Toen Hans niet gewoon klein was, maar nog heel klein, bracht ik hem ’s avonds naar bed en als ik dan de deur dicht deed, gooide ik hem altijd weer met een ruk open, deed een snelle pas richting zijn bedje, en riep: "weltrusten, weltrusten, weltrusten." Hans lachte zich een kriek en ik herhaalde het ritueel een keer of vier, voordat ik de deur echt dicht deed en hij ging slapen. Mijn grapjes doen het zó goed bij kleine kinderen.
En met Tammar gaat het al net zo, al is het grote verschil dat Linda Tammar naar bed doet, en ik Hans. Maar ook Linda heeft succes met mijn grap. Maar helemaal eerlijk is het natuurlijk niet dat zij geen eigen grap verzint en succes boekt met de mijne. Vanavond heb ik daar eens iets aan gedaan. Linda was in de kamer van Tammar bezig met de allerlaatste handelingen die vooraf gaan aan de ‘weltrusten, weltrusten, weltrusten’- grap, en ik maakte zachtjes de deur open en sloop de kamer op waar beide dames aanwezig waren. Er was bijna geen licht in de kamer en Linda had mij niet gezien. Ik ging achter het bedje van Tammar staan, Linda ging de kamer af, sloot de deur en het werd donker. Twee seconden later vloog de deur open, Linda rende met haar handen omhoog richting het bedje van Tammar en ik hoorde weltrusten, weltr…en toen een afgrijselijke gil, en ik zag haar net zo hard de kamer weer afrennen als ze erin kwam.