Een jaar of zes geleden, toen er grote druk op mij werd uitgeoefend om vader te willen worden, was ik onzeker. Ik maakte de beginnersfout te denken dat ik geen goede vader zou zijn. Dat ik mijn onzekerheden en angsten aan mijn kind zou doorgeven. Ja logisch, want ik had immers ook al mijn angsten en onzekerheden van mijn vader geërfd, vandaar dat ik nog steeds zo aan hem hang. Onzin dus, je kunt altijd wel redenen bedenken om niet aan kinderen te beginnen, maar als je daar wat dieper over nadenkt dan dicht je jezelf toch een grotere rol toe dan je speelt. Want de toekomst voorspellen moet je aan waarzegsters overlaten, niet aan aanstaande vaders.
Maar dat ik op een gegeven moment echt overtuigd was van het feit dat ik ze wél wilde, nee, dat is ook weer niet zo. Ik mis sowieso het gen dat je voor 100% achter een beslissing laat staan. Welnee, op een gegeven moment, met de belofte van Linda om mij te steunen, en met haar toezegging om haar eigen genen extra krachtig door te geven, heb ik toegegeven. Niet aan Linda, want in tegenstelling tot wat er in de eerste zin staat, oefende ze geen druk uit, maar was zij al overtuigd van mijn kwaliteiten als vader, dus hooguit moedigde ze me wat aan. Nee, ik gaf toe aan mezelf. Laat maar gebeuren dan. Iedere boerenlul kan het, zoiets heb ik gedacht. En niet veel later, nadat we op een ochtend een woordenwisseling hadden, werd de lucht geklaard door een opgewonden van de trap af rennende Linda, met in haar handen een predictortest die 11 graden aangaf.
En langzaam groei je in je toekomstige rol, het gaat geheel vanzelf en je bereid je voor op wat komen gaat. De angsten konden nu overboord gezet worden want het zaad was toch al geschied. Voor angsten was het te laat. En daarom dacht ik maar aan de leuke dingen. En, zo dacht ik destijds, het leukste aan een kind moest toch wel zijn dat het je vragen gaat stellen die je dan kunt beantwoorden. Hoever is de maan, hoe hard kan een paard lopen, wat is de grootste slang, gewoon van die vragen om je ego als vader lekker mee op te poetsen. Vandaag was het mijn vuurdoop. Hans stelde zijn eerste algemene kennisvraag van zoon tot vader. "Papa, waarom is Nederland eigenlijk zo’n klein landje?" "Ja, eh Hans, dat hebben de Duitsers…eh nee, ik weet het eigenlijk niet." Shit! Heb ik me daar al die jaren op verheugd, moet ik al op de eerste de beste vraag het antwoord schuldig blijven.
