Het hoogste goed

Ik raakte gisteren aan het bakkeleien met een moderator van een groep. Niet voor het eerst, van Autoweek ben ik definitief verbannen, natuur in Gelderland heeft me definitief verbannen en gisteren scheelde het niet veel. Autoweek heeft mij waarschijnlijk verbannen wegens irritant doen, maar heeft daarvoor nooit een reden gegeven. Natuur in Gelderland was na een of twee opmerkingen definitief klaar met mij, en ook gisteren schoot iets totaal in het verkeerde keelgat.

Een narcist geeft altijd de ander de schuld. Ik niet. Ik ben verontwaardigd over het gebrek aan inlevingsvermogen bij de ander. Over zijn gebrek aan humor en zijn gebrek om zich te verdiepen in wat ik nu precies zei, maar in plaats daarvan politiek correcte verontwaardiging te acteren. Maar ze de schuld geven, nee. Het is mijn eigen schuld. Mijn mening is soms stevig tegen de stroom in, maar die hoef ik natuurlijk niet altijd te ventileren. Die moet ik gewoon voor me houden, om zo een meerderheid waartoe ik niet behoor, niet voor het hoofd te stoten. Mezelf klein en onbelangrijk houden is beter. Wat heb je ook aan een afwijkende mening? Helemaal niks.

De moderator benaderde mij privé om te zeggen dat hij onze discussie had verwijderd. Ik bood mijn excuses aan voor mijn felle toon, en voor het feit dat ik mijn mening op zijn site had geventileerd. Maar dat ik er eenmaal wel zo over dacht. Vrijheid van meningsuiting is het hoogste goed, zegt men. Goed dat we dat in dit land hebben. Ik word niet door de overheid vervolgd, maar in plaats daarvan online afgemaakt. Maar ik hoef niet het gevang in. Ik moet gewoon bereid zijn om overal online verbannen te worden, wat natuurlijk een kleine prijs is voor het hoogste goed.

Soldaat

Die zoon van mij wil het leger in. Daarom is zijn school nu een voorbereidende opleiding voor defensie. Hoe hij hier precies bij gekomen is, is volgens mij omdat hij niks anders kan. Dat klinkt lullig, dat begrijp ik, maar het is wel waar. Dat wil echter niet zeggen dat als je wel iets anders kan, je ook deze opleiding kan volgen. Ook hier worden specifieke kwaliteiten gevraagd.

Wat ik niet wist is dat de soldaterij al is begonnen. Morgen moet hij zich weer melden op de kazerne. En weer moet er een tas mee waar meer dan 20 kilo aan spullen inzit, en wat volgens mij bewust veel te veel is om in die tas te passen. Alleen met hulp kun je de rits nog dicht krijgen. En van de Sergeant majoor moet alles erin! Alle overbodige zooi die alleen maar dient om die tas niet dicht te kunnen krijgen moet mee. En met die op springen staande tas moeten ze de bus in, naar de kazerne. En wat een leraar in jaren niet voor elkaar krijgt, weten ze hier na een dag; niks vergeten, anders is het opdrukken, rondjes lopen terwijl je klasgenoten in opdrukstand moeten wachten tot je klaar bent.

Het zelfstandig nadenken moet je kennelijk zo snel mogelijk worden afgeleerd. Je moet je natuurlijk zonder je dingen af te vragen in een gevecht kunnen storten want wat heb je aan een soldaat die orders in twijfel trekt? Ik zeg hem elke dag dat ik hem in wil schrijven op de Havo, maar hij verkiest dit. Prima. Ik ben toch wel trots op hem. Soldaat Hans. Mijn kleine aapje. Hansiepansie.

Fludeflu

U had natuurlijk gehoord dat Charlie Watts is overleden. De eerste sterfelijke Stone, werd er geschreven, maar volgens mij vergeten ze dan die ene die dood in het zwembad werd gevonden. In elk geval, Charlie was er al vanaf het begin bij. Ik las dat hij een erg goede drummer was, terwijl ik dacht dat hij een middelmatige was. Maar door het blad Rolling Stone (toeval) werd hij op plaats 12 van beste drummers ooit geplaatst.

Nu begeef ik me weer op een terrein waar ik niks van weet. Muzikanten, tenminste de muzikale onder hen, en vooral drummers hebben een grote aantrekkingskracht op mij. Want zij hebben iets wat ik niet heb, namelijk ritmegevoel. Dat ik geen maat of toon kan houden is een ding, maar dat ik ook niet hoor of iets fout gaat is twee. Zo zochten de Stones een nieuwe drummer omdat er eentje niet voldeed. Hoezo niet voldeed? Een drummer is toch een drummer? Beetje ritme houden? Dat werd dus Charlie. Volgens Keith Richards had hij een uniek ritmegevoel. Dan vraag ik me weer af, hoe uniek? Unieker dan Ringo Starr? Unieker dan Hennie Huisman? Ik heb zelf ook een uniek ritmegevoel. Ik kan uit de maat gaan in een zaal vol ritmisch klappende mensen.

U begrijpt: ik begrijp er allemaal niks van. En het frustreert me al jaren. Ik heb een opname van Elvis waarop te horen is dat hij de sessie stopt en zegt dat de drummer er op het einde een zootje van maakt, dus dat de take opnieuw moet. En vervolgens gaat het wel goed, alleen hoor ik geen verschil. Ik worstel al jaren met de vraag of muzikanten mij gewoon belazeren of dat zij echt andere dingen horen dan ik. Ik zie soms dingen die ik niet hoor. Dat een gitarist of bassist even niet meespeelt bijvoorbeeld. Maakt niks uit, de muziek klinkt exact hetzelfde. Zoals Joey uit Friends voor wie al het Frans ook hetzelfde klinkt. Fludeflu.

Genen

Ik zou wel eens een dag niks willen hebben. Gewoon niks. Dat je alleen hoeft op te staan, aan te kleden en in de veranda kunt gaan zitten. Met Chromebook. Zoals onze kat bijvoorbeeld. Niet dat die een Chromebook heeft, maar ze ligt hier naast me, opgerold als een slakkenhuis en geeft al een uur geen teken van leven, behalve dan het uitzetten van haar lichaam bij elke ademhaling. De hond ligt binnen op de bank in ongeveer dezelfde houding, maar de hond moet nog dingen. Zij moet er straks uit bijvoorbeeld. Met mij. Dus ik moet ook dingen. En er hangt nog een dreiging boven me van het vrijwilligerswerk wat ik voor de voetbalclub doe. Helemaal geen zin in. Zo vrijwillig is dat allemaal niet. En het gras is ook alweer aan de hoge kant.

De kinderen zijn vanochtend in alle vroegte vertrokken naar Walibi, Linda heeft ze naar de trein gebracht, dus die laatste ligt nu ook nog slaap in te halen. Het was de eerste keer dat ze alleen met de trein gingen, en er ging iets fout wat volgens mij alleen fout kan gaan als je mijn genen hebt. Hoewel dat bij mij nog nooit is gebeurd, maar ik zie het zó voor me. In Amersfoort moesten ze overstappen, dat hadden ze keurig uitgezocht, maar hoe stap je uit de trein als de deuren niet opengaan? Wisten zij veel dat je op een knop moest drukken? Die zijn dus doorgereisd naar Utrecht. Inmiddels zijn ze wel in Walibi, dus het is klein leed, maar je vaderhart krimpt wel ineen als je dat leest. Het is niet slim, oké, maar wiens schuld is dat? De mijne toch? Ik heb ze nooit meegenomen in de trein, en daarbij, ik heb eens opgesloten gezeten in een telefooncel in Frankrijk omdat de deur niet meer open ging. Een man of tien probeerden mij te bevrijden totdat er eentje op het idee kwam dat de deur misschien aan de andere kant scharnierde. Het is een aangeboren onhandigheid.

Gelukkig waren ze met z’n tweeën en is Hans sowieso trots op zijn onuitwisbare missers (hij appte mij een keer dat ik mijn telefoon thuis had laten liggen) maar het had mij kunnen gebeuren, met die deurknop. En dan de paniek die zou toeslaan. Ik haat het sowieso, reizen met openbaar vervoer naar onbekende bestemmingen. Nee, doe mij maar een keer een dagje niks. Of een ochtendje, zoals nu. Ook goed.

Kort van stof

Ik heb al meer dan 3700 logjes geschreven. Dat is veel meer dan een dik boek. Maar een aaneensluitend verhaal lijkt mij veel moeilijker. Wat ik doe is beleven (in de oude betekenis van het woord), het een beetje opleuken, uit mijn herinnering putten en beginnen te typen. Maar wat Stephen King doet lijkt mij veel ingewikkelder. Ik geloof niet dat ik in mijn leven langer dan een minuut aan het woord ben geweest. Even behoudens verplichte presentaties die afgedaan hadden kunnen worden met een e-mail. Ik ben nu eenmaal kort van stof.

Wat niet wil zeggen dat ik niet graag praat. Maar ik heb liever een interessante gesprekspartner aan wie ik vragen stel, dan een oninteressante waaraan ik over mezelf vertel. Van nature ben ik communicatief, door omstandigheden hield ik mij op de achtergrond. Ik merk wel dat ik veranderd ben. Ik doe dingen anders, al ligt het wel aan mijn bui. Zoals vanavond, sta ik buiten bij het cafetaria te wachten op de bestelling die Linda had doorgegeven, wordt er geroepen: “bestelling voor Linda!” Dan roep ik gelijk, “Ja, dat ben ik!”, en zie alle mensen om me heen lachen. Jammer dat toen ik wegreed er ineens een auto achter me stond die ik raakte. Ik stapte weer uit en vroeg van wie de auto was. Nummerplaat licht beschadigd, de eigenaar deed er niet moeilijk over. Vroeger zou ik licht in paniek zijn geraakt om zo ten overstaan van een aantal toeschouwers een auto te raken. Vandaar dat ik vroeger veel beter oplette waarschijnlijk.

In elk geval, ik moet nog eens een boek schrijven. Dat dan ook 400 miljoen keer verkocht wordt, anders hoeft het niet. Als ik muzikaal was zou ik muziek willen schrijven, maar dat doet het niet goed in mijn hoofd. Volgens mij is alles al geschreven. Je moet toch een jaar of 25 zijn en aan drank verslaafd om een geweldige hit te schrijven. En je moet pijn hebben. En muzikaal zijn, natuurlijk. Dat laatste wordt wel eens onderschat.

Doerak

Die Hans van mij, die is me er eentje. Je kunt er de oorlog niet mee winnen, maar hij gaat wel naar een opleiding die voorbereidend is voor defensie. Nou ja, dan maar hopen dat het geen oorlog wordt, al is het altijd wel ergens oorlog. Kwestie van zoeken. En misschien kun je de oorlog juist wel met hem winnen, hij is betrouwbaar en zet zich in voor dingen die hij belangrijk vindt, maar er zit toch een aangeboren onhandigheid in hem.

Kijk, afgezien van dat hij een fijne gozer is, die niemand buitensluit, zijn elftal aanspoort, keeperstrainer voor de kleintjes wordt en die vrijwel met iedereen kan opschieten is hij wel een oetlul. Ik geef maar geen voorbeelden, geloof me maar gewoon.

Vanavond, tijdens badminton sprak ik twee havisten, die allebei geslaagd waren en ik vroeg wat ze hierna gingen doen. Daarna gaf ik ze mijn complimenten voor het slagen en zei dat ik er ook eentje net geslaagd thuis heb. Dat wisten ze, want ze zeiden beiden lachend in koor: Haaans, de doerak van de school. En of ik vroeger ook zo was.

Doerak? Mijn Hans? Dat is toch een bijzondere status die hij daar heeft behaald. Het was niet zo dat leerlingen uit hogere klassen wisten wie ik was, vroeger. Nee, dat was niet zo, maar in mijn verdediging, ik had minder reden tot vrolijkheid dan hij. Maar toch, ik voelde me een beetje vereerd. Voor de zekerheid zocht ik het even na. Doerak is een leenwoord uit het Russisch; doerak (дурак) betekent in die taal ‘domkop, dwaas’. In het Nederlands betekende doerak in eerste instantie ‘gemeen, laaghartig mens’, maar later ontstond de afgezwakte of zelfs enigszins liefkozende betekenis ‘ondeugd, deugniet, bengel’.

Kop in ’t zand

Er werd onlangs weer klimaatalarm geslagen. Er was al even geen onderzoek gedaan, dus deze keer voegde men een aantal bestaande onderzoeken bij elkaar, en sloeg alarm. Nu stond het onomstotelijk vast dat het onze schuld was. Vorige keren was het nog ‘waarschijnlijk’ en later ‘zeer waarschijnlijk’, maar nu stond het onomstotelijk vast. U weet, als iets onomstotelijk vast staat, is het zo en kunnen alleen Russen het nog omstoten door te zeggen: ‘niet waar.”

Ik raakte in de stress. God, hoe moet dat nu met het klimaat, hoe draai ik die thermostaatknop nu terug zodat de temperatuur maar maximaal 2 graden stijgt? Ik wist het niet. Ik zag reeds doembeelden van zware overstromingen, ijsberen in onze rivieren, mislukte oogsten, honger, en rijken die steeds maar rijker werden en zich voedden met onze angst. Ik voelde me zelfs terneergeslagen. Het was jaren geleden al vijf voor twaalf, en dat is het eigenlijk steeds gebleven, maar dat klopt natuurlijk niet. Kon je de tijd maar terugdraaien! Nee, het is inmiddels al 24 uur voorbij vijf voor twaalf. Wederom staan we op de rand van de afgrond.

Ja, het is kut, maar wat doe je eraan? Niks. Ja, je kunt wat maatregelen nemen die geen zoden aan de dijk zetten maar voor verdere verdeeldheid zorgen. Het echte probleem van overbevolking is toch niet op te lossen. Van de meer dan zes miljard mensen die er zijn is er bovendien niet eentje die een idee heeft wat we hier eigenlijk doen. Nee, een doemscenario schetsen, de schuld bij mij neerleggen en geen oplossing voorschotelen. Geen wonder dat ik me terneergeslagen voelde.

Ik trok aan de noodrem. Mijn noodrem. Ik kan het niet oplossen. De overheid zoekt een balans tussen milieuschade en economische schade. Medemensen die de kans hebben om rijk te worden gaan daarvoor en leggen hun lat wat lager. Ik moet gewoon verder met geen idee hebben wat we hier doen. En als ik in de stress raak schiet niemand daar iets mee op. Je kop in het zand steken is soms helemaal niet zo’n slecht idee.

Einde van een tijdperk

Gedurende de vakantie kreeg ik het op een zeker moment een beetje te kwaad. Ik wist niet dat dat kon gebeuren maar ik realiseerde me ineens dat dit wel eens de laatste vakantie kon zijn die we op deze manier zouden hebben. De kinderen worden groot, Hans is zestien en wellicht gaat hij volgend jaar gewoon nog mee, maar het besef dat deze jaarlijkse twee weken van intens geluk eens tot een einde gaan komen, bracht me aan het wankelen.

Voor mij was het vanzelfsprekend dat we jaarlijks naar Frankrijk zouden gaan, de kinderen ’s ochtends uit hun bed zouden lichten, de reis per auto zouden maken en we daar een onbezorgde tijd zouden hebben. We hebben zoveel vakantiefoto’s van twee schattige kinderen die blij poseerden voor weer een kiekje. Of het nu op de brug van Avignon was, bij Pont d’Arc, Pont du Gard of op de Mont Ventoux, overal staan ze en leek het alsof ze eeuwig klein zouden blijven. Ik ben een redelijk intelligente, maar zeer naïeve man van middelbare leeftijd die zich tijdens de vakantie nog veel te jong voelt om al oudere kinderen te hebben.

Ineens drong het tot me door op zaterdagochtend, en Linda zat erbij. Ik huilde. Ik voelde de pijn van de tijd die voorbij was geslopen. Wat moeders wel eens hebben op de laatste schooldag van hun kind, had ik nu. Het einde van een tijdperk komt eraan, en het raakte me diep in mijn hart. Straks gaat Hans niet meer mee en hebben we alleen Tammar nog een paar jaar achterin, wat al compleet anders zal voelen, tot het moment dat ook zij niet meer meegaat en dit voorgoed afgesloten is. Als ik heel veel geluk heb, maar ik acht die kans erg klein, is dat ze later als ze zelf kinderen hebben, met ons mee willen naar een camping, zoals mijn opa en oma ook altijd meegingen naar Zuid Frankrijk. Maar ik denk het eigenlijk niet.

Dit moment van besef moest er denk ik even komen. Frankrijk was altijd superbelangrijk voor me, maar ineens voelt het alsof ik er nooit meer ga vinden wat ik er zocht sinds mijn vader er niet meer is. Ik zocht hem, en ik heb hem gevonden. In de persoon van mezelf die samen met zijn vrouw, hun kinderen prachtige herinneringen voor de rest van hun leven hebben gegeven.

Helikopter

Hans en ik maakten een rondvlucht met een helikopter boven de Verdon. Ik had nooit in een helikopter gezeten en Hans had überhaupt nog nooit gevlogen. Met al dat glas om je heen heb je een mooi uitzicht, maar ik moest wel even slikken bij het opstijgen. Best hoog, en er stond een briesje dat af en toe vat kreeg op de helikopter. Op zo’n moment vertrouw ik maar op de piloot en z’n kunsten.

Gelukkige momenten

Eind jaren tachtig was ondanks alles ook een mooie tijd. Waarschijnlijk omdat ik toen nog een onbekende toekomst had. Die heb ik natuurlijk nog steeds, maar qua gevoel ligt het grotendeels vast. Toen was de toekomst de zeer nabije, omdat je je over de verre geen zorgen hoefde te maken.

Zo herinner me ik een donderdagavond, het was koopavond, waarop ik met mijn moeder en zusje naar Apeldoorn reed. Achter de Hema zat nog een grote parkeerplaats in plaats van een overdekt winkelcentrum. Apeldoorn was toen nog een kale stad, maar het had zijn eigen sfeer, met bekende winkels en de vaste orgelman. Later, toen de binnenstad werd opgeknapt verdween die typische sfeer en werd het een nietszeggend geheel. Nu, nu V&D ook weg is en aankopen voornamelijk online gedaan worden is er helemaal niks meer van over. Bom erop en er een mooi park van maken zou mijn idee zijn.

Maar toen, die avond, nadat ik bij de boekhandel de nieuwste Autovisie had gekocht, en ik terugging naar de auto, terwijl moeder en zusje samen nog wat winkelden, las ik de test van de Alfa Romeo 164 3.0 V6. Zelden was een test zo positief. Zelfs de rollenbank deed mee en liet een minimaal vermogensverlies zien en zelfs een hoger koppel dan de fabrikant opgaf. Alles was goed aan die auto, en ik las het geheel in een staat van euforie.

Of het zomer of winter was herinner ik me niet meer, want ik zie voor me dat ik de autoruit op een kiertje had, maar ook dat het al donker was. De donkere avond maakte het compleet. Toen mijn moeder en zusje klaar waren met winkelen reden we weer terug naar huis. In onze warme Mazda 626 (mijn vader had die in 1984 nog nieuw gekocht) over de donkere Zwolseweg, terug naar de knusheid van ons huis.

Het is een herinnering aan een bijzondere avond die typerend was voor gelukkige momenten die er toen ook zeker waren, ondanks alles.