Zo pak je plagiaat aan.

Toen Hans niet gewoon klein was, maar nog heel klein, bracht ik hem ’s avonds naar bed en als ik dan de deur dicht deed, gooide ik hem altijd weer met een ruk open, deed een snelle pas richting zijn bedje, en riep: "weltrusten, weltrusten, weltrusten." Hans lachte zich een kriek en ik herhaalde het ritueel een keer of vier, voordat ik de deur echt dicht deed en hij ging slapen. Mijn grapjes doen het zó goed bij kleine kinderen.

En met Tammar gaat het al net zo, al is het grote verschil dat Linda Tammar naar bed doet, en ik Hans. Maar ook Linda heeft succes met mijn grap. Maar helemaal eerlijk is het natuurlijk niet dat zij geen eigen grap verzint en succes boekt met de mijne. Vanavond heb ik daar eens iets aan gedaan. Linda was in de kamer van Tammar bezig met de allerlaatste handelingen die vooraf gaan aan de ‘weltrusten, weltrusten, weltrusten’- grap, en ik maakte zachtjes de deur open en sloop de kamer op waar beide dames aanwezig waren. Er was bijna geen licht in de kamer en Linda had mij niet gezien. Ik ging achter het bedje van Tammar staan, Linda ging de kamer af, sloot de deur en het werd donker. Twee seconden later vloog de deur open, Linda rende met haar handen omhoog richting het bedje van Tammar en ik hoorde weltrusten, weltr…en toen een afgrijselijke gil, en ik zag haar net zo hard de kamer weer afrennen als ze erin kwam.

Hans stelt lastige vragen.

Ik zag dat Hans zat te staren toen hij in bad zat, en net toen ik hem wilde vragen waar hij aan dacht, vroeg hij:

Papa, als je dood bent kun je dan nog levend worden?

Ehm, nee, dat gaat niet.

Oh.

En gaan wij ook dood?

Eh, ja, wel een keer. Maar dat duurt nog heel lang. (vingers gekruist)

Oh. En wie gaat er dan het eerst dood?

Eh, degene die het oudste is.

Dat ben jij.

Ja.

En dan mama!

Ja.

Ohoh, dan hebben wij geen papa en mama meer!

Ja, maar dan zijn jullie al heel oud hoor.

Oke, maar ik ga dan wel voor Tammar zorgen hoor! Papa, welk verhaaltje gingen we vanavond ook alweer lezen?

Honey

Voor me reden de motoren wiens berijders geen idee hadden van wat ik doormaakte, op dat moment in mijn auto. Als ik in het buitenland ben,  zet ik vaak de radio aan om de taal een beetje vertrouwder te laten klinken. Zo ook die vrijdagmiddag, het was dan zonnig, dan weer bewolkt en op de radio werd in het Duits aangekondigd dat het liedje "Honey" van Bobby Goldsboro auf ihren weg war. 

Honey van Bobby Goldsboro, ik heb het honderd keer gehoord toen ik als kind achter in de auto zat. Mijn ouders hadden drie cassettebandjes in de auto die ik mijn hele jeugd lang, elke rit weer gehoord heb. En ik had mij geen betere ouders kunnen wensen maar verstand van muziek, nee dat hadden ze niet. Het is mij dan ook een raadsel van wie ik mijn muzikale deskundigheid heb geërfd. "Afternoon delight" van The Starlight Vocal band, dat was er ook zo eentje die op één van de bandjes stond. En "Soley Soley" van Middle of the road en "Vincent" van Don Mclean.

Maar Honey, het is een enorm kutlied maar ik kon er niks aan doen, achter mijn zonnebril kreeg ik vochtige ogen. Er komt een puppy in voor, en op een gegeven moment gaat honey dood en ik zat weer achterin de auto. Het was weer even 1976 en zorgen waren er niet. Het klonk zo vertrouwd dat ik wegdroomde en instinctief achter de motoren aanreed. Ik was opgelucht toen het nummer afgelopen was en ik weer achter het stuur plaats kon nemen.

WEreldkampioen

Ik heb er geen goed gevoel over. Ik ben er ook nog helemaal niet klaar voor. Bovendien vind ik die oranje straten erg zielig in plaats van dat het nationalistische gevoelens los maakt. Komt bij dat ik 64,1% van de selectie niet zou herkennen als ik die op straat tegenkwam, bovendien hebben WE geen enkele wereldster die WE kunnen opstellen. En met wereldster bedoel ik een bekende voetballer waarvan de tegenstander al bij voorbaat met de onderlip gaat trillen. Als klap op de V-1 bemoeit de gehele Nederlandse middenstand zich met het voetbalelftal waardoor we nu allemaal een oranje toeter hebben. Nee, ik persoonlijk denk dat WE de eerste ronde niet overleven. En normaal ben ik veel positiever over het Nederlands Elftal dus de kans is groot dat WE deze keer wél wereldkampioen worden.

Onweer en bijgeloof

Ik zat te luisteren naar een gesprekje tussen een paar collega’s die het hadden over onweer dat de IJssel niet overkwam. Ik hoorde het verveeld aan en wachtte op het moment dat ik kon vragen: maar weet je ook hoe het komt dat onweer de rivier niet over komt? Nee, daar hadden ze nog nooit over nagedacht. Dus ik zeg, dat komt omdat het een sprookje is, een volksvertelling, een dorpsbijgeloof.

Het is natuurlijk niet leuk, dat begrijp ik ook wel, maar om dan de boodschapper van het slechte nieuws arrogant te vinden, vind ik ook niet helemaal terecht. Ik kan het toch ook niet helpen dat ze geloven in iets waarvan het tegendeel wetenschappelijk is vastgesteld? Nee, ik zou het ook niet leuk vinden als morgen iemand met het wetenschappelijk bewijs komt dat Elvis helemaal niet de beste artiest ooit was. Maar als dat wel zo is, dan ga ik daar niet tegenin. Dat de wetenschap het fout heeft omdat bij ons het onweer wél bij de rivier bleef hangen. Dat zou pas stronteigenwijs zijn. Ik weet dingen pas zeker als ze ook waar zijn.

Alfa Romeo 156 2.5 V6-24 Rosso.

Met gepaste trots moet ik toch even vertellen dat mijn auto het fantastisch deed tijdens dit motorweekend. Met een lichte inspanning hield ik de accelererende racemonsters goed bij en kon ik vrij makkelijk aanhaken. Op bochtige bergwegen, met slecht weer en bij een slecht wegdek kreeg de auto het steeds makkelijker om te volgen. Ik genoot met volle teugen van zijn krachtige V6, zijn strakke wegligging en zijn directe stuurgedrag. En ook op snelwegen was het vrij makkelijk. Natuurlijk, als ze voluit accelereren zijn ze niet bij te houden, maar de Alfa kraande zich werig. Echter, in de stad of op drukke wegen was het moeilijk ze te volgen, maar gelukkig werd er steeds gewacht als ik een stoplicht niet haalde of als ik nét niet snel genoeg kon oversteken.

Ik kreeg zelfs complimenten over de snelheid van mijn auto en dat het een mooi gezicht was om erachter of ervoor te rijden. Oei, ik groei. Maar het mooiste compliment kreeg mijn Alfa vanavond van mijn bloedeigen vrouw, nadat ik met twee kinderen aan boord met 170 km per uur haar inhaalde op de A50 (omdat Hans dat wilde) en ik in het voorbijgaan een enorm kwaaie kop naar me zag kijken, en thuis zei dat ze wel boos was, maar het stiekem toch wel een heel mooi gezicht vond om een rode Alfa als een streep aan zich voorbij te zien trekken. Ik heb haar even omhelsd want van haar hou ik nog nét iets meer als van mijn Alfa.

Auto’s zullen dus mijn voorkeur boven motoren houden, hoewel ik moet zeggen dat het me best mooi lijkt om rustig door zo’n mooi landschap te toeren op een motor. (mits het mooi weer is). Het allergrootste nadeel van een auto ondervond ik overigens in de Harz. Tijdens een snel stukje bergaf had ik drie motoren voor mij en ééntje achter mij. Ik zag in recordtempo flits, flits, flits, toen kwam mijn flits, en achter mij volgde nog een flits. De motorrijders vonden het een stuk minder erg dan ik, niet omdat ze meer geld hebben, maar omdat ze geen kentekenplaat hebben aan de voorkant.

Ramona

Vier dagen lang bevond ik mij in de stad Hamelen en omgeving en ik moet mijn mening over Duitsers toch weer bijstellen. Want de Duitser die ik bedoel, daarvan ben ik er maar ééntje tegengekomen. Het was een boer op een tractor die enorm kwaad werd omdat ik even mijn auto stilgezet had op een plek waar hij door wilde en nu dus tien seconden moest wachten voordat ik de auto verplaatst had. Hij claxoneerde langdurig, schold ons verrot en even was ik bang dat hij met zijn tractor over mijn auto heen zou rijden. Gelukkig weet mijn zwager de lucht extra koud te krijgen door op dat moment twee vingers onder zijn neus te houden, zijn gestrekte benen om en om hoog in de lucht te gooien en op hoge toon een imitatie af te geven waardoor ik enorm in de lach schoot terwijl de boer ziedend van woede het pad af reed dat ik zojuist blokkeerde.

Voor de rest zijn Duitsers nette mensen alhoewel ik er nog wel eentje met z’n broek op z’n knieën op een vensterbank zag zitten. En toen ik een toiletdeur open trok zat er eentje op de wc die het niet nodig vond om de deur op slot te doen. Maar wij hebben Ramona ontmoet. Ramona is een voormalige inwoonster van de DDR die moest lachen om onze zang van het lied "Ramona". Toen Ramona ergens vlak bij ons zat te lezen en wij het lied inzetten, kon ze een lach niet onderdrukken, borg haar tijdschrift op, kwam bij ons zitten en vroeg onze namen en beroepen. Ik wil er verder niks mee zeggen, maar dat vind ik nu leuk. Voor de zekerheid heb ik haar telefoonnummer gevraagd. Je blijft toch een getrouwde man die alleen van huis weg is en als je in zo’n situatie niet om haar telefoonnummer vraagt, gelooft niemand dat je een getrouwde man bent die alleen van huis weg is.

Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?

Het is bijna zover, donderdag ga ik voor het eerst in de geschiedenis van heel lang, alleen van huis voor een paar dagen. Het Harzgebergte in Duitsland is het reisdoel. Het werd voorgesteld als grap om met mijn auto mee te gaan met een aantal motorrijders op hun jaarlijkse motoruitje. Maar ik hapte toe. Ik ben eenmaal een autofanaat en autorijden maakt mij gelukkig. En natuurlijk, mijn auto is vlot maar motoren zijn bij het accelereren niet bij te houden. Maar er staat wel tegenover dat ik een echte rijdersauto heb die hunkert naar heuvelachtige, bochtige wegen. Dat is zijn domein en daar zal ik de eer van de auto verdedigen. En op de autobahn natuurlijk, maar dat is geen kunst. Kwestie van gasgeven en dat kan eenmaal iedereen.

Nee, op een bochtig circuit heeft een auto een kans om van een motor te winnen maar in de echte wereld, vergeet het maar. Ik zal dus mijn best moeten doen om het bij te benen. Maar er is hoop. Na een uurtje of twee worden de motorrijders moe en zal hun concentratie naar beneden gaan en hun tempo omlaag moeten. Bovendien moeten ze vaker tanken. Daar zal ik mijn winst pakken en ze claxonerend inhalen. Victory is mine.

Morituri te salutant

Stierenvechten vinden wij Westerlingen barbaars. De stier wordt in zijn nek gestoken met banderillas en wordt tenslotte gedood door het plaatsen van een zwaard tussen zijn schouderbladen. Maar van een afstand is het makkelijk kritiek hebben op dit eeuwenoude culturele festijn. Wat wij westerlingen niet begrijpen is dat het een enorme eer is voor een stier om op deze manier te sterven. Als een stier zou mogen kiezen tussen dit en in de wei staan koos hij dit. Ook een stier heeft testosteron en wil dit ten gelde maken.

En daarom vind ik het jammer dat er steeds meer stemmen klinken om stierenvechten te verbieden. Want ook voor de man is het een ultieme gelegenheid zijn dapperheid te tonen. Als het een torero lukt om de stier binnen de twintig minuten te doden, is dat een enorme eer. Als het publiek vindt dat de stier dapperheid heeft getoond, dan wordt het lichaam van een stier een ereronde door de arena gegund als eerbetoon aan de eigenaar van de stier. Dat is toch iets prachtigs?

Eigenlijk vind ik dat stierengevechten ook in Nederland moeten worden gehouden, want hier heb je pas écht dappere mannen. En de stieren hier in Nederland (maar ook de mannnen) schreeuwen erom. In dit veel te softe klimaat worden mannen tot mietjes gemaakt (met dank aan Nivea for men) en dat is eenmaal onnatuurlijk. En daarom vind ik: stierengevechten! En dan niet zoals de doetjes in Spanje die eerst de stier zout laten eten, het geen drinken geven en het dier inwendige bloedingen toebrengen waardoor de stier al te zwak is om een kalfje aan te kunnen. Welnee, hier in Nederland vechten de mannen tegen gezonde, krachtige stieren. Uiteraard alleen en niet met behulp van assistenten die de stier kunnen afleiden zodra het de stierenvechter te heet onder de voeten wordt. Nee, als je hier de Arena betreedt ben je overgeleverd aan de goden. Zij die gaan sterven groeten u. En ja, als je dan wint van een stier, dan ben je een grote jongen en hoef je ook niet zo’n homofiel stierenvechterspakje aan als de Spanjaarden.