaat littekens achterlaten.