Service-pack

Er wordt hier stevig gedownload. Of downgeload. Ik ben nu al een uurtje of vier bezig met allerlei service-packs die toch geen toegevoegde waarde hebben, behalve dat je ze nodig hebt om een nieuwere versie van Explorer die ook weer geen toegevoegde waarde heeft, te installeren. Dit is net als de pk-race bij auto’s. Steeds meer peekaas en steeds meer gewicht waardoor het resultaat hetzelfde blijft. We houden elkaar bezig. Hoe vermaakte men zich vroeger eigenlijk?

Richard Branson

In Nova’s college tour werd Richard Branson geinterviewd. Zakenman en miljardair dus dat beloofde weinig goeds. Hij bezit een Caribisch eiland. Maar Linda vond hem een leuke man dus ik besloot even mee te kijken en vervolgens mijn vooroordelen hun werk te laten doen.

De man praatte over zijn verdiende geld met vervuilende vliegtuigen, te investeren in de ontwikkeling van schonere vliegtuigbrandstoffen. Over mensen die hij in een mindere tijd moest ontslaan, maar nu het beter ging weer allemaal in dienst had genomen. Over zorgen dat je mensen in dienst hebt die beter waren dan hijzelf en hen de ruimte gunnen om een fout te maken. En over een idee dat ik persoonlijk nog nooit eerder gehoord had maar eigenlijk wel briljant vind. Hij vond dat niemand tegen zijn wil werkloos mocht zijn en dus het beschikbare werk (in een heel land) verdeeld moest worden over de beroepsbevolking.

Ik blijf wel van mening dat je geen miljardair wordt met een schoon geweten, maar deze man oogde begaan met zijn mensen. Rijkdom is een grote verantwoordelijkheid, zei Branson.

Geld.

Vroeger hield ik hier de administratie bij. Ik boekte dan onze bankrekeningen in een spreadsheet en zo kreeg ik achteraf een beeld van de inkomsten en uitgaven. Ik was er altijd wel een uurtje mee bezig om de maand in te boeken en ik kwam elke keer, zonder uitzondering chagrijnig beneden. Linda wist destijds de oplossing. Gewoon niet meer bijhouden en dat heb ik nu een jaar of vijf gedaan. Inderdaad, ik was niet meer chagrijnig. Gevolg was wel dat de spaarrekening van de kinderen regelmatig geplunderd moest worden.

Laatst stelden wij een maandbegroting op. Eerst hielden we dik over en kon ik dus de schuld van de crisis bij Linda neerleggen, want die kocht aanbiedingen van het geld dat over was. Bij nader inzien had ik de optellingen in Excel niet zo gemaakt dat ze helemaal tot onderaan doorliepen. Toen ik dat wel gedaan had, bleek dat wij eigenlijk niet rond kunnen komen. Goed, qua maandelijkse uitgaven gaat het nog net, maar qua kosten, dat is een ander verhaal. Linda wist weer de oplossing. Nu staat mijn Alfa te koop.

Amerigo

Tammar, met haar zwartgeschminkte gezicht, vond Sinterklaas lief. En dat zei ze hem ook recht in zijn gezicht. “Ik ben een vriendinnetje,” zei ze tegen hem. “Wat, is het een mooi weertje,” vroeg de Sint. Neehee, ik ben een vriendinnetje. Sinterklaas keek mij vragend aan. Wat zegt ze, jongeman? “Ze zegt dat ze een vriendinnetje is, Sinterklaas.” “Ooh, ja, jij bent mijn vriendinnetje. Maar het is ook een mooi weertje, vind je niet?” Tammar knikte. “Wat is dat,” vroeg ze aan Sinterklaas. “Dat is een staf.” “Een heeeeele grote hè?” “Ja, dat is een hele grote staf. Nou dag hoor.”

Ik neem aan, omdat ze mijn dochter is, dat ze het nog niet beseft, en volgend jaar gewoon bang is van hem. Ik was trouwens onder de indruk van de echte Amerigo. Wat een mooi, lief en rustig paard. Voor de zekerheid liep er een piet achter die zijn staart vasthield, zodat hij wist dat hij niet van schrik naar achter hoefde te trappen. De sint knuffelde Amerigo nog even toen hij afstapte en hem meegaf aan een piet. Dit was de goede sint.

Zo is het gegaan.

Vandaag neem ik u mee terug naar de dag dat ik geboren werd. Het was een maandag, half tien ’s avonds en ik had mijn komst drie dagen daarvoor al aangekondigd, zo gaat het verhaal. Ik weet dat nog, ik klopte op het geboortekanaal en ineens zat mijn hoofd vast. Uit alle macht probeerde ik mijn hoofd terug te trekken, maar het was net of je tussen de spijlen van een hek zat, al wist ik dat toen nog niet. In blinde paniek vocht ik voor mijn ongeboren leven, en met redelijk succes, want ik zette mij met mijn handen af tegen de muren van mijn verblijf en ik kreeg grip op de zaak. Ik bleef zitten waar ik zat.

Echter, net toen ik mijn hoofd bijna had bevrijd, werd er vals gespeeld. Vacuümextractie. Een soort gootsteenontstopper zoog zich vast op mijn hoofd en voor ik kon protesteren werden mijn armen strak langs mijn zij gewongen en vloog ik door de tunnel. Het was een lange, zuurstofloze weg en aan het einde zag ik het levenslicht. En de wrede dokter die mij voor drie dagen verminkt had. Ze zeggen dat een baby nog niks ziet als hij of zij net geboren is, maar dat is klinkklare onzin. Scherper dan bij je geboorte zie je de dingen de rest van je leven niet meer. Toen ik weer lucht kreeg protesteerde ik luid. Maar er was geen weg meer terug en er zat niks anders op dan aan het leven te beginnen.

Vreemd

Ach, mijn tante heeft Linda erop gewezen dat ik waarschijnlijk vreemd ga. Pijnlijk voor jou, dat je dat kennelijk niet weet, schrijft ze aan Linda. Tja, soms moet een mens zijn nobele plicht doen.

Ik heb het allemaal maar opgebiecht, en tevens haar andere beschuldigingen bekend, want ik kon er niet meer mee leven.
Wel heb ik mijn tante gisterenavond een bedankmailtje geschreven. Ik vond haar altijd al wat raar, nu twijfel ik toch of ze niet iets ernstigers mankeert.

De zon

Misschien neemt u het als vanzelfsprekend aan, de aanwezigheid van de zon in onze buurt, maar dat is het volgens mij niet. Het is uitermate fijn dat hij er is, de zon, maar wat een grillige ster is het. Zijn oppervlakte is woelig en zijn golven zijn zo hoog als een planeet. Op de zon hebben ze het niet over de opwarming van de polen. Soms vindt er een explosie plaats die alles vanaf hier tot aan de maan zou wegvagen. De zon lijkt er niet onder te lijden. Volgens astronomen heeft hij nog wel een paar miljard jaar te gaan voordat hij opgebrand is. De mens is er dan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet meer, en mochten wij er nog wel rondlopen, dan gaan we daarna snel ten onder. Maar de mens sterft waarschijnlijk uit, en anders evolueren we in een andere soort, als de evolutietheorie tenminste klopt. Ons lijf wordt kleiner en ons hoofd wordt groter. Over 3 miljard jaar zijn wij alleen nog maar een hoofd, schat ik in.

De zon trekt zich er niks van aan en fikt er lustig op los. Maar als ik zo’n explosie aanschouw dan kan ik niet anders dan denken dat hij voor hetzelfde geld helemaal uit elkaar spat. En mocht dat gebeuren, dan zijn de rapen pas echt gaar. Zonder zon houdt alles op. Mochten we de explosie hier al overleven, dan zitten we hier in het donker en in de kou. Nee, dat is geen prettig vooruitzicht. Dan is het beter om zijn aanwezigheid maar voor vanzelfsprekend aan te nemen. Of om dankjewel te zeggen.

Vader in nood

Onze dochter zorgt nogal eens voor probleempjes. Vandaag bijvoorbeeld heeft ze weer schade aangericht aan diverse spullen waaronder mijn wetboek wat ik nodig heb voor het examen. Het is gelukkig maar waterschade, maar toch, leuk is anders. Haar straffen is lastig. Op de gang zitten vindt ze leuk, naar haar kamer gaan vindt ze leuk, en in de kruipruimte opgesloten zitten buiten fysiek geweld weten we het eigenlijk ook niet zo goed. “Maar,” zeggen mensen dan, “slaan doe je uit onmacht.” Klopt. Helemaal mee eens. Ben ook totaal onmachtig tegen haar. U herkent misschien wel dat als je als ouder dreigend roept “niet doen”, dat het kind het dan tóch doet. Ze staat bijvoorbeeld klaar om met een schaar de staart van de kat af te knippen, wij roepen dat dat niet mag en dan toch even snel die staart eraf knippen. Dat soort dingen. Uit zelfverdediging geef ik haar wel eens een mep terug.

Denk niet dat wij onze dochter zat zijn. Integendeel. Wij danken de regering dat wij de kinderopvang kunnen bekostigen. Het is gewoon lastig, dat opvoeden tegenwoordig. Lastig want strijdig. In veel culturen is het gebruikelijk om diegenen te slaan waar je van houdt. Omdat dat achterlijke culturen zijn, en omdat ik bang ben dat ik dan regelmatig klappen krijg, voeren we dat hier niet in. Maar hoe straf je een kind waar je gek op bent? Nog even en ik word gewoon uitgelachen hier. Die kinderen hebben niet in de gaten dat ik ook een ego heb. Dat ik op een gegeven moment ook mijn leiderspositie hier ga verdedigen. Vastbinden en de mond snoeren, dat is de enige straf die ik kan verzinnen waarbij ze verder geen schade kan aanrichten. Maar ja, het is zo rigoureus hè?

Ach, morgen is het weer over. Dan zegt ze weer: ik ben toch jouw liefie hè? Zo uitgekookt.

651

Het was zaterdagmiddag, ik lag lamlendig en verkouden op de bank, Hans zat eeen filmpje op de pc te kijken en Tammar speelde met haar playmobil. Linda las wat in het blaadje van de digitale tv dat we eens in het kwartaal krijgen toegestuurd. Ze pakte de afstandsbediening en speelde wat in het menu, zodat je te zien kreeg welk zenderaanbod er zoal was. Opeens staat er: kanaal 651, “dirty sluts fucking hard.” Mij is dan volkomen duidelijk wat je te zien gaat krijgen maar Linda, in haar maagdelijke onschuld, drukte op 651. Het is niet anders dan het verhaal van het paradijs, waarin Eva de verleiding niet kon weerstaan te eten van de vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad.

Een mevrouw demonstreerde net hoe lang de afstand van haar mond tot haar huig was. Haar gezicht stond op de paniekstand -dat van Linda, niet dat van de mevrouw- en in plaats van op een andere zender te drukken, rende ze naar het beeld, ging er voor staan en klikte de televisie uit. Ongeschikt voor de commando’s. In stresssituaties moet je helder kunnen blijven denken over de beste oplossing.

Het wonder van Linda

Zaterdag verstuikte/verzwikte/kneusde Tammar haar enkel waardoor we zondagochtend in het ziekenhuis zaten om de arts er even naar te laten kijken. De arts voelde voorzichtig aan haar enkel en constateerde op basis daarvan dat het niet gebroken was. Het was erg druk op de röntgenafdeling dus hij wilde het Tammar niet aandoen om een foto te maken. Ze kreeg een lekker zacht verbandje van de dokter, waar ze erg blij mee was want met zo’n lekke bandje hoefde ze helemaal niet meer te lopen. De simulatie kon beginnen. De dokter had erbij gezegd dat ze dinsdag of woensdag wel weer moest gaan lopen, anders moest het herbeoordeeld worden. Ofschoon ze zaterdag nog voorzichtig liep, hield ze daar na het lekke bandje mee op. Twee dagen lang, totdat ze dinsdagmiddag bij oma ineens weer op Linda af kwam lopen.

Dinsdag belde Linda mij op, Bob, onze kater, was niet goed. Zakte door zijn achterpoten en schudde met zijn kop. Ze herkende een hersenbloeding. Het was al bijna vijf uur, dus ik ging naar huis. Bob was bij de buren in de struiken gaan liggen en mij schoot te binnen dat katten dat doen als ze voelen dat ze doodgaan. Omdat we hem wilde pakken om naar de dierenarts te gaan, riep Linda hem. Ik zag hem met een heldere blik kijken, zich oprichten en naar Linda toe snellen alsof er nooit wat gebeurd was. Linda bezwoer mij dat het even daarvoor nog niet goed was met hem.

Dat zijn dus twee wonderbaarlijke genezingen in en week hier. Als u nog iemand weet die ervoor in aanmerking komt, breng hem/haar eens hier en laat hem/haar eens in de richting van Linda lopen. Ik wil het gewoon even zeker weten.