Vandaag was onze laatste dag en het lijkt er sterk op dat ik beter terugga dan dat ik heenging. Dit was een goede vakantie waarin ik amper toeristen heb gezien. Men spreekt hier ook gebrekkig Engels, wat volgens mij een teken is dat er niet veel toeristen komen. Dat heb ik geloof ik nog niet eerder meegemaakt.
Ik maakte een bergwandeling met de hond, ik weet niet of het bergen of heuvels zijn, maar het was in elk geval verrekte steil. Op losliggende stenen moest ik me aan takken omhoogtrekken en om de twintig meter klimmen moest ik stoppen om op adem te komen. De watervoorraad voor Lori en mij ging er snel doorheen. Ik liep hier laatst ook al, toen deed ik haar aan de lijn omdat ik bang was dat ze ergens naar beneden zou storten. Maar dat liep nog veel moeilijker dus ik vertrouwde op haar behendigheid. En behendig is ze. Ze bleef op de paden, liep vast vooruit en wachtte tot ik weer in zicht kwam, en ze liep uiterst kwiek naar boven en beneden. Als ze een rots op moest nam ze een sprong en deed dat uiterst nauwkeurig. Ik was amper bang dat ze naar beneden zou storten, en toegegeven, het liep steil af, maar het waren geen diepe ravijnen waar we langs liepen.

Ik gaf haar vier keer water, ze hijgde als een paard, maar bleef voorop lopen. Eigenlijk voelde dit fantastisch, ik, zwetend en op de toppen van mijn kunnen, en de hond los in de vrije natuur op een niet geheel ongevaarlijke route. Ik vroeg me op de weg naar boven soms af waar ik aan begonnen was.
Uiteindelijk kwamen we weer in het dorpje waar ik op een terras ging zitten zweten en Lori bij me lag te hijgen. De Leffe die ik bestelde liet veel te lang op zich wachten, maar werd uiteindelijk gebracht door een heerlijk ruikende serveerster. De rien, je vous en prie, zei ze. Even later ging ik het biertje afrekenen, zeven euro. Een grote Leffe. De hond bleef keurig liggen toen ik binnen was. Ik geloof dat waar ik voor vreesde, namelijk dat de hond een belasting zou zijn, ongegrond was. Ze was een verrijking.


