Ik zever nog maar even door over mijn toestand, ik kan niet over iets anders schrijven. Met verbazing lees ik reacties van anderen. Over hoe zij de dingen zien. Dan denk ik: jij bent goed bij je hoofd! In tegenstelling tot mezelf, ik niet. Mijn hoofd is de bron van alle ellende. En mijn geschiedenis natuurlijk. Ik heb teveel geromantiseerd, dat begon al met de boeken die ik las. De hoofdpersoon hoefde nooit naar de wc, had geen dwalende gedachten. Nee, die volgde gewoon de verhaallijn die spannend was. En mijn jeugd was ook spannend. Ik kon al mijn dromen nog waarmaken en op de wereld waren slechts vier miljard mensen. En lang niet alles was bekend. Volwassenen spraken de waarheid, en iemand was of goed of hij was fout. Als hij fout was, dan was dat een gegeven waar nooit meer aan getornd hoefde te worden. En meisjes waren mooi en lief en lieten geen windjes. En zowel, dan roken ze naar roosjes.
U begrijpt, ik kwam van een koude kermis thuis. Volledig in de war doordat mijn verhaallijn nergens heen ging deed ik elke dag hetzelfde. En mijn vrouw, ze is mooi en soms is ze lief, maar soms ook totaal niet. Dan vloekt ze als een piraat en denk ik, nondejuu zeg! Ik ben zo perfect en dan ga jij lopen doen alsof ik godsamme niet de vangst van de eeuw ben. Alsof je niet hoeft te vechten voor je positie! Nee zeg, ze doet gewoon of ik een kalende, grijzende vijftigplusser ben waartegen je kunt mopperen.
Goed, ik stijg wat op. Maar ik wil niet op de grond, ik wilde piloot worden. Op de grond kan ik niet aarden. Terwijl dat de plek is waar mijn leven zich afspeelt. En zelfs een piloot is maar even in de lucht. Een oud-buurman van me was piloot, en noemde dat gewoon buschauffeur. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Dat is het eigenlijk. Ik moet misschien mijn leven lang dingen nastreven die ik nooit ga bereiken, omdat als ik ze bereik, ze uit elkaar spatten.


