Een goede dag

Mijn eerste rijles kreeg ik op mijn 18e verjaardag. 32 lessen, twee theorie-examens, en een praktijkexamen later, had ik mijn rijbewijs. Een keer ging mijn rijbewijs de was in, waardoor mijn nieuwe niet de juiste datum van behalen aangeeft, en één keer werd het gestolen maar een paar weken later teruggevonden waardoor ik er ineens twee had, wat ik erg handig vond voor als het in beslag werd genomen, iets waar de politie nogal eens een handje van had in die tijd.

Ik rij dus nu bijna 35 jaar en nooit heeft het me verveeld. Altijd als ik plaatsneem achter het stuur en de startknop indruk of de sleutel omdraai, vind ik dat een magisch moment. En vanochtend bij min zes graden helemaal. Dan rij ik de auto voorzichtig warm, heb de stoelverwarming op de hoogste stand, mijn jas ligt op de achterbank en ik laat de techniek haar werk doen. Eerst door de ijzige koude door het dorp, en dan, na een kilometer of twee, drie op de snelweg staat de temperatuurmeter pas op warm, de stoelverwarming mag wat lager en de ventilator wat harder. De top 4000 op de radio, en 75 onbezorgde kilometers naar Nijmegen.

Na een lange dag ongestoord werken mocht het ‘s avonds opnieuw. Weer genoot ik van de techniek, de muziek, de warmte in de auto en de thermometer die min 3 aangaf. Langs de snelweg stond iemand met pech, daar moet je toch ook niet aan denken nu. Ik liet de motor de koude lucht opzuigen en reed in stevig tempo, maar ontspannen naar huis. Dit was een goede dag.

De op twee na…

Gisteren ontdekte ik iemand met een Lamborghini op de camping. Een Gallardo weliswaar, dus eigenlijk een Audi, maar toch. Hij had wat moeite met de drempels, waar hij met een halve km/u overheen moest. Verder stond er iemand met een puntgave Porsche. Een 914, dus eigenlijk een VW, maar toch. Ik vertrouw het nooit, Fransen met een Duitse auto, maar er komen er steeds meer van.

Er stonden in de stacaravans tegenover ons twee Franse families die bij elkaar hoorden. Luidruchtige gasten met Duitse wagens. Ik zei nog, die gaan in het weekend wel weg. Dat klopte, echter werden ze vervangen door wederom twee Franse families met Duitse auto’s die bij elkaar hoorden, en die wederom luidruchtig zijn. En de kinderen voetballen veel te dicht bij mijn Franse bolide, van inmiddels 13 jaar oud, maar net als de Porsche, puntgaaf. En een echte Renault Laguna GT met vierwielbesturing die het al jaren op wat kleinigheden na, meer dan uitstekend doet. Ook nog in de Franse nationale kleur, dus die landverraders zouden wel eens iets meer respect mogen hebben voor de op twee na mooiste auto van de camping. In de ogen van zijn baas dan, want wie geeft er nog om schoonheid? Het gaat uitsluitend nog om de heb van een nieuwe auto met Bluetooth, Navi, achteruitrijcamera, enz. Ik geef toe, dat is ook mooi. Maar dat ik mijn huidige auto moet kronen tot de beste die ik ooit had, dat had ik ook niet zien aankomen bij aankoop.

De jacht op een auto.

Het jagen op een andere auto brengt mij veel zelfkennis. Ik begon vorig jaar rond deze tijd met zoeken naar een mooie, grote en snelle wagen op benzine, en met een mooie kleur. Ik wil van mijn diesel af.nl. Ik had bepaalde eisen, zo moest de auto liefst handgeschakeld zijn en stoffen bekleding hebben. Ik zocht, en ik zocht en na een stuk of tien pogingen gaf ik het op en besloot mijn diesel te laten bijwerken en te laten opknappen ter waarde van €1500,- Dat zou dan weggegooid geld zijn aangezien het de inruilprijs niet zou verhogen, maar het ging erom dat ik trots op mijn wagentje was, en dat ik weer twee jaar kon rijden in een auto naar tevredenheid.

Het opknappen ging niet zonder slag of stoot, maar eindelijk was het klaar, mijn bolide stond er als nieuw bij en ik was blij met het resultaat. Een paar maanden dan, want toen begon het toch weer te kriebelen. Dat komt met name omdat hij niet hard genoeg liep. Een krappe 215, na veel moeite. Ik wilde van dat gezeur af, en ging zoeken bij dikke BMW’s die met gemak 250 liepen. Ook hier weer het liefst handgeschakeld en met stoffen bekleding. Nadeel, de auto zou dan ouder worden dan mijn huidige, maar, zo hield ik mijzelf voor, BMW’s zijn kwaliteitsauto’s dat maakt niks uit. Ik zag er eentje staan, maar omdat BMW’s nogal opvallen wilde ik ter compensatie een saaie grijze kleur. Op weg naar de verkoper werd ik steeds geconfronteerd met hoe goed mijn huidige auto nog reed, zo goed zelfs, dat ik langs de verkoper reed zonder te stoppen.

Ik heb nog diverse andere wagens op het oog gehad, en steeds had veranderden mijn wensen. Automaat, handgeschakeld, snel, vlot, leer, stof, opvallende kleur, antraciet, ouder, nieuwer, station, sedan, veel beenruimte versus “hoe vaak gaan de kinderen nog mee,” zelfs een diesel kwam voorbij, wat toch de allereerste reden was om een andere auto te zoeken, ik wilde geen diesel meer.

Nou ja, er zat geen enkel patroon meer in en Linda werd er nogal gestoord van. Je zoekt het maar uit. Neem vooral een auto die jij mooi vindt en hou geen rekening met mij. Maar zo werkt het niet in mijn hoofd. Ik moet Linda’s goedkeuring hebben anders geeft de auto mij geen plezier. Dus een snelle BMW kon het niet worden. Zij haat snel, en ook BMW, en ik heb geen zin om naast me steeds een zucht te horen. En zelf vind ik het ook een hele stap, een BMW. Past eigenlijk totaal niet bij me. Hoe meer ik ze zag rijden hoe saaier ik ze vond worden.

Zelfs mijn vaders goedkeuring wil ik hebben. De man is al 36 jaar dood, maar ik hou nog steeds rekening met wat hij zou vinden. Hij zou voor een Peugeot 508 gaan. Niet dat hij ooit een Peugeot heeft gehad, maar ik voel dat. Een Peugeot moet weer aan hele andere eisen voldoen dan een BMW. In een Peugeot wil ik wel leren bekleding, wel een automaat en wel een opvallende kleur. Er zit geen enkele lijn in mijn keuzes. Ik weet vooral wat ik niet wil. En dat ik gewoon moet doorrijden in mijn huidige. Maar daar heb ik de rust niet voor.

De mooiste auto aller tijden

Er kan er maar één de allermooiste zijn, hoewel je daar weer ernstig aan zou kunnen twijfelen als je hem goed bekijkt. Want hij heeft geen mooie rondingen maar is hoekig, met voornamelijk rechte lijnen. Hij heeft eigenlijk een achtervleugel nodig voor meer optische stroomlijn, maar zonder waren zijn rijeigenschappen beter. Zijn omhoogslaande deuren zorgden voor nog meer bekijks en zijn twaalf cilinder motor snerpte luid op verschillende toonhoogten. Achteruitrijden moest met de deur omhoog omdat de spiegels geen zicht naar achter boden. De achterbanden waren van een breedte waar geen enkel ander merk maar bij in de buurt kwam. Het interieur was meestal licht crèmekleurig, het was één en al de overtreffende trap van indrukwekkend. Ik had er nog nooit eentje gezien, tot aan 1986, Liechtenstein. Een ivoorwitte wurmde zich achteruit van een parkeerplaats af. Hij trok veel bekijks, zelfs daar. Vanuit alle hoeken indrukwekkend. Ik was 16 en stond paf. Alsof er zojuist een ufo voor ons was geland. Het fototoestel was nog niet uitgevonden, tenminste volgens mij niet, dus heb ik er geen foto van. Meer indruk heeft een auto nooit op me gemaakt dan deze. Dus moet het de mooiste aller tijden zijn. De Lamborghini Countach.

Het was een mooie tijd.

Ik stond vandaag in de file, voor het eerst in een jaar. Onwillekeurig dreven mijn gedachten terug naar begin jaren negentig, toen ik vaak in de file stond en ik Autovisie las. Autovisie was destijds een volgens eigen zeggen onafhankelijk blad, en dat wil ik ook niet bestrijden, maar ze hadden wel een duidelijke politieke afkeur. Voornamelijk tegen de minister van Verkeer en Waterstaat, welke positie destijds werd bekleed door Hanja Maij-Weggen. Een vrouwelijk ijskonijn. Autovisie had het altijd over files, over hoe de automobilist werd uitgebuit en over snelheidsboetes. Het was allemaal onrechtvaardig. De hele wereld was onrechtvaardig.

En nu zijn we 31 jaar verder en die problemen zijn er nog steeds. Alleen zitten we nu in een tijd waarin we wel andere dingen aan ons hoofd hebben dan files en bekeuringen. Het lijkt zo ver weg, die tijd dat je onbekommerd kon klagen over niks. Ik heb het gelukkig wel meegemaakt. Het ging allemaal nergens over. Het was een mooie tijd.

In het spoor van de Porsche

Ergens in de jaren tachtig zag ik in de buurt een rode Porsche 911 Targa rijden. Het was herfst en de Porsche liet de een spoor van dwarrelende bladen achter zich. Het was voor mij als zeventienjarige een magisch moment. Tegenwoordig kijk ik amper op van een Lamborghini, maar destijds was een Porsche genoeg om mij in extase te brengen. Een Porsche was zo snel, zo mooi en zo onbereikbaar.

Een Porsche heb ik dan bepaald niet, maar mijn auto kreeg ik terug van een reparatie nadat ik al maanden met een tikkend geluid rondreed. De zogenaamde homokineet was versleten en nu vervangen. In combinatie met de optische verbeteringen die er onlangs zijn aangebracht besloot ik het spoor van de Porsche te volgen. Ik heb een diesel maar dat kan mijn rijplezier nauwelijks drukken. Qua vermogen zit ik maar een dertig paardenkrachten achter de Porsche van destijds en qua koppel versla ik hem ruim. Niet dat mijn auto er ook maar bij in de buurt komt, en scheuren deed ik niet, maar een dwarrelspoor van bladeren trok ik ook. En ik voelde mij minimaal even gelukkig achter het stuur als de Porsche-bestuurder destijds. Dat gevoel creëer je zelf. Het was dezelfde weg, ruim dertig jaar later.

De medeweggebruiker

Ik hou van autorijden. Het meest van puur autorijden. Het liefst in een auto met benzinemotor en handschakeling. Die heb ik dan niet, maar Linda wel. Het stelt niet veel voor, haar Renault Modus 1.2 is geen beest, maar dat hoeft ook niet. Ik reed er mee naar het bos, en gooi de hond achterin, in omgekeerde volgorde. Dan rij ik over een weg waar ik al 35 jaar rij, je mocht er vroeger tachtig, nu nog maar zestig, omdat ze eenmaal alles naar de kloten helpen in onze rubbertegelmaatschappij. Vroeger toen ik op de middelbare school zat werd ik vrijwel dagelijks ingehaald door een Autobianchi A112 Abarth. Ik hoorde hem al van ver aankomen, hoog in de toeren en hij haalde mij zeker met 100 in, als het geen 120 was. Mooi vond ik dat.

Als het op autorijden aankomt lijd ik aan hetgeen waar mannen wel vaker van beschuldigd worden, ik kan het beter dan gemiddeld. Ik begrijp dan ook niet waarom ik moet lijden onder die censuur van verkeersdrempels en snelheidsbeperkingen. Aan veel snelheidsbeperkingen hou ik me dan ook niet, tenzij ik ergens vreemd ben en de situatie niet ken. Tot zover de arrogante lul in mij.

Ik reed dus tachtig op deze weg en voor mij doemde de achterkant van een fietser op. Geen probleem, alleen in tegenovergestelde richtig kwamen twee fietsers aan. Ik had net lekker de gang erin, lekker doorgetrokken in de versnellingen, twee handen aan het stuur, ogen op de weg, en toen moest ik inschatten, duik ik achter deze fietser en rem ik af, of haal ik hem in en ga ik daarna naar rechts om de tegemoetkomende fietsers ruimte te geven? Ik schatte in dat het de laatste optie moest zijn, en zo geschiedde, ruim voor de tegemoetkomende fietsers ging ik weer naar rechts. Maar toch ontstak het oude wijf in woede en gebaarde wild dat ik zachter moest. Dat maak ik dus zelf wel uit. Dus ik deed net of ze zwaaide en zwaaide vriendelijk terug. Zo ben ik dan ook wel weer. Dat grapje haal ik vaker uit in de hoop dat de betreffende moraalridder (meestal grijsaards) nog pissiger wordt. Paarden, kinderen en politie. Dan rem ik af en ga er zachtjes -veel minder dan zestig- langs. De rest heeft geen invloed op mijn rijstijl. Tenzij Linda naast me zit, die bemoeit zich er ook graag mee. Nou ja. Niemand is perfect.

Ik geef het op

Het is een grote frustratie. Misschien herinnert u zich nog het verhaal over mijn auto, dat het maar niet wilde lukken om een andere geschikte auto te vinden, en dat ik besloot om mijn auto te laten opknappen. Nieuwe velgen, overspuiten en wat kleine reparaties. Dit ging in fases. Na de eerste fase, het overspuiten, kreeg ik de auto terug met een dikke beschadiging op de bumper. Dus mijn auto was nog steeds niet zoals ik hem wilde hebben.

Het duurde een paar weken, maar wederom werd mijn auto gerepareerd, de achterbumper werd opnieuw gespoten, er werd een kleine parkeerschade gerepareerd en ik kreeg hem vrijdagavond terug. Op zaterdagochtend bekijk ik de auto met een zekere liefde en tot mijn grote schrik zie ik een nieuw deukje en een deukje in de nummerplaat. Ik raak licht aan de kook, neem contact op met de garage, die weten uiteraard van niks, maar ik spreek met ze af dat ze dit nog repareren.

Vandaag, ik ga even met de hond naar het bos, één of andere paardenlul met een busje blokkeert hier de weg, ik manoeuvreer mij er langs, maar aan de rechterkant ligt een grote steen op de weg, en ik beschadig mijn net gepolijste en gespoten velg. Het mag gewoon niet zo zijn dat ik met een onbeschadigde auto rondrij. Al is het maar een dag.

Het is mij niet gegund

Sinds juni ben ik bezig met een zoektocht naar een andere auto. Dit omdat diesel in het verdomhoekje zit en je diverse steden niet meer in mag. De eerste waar ik interesse in had was een Alfa 166 uit 1999. Ik was weg van de auto, totdat ik achterin plaats nam en daar met mijn hoofd tegen het dak zat. Toen kwam er een Opel Insignia, ik had een goede inruilprijs gekregen maar toen ik er kwam deed de auto me niks en dacht ik dat ik spijt kon krijgen. Gelukkig zat ik daar ook achterin met mijn hoofd tegen het dak, dus kon ik makkelijk nee zeggen. Toen kwam er een Alfa 159 waarvoor ik helemaal naar Geleen reed, maar ik vond hem niet mooi genoeg. Nog een Alfa 159, mijn dochter was mee, alles leek goed, het ding ging als de brandweer maar ineens bleek mijn dochter daar niet achterin te passen. Ik heb nog gekeken naar BMW’s maar dat mocht niet van mijn vrouw.

Twee weken geleden liep ik tegen een Peugeot 508 aan, we hadden al een overeenkomst over de prijs maar toen ik ging rijden viel hij me enorm tegen. Hier wel een zee van ruimte op de achterbank trouwens, er is altijd wat. De autoverkoper constateerde later dat de turbo kapot was, en kreeg die ook niet snel gemaakt. Ondertussen had ik het zo goed als opgegeven en maar besloten dat mijn huidige auto dan maar een beetje opgeknapt moest worden. Intussen bleken de spookverhalen over diesel nog mee te vallen. Ik mag Amsterdam nog gewoon in, al kom ik daar nooit. Afgelopen week was het zo ver. Ik moest mijn auto een week missen en vandaag kreeg ik hem terug. Hij was nog niet helemaal klaar. En de garagehouder had er net nadat hij van de spuiter terugkwam een dikke beschadiging op gemaakt. Dus nu kan hij weer terug. Het is mij niet gegund, mij, een van de grootste autoliefhebbers van het westelijk halfrond, die zich al weet ik veel hoe lang op een strakke auto zit te verheugen.

Herhalende droom

25 februari 2013, 23 september 2015, 4 januari 2017, 20 januari 2018 en 7 augustus 2020. Dat zijn de datums waarop ik mijn repeterende droom had, en waarvan ik in 2013 al wist dat het een repeterende droom zou worden. Dan droom ik dat ik mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog heb. Gisteren haalde ik hem uit de garage en Hans reed mee. Het ding reed nog als een speer. De tank was bijna leeg en ik dacht nog, ik heb bijna twee jaar met deze tank benzine gedaan. Moet ik nu drie tanks gaan volgooien? (mijn Punto GT stond ook zonder peut, net als mijn huidige Renault) Dat wordt wel een hele dure grap. En toen schoot het in mijn hoofd dat ik deze auto moest verkopen, want die was nu geld waard. Dat gebeurt met auto’s die je werkloos in de garage laat staan. Met de opbrengst van deze en van mijn Renault zou ik een prachtige Alfa kunnen kopen.

En toen werd ik wakker. Ik had het opgegeven die zoektocht naar Alfa Romeo’s. Ik heb van de week zelfs een Renault dakkoffer+dakdragers gekocht om mijn besluit kracht bij te zetten. Maar om mijzelf te pijnigen heb ik mijn zoekopdracht nog niet verwijderd. En dus kreeg ik vanochtend de perfecte Alfa voorgeschoteld. Een 159, de juiste motor, het juiste bouwjaar, de juiste kleur, bijna het juiste interieur, de juiste garantie, de juiste kilometerstand en de juiste prijs. Het enige minpuntje was dat het ook een geïmporteerde auto betrof, en verder heb ik liever een stoffen bekleding dan leren. Maar dit was in elk geval licht leer, niet dat lelijke zwarte. Deze had dus niet twee weken geleden voorbij moeten komen. Nu wel, nu doet het me niks meer.