Verscholen

Als ik ergens allergisch voor ben is het wel voor mensen die dingen beter weten. Dus als ik gelezen heb over dat vrijwel alle zwijnen afgeschoten zijn op de Veluwe zijn (niet echt zo) dan heb je altijd iemand die zegt: hoeveel wil je er zien? Of ik plaats een foto op FB van een plek die ik nog niet kende, dan is er altijd eentje die zegt: je moet maar eens met mij meegaan, dan zie je pas mooie plekken. Irritant volk.

Evenwel liep ik vanochtend op de zelfde plek als vorige week, alleen verder. Ik ging ergens het bos in en al snel was ik de weg kwijt. Hier was ik nog nooit geweest. Het was de Tongerense hei, en ik kwam er wederom vrijwel niemand tegen. Het weer hielp daaraan mee, slechts twee mountainbikers en twee wandelaars, ik blijf dat magisch vinden in één van de dichtstbevolkte landen ter wereld.Tongerense Hei

Al met al geloof ik dat ik acht kilometer heb gelopen, waarvan vijf door voor mij nieuw gebied. Geen hert, zwijn, vos, laat staan wolf gezien. Maar het voelde goed, dat gebanjer door onbekend terrein. Alleen op het laatst, toen ik niet zeker wist welke kant ik op moest, en zowel links als rechts de weg in het oneindige leek te verdwijnen, kreeg ik het een beetje benauwd. Geen zin om straks ergens uit te komen in een plaats waar ik niet moest zijn en vervolgens nog acht kilometer terug naar de auto te moeten.

Een paar kilometer westelijk ligt het verscholen dorp. Een paar nagebouwde hutten die herinneren aan het verscholen dorp dat hier in de oorlog was. De bossen waren hier zo dicht dat er een jaar lang 100 mensen (waaronder Godfried Bomans) konden onderduiken voor de Duitsers zonder gezien te worden. En het zou helemaal niet gevonden zijn als er niet twee op wild jagende SS-ers gezaag hadden gehoord van een van de bewoners en op onderzoek uit gingen. De Duitsers vertrouwden het niet en ondervroegen de jongen die aan het zagen was. Na verhoor lieten ze hem gaan, maar keerden later terug met versterking. Dat gaf de meesten de gelegenheid om te vluchten, maar acht werden er opgepakt en gefusilleerd.

Ik wil alleen maar zeggen, de bossen zijn hier uitgestrekt, en vroeger moet het er helemaal een paradijs geweest zijn, toen er nog niet overal wegwijzers en bordjes stonden waar je wel en niet in mocht.

 

Lees verder “Verscholen”

Bekering

Korfbal, dat is een gereformeerden-sport zei een refo eens tegen mij. Hij was zelf fan van Ajax en Simon & Garfunkel als de kerk niet meekeek. Hij legde uit dat het gemengde karakter van korfbal een stimulans was om iemand van de andere sekse te ontmoeten,  en dat daardoor veel gereformeerden het speelden.  Ik kende het niet, en ik vond het altijd een ietwat verwijfde sport. Nu zit mijn dochter er sinds kort op en ze had haar eerste wedstrijd. Uit in het gereformeerde Kampen.

Ik kende geen enkele spelregel, maar ik liet het me allemaal uitleggen. Een verdedigend vak, een aanvallend vak, een jongen mag geen meisje dekken, (zo drukte mijn dochter het uit) er mag niet met de verkeerde arm verdedigd worden, er mag niet gelopen worden met de bal, er mag niet op doel geschoten worden als men gedekt wordt en zo zullen er nog veel meer regels zijn. Het Kampense publiek was bloedfanatiek. Ik merkte nauwelijks verschil met de vroegere voetbalwedstrijden. We stonden 4-1 achter, maar kwamen langzaam terug in de wedstrijd. Mijn dochter kreeg goede aanwijzingen van haar coach, en de zenuwen die ze van te voren had, waren snel weg.

Ik vond het warempel nog leuk om te kijken. Het is snel, behendig, en soms smerig. Tammar miste elke ervaring, maar dat viel mij niet op. Ze was snel en ze schoot af te toe op doel. Met een knalrood hoofd kwam ze het veld af. 6-6 einduitslag. Ik had het naar mijn zin op de tribune. Een vooroordeel minder en een ervaring rijker. Misschien moest ik ook eens overwegen om me te bekeren.

Ooit

Naar verluid woont hier een wolf in de buurt. De buurt is de Noord-Veluwe, en laat dat nu net daar zijn, waar ik woon. Ik besloot op zoek te gaan. Ik moet de hond meenemen, of een fiets, want een in zijn eentje wandelende man in het bos is bij voorbaat verdacht. Ik nam de hond mee om mijn snode plannen te verhullen. Ook thuis had ik het niet verteld, tenminste niet van te voren. “Ik ga nog even met de hond naar het bos hoor!”

Ik ging niet naar het losloop gebied deze keer, maar naar een hei waarvan ik vermoedde dat de wolf er zich schuilhield. Het eerste weekend dat wij hier woonden, in 1983,  fietsten we ook over deze hei, dat weet ik nog. We zagen twee reeën, want wolven waren er toen nog niet. Verder ben ik er niet vaak geweest. Een keer of tien denk ik. Gemiddeld kom ik er eens in de 3,5 jaar. Vroeger mocht je er nog met de auto komen zelfs. Ik trainde er mijn rijvaardigheid op de zandweg.

Nu was het er uitgestorven. De zon stond irritant laag, en scheen vol op mijn linkerkant. Als de wolf links zat, zou ik hem niet zien. Maar ik liep door tot de zon onder was. Toen keerde ik om. Behalve wat fluitende vogels hoorde ik niks meer. Toen het echt begon te schemeren hoorde ik een diergeluid uit het bos komen dat ik niet kon thuisbrengen, maar het leek niet op een wolf. Ik liep anderhalf uur over de hei, maar geen spoor van een wolf. Niet dat ik het echt verwachtte, maar je kunt toch moeilijk niet op zoek gaan, als je al je halve leven wacht op zijn terugkeer. Ooit hoop ik hem op de foto te zetten.

Marokko

Mijn collega was op vakantie geweest. Naar Marokko. Hij zei van tevoren dat het een ontzettend mooi land was. Ik vroeg hem hoe hij dat wist, omdat hij er immers nooit geweest was. Dat was een pesterijtje, omdat hij dat altijd tegen mij zegt als ik iets negatiefs zeg over Amerika. Maar hij had zich er in verdiept, dus had hij gelijk. Verder heb ik er niets over gezegd, maar ik dacht er het mijne van.

Toen hij terugkwam vroeg ik hoe het was. Ja, echt een mooi land, lekker weer. En toen kwamen precies de redenen die ik als vooroordeel in mijn hoofd had, maar die ik niet uitgesproken had. Vervelende mensen die de toerist steeds geld af proberen te troggelen onder valse voorwendsels. Begon het al bij het verhuurbedrijf waar hij betaald had voor een kleine auto met airco, maar een zeer kleine zonder airco kreeg. En verder werd hij doordat hij herkenbaar was als toerist meerdere keren gratis weggebracht naar waar hij moest zijn, alleen bleek dat gratis niet gratis te zijn, ondanks dat ze verzekerd hadden dat het gratis was. En toen hij niet wilde betalen verschenen er vier andere Marokkanen om hem op andere gedachten te brengen. Mijn collega is echter eigenwijs genoeg om toch niet te betalen en ze paardenlul te noemen. Hij had al tegen zijn vrouw gezegd, die op de achterbank zei: “deze is echt wel aardig”, “luister nou, ook deze wil geld hebben straks.” En ja hoor. Maar dan kennen ze hem nog niet.

Ik sprak mijn respect uit dat hij niet betaald had, maar dat voor mij nu precies de reden was dat ik niet naar dat soort landen ga. En hij antwoordde dat hij dat snapte, maar dat je dan nergens kwam. Nou ja, ik heb ook geen enkele behoefte om de wereld te zien. Hij wel. We zijn verschillend, maar we zijn elkaars meest gerespecteerde collega. Hij zei nog, ik ga voortaan elke Marokkaan die ik in Nederland tegenkom de weg wijzen. Gratis. Maar niet voor niets.

Mijn innerlijke vuur.

Omdat ik al een tijdje blog, leek het mij wel aardig om eens te kijken wat ik tien jaar terug schreef. Ik was een tijdje terug op het idee gebracht, voor het geval ik niets meer wist te bloggen. Waarvan akte. Omdat ik destijds nog veel vaker schreef, kon ik precies terug naar 19-2-2009. Het logje ging over de crisis van destijds, niet heel erg opzienbarend. Maar wat ik wel opvallend vond, is dat ik op dat moment verwees naar 10 jaar later, vandaag dus. Dat er een dictator op zou staan, die het helemaal anders zou gaan doen. Dat ging over mij, ik dien nu op te staan, maar het is toch wel vrij bijzonder dat ik juist vandaag besluit om tien jaar terug te gaan, terwijl ik vandaag tien jaar terug besloot om tien jaar verder te gaan.

Dat is niet alleen erg toevallig, er moet ook sprake zijn geweest een parallel universum waar ik door middel van een wormgat even een kijkje had genomen. Dat werkt als volgt: de tijd verloopt in cirkels, en na het voltooien van een volledige cyclus komen de twee universa in de vierde dimensie daar even bij elkaar. Dat moment registreren we niet bewust, maar wel in ons onderbewustzijn, zoals blijkt uit mijn logje van tien jaar terug, wat toen eigenlijk de werkelijkheid van nu was. Eigenlijk heeft het dus helemaal niets met toeval te maken, maar alles met logica. Niet dat het logisch was wat ik zojuist schreef, integendeel, ik verzon het ter plekke, dus moet het wel verrekte toevallig zijn. Maar toeval, dat bestaat niet vinden de meeste mensen, en ik hoor daarbij. Dat is gewoon niet te accepteren, toeval. Als je toeval accepteert dan sluit je uit dat er iets bestaat als voorbestemd. En ja dat kan, maar zo uitgedoofd is mijn innerlijke vuur nu ook weer niet.

 

Pensioenleeftijd

Ik las de zaterdagkrant bij wijze van uitzondering eens. Soms gaat hij ongelezen door naar mijn moeder. Aan de zaterdagbijlage kom ik sowieso nooit toe. Veel te vermoeiend allemaal. Ik lees meestal alleen de column op pagina 2, de overlijdensadvertenties en het voetbal. Maar nu had ik vrijwel alle columns en ook de bijlage te pakken. Nog steeds is het vermoeiend. En of ik nu wijzer ben? Ja, ik geloof het wel, door de column van Sandra Phlippen over het pensioenstelsel, die de oneerlijkheid belichtte betreffende het even lang moeten doorwerken voor mensen met lichamelijk zware beroepen en die van pak ‘m beet een professor. Het moge duidelijk zijn dat een professor lichamelijk wat minder snel slijt dan een stratenmaker. En in de praktijk kan een professor ook nog eens eerder stoppen met werken doordat hij simpelweg meer geld heeft terwijl de mensen met lagere opleidingen gedwongen zijn om tot hun 67e te moeten doorwerken. Oneerlijk.

Toch pleitte Sandra voor een verhoging van de pensioenleeftijd voor mensen met zware beroepen, want ze heeft het beste met ze voor. In de praktijk blijkt namelijk dat mensen met zware beroepen gemiddeld met 62 jaar in de WIA terechtkomen, en dus tot hun 65e een hoger inkomen houden, dan wanneer hun pensioenleeftijd eerder zou zijn ingegaan. Ik nam het maar aan. Zij is dr. tenslotte, en ik leerde onlangs dat de samenleving mag vertrouwen op wat de dr. publiceert. Maar het klinkt wat tegenstrijdig allemaal.

Designsteunen

Ik had een Sonos gekocht voor de verjaardag van mijn vrouw. Vorig jaar had ze er ook al één gekregen, onze nieuwe TV heeft er ook een,  en nu dan nog deze. Het zijn wonderen van techniek. Je kunt ze koppelen en weet ik het allemaal. Echter, ze vroeg me ook een plankje op te hangen waar de tweede Sonos op kon staan. Planken ophangen is het lastigste wat ik nog net kan, klustechnisch gezien.

Het probleem was echter dat het van mijn vrouw niet met van die steunen mocht die ik altijd gebruik en die de afgelopen 50 jaar dienst hebben gedaan in elk huishouden. Nee, het moesten van die designsteunen worden, van die dingen die je amper ziet en die ook geen gewicht kunnen dragen. Ik erger me daar al aan, want ons leven wordt gewoon minder gemaakt door de commercie. De commercie heeft deze steunen aan klusprogramma’s ter beschikking gesteld en John de Mol heeft de presentatoren laten vertellen dat die oude stevige steunen niet meer van deze tijd zijn. Met als gevolg dat Henk en Ingrid, die tenslotte willen wedijveren met hun vrienden, hun huis voorzien hebben van designsteunen, dat op FB hebben geplaatst, en vervolgens alle vrouwen denken: “Dat wil ik ook!”

Dat is hier dus ook gebeurd, met als gevolg dat ik een paar steunen die ik nog had en waaraan je een paard kunt optakelen bij het oud ijzer kan gooien, en designsteunen heb gehaald.  Designsteunen, die zijn duur. Dat is het eerste punt. Ten tweede kunnen ze maar tien kilo dragen en ten derde moest ik ze ophangen. Ongeveer alles wat fout kon gaan, ging fout. Ten eerste, de boorgaten, daar zat al een halve centimeter hoogteverschil in door het verlopen van de boor. Ten tweede, de bijgeleverde schroeven pasten niet in de pluggen, dus ik moest dunnere gebruiken. Nu kunnen ze dus nog maar 500 gram dragen. Ten derde, het plankje hangt gewoon los in die steunen, die trek je er gewoon uit. Ten vierde, puur geluk dat de bank er nog onder paste. Ik had gemeten maar het plankje steunt nu ook gedeeltelijk op de bank, waardoor het draagvermogen weer wat is toegenomen. Ten vijfde hield ik buiten de schroeven die ik vervangen had nog een schroef over.

Oh ja, en omdat het geheel net achter de leuning van de bank schuilgaat, had ik dus net zo goed echte mannelijke steunen kunnen gebruiken in plaats van deze Mike de Boer designsteunen. Nou ja, mijn vrouw weet van niks. Die ziet zo meteen als ze thuiskomt alleen maar een plankje op de door haar gewenste plaats met een Sonos erop. Missie geslaagd.

Badminton

En nog eentje dan, over het ouder worden. Er gaan ook dingen goed. Oh ja, wat dan Mack? Nou, bijvoorbeeld kan ik nog steeds intens genieten van autorijden. Laatst, ik moest eerst tien centimeter sneeuw van mijn vooruit vegen, maar toen ik eenmaal onderweg was, de stoelverwarming op de hoogste stand, en ik merkte dat mijn tien jaar oude auto nog geen krimp geeft, ja dan vind ik dat gaaf. Comfortabel over verkeersdrempels zonder irritant gekraak, rustig warm rijden waarna je heer en meester bent over het besneeuwde wegdek. Heb ik nog niet eens winterbanden.

Maar verder! In november ben ik begonnen met badminton na een pauze van een jaar of 13. Ik was log en zwaar en ik had geen conditie. In een single was ik blij dat ik twee sets verloor, zodat ik geen derde hoefde. Maar inmiddels ben ik verder. Ik ben nog niet aan mijn einde! Ik probeer één keer per week te gaan, maar meestal is het twee keer.  Ik ben nog steeds zwaar, maar niet meer zo log. Mijn reactiesnelheid wordt beter en mijn inzicht neemt toe. Ik pak shuttles die ik twee maanden geleden nog als aan de grond vastgenageld aan mij voorbij zag vliegen, ik drijf sterkere tegenstanders soms terug tot op de achterlijn, en het belangrijkste, ik ben blessurevrij. Maar dat je nog progressie kunt maken op je 49e, dat is toch verdorie mooi. traantje wegpinkt

Pubers

Als vervolg op mijn vorige logje over het ouder worden, ook nog even dit. Mijn vrouw vindt pubers leuk. Ik niet. Tot een jaar of tien, dat vind ik leuk, daarboven worden ze irritant. Nu vind ik mijn eigen puber wel leuk, maar die kan ik aanpakken als het te gortig wordt. Maar die vriendjes die hij meeneemt! Vrouwlief vindt het allemaal leuke jongens, ik vind het irritante praatjesmakers. Als ze binnen komen is er geen eentje die zegt: “Goedemiddag heer Mack, hoe maakt u het?” Welnee, het komt binnen en het begint gelijk op luidruchtige wijze de aandacht op te eisen met dom gebral op te luide en te lage toon. Dan kun je aanhoren dat het allemaal aan de school ligt, maar toch zeker niet aan hen. Bovendien zijn ze bezitter van een volstrekt misplaatste zelfverzekerdheid die hen laat denken dat alle vrouwen in zwijm vallen als ze langs lopen.

Goed, dat had ik zelf allemaal ook, behalve dan als ik ergens binnenkwam. Dan had ik respect voor de heer des huizes. Ongeacht of dat vader of moeder was. Ik begaf me in hun territorium dus het was altijd weer even aftasten of ze in een goed humeur waren, en als dat zo was kon ik dingen vertellen. Als dat niet zo was, dan hield ik mij gedeisd. Nu ben ik de heer des huizes, maar niemand die zich lijkt te realiseren dat dit mijn territorium is. Welnee. Ik mag blij zijn als ze “hoi Jack” zeggen, want ze nemen alles van elkaar over, en mijn zoontje (13) noemt mij Jack.  Nou ja, waarschijnlijk verdedig ik mijn territorium niet hard genoeg. Bovendien verdedigt mijn vrouw niet mee. Nee, die vindt het allemaal leuk, die pubers. Oh oh, wat een lol. Binnenkort komt er een stel van die schreeuwers op haar verjaardag. Ik ben wel even naar het bos met de hond rond die tijd. Hooligans.

 

 

Vulpotlood

Mijn vrouw noemt mij Scrooge, en dat is een naam die ik met trots draag. Ze doet het niet omdat ik gierig ben, maar omdat ik een chagrijn word. Het toeval wil dat ik van oude chagrijnen houd. Fred Schuit (gespeeld door Rijk de Gooijer) is mijn lichtend voorbeeld. En verder vind ze dat ik met mijn tijd mee moet gaan. Tenminste, dat zegt ze, maar ze bedoelt dat ik niet van die steekhoudende argumenten moet inbrengen tegen vernieuwing. Het is kennelijk de bedoeling dat ik kritiekloos alle moderniseringen toejuich. Ik weet al niet eens meer waarom ze dit allemaal zei, maar ik geloof dat het was omdat ik zat te zeiken over juryleden van TVOH, waar de kandidaten the stage moesten ownen en moesten deliveren. Nou ja, doet er verder niet toe, maar toen ik nieuwe vullingen voor mijn vulpotlood ging halen, haalde zij haar gelijk. Want ze denkt dat ik nog één van de drie laatste Nederlanders ben die een vulpotlood gebruikt. Vroeger gebruikte ik hem nog veel vaker, maar sinds mijn werk zich volledig op de pc afspeelt, gebruik ik hem alleen nog voor cryptogrammen, want pennen werken ondersteboven niet. Ik cryptogram altijd op mijn rug.

Als ik dit zelf zo lees, dan neigt het ook wel naar het verhaal van een oude zak. Maar ja, wat moet ik er aan doen? Als ik ergens allergisch voor ben dan is het wel voor oude mannen die net doen alsof ze geen oude zak zijn. Die met hun tijd meegaan en daar eindeloos over reutelen. Terwijl het gewoon allang over is, en de enige reden dat we nog in leven zijn is omdat we eten kunnen kopen in een winkel. Verder merk aan alles dat ik ouder word. En dat is vooral te danken aan mijn scherpe waarnemingsvermogen. Ik merk dat mijn spierkracht afneemt, dat mijn testosteronniveau afneemt, mijn snelheid, mijn lusten, mijn scherpe zicht, alles gaat langzaam kapot.  En niemand hoeft mij wijs te maken dat het niet zo is. Mannen gaan na hun veertigste kapot.

Goed, allemaal gelul van de bovenste plank. Ik ga voortaan met mijn tijd mee. Ik koop een hardloopoutfit, ik neem een tattoo, een beugel, en ik ga fakking anders praten. Ik zet op Linkedin hoe geweldig ik ben, in het Engels uiteraard, en volgend jaar ga ik naar Vrienden van Amstel Live. En ik praat gewoon wat meer en harder. En ik schrijf minder. Want als er iets voor oude mannen is, is het wel schrijven. Zeker met een vulpotlood.