De weg naar kerst.

Ik geloof dat we het nu gevonden hebben. Het zal wel weer een vermogen gekost hebben maar we hebben een standaard voor een kerstboom. Voor een afgezaagde kerstboom, bedoel ik. Hij staat al twee weken en vandaag heb ik water bijgevuld. Er ligt vrijwel geen naald op de grond. En dat na jarenlang een kunstboom te hebben gehad, maar dat vond ik eigenlijk niks. De laatste jaren geëmmer met een boom met kluit. En de genoemde emmer. Nog nooit zoveel naalden op de grond gezien als bij bomen met kluit. Hoe dat kan is me ook een raadsel. Maar dit ding is ideaal. Boom erin, je zet hem vast met een paar klikken en klaar. Vorig jaar stond het ding zo scheef dat ik de top met een touwtje aan de muur had vastgemaakt. En de volgende ochtend lag de hele boom plat in de kamer. De hond had nog aangeslagen ‘s nachts maar ik wist niet waarom.

En dan hebben we nog een kerststalletje. Dat is toch wel de kers op de taart. Vroeger kon ik daar tijden voor gaan liggen om het tafereeltje te aanschouwen. Een kribbe, het kindje Jezus, Maria en haar onbevlekte ontvangenis. Nou ja, ik zeg het even expres fout, omdat de meeste mensen de onbevlekte ontvangenis verwarren met het feit dat Maria zwanger werd zonder gemeenschap met een man te hebben gehad (wat zeg ik dat toch netjes) maar dat is niet zo. Op acht december viert de katholieke kerk met de onbevlekte ontvangenis dat Maria werd verwekt en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt, negen maanden voor de verjaardag van Maria op acht september. Ik ben gek op dit soort simpele dogma’s van de katholieke kerk, maar dit terzijde.

Mijn opa en oma (Maria van zeven september) hadden een veel grotere kerststal. Met losse stukken. Je kon er haast mee schaken. Zelfs Melchior zat erbij. Die stal was indrukwekkend, maar die van ons was liefelijker. Alles en iedereen had een vaste plek en bovenin zweefde een engel. Een cherub eigenlijk, maar dat voert te ver voor een kind.

Laatst reed ik naar Epe en langs de weg in een weiland stond er een levensgrote stal met de beelden van Jozef, Maria en Jezus. Voor hen lagen schaapjes en er stond een ezel. Ik bekeek het tafereel in het voorbijgaan en ik kreeg een warm gevoel. Sommige streng gelovigen zullen het er niet mee eens zijn dat iemand dit waagde te doen, maar ik werd er blij van. Dat werd ik als kind al, en nu ben ik 52. De weg naar kerst is het mooist. Mooier dan het eigenlijke feest.

Bang

Ik liep tegen zonsondergang in het bos, en wachtte tot het donker werd. Na zonsondergang mag je er niet meer zijn, maar dat geldt niet voor de zandweg die dwars door het bos loopt. Met de weg aan mijn linkerhand liep ik over de vlakten. Twee reeën kwamen uit het bos, maar toen ze mij en de hond zagen zetten ze een sprint over de vlakte naar het verderop gelegen bos in. Ik keek ze na en was onder de indruk van hun snelheid. Dat zou mijn hond nooit bij kunnen houden. Wolven schijnen het wel te kunnen. Op een open vlakte tenminste, tussen de bomen schijnen herten weer behendiger te zijn. Wat dat betreft moet de wolf hier z’n tactiek aanpassen want ten eerste jagen ze hier niet in troepen, en ten tweede kunnen ze een hert niet uitputten omdat de vlaktes niet zo groot zijn. Een hert steekt in een minuut een veld van een kilometer over. Ik geloof dat de eenzame wolf op de Veluwe meer als een katachtige jaagt. Besluipen en een korte sprint.

Zo liep ik wat te dagdromen totdat het donker helemaal inviel en ik naar de weg moest. Het was nog zeker drie kilometer over de heide. Overal om me heen zag ik schimmen die me aan zwijnen deden denken. En wat ze ook zeggen, in het donker in je eentje in het bos word je bang. Was er laatst niet een man door een zwijn aangevallen omdat hij iets van het pad af was? Het zwijn duldde dat niet en bezorgde de man een gapende wond. Wat als het zwijn mij in het donker niet duldt? Of een of twee wolven? Hoe kan ik er eigenlijk zeker van zijn dat ze een mens niks doen? Het was nog zeker twee kilometer naar de auto, en om mij heen hoorde ik geluiden. Maar ik zag niks. Ik was niet echt bang natuurlijk. Hooguit een tikkeltje op mijn hoede. Als ik nu maar tegen de hond praatte, dan zou al dat gespuis toch wel eieren voor hun geld kiezen? Bang? Welnee! Nog maar een kilometer.

Koekoek

De natuur moeten we niet onderschatten. Als wij haar kapot maken slaat ze keihard terug. Hoe ik dit weet? Ik heb een aantal voorbeelden gezien van staaltjes uit de natuur, waarbij het voor mij duidelijk is dat er meer omgaat ik de hoofden van dieren dan wij weten. Neem nu de koekoek. Een koekoeksvrouw weet hoe ze een andere vogel moet afleiden zodat ze snel haar ei kan leggen in het nest van de waard. Dan snapt ze ook dat het ei uitgebroed gaat worden door de waardvogel. Het ei is qua grootte en kleur zelfs aangepast. Het koekoeksjong weet snel na zijn geboorte dat hij de concurrentie moet uitschakelen. Zowel de andere eieren als jonge vogels worden het nest uitgewerkt zodat het koekoeksjong al het eten krijgt en hij snel groot wordt. Vaak veel groter dan de waardvogel, die in tegenstelling tot de koekoek geen idee heeft wat er gaande is.

Het koekoeksjong vertoont duidelijk instinctief gedrag. Niet aangeleerd maar aangeboren drang om anderen om zeep te helpen voor eigen gewin. Wat een mens van nature juist niet heeft maar later ontwikkelt. Hoe kan dat? Wie heeft dat instinct geprogrammeerd? Is het de bedoeling dat ik geloof dat er ooit een koekoek per ongeluk een ei in een verkeerd nest legde, dat het jong per ongeluk de andere eieren eruit ketste en toen een evolutionair voordeel had, wat hij verder ontwikkelde om zodoende alle koekoeken ervan te overtuigen voortaan hun eieren in andermans nest te leggen? Koekoek!

En die moederkoekoek, die al ongelofelijk knap de eieren van een waardvogel imiteert, maar ook schijnt te weten dat de ander ze gaat uitbroeden? Of heeft ze geen idee en denkt ze, ik moet mijn ei kwijt, ik leg het in het eerste het beste nest? En dan weet degene die dit plan bedacht dus ook dat alleen het ei geïmiteerd hoeft te worden, want anders trapt de waardvogel er niet in. Dat er een jong zo groot als een kip in het nest zit, daar trapt ie dan wel weer in. Zoveel dat ik niet begrijp.

Ik ben dus wat voorzichtig met de natuur. Zij weet dingen die wij niet weten. Je kunt haar niet ongestraft kapot maken. Voor je het weet duwt ze je uit het nest.

Angelique

Wat mij gebeurt drie dagen na mijn bericht “foto’s”! Ik had het toch over die wat zielige jongen op de klassenfoto die aan de zijkant stond, die ik me niet herinnerde, maar toen ik de foto uploadde was hij weggevallen? En dat ik het opnieuw ging doen omdat ik het niet op mijn geweten wilde hebben dat hij ooit deze foto zou zien, hem zou herkennen omdat hij de foto ook heeft, en dan zou zien dat hij ervan af was gelaten?

Ik kreeg dus een klassenfoto toegestuurd van een meisje waar ik nota bene het halve schooljaar mee gegaan was, Angelique heet ze, waar ik niet opstond omdat ik aan de zijkant stond en weggevallen was! Alleen mijn hand zie je om de schouder van Hans, een vriendje. Ik zei: “oh leuk, je hebt me eraf geknipt” en stuurde haar de versie waar ik wel opstond.

Verschrikt riep ze dat ze Bianca, van wie ze de foto had gekregen op haar donder zou geven! Maar ondertussen was het haar kennelijk niet opgevallen dat ik er niet opstond! Betekende het dan helemaal niks, Angelique? Ik heb je nog een handje gegeven om onze verkering officieel te bezegelen! Een half jaar lang hadden wij deze status voordat ik het uitmaakte. En dat halve jaar, waarin absoluut niets gebeurde, heeft geen diepe sporen bij je achtergelaten?

Nou ja, ik kan er tegen, ik maakte er een grapje van, dus misschien had die jongen op de havo er ook geen probleem van gemaakt, en zegt het meer over mij dat ik hem wat zielig vond, dan over hem.

Uiterst links, ondergetekende, uiterst rechtsonder, Angelique.

Ach, de meisjes van de basisschool…ze zijn me nog steeds lief. Gaat nooit meer over.

De goede kant op.

Max Verstappen wint in extremis het wereldkampioenschap Formule 1. In de laatste ronde, door een onverwachte meevaller weet hij Hamilton te passeren en de eerste Nederlandse wereldkampioen ooit te worden. Ik zei het in 1994 al, Verstappen wordt wereldkampioen.

Feyenoord verspeelt twee punten, Ajax drie en net als Max weet PSV de overwinning in de slotminuut binnen te halen, ook dit viel voor mij de goede kant op. PSV neemt de koppositie over. Roger Schmidt, de trainer, heeft een dubieuze statistiek, minste overwinningen van een PSV trainer in 50 wedstrijden. Toch staat PSV bovenaan. Het spel is soms zo slecht dat ik me afvraag hoe dit mogelijk is. Het seizoen is nog lang, maar toch is even die hegemonie van Ajax doorbroken.

Alleen die ladder, die viel wel de verkeerde kant op dit weekend.

Ladder.

Linda vindt het maar niks als ik op de ladder sta. Ze heeft me die ladder zelf voor m’n verjaardag gegeven. Natuurlijk geen goedkoop ding, welnee, eentje waar een professioneel glazenwasser jaloers op zou zijn. Het ding heeft wel een nadeel, hij is behoorlijk zwaar. Als ik hem moet verplaatsen als hij uitgeschoven is, is dat niet eenvoudig. “Vraag Hans dan om te helpen,” zegt Linda dan.

Omdat ik toch nog wel last van een tenniselleboog heb, vroeg ik Hans te helpen met verplaatsen. Dat ging inderdaad een stuk beter. Ik maakte de dakgoot aan de voorkant schoon, maar ik had er niet een beste dag voor uitgezocht, want alle troep en het blad zat vastgevroren. Ik kreeg er niets uit. Omdat ik niet voor één gat te vangen ben, heb ik er twee emmers heet water ingegooid, en dat hielp. Dakgoot schoon. Missie bijna geslaagd.

Het laatste was moest gebeuren was het inschuiven van de ladder. En daar ging iets fout. Toen ik het middelste deel wilde inschuiven, schoot het bovenste deel ineens los. Geen idee hoe dat kon, wat ik had er net nog opgestaan. Het bovenste deel raakte me hard in mijn gezicht, dat gelijk begon te bloeden. Het werd eventjes zwart voor m’n ogen, en ik moest de ladder loslaten. Gelukkig had Hans hem nog vast, maar die moest ik even aan z’n lot overlaten, maar die kan tegenwoordig 30 keer opdrukken, dus dat ging goed.

De spoedeisende hulp wilde mij zien nadat ze via video de verwondingen bekeken. Drie kwartier later lag ik op de behandeltafel, afgesloten met een gordijn, en onder behandeling van een alleraardigst meisje. Omdat zij het niet helemaal vertrouwde haalde ze haar collega erbij, een alleraardigste zuster. Omdat zij het ook niet vertrouwde, werd de dokter erbij gehaald, een alleraardigste man. En ik lag daar zonder al te veel pijn, de wondjes werden gelijmd, en ik mocht al snel weer gaan. Eigenlijk veel te snel naar mijn zin, want ik moet toegeven dat het fijn is als je aandacht en medelijden krijgt en als je voorzichtig onderzocht wordt. Voelt u dit? Voelt dit anders als de andere kant? Ehm, kunt u de andere kant nog eens voelen dan? (dat doet ze dan) Eh, nee, dat voelt wel hetzelfde. Je schijnt proefpersoon te kunnen worden voor doktoren die examen moeten doen. Dat ze je van top tot teen onderzoeken, zonder dat je iets mankeert. “Dit kan een beetje koud aanvoelen. Kunt u eens diep inademen? Even vasthouden…en laat maar gaan. En nog eens. En nog eens. Dank u.” Fijn lijkt me dat.

Fit

Vandaag had ik een vrije dag die ik wel onthouden had. Om half negen zat ik al in het gemeentehuis van Epe. Daarna scheurde ik naar huis en heb ik klusjes gedaan waarvoor je het dak op moest. Daken vegen, dakgoot schoon, ondertussen de vriezer ontdooien, dochter van school halen en daarna 10 km gewandeld met de hond. Omdat het vrijdagmiddag was, rekenden de zwijnen niet op toeristen dus gelijk aan het begin van de route zag ik ze al. Ruim twee uur later kwam ik terug, het was zo goed als donker. Ik verwachtte dat ik snel op de bank in slaap zou vallen, maar we keken eerst drie top 2000 quizzen, en daarna een echt geweldige film met Sandra Bullock. The unforgivable. Ik wist van te voren zeker dat ik in slaap zou vallen, maar de film was zo goed dat ik geen moment verslapte. En nu typ ik dit nog even. En ik ben nog steeds fit. (Het is nu 00:13 uur) Ik denk dat ik nog even een college ga volgen op YouTube van Roger Penrose, Brits wis- en natuurkundige, negentig jaar inmiddels, maar snapt het nog steeds beter dan ik. Ik vind het al mooi dat ik een vergelijking met twee onbekenden kon oplossen, hij heeft met behulp van de relativiteitstheorie wiskundig aangetoond dat zwarte gaten bestonden. Stel dat je die vraag krijgt met wiskunde. Toon met behulp van de relativiteitstheorie in een berekening aan dat zwarte gaten bestaan, ik heb niet eens een idee waar ik zou moeten beginnen. Nou ja, als Roger het zegt, dan geloof ik hem. Zo ben ik dan ook wel weer.

Vrije dag

Na een dagje fijn gewerkt te hebben, kwam ik er om half zes achter dat ik een vrije dag had vandaag. Die is afgeschreven van mijn saldo. Dit gebeurt niet veel mensen, gok ik zo. De meesten hebben dat wel in de smiezen. Vroeger gaf ik nog minder om vrije dagen, ik ergerde me vaak aan mensen die hun leven bouwden om hun vrije dagen. Die kwamen in het begin van het jaar al hun tactische vrije dagen opgeven, wisten precies wanneer Hemelvaart viel, zodat ze de vrijdag erna vrij hadden. Of van die gasten die twee uurtjes overwerkten als ze er vier voor terugkregen. En dan zoveel spaarden dat ze de hele maand december met vakantie waren en daar uitgebreid over uitweidden. Ik vond het niks. Tegenwoordig vind ik een vrije dag ook wel fijn, maar dan moet je hem niet vergeten natuurlijk.

Even over dat schilderij van Rembrandt waar de overheid 150 miljoen voor uittrekt. De Vaandeldrager. Mij maakt dat weinig uit hoor, als de overheid het betaalt hoef ik het niet te doen. Natuurlijk zijn er geluiden van mensen die het belachelijk vinden, en daar valt wat voor te zeggen. Maar er zijn ook mensen die het ontzettend belangrijk vinden dat zo’n schilderij naar Nederland komt, en daar valt ook wat voor te zeggen. Maar heel veel structureels kun je er niet mee, met 150 miljoen. Als ik een voorzichtige berekening maak wat het zou kosten om alle pensioenen jaarlijks te indexeren, dan denk ik dat je met twee miljard per jaar een eind komt. Daar zou je pas echt iets aan hebben. Het klinkt veel, en voor de overheid is het dat ook. Maar voor het bedrijfsleven is het een schijntje. Die zouden dat makkelijk kunnen ophoesten.

Maar ja, dan kom je aan het geld van de aandeelhouders, en dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Of aan de erg zinvolle zakenreizen die ze een paar keer per jaar organiseren. Laat staan de wekelijkse restaurantbezoekjes met uiterst belangrijke klanten. Nee, dat kunnen we ze niet aan doen. Bovendien zouden ze dan moeten gaan werken om aan die 60 uur per week te komen, waar ze het altijd over hebben. Dat is onmenselijk. Dan maar liever de gepensioneerden op een houtje laten bijten. “Ja, sorry mensen, het is eenmaal onbetaalbaar,” zeggen ze dan. “Misschien als meer werknemers bereid zijn om op hun vrije dag te gaan werken, dat het dan lukt. Maar bij ons zit echt geen ruimte meer.”

Foto’s

Ik kreeg via mijn moeder twee fotoalbums in handen. Foto’s uit mijn jeugd. Ik was bepaald niet fotogeniek met uitzondering van de eerste tien jaar van mijn leven. Maar er zaten mooie foto’s bij. Eentje van mij met mijn opa (1901) van moeders kant. Hij was daar al 70, en rookte een sigaar. Ik kan nog zijn wang voelen als ik hem kuste, een schurende wang, maar als kind voelde dat niet raar. In tegenstelling tot mijn andere opa liet deze zich door mij kussen. Ik liet de foto aan Tammar zien, die zei gelijk dat hij er wel heel erg lief uitzag.

Verder kwam ik een foto tegen van mij en mijn vader. Hij leek wel een Franse filmster. Dat vind ik tenminste. Ik heb er mijn profielfoto op Facebook van gemaakt. Wist hij veel dat dat ooit zou kunnen. Hij is hier een jaar of 28 aangezien ik drie ben.

En verder een klassenfoto, vijf havo, een lastige tijd. Kakkers, ruitjesbroeken, college-schoenen. Ik sta ergens in het midden verscholen, maar als ik goed kijk zie ik een meisje dat haar handen op mijn schouders heeft. Carmen heette ze. Van de meesten heb ik de naam niet onthouden. Aan de zijkant staat een jongen die ik me helemaal niet herinner. Hij staat niet strak tegen de ander aan, maar bijna los van de groep. Ik kan zien dat hij geboren is met schisis. Ik upload de foto op schoolbank.nl , waar 10 jaar geleden voor het laatst een bezoeker werd gesignaleerd. Ik begin met het taggen van de namen die ik me nog wel herinner. Een stuk of acht. Nog best een priegelwerk. Opeens zie ik dat de jongen links is weggevallen op de foto. Dit kan niet. Hij ziet er al wat buitengesloten uit, straks zoekt hij door schoolbank, herkent misschien de foto en ziet dat hij eraf gelaten is! Nee, dat kan echt niet. Jammer van het priegelwerk maar ik upload de foto opnieuw, deze keer met hem erbij, en begin opnieuw met de namen toe te voegen die ik weet. Geen geschiedvervalsing hier.

Winterbandenwappie

Op een af andere manier associëren mensen mij met winterbanden. Er gaat nu een tekst rond over winterbanden, geheel geschreven in de stijl van wappies met Corona, over dat winterbanden onzin zouden zijn. Die tekst heb ik nu al drie keer toegezonden gekregen. Sneeuw zou niet echt zijn maar uitgevonden door winterbandenfabrikanten, de overheid zou ons kunnen volgen, dat soort grappen. Kennelijk word ik gezien als een winterbandenwappie. Terwijl ik dacht dat ik me toch gebaseerd had op conclusies van testen uitgevoerd door autobladen en de ANWB. Nee joh, doe niet zo mal! Waarom zouden ze naar jou wel luisteren? Als jij wijs begint te lullen horen ze je niet eens en dichten ze je allerlei uitspraken toe die je nooit hebt gedaan. Ze trekken het in het belachelijke. Ze vinden je belachelijk en dit was hun kans om het je te vertellen.

Het zette me aan het denken. Ik heb het vaker ervaren, dat ik bepaalde kennis had opgedaan, of opgedaan dacht te hebben, maar als dat indruist tegen wat anderen uitkomt, dan maken ze je liever belachelijk, dat is makkelijker en je hoeft niet op de argumenten in te gaan. Op zich heel menselijk want zo doen we dat al eeuwen. Ik heb ook altijd discussies op mijn werk met mensen die denken dat hun vakantiegeld en overuren zwaarder belast worden. Tot en met boekhouders aan toe. Nee. Is niet zo. Maar tegenwoordig zeg ik: “ja, klopt. Niet uit laten betalen hoor! Ze naaien je!”