Het ging al weken niet goed, maar ik plaatste maar wat onzin om toch wat te schrijven en geen verdenking op me te vestigen. En ik wilde er ook niet aan, maar ik zat diep. Ik kon mijn bed niet meer uit komen en als ik half negen moest beginnen stond ik half negen op. Als ik naar kantoor moest, bleef ik thuis. Als het weekend was bleef ik tot half twaalf in bed. Naar bed gaan vroeg in de avond was het fijnste moment van de dag. Donker en stil en je hoefde voorlopig niks. Het was erger dan vorige keer want zelfs de laatste dingen die ik leuk vond, waren nu een opgave. Niks interesseerde me meer.
De huisarts vond drie weken geleden al dat ik naar een psycholoog moest, maar ik dacht: laat maar. Ik verlangde steeds meer naar rode wijn, en dronk twee glazen per dag. Dat hielp lichtjes. Ondertussen viel ik af, elke dag verder maar heb nu denk ik het minimum bereikt. De hond dwong me om te blijven lopen, ik bleef badmintonnen en ik dwong mezelf om dagelijks twintig push-ups te doen. Dat was ook een hoogtepunt, ‘s ochtends op de weegschaal.
Afgelopen zondag kon ik er niet onderuit, mijn zus had me gevraagd te gaan wandelen met de hond. We praatten en ik gaf haar aan waar mijn gedachten zaten. Ze snapte het volkomen en had soms dezelfde gedachten. Misschien was die ronde wel de ommekeer. Er viel ineens weer iets op z’n plek.
Ik heb geen vrienden, wel vriendschappen. Altijd met vrouwen want met hen praat ik veel makkelijker. De afgelopen dagen heb ik met een aantal gepraat, en langzaam voelde ik wat kracht terugkeren. Intuïtief voelde ik aan welke kant het op moest. Verder waar ik gebleven was.