Ik heb een hiaat in ons belastingstelsel ontdekt. De gevolgen van mijn ontdekking zullen groot zijn. Het lijkt een dooddoener maar in ons stelsel is het zo dat de binnenlandse belastingplicht eindigt door het overlijden van de belastingplichtige. Minister de Jager wilde er eerst niet aan, maar onder druk van veel overleden belastingplichtigen, is hij toch gezwicht.
Echter, met dat overlijden ben je er nog niet. Eerst zal er nog belasting betaald moeten worden over de inkomsten in het jaar van overlijden. De belastingschuld gaat over op de erven. Daarna moet er nog erfbelasting worden afgedragen, en als het heel erg veel geld is, mag er jaarlijks nog vermogensrendementsheffing over worden afgedragen.
U kunt zich misschien voorstellen dat als Joop van den Ende op zijn sterfbed ligt, de inspecteur handenwrijvend zit te wachten totdat het vermogen van Joop zijn kant op komt. En Joop ontkomt er niet aan, want als hij het vermogen nalaat, moeten de erfgenamen er aan geloven. Als hij het op zijn sterfbed nog even opmaakt, vliegt het de economie in en wordt er op die manier weer belasting geheven. Maar Joop is zijn hele leven al gedwarsboomd door de inspecteur en gaat nu wraak nemen. Met zijn laatste krachten schrijft hij een brief aan de inspecteur.
Joop overlijdt. Het is feest bij de belastingdienst. Het personeel krijgt een onbelast extraatje, niet helemaal volgens de regels, maar ach, wie gaat hen controleren? De volgende dag wordt er een brief bezorgd bij de belastingdienst. De inspecteur maakt hem open en treft een akte en een dvd aan. “Ontsnapt,” staat er met viltstift op geschreven. De inspecteur bekijkt de dvd en ziet daarop een sterk vermagerde Joop aan de keukentafel, lezend in de krant van twee weken terug. Na het ontbijt begeeft Joop zich met filmploeg naar de Bank, met wie hij heeft afgesproken dat hij op die dag zijn complete vermogen contant komt opnemen. In briefjes van € 500,- . Twee miljoen briefjes krijgt hij mee. Het geld wordt in drie geldtransportwagens ingeladen en van 1 briefje huurt hij een graafmachine.
De wagens en de graafmachine rijden in konvooi naar het Hilversumse bos alwaar een groot gat wordt gegraven en waarin het papiergeld wordt gestort. De inspecteur heeft de zweetdruppels op zijn hoofd staan, maar hij herkent de plek. Het plan om te gaan graven schiet al door zijn hoofd. Maar dan komt Joop, vergezeld door een notaris, en met een jerrycan vol benzine en een aansteker in zijn hand in beeld. Plechtig giet hij de benzine over het geld. Daarna kust hij één biljet en houdt de aansteker erbij. Hij werpt het biljet bij de andere. Een uurtje duurt de plechtigheid. Daarna ondertekent hij een akte en keert hij terug naar huis.
Een kwartiertje later arriveert een ambulance bij het belastingkantoor. Iemand met acute hartklachten heeft dringend hulp nodig.