It was twenty years ago today.

Ik moet u iets vertellen. Ik kon er nooit eerder over praten, maar nu is de tijd rijp. Het is nu twintig jaar geleden dat het gebeurde. Ik lag in bed en werd plotseling wakker. Ik wist niet waarvan en ik voelde mij wat vreemd. Alsof een aardbeving mij had wakker geschud. Ik knipte het licht aan en keek naast me. Ze lag er niet meer. Waar was ze heen? Ik stond snel op en liep naar de slaapkamer van mijn oudste dochter. Leeg. In paniek deed ik de deur van de kamer van mijn andere dochter open. Ook leeg. Ik riep ze en spurtte de trap af. De hond lag nog wel gewoon in zijn mand te slapen. Radja, zei ik, waar is het vrouwtje? Radja keek even op en legde toen zijn kop weer op de rand van zijn mand. Ik pakte de telefoon en belde haar mobiele nummer. De telefoon ging over en ze nam op. In de verte hoorde ik haar stem “Mack? Waar zit jij nou? Je bent ineens weg?” “Ik weg? Jij bent weg! En Sandra en Kim!” “Mack? Mack! Mack! Nou ja, hij heeft opgehangen,” hoorde ik haar nog zeggen.

Toen ik haar terugbelde kreeg ik geen gehoor. Nooit meer. Dat was het laatste wat ik ooit van haar hoorde. Ik zette mijn I-pad aan maar kreeg geen verbinding met internet. Ik drukte de televisie aan en zag een oud journaal. Bolkestein in debat met Lubbers. “De VVD vindt dat al jaren,” zei Bolkestein. “PvdA en CDA vinden dat nu ook,” vervolgde hij onverstoorbaar. Ik zapte door. Testbeeld. Testbeeld? Ik zapte weer door. Sneeuw. Sneeuw? Ik keek naar buiten en er lag ook sneeuw. Alles zag er vreemd uit. Ik voelde me vreemd. Ik zapte terug naar het oude journaal. Harmen Siezen kondigde het nieuws af. Dit was het NOS journaal van maandag 27 januari 1992.

Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het accepteerde. Ik kon niet anders. Iets was gruwelijk fout gegaan en had mij twintig jaar teruggeworpen in de tijd. Ik ben nu terug op de dag dat het destijds fout ging. Al die tijd kon ik er niet over praten omdat ik voorkennis had. Vanaf vandaag weet ik net zoveel over morgen als u. Natuurlijk, ik weet dat het ongeloofwaardig klinkt, maar als het niet waar is mogen ze mij twintig jaar terug in de tijd werpen.

Even lekker in de blote kont lopen.

Waar ik benieuwd naar ben is het hoe en waarom van het naaktstrand. Ik bedoel, hoe is het zover gekomen? Wat begrijp ik er niet aan en waarom voel ik gêne bij de gedachte dat ik daar zou zijn? Wat mis ik precies aan het in de blote kont lopen? Ik doe dat als ik uit de douche kom en zelfs daar voel ik me niet geweldig bij. Ik ben altijd weer blij als ik een onderbroek aan heb. Ik begrijp gewoon niet wat nu het geweldige aan naaktlopen is. Moet ik er gewoon doorheen, zoals je door roken, koffie drinken of olijven eten ook heen moest? Of is het koud watervrees? Zit er toch stiekem een seksueel element aan of is het de gedachte dat je bekeken wordt? Of niets van dat al en is het gewoon fijn je piemel te laten bungelen in de zon? Het is voor mij een mysterie. Net als de sauna trouwens. Maar goed, ik liep ooit hard en als ze me vroegen wat daar nou zo leuk aan was wist ik het ook niet. Er was geen bal aan! Het was afzien. Pas als je uitgerend en uitgehijgd was kreeg je wat voldoening. Het weten dat je een grens verlegd had, daar ging het om. De bezigheid zelf slaat nergens op. Massages, daar heb ik ook niks mee. Ik voel niet eens dat het lekker is en het voegt in mijn beleving ook niks toe aan mijn gevoel van fitheid. En de keren dat ik er wel iets bij voelde werd het gedaan door een meisje waar ik om andere redenen in geïnteresseerd was. Maar zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden en interesses en dat houdt het wel levendig.

Waterdoop

Weinig dingen vind ik zo mooi als droog blijven terwijl het regent. Dat begon al in mijn vroegste jeugd; mijn opa had een afdak over zijn terras waardoor hij ’s zomers gewoon in de regen buiten bleef zitten. Dat gekletter boven je hoofd was geweldig. Een soortgelijk effect had ik hier van de zomer. Een zwembadje, een opblaasboot erin en toen het ging regenen een plastic afdekzeil over de boot zodat de kinderen droog zaten. Ik weet niet waardoor deze fascinatie veroorzaakt wordt, maar ik heb hem.

In de auto treedt het effect alleen op als het keihard regent. Zo hard dat de ruitenwissers op de snelste stand moeten, en dat je de radio niet meer hoort door het gekletter, dat is pas genieten. Maar goed, dat is een gevaren schip. Alhoewel de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat Linda mij de auto meegeeft als ze hem niet per se nodig heeft. En ze heeft mij een gloednieuw regenpak cadeau gedaan. Een “ademend” regenpak dus ik mag wel zeggen dat ik luxe leef.

Dat regenpak wilde ik graag uittesten maar het regende steeds niet. En toen het van de week ’s ochtends hoosde moest ik met de auto! Het lijkt mij geweldig om in een stortbui droog te blijven op de fiets. Vanavond toen ik naar huis wilde, het was al aardedonker, bulderde de wind maar het regende niet. Of toch wel? Ik voelde één miezerig druppeltje op mijn gezicht. De Heer zij geloofd en geprezen, ik heb mij in mijn regenpak gehesen. Wat een trots. Had ik ook nog de wind mee. Ik ben maar een bofkont.

Ontoerekeningsvatbaar

Ik begin wat moeite te krijgen met het boek van professor Swaab dat ik aan het lezen ben over de werking van de hersenen. Allereerst wilde Swaab een hardnekkig misverstand uit de wereld helpen en dat is dat er vaak gezegd wordt dat we maar 10% van onze hersenen zouden gebruiken. Het grapje wat hierop moet volgen maakte hij zelf al in zijn boek. Maar het is dus een fabeltje van die 10%. Net als dat er elke dag miljoenen hersencellen zouden afsterven, ook nergens op gebaseerd. Dit wilde ik even meegeven, want misschien vertelt u dit ook altijd op feestjes en heeft u er een hekel aan dingen te vertellen die niet waar zijn. In dat geval, alstublieft.

Maar waar ik moeite mee heb, maar ik heb het boek nog niet uit, is dat de vrije wil langzaam verdwijnt. In de baarmoeder worden de hersenen gevormd. Dat luistert enorm nauw, en je hebt altijd foetussen die niet willen luisteren. En soms gaat er dan wel eens iets fout in meer of mindere mate. In één op de 20 (?) gevallen wordt er een verkeerd onderdeel geïnstalleerd en wordt er een homoseksueel geboren. Dat zit niet in de genen want dat kan niet. Want het gen zou allang uitgeschakeld zijn; het kan zich immers niet voortplanten. Dus draagt homoseksualiteit waarschijnlijk bij aan het behoud van de mensheid.

Soms gaat het serieuzer fout en komt er een transseksueel ter wereld. Heel vervelend, maar degenen die zich laten ombouwen schijnen er zelden spijt van te hebben. Maar ook in de hersenen van transseksuelen zijn weer onderdelen gevonden die eigenlijk bij iemand van het andere geslacht horen.

Ga zo maar door. Alle psychiatrische stoornissen, van depressie tot het willen amputeren van gezonde lichaamsdelen, het zit allemaal in de hersenen. Zelfs pedofilie is terug te vinden in de hersenen. Over misdadigers heb ik hem nog niet gehoord, maar ik ben er van overtuigd dat die verderop in het boek ook nog aan bod komen en dus in feite ook geheel ontoerekeningsvatbaar zijn.

Als we echt alles zouden weten van de hersenen zou het waarschijnlijk mogelijk zijn om webloggers en hun vreemde gedachtegangen te kunnen volgen. De vrije wil, en dus het goed en kwaad worden door de hersenen buitenspel gezet. Als ik de professor goed begrijp zitten we opgescheept met een wereld vol ontoerekeningsvatbaren.

De schepping van de verwoesting.

Soms wordt het in mijn hoofd even allemaal teveel. Dan begrijp ik ineens niks meer van kwantummechanica, relativiteitstheorie, psychologie, zwarte gaten en de laatste computertechnologie. Ik ga zelfs twijfelen aan de werking van de verbrandingsmotor en over de opzet van belastingwetboeken. Om van marketingtechniek nog maar te zwijgen. Ik word aan alle kanten ingehaald door kennis en techniek, en ik ben niet bij machte om het bij te benen. Het is één grote meteorietregen van technisch vernuft.

Ik heb daar een oplossing voor. In mijn hoofd stuur ik een allesverwoestende meteoriet naar de aarde, die echt alles, maar dan ook alles verwoest. Nou ja, niet de aarde zelf natuurlijk. En geen dieren. En geen bomen en planten. En de meeste mensen niet. Maar alle uitvinders en hun uitvindingen, die gaan eraan. Nou, dan zijn we weer bij de basis aanbeland en vanaf daar begrijp ik het. Dan zullen we als eerste vuur en kleding moeten maken. En dan gaan we het wiel uitvinden. Boekdrukkunst. Vervolgens de stoommachine. De verbrandingsmotor. Psychologie.

Als het goed is gaat het allemaal in een wat sneller tempo dan waarin het tot nu toe allemaal is uitgevonden, want we weten al dat het bestond. Ikzelf neem de fiets voor mijn rekening. Want ik snap hoe die werkt. Alleen hoe maak je van niets een fiets? Want er is niks. Geen rubber, geen plastic, geen ijzer, geen gereedschap.

Hier loop ik dus weer hartstikke vast in mijn ingebeelde vernietiging, en laat ik die meteoriet toch maar vlak langs de aarde scheren. Dan ga ik weer verder met de ondraaglijke last van de onwetendheid.

Gave

Ik heb bepaalde gaven. Net als iedereen trouwens, maar ik weet het ook van mezelf. Sommigen weten het ook van zichzelf, maar kunnen dan gelijk niet meer met de roem omgaan. Maar zelfs dat kan ik, al is dat niet de gave waar ik op doel. Nee, ik zal een voorbeeldje geven van wat ik kan. Stel, ik kom ergens en ze hebben daar een kat. De baas zegt dat de kat nog wel eens wil slaan als je hem aait. Ik aai hem en het beest komt spinnend op mijn schoot liggen. Het kan toeval zijn, maar ik had het ook met een valse dobermann. Het beest stond bekend als een onbetrouwbare angstbijter, maar toen ik hem voor het eerst zag lag hij al snel naast mij op de bank met zijn kop op mijn schoot. Een ander hondje beet zich in iedereen vast, en de enige die hem kon optillen was zijn bazin. En ik ook na een poosje. Hij verzette zich eerst wel, maar daarna liet hij het zich rustig welgevallen. En nu dan weer: een meisje uit de klas van Hans wil nergens spelen waar vaders thuis zijn. Kennelijk zijn vaders te wild of praten te hard. En wat denkt u: één grote glimlach bij het meisje als ik binnenkom. Ik bedoel maar. Dieren en kinderen voelen het feilloos aan, alleen volwassenen hè, die zien het niet.

Nou ja, je hebt er verder niks aan hoor, maar één logje mag er wel aan gewijd worden, dacht ik zo.

Een jongensdroom wordt waarheid

17 september vorig jaar en 16 juni 2008 schreef ik er al over, maar nu is het eindelijk werkelijkheid geworden. De wolf heeft zijn intrede gedaan in Nederland. Werd hij vorige week in het Geldersche Duiven gezien, afgelopen week werd hij gezien in Loenen. En dan heb ik het niet over de gebitsziekte, of over John de, maar over het gevreesde toproofdier, de meest effectieve jager van alle zoogdieren, de wolf. (Canis Lupus)

Ik kan u niet vertellen hoe opgewonden ik ben. Een wolf in ons kleine nietige Nederland dat tot voor kort alleen melding kon maken van de wesp als gevaarlijke dierlijke inwoner. Dat ik dit nog mag meemaken! Welkom, o machtige wolf op de nederige toendra’s van de Veluwe en ver daarbuiten. Momenteel wordt de Veluwe overspoeld door groepen natuurliefhebbers uit het hele land, om het geburl van het mannelijk edelhert, op zoek naar bronstige hindes, waar te nemen. Maar binnenkort klinkt het wolvengehuil! Het wordt weer levensgevaarlijk ’s winters in het bos. De wolf gaat Nederland redden van een roemloze ondergang. Wij tellen internationaal weer mee!

Ik kan niet wachten tot ik uit mijn dakraam in de verte het wolvengehuil kan horen. Tot Elspeet weer onbereikbaar en afgelegen wordt omdat de weg er naar toe niet langer pluis is. Nee, nooit heb ik een gevaar zo toegejuicht als dit. De grote boze wolf, de verslinder van roodkapje, de hoofdpersoon van vele fabels, hij is terug. Ik huil zelf alvast van geluk.

Waterdicht, volgens mij.

Ik heb een hiaat in ons belastingstelsel ontdekt. De gevolgen van mijn ontdekking zullen groot zijn. Het lijkt een dooddoener maar in ons stelsel is het zo dat de binnenlandse belastingplicht eindigt  door het overlijden van de belastingplichtige. Minister de Jager wilde er eerst niet aan, maar onder druk van veel overleden belastingplichtigen, is hij toch gezwicht.

Echter, met dat overlijden ben je er nog niet. Eerst zal er nog belasting betaald moeten worden over de inkomsten in het jaar van overlijden. De belastingschuld gaat over op de erven. Daarna moet er nog erfbelasting worden afgedragen, en als het heel erg veel geld is, mag er jaarlijks nog vermogensrendementsheffing over worden afgedragen.

U kunt zich misschien voorstellen dat als Joop van den Ende op zijn sterfbed ligt, de inspecteur handenwrijvend zit te wachten totdat het vermogen van Joop zijn kant op komt. En Joop ontkomt er niet aan, want als hij het vermogen nalaat, moeten de erfgenamen er aan geloven. Als hij het op zijn sterfbed nog even opmaakt, vliegt het de economie in en wordt er op die manier weer belasting geheven. Maar Joop is zijn hele leven al gedwarsboomd door de inspecteur en gaat nu wraak nemen. Met zijn laatste krachten schrijft hij een brief aan de inspecteur.

Joop overlijdt. Het is feest bij de belastingdienst. Het personeel krijgt een onbelast extraatje, niet helemaal volgens de regels, maar ach, wie gaat hen controleren? De volgende dag wordt er een brief bezorgd bij de belastingdienst. De inspecteur maakt hem open en treft een akte en een dvd aan. “Ontsnapt,” staat er met viltstift op geschreven. De inspecteur bekijkt de dvd en ziet daarop een sterk vermagerde Joop aan de keukentafel, lezend in de krant van twee weken terug. Na het ontbijt begeeft Joop zich met filmploeg naar de Bank, met wie hij heeft afgesproken dat hij op die dag zijn complete vermogen contant komt opnemen. In briefjes van € 500,- . Twee miljoen briefjes krijgt hij mee. Het geld wordt in drie geldtransportwagens ingeladen en van 1 briefje huurt hij een graafmachine.

De wagens en de graafmachine rijden in konvooi naar het Hilversumse bos alwaar een groot gat wordt gegraven en waarin het papiergeld wordt gestort. De inspecteur heeft de zweetdruppels op zijn hoofd staan, maar hij herkent de plek. Het plan om te gaan graven schiet al door zijn hoofd. Maar dan komt Joop, vergezeld door een notaris, en met een jerrycan vol benzine en een aansteker in zijn hand in beeld. Plechtig giet hij de benzine over het geld. Daarna kust hij één biljet en houdt de aansteker erbij. Hij werpt het biljet bij de andere. Een uurtje duurt de plechtigheid. Daarna ondertekent hij een akte en keert hij terug naar huis.

Een kwartiertje later arriveert een ambulance bij het belastingkantoor. Iemand met acute hartklachten heeft dringend hulp nodig.

Zoek.

Ik schreef mijn verbijstering van mij af, klikte op plaatsen, en ineens was-ie weg. Het zal wel weer de schuld van web-log zijn, of misschien toch mijn eigen schuld en moet ik her en der eens zoeken. Misschien dat hij op uw weblog terecht is gekomen? Iets kan toch niet zomaar weg zijn?

Nou ja, misschien is het gewoon een kwestie van goed zoeken.

Ik vermaak me wel met een liedje.
 

Of anders met een plaatje.
Angelina-Jolie

Neerleggen

Ik was van plan een geweldig logje te schrijven. Ik had het al sinds gisteren, en vanavond moest het er dan van komen. Eerst probeerde ik iets over Kroatië, daarna iets over Syrië, maar ik liep hartstikke vast. Ik vermoed omdat ik de kern van de problemen wilde blootleggen, en tegelijkertijd ook met de oplossing aan wilde komen draven. Maar zo simpel is dat allemaal niet, want mijn tolerantie geldt niet voor degenen met wie ik het niet eens ben. Toen ik deze onvolkomenheid in mijn karakter opmerkte, wiste ik de tekst.

Want ja, ik ben al lang op zoek naar de absolute waarheid. Die waarheid waarvan al vaststaat dat hij niet bestaat. De waarheid die het gedachtengoed te boven gaat, en die ik in een andere richting had moeten zoeken dan die waarin ik zocht. Want mij simpelweg neerleggen bij een probleem kan ik slecht. Ik verwacht dat dat komt omdat mijn 41-jarige hormonen nog eenmaal een poging doen mij te laten denken dat ik de wereld kan verbeteren. Maar zelfs al zou mij dat lukken, dan nog was ik niet tevreden met het resultaat. Want iets verbeteren kan iedereen. Het gaat erom dat je het goed maakt. Liever nog, perfect.

Nou ja, het zal de moeheid zijn. Misschien moet ik me eens gaan neerleggen. Want morgen worden mijn inspiratiebronnen weer rond acht uur wakker. Tenminste twee van hen. De derde liet mij vanochtend tot bijna elf uur uitslapen, dus morgen maak ik haar niet voor half tien wakker. Vrouwen kunnen immers veel beter tegen slaapgebrek dan mannen. Net als pijn, daar kunnen ze ook veel beter tegen. Je hoort dan ook zelden dat een man mishandeld wordt door zijn vrouw. Die gevallen zouden dan ook zwaarder bestraft moeten worden, als je tenminste mannen en vrouwen gelijk wilt behandelen. Aan dat laatste schort het in Syrië nog. Maar laat ik daar niet over beginnen, anders loop ik weer vast.