Het Alfavirus

Het Alfa virus sloeg weer hard toe deze week. Ik zag twee schitterende oude Alfa’s in nieuwstaat. Eentje bracht me zelfs terug tot 1993. Een radio-cassette speler behoorde tot de standaard uitrusting. Een 164 2.0 Twin Spark. 35.000 km gelopen pas en in nieuwstaat. Het interieur met veloursbekleding zag er zo uitnodigend uit dat ik hem gelijk wilde hebben. Alles was aanwezig en het geheel was in topstaat. Gewoon zonde als ik die zou gaan gebruiken.

Dus keek ik naar een iets nieuwere. Een 159. Eveneens in topstaat. Nog geen 50.000 gelopen. Leren bekleding, een 260 pk zescilinder. Zo mooi. Ik heb de aanbieder gemaild voor wat verdere info, maar nog niks gehoord.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is laguna-2.jpg

Dat is het hart, il cuore sportivo, dat schreeuwt om Alfa Romeo. Het hoofd echter, dat pas na een dag weer begint te denken zag de beperkte beenruimte achterin. Het hoorde al het gezucht van het gezin. En het zag ook al voor zich dat ik mijn geliefde blauwe Laguna moest inleveren. Die praktische, snelle en ruime stationwagen die misschien wel de beste koop is die ik ooit deed. En wanneer ben ik nu echt goed in mijn element? Dat is in de auto. Als ik een stukje beheerst scheur over een bochtige binnenweg. Maar op één moment nog meer. Als we op vakantie gaan, als iedereen een ruime plek heeft, en als snelheid er niet toe doet, maar ik moet zorgen voor een veilige en onbezorgde reis. Ik moet zo’n Alfa er eigenlijk bij hebben. Maar ja, dan kan ook wel weer een 156 nemen. Misschien wel de mooiste van allemaal.

Voorrang

Ik werd vrijdag tijdens de terugweg van mijn werk door twee vrachtwagenchauffeurs terecht gewezen. De eerste stond in een file op de snelweg, ik reed hem op de oprit voorbij en voegde een meter of twintig voor hem in. Dat kwam mij te staan op een salvo van zijn verstralers. Waarom deze man de verkeersregels niet kent is mij onduidelijk. Je moet toch de hele oprit gebruiken om in te voegen.

De ander reed op de rechterbaan, een meter of twintig achter de volgende vrachtwagen. De weg was driebaans, ik haalde de vrachtwagen in op de middelste baan. Ik zag dat hij wilde inhalen omdat hij zijn richtingaanwijzer naar links aanzette, maar ik ging niet een baan verder naar links, maar haalde hem met een constant snelheidsverschil in, dus hij moest denk ik even inhouden, hoewel de afstand tot zijn voorganger nog steeds tien meter was. Toen ik voorbij was, ging hij naar links en trakteerde mij op een lichtsalvo. Want hij vond kennelijk dat zodra hij zijn richtingaanwijzer aanzette, ik moest uitwijken. Ik ben ooit eens voor terecht gewezen door mijn rijinstructrice omdat ik ruimte wilde maken voor een invoegende auto. De regel is echter dat als je een bijzondere verrichting verricht, je al het overige verkeer voorrang moet geven.

Nu gaf hij mij wel voorrang, hij had immers simpel naar links kunnen komen en mij van de baan af kunnen drukken, zoals ook regelmatig gebeurt, maar waarom ik nu dat lichtsalvo kreeg? Omdat ik zijn voorrang verlening accepteerde? Het is ook niet gauw goed. Ik bleef echter rustig. Hoewel ik in gedachten wel al bezig was om hem te vragen of hij de verkeersregels eigenlijk wel kent.

Hinderen

Het is net alsof iedereen na het behalen van zijn rijbewijs de geleerde verkeersregels vergeet. Zo leerde ik vroeger dat je, als je inhaalt op de snelweg, wat een bijzondere verrichting is, het overige verkeer voor moet laten gaan en het niet mag hinderen. (2.24 artikel 54, RVV 1990 en ook artikel 5 wegenverkeerswet 1994 het zogenaamde kapstok wijsneus artikel.)

Niemand schijnt zich dit nog te herinneren. De richtingaanwijzer gaat uit (als je geluk hebt) en de auto wordt naar links gestuurd, ongeacht of degene die van achter op de linkerbaan nadert van het gas moet of niet. En nee, het doet daarbij niet ter zake of de naderende bestuurder te hard rijdt. Vooral als er zeshonderd meter verder een vrachtwagen op de rechterbaan rijdt moet het zekere voor het onzekere worden genomen en de linkerbaan vast worden geconfisqueerd. Vrachtwagens kunnen er zelf ook wat van trouwens. Voor hen geldt vaak het recht van de sterkste, en daarvan vermoed ik dat dat recht niet is opgenomen in de wegenverkeerswet.

Zelf maak ik me vaak schuldig aan te hard rijden. Ik vind het eenmaal veel te langzaam gaan, 100 km/u op de A50 met drie rijstroken open. Bovendien, als ik honderd rij, dan stuit ik op een vrachtwagen die 80 rijdt, en moet ik ook terug naar 80 waardoor ik weer niet kan inhalen zonder een ander te hinderen. Ik heb een hekel aan anderen hinderen. Hinderen is eigenlijk lastig vallen. Stalken misschien wel. Daarom sein ik ook niet om iemand die mij zojuist hinderde, niet lastig te vallen. Seinen doe ik dan weer uitsluitend om iemand te wijzen op iets dat hij nog kan veranderen, niet om iemand te wijzen op iets wat hij zojuist gedaan heeft. Voor dat laatste heb ik een repertoire aan scheldwoorden paraat. Die ik uitsluitend bezig met de ramen dicht, ik wil er de ander niet mee lastig vallen.

Ziggo

Soms gaat het door mijn hoofd of ik Ziggo moet nemen om de F1 te kunnen zien. Maar het staat me een beetje tegen. Ten eerste kost dat geld, ten tweede is het de Ajax hoofdsponsor en ten derde kan ik het nog steeds op RTL Duitsland zien. Weliswaar met reclame er tussendoor, maar ik kan het in elk geval zien.

Vandaag keek ik bij mijn zwager die wel Ziggo heeft. Nu erger ik me al een jaar of dertig aan Olaf Mol en z’n praatjes, maar vandaag werd me weer duidelijk waarom ik vooral geen Ziggo heb. Mol en Plooy deden samen een tenenkrommend slecht interview met Max en Sebastian Vettel, waarop Vettel tegen Max zei dat beide heren de grootste clowns uit het Formule 1 circus waren. Max moest dat beamen.

In plaats van te betalen voor Ziggo krijg ik dus voor niks RTL Duitsland en heb ik die ergernis niet. En omdat Max er nogal snel uit lag, gebeurde er in de voorhoede niet zoveel en zat ik zelfs voor de afwisseling te verlangen naar de reclame. De studioclowns maken het er ook al niet beter op, en pas later, als op de andere zender bij de NOS Jan Lammers is aangeschoven om commentaar te geven, kan ik gelukkig constateren dat het ook nog op een normale manier kan.

Volkswagen dieselgate

In 2015 pleegde VW een fraude die zijn weerga niet kende. Toen dat net uitkwam bood VW zijn excuses aan in de krant, maar de afgelopen drie jaar bleek dat de fraude gewoon doorging, het bedrijf bleek schijt aan de wereld en de regels te hebben, tenminste zolang ze ermee weg kwamen. In het begin probeerde men nog wanhopig om medefraudeurs te vinden, maar dat is na ruim drie jaar nog niet gelukt. Op wat beschuldigingen na is er nooit bij andere bedrijven aan het licht gekomen dat ze ook gebruik maakten van de sjoemelsoftware om de uitstoottesten te manipuleren. Anderen bleken binnen de regels van het toelaatbare te zijn gebleven.

Waarom dit schandaal VW trof en de anderen niet heeft te maken met de bedrijfscultuur van VW AG. (ook bij de zustermerken werd de sjoemelsoftware aangetroffen) Het bedrijf verloor de kwaliteit uit het oog in hun streven om de alliantie Renault-Nissan in te halen als grootste autoconcern ter wereld. VW is inmiddels veroordeeld tot een miljardenboete, en de claims en onderzoeken tegen het bedrijf stapelen zich nog steeds op.

Ik was al nooit een fan van het merk, maar dat lag meer op het vlak van hun weinig sportieve en veelal saaie automobielen enerzijds, en hun eindeloze gepoch over hun kwaliteiten anderzijds. Waarom niet iedereen dat zag, was mij een raadsel, want hun verkopen gingen sky-high. De Polootjes en de Up!’s vlogen je om de oren. Ik ben een Alfa fan, maar wegens gebrek aan binnenruimte moest ik op zoek naar iets anders. Het werd een Renault diesel. En dat diesel had ik niet moeten doen. Die zijn amper meer wat waard. De restwaarde van diesels is inmiddels gedaald tot nihil, en dat hebben we te danken aan Volkswagen. Zouden die niet hebben gefraudeerd, dan zouden we nu nog naar hartelust diesels kunnen rijden, die in de praktijk veel minder Co2 uitstoten dan hun benzine-broeders. De rechter heeft onlangs VW veroordeeld tot het terugnemen van de VW van een eigenaar, en tot het terugbetalen van de nieuwwaarde. Misschien moest ik ook maar een claim indienen bij VW.

Modus

Mevrouw Mack’s oude Japanner is niet meer onder ons. Het ding had ongetwijfeld nog jaren meegekund, maar we hadden geen zin meer om er kosten voor te maken. Ze had haar zinnen gezet op een Renault Modus, en na een paar weken zoeken heb ik er vorige week eentje gevonden. Het is een briljant klein autootje. Hij heeft ruimte genoeg voor twee honden in de achterbak, de achterbank is verstelbaar zodat de kinderen ook een zee van ruimte hebben, hij heeft meesturende verlichting in het donker, getint glas, en alles werkt weer. Behalve de airco, maar die wordt bijgevuld. En hij zit niet meer onder de deuken, butsen en krassen. Er is hier iemand de koning te rijk. Het model ziet er alleen niet uit, maar ach, een kniesoor die daar op let. Voor belachelijk weinig geld rijdt ze er weer perfect bij.
modus

Gas erop

Mijn auto had tijdens de kou vorige week een probleem. Nadat ik hem warm had gereden trapte ik het gas in. Tweeduizend toeren, drieduizend toeren, en er lichtte een lampje op. Een oranje steeksleutel. Ik deed het nog een keer en er ging een rood lampje branden. Stop! Ik dacht, laat ik stoppen, maar de motor was er al mee gestopt. Ik stuurde de auto een zijweg in, maar moest uit alle macht aan het stuur trekken omdat de bekrachtiging was weggevallen. Ik startte de motor opnieuw, de lampjes bleven uit en ik kon door. Ik gaf weer vol gas, en het lampje ging weer branden. Nogmaals vol op het gas en de motor sloeg af. Zolang ik rustig reed was er niets aan de hand, maar bij vol gas ging het mis. Toen de kou na drie dagen minder werd, was het probleem ook weg.

Ik liet mijn auto even uitlezen door een doorgewinterd monteur. Hij sloot de snoeren aan, trok een zorgelijk gezicht en keek op het scherm van de computer. Iets met brandstofdruk die weggevallen was. Hij wiste de melding en zei dat het de kou geweest was. Hij stuurde me weg met twee woorden. “Gas erop,” zei hij. En ik zou dit hele logje niet geschreven hebben als hij dat niet gezegd had. Ik vond het zulke mooie woorden, die twee woorden die betekenden dat er geen probleem was, en dat die ook nooit groter konden worden dan dat hij kon oplossen. Zelfs dat mijn motor nog koud was deerde hem niet. Dit was een man die zwarte rookwolken uit een diesel wil zien. Gas erop! Een prachtig advies van een ervaren automonteur. Uiteraard reed ik gewoon rustig terug naar huis. Het was tenslotte mijn motor die nog koud was.

Daar ging je bijna.

Ik trapte net voor het eerst van mijn leven door de remmen heen. Ik dacht dat dat een jaren zeventig gevaar was. Even daarvoor had ik nog op hogere snelheid moeten remmen, als het daar was gebeurd had de auto het niet kunnen navertellen in elk geval. Nu was het in het dorp, er kwam een auto van rechts, ik remde maar er gebeurde niks en ik reed zo de kruising op. De auto van rechts bleef gelukkig staan en ik kon er langs. Ik dacht in eerste instantie dat het ABS ingreep en dat het glad was, maar er was waarschijnlijk een remleiding gesprongen. In de eerste versnelling reed ik naar de garage en parkeerde hem daar. Ik had de auto vlak daarvoor nog door de wasstraat gehaald en uitgezogen. Een hond achterin was onrustig door het vuurwerk en door het langzame rijden en sprong uit de kofferbak op de achterbank en de voorstoel met z’n smerige poten. Dat vond ik haast erger dan die kapotte rem. Terwijl ik gewoon geluk had dat dit niet drie minuten eerder gebeurde, want toen remde ik een stuk harder.

Er zit in moderne auto’s -deze is 16 jaar oud- een diagonaal gescheiden remsysteem, dat is speciaal bedoeld voor als er een remleiding springt. Dan heb je dus nog één rem voor en één rem achter. Nou vergeet het maar dat je daar iets aan hebt. De remkracht die je dan nog hebt is vergelijkbaar met het zwemmend proberen tegen te houden van een veerpont.

Motorweekend

Na jaren van afwezigheid ben ik aankomende week weer van de partij tijdens een motorweekend. Het motorweekend zal plaatsvinden van dinsdag tot en met donderdag en ik zal met de auto gaan. Waarom het een motorweekend heet, heeft te maken met de historie, toen er nog motoren meegingen en het in het weekend viel.

Ik geef toe dat het een beetje raar is. Vijf jaar geleden had ik nog een Alfa Romeo die je hoog in de toeren kon jagen, scherp stuurde en schakelde, en een prachtig geluid in zijn vooronder had. Dit jaar ga ik mee met een diesel. Hij schakelt wat hakerig, maar hij heeft wel een berg vermogen, en vierwielbesturing.

We gaan naar Duitsland, vroeger beschouwde ik het als aartsvijand nummer 1, nu ben ik iets losser, maar nog steeds op mijn hoede voor een eventuele inval. De initiator van dit hoegenaamde motorweekend wil liever niet naar België of Frankrijk, ik zoek nog naar de reden. Ik vermoed dat die op het culinaire vlak ligt, en daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Belgen en Fransen vreten allerlei gore zooi, Duitsers vooral vette zooi.

Ik heb voor vaderdag twee nieuwe CD’s gekregen, die ik wat harder zet zodat ik de nagelende diesel niet hoor. En verder ga ik fijn een stukje rijden.

Allez les bleus

laguna-2Ik heb genadeloos toegeslagen vandaag. Ik weet niet wanneer ik begon met zoeken, volgens mij in december, maar ik heb hem gevonden, de ideale auto voor mij in deze fase van mijn leven. Toen ik vorige week schreef dat ik er eentje had uitgekozen, is dat hem toch niet geworden. Dat was namelijk een zilvergrijze Laguna, en mevrouw Mack vond hem als ik het zachtjes uitdruk, saai. Dus had ik mijn zinnen gezet op een zwarte Laguna, met automaat. Maar de afgelopen week heb ik met twee automaten gereden, een conventionele en een DSG, maar ik kan niet overweg met het feit dat iemand anders dan ik bepaalt welke versnelling er wordt ingelegd. Dus die liet ik op het laatste moment ook schieten.

Sinds een paar weken stond er in mijn favorietenlijstje een mooie blauwe Laguna Estate met behoorlijk veel vermogen. Alleen de Alfa die ik had, had meer. En deze Renault was handgeschakeld. En ruim. En mooi. En had weinig kilometers.
Voila, mijn derde Franse Voiture. Het is nu Italië 4,  Japan 3, Frankrijk 3.