Foutje bedankt.

Vanwege de waterschade die we hebben, hadden we een schade gemeld bij de inboedelverzekering. Die had ik een paar jaar geleden ook eens ingeschakeld bij een kapot gevallen telefoon, maar toen werd niet uitgekeerd omdat hij buiten was gevallen en niet binnen. De schade lijkt mee te vallen, ik denk een eurootjes of 300 + een nieuwe vaatwasser ad € 1000,-

Deze keer kan ik de schade niet claimen omdat de lekkage uit de vaatwasser kwam en niet uit de leidingen. Ik werd er niet eens boos om, ik moest er wel om lachen. Je wordt keihard genaaid door de verzekeringsmaatschappij en je weet eigenlijk ook wel dat dat gebeurt. Maar zonder verzekering durf je ook weer niet. En hoewel ik, of ik moet een voorval zijn vergeten, nooit de verzekering oplicht, ga ik dat binnenkort toch maar wel doen. Niet omdat ik geld van ze wil, maar om te zorgen dat ik mijn voor niks betaalde premie terugkrijg.

Dus ik ga wat factureren maken met daarop een duur horloge, een telefoon, een laptop, en die heb ik allemaal in de wc laten vallen. Verder heb ik hagelschade, aardbevingsschade, er kwam een tsunami door de achterdeur en er viel een meteoriet door m’n dak. Met AI moeten er toch mooie foto’s te produceren zijn.

Ik heb sinds een jaar geen verzekering meer voor mijn auto, alleen WA. Ik heb tientallen jaren voor niks betaald en als ik eens iets claimde ging de no-claim korting eraf. Mijn autoradio werd gestolen, ik had een politierapport maar geen aankoopbon, dus geen uitkering. Er werd een computer uit mijn auto gestolen, ruit ingetikt, computertas weg, geen uitkering. Het is compleet voor niks.

Als ik dood ga weet ik nu al dat de verzekering niet gaat uitkeren, want mijn doodsoorzaak is uitgezonderd in de kleine lettertjes. Stel, het is een auto-ongeluk dan staat er dat ongelukken in Peugeots uitgesloten zijn, en als het een hartstilstand is, dan wordt alleen uitgekeerd als er een originele aankoopbon van het hart kan worden overlegd. Is het kanker, dan keert de verzekering uit als ik rechtstreeks aan kanker ben overleden en niet aan de gevolgen van kanker.

Kortom, daar trappen wij niet in meneer Van Stoffelen. Foutje bedankt!

Kutdag

Het was een absolute kutdag en ik begrijp niet dat ik me nog zo laat opnaaien door zoiets. Het moet de machteloze frustratie zijn. De vaatwasser deed het niet, dus ik probeerde hem een paar keer. Toen is hij gaan lekken en nu ligt er water onder het laminaat. Als ik erop sta hoor je het klotsen. Ik had eerst niet door waar het water vandaan kwam, omdat het door de hele keuken lag. Ik moest wat plinten loshalen die ook nat zijn geworden en het is de vraag of ik die weer goed krijg.

Ondertussen deed mijn dochter tijdens de crisis niks dan irritante herrie op haar telefoon voortbrengen en stak geen poot uit, ook niet toen ik haar sommeerde. De hond pieste van blijdschap in huis toen de uitlaatservice kwam, maar dochter wilde het niet opruimen want dat vond ze vies. Ik ben door het lint gegaan, heb als Mathijs van Nieuwkerk tegen haar staan schreeuwen en heb haar telefoon afgepakt.

Dat gevoel raak ik niet meer kwijt. Het gebeurde tussen de middag en ‘s avonds had ik er nog last van. Het is een klote gevoel, onmacht, geen idee hoe je het moet oplossen en het liefst zou ik iets in elkaar trappen.

Moesten we nog naar Roué Verveer ook, had ik al helemaal geen zin in en ik kon er ook niet om lachen, de eerste twee minuten. Daarna gelukkig wel. Ondertussen heb ik geen idee of we een nieuwe vloer moeten of dat we hiermee wegkomen. Een nieuwe vaatwasser is al wel besteld. Natuurlijk, het geld klotst hier tegen de plinten. En het water ook.

Overpeinzingen op een maandagmiddag.

Terwijl ik met nog slechts een lichte pijn in mijn been over de parkeerplaats van het ziekenhuis liep, maar veel anderen zag strompelen, veelal ouden van dagen, dacht ik aan mijn vader. Eigenlijk communiceerde ik met hem. Je mag dan wel vroeg dood zijn gegaan, maar deze ellende is je in elk geval bespaard gebleven. Wekelijks heb ik gesprekken met mijn moeder, die vreest wat kan komen in plaats van de winter van haar leven nog te gebruiken om nog even schijt te hebben aan alles.

Zelf ben ik aangekomen in de vroege meteorologische herfst, de zomer was mooi en lang, maar nu, begin september, is het ook nog zomers. Ik maak me om veel dingen druk, maar om ziekte van mezelf wat minder. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dankbaar dat ik nog behoorlijk fit ben, of nog wel eens een compliment krijg van een vrouw. Maar slechter worden zal mij niet goed afgaan, schat ik zo in.

Er waren tijden dat ik mijn sterfelijkheid begon te beseffen en inzag dat ook ik het niet zou ontlopen. Ik had er nooit aan gedacht en als kind vertrouwde ik erop dat God voor mij een uitzondering zou maken. Maar toen sloeg de angst en de paniek toe, en die heeft jaren geduurd. En nu weet ik het niet. Nu denk ik dat een lang leven overschat wordt. Dat je de dood moet aanvaarden, misschien wel in dankbaarheid, omdat je de eindstreep hebt gehaald. Het gaat wel eens door mijn hoofd dat als ik ongeneeslijk ziek zou worden, ik in elk geval ook de voordelen zou zien. Dat de druk van het moeten presteren verdwijnt en dat je geen zorgen meer hoeft te hebben over een kernoorlog of over een vernederend leven als oudere die behandeld gaat worden als een kind.

En toch rook ik niet en beweeg ik veel want kennelijk wil ik gezond blijven. Maar waarom, als je leven zich toch in de eerste vijftig jaar afspeelt? Hebben Herman Brood of André Hazes niet een beter leven gehad? Wat zou dat laatste deel nog hebben toegevoegd?

Ik keek het interview met Dries van Agt en hing aan diens lippen. Dat wilde ik ook, een dergelijk charisma en zo’n scherp verstand. Ik las overlijdensberichten van een meisje bij Tammar op school, vorige week doodgereden, en ik voelde me zo leeg. Ik leek even de pijn te voelen van haar nabestaanden die intens verdrietig moeten zijn, en zich haast moeten afvragen of hun eigen leven nog verder moet. Een kind verliezen moet het ergste zijn.

De uitslag van de echo is er nog niet, maar degene die het onderzoek uitvoerde zag niks bijzonders. Ik stop dus gelijk met de bloedverdunners en ik begin weer met de hond uitlaten. Ook wonderbaarlijk hoe snel een spierscheuring geneest. Ik zeg het niet hardop hier, want dan krijg ik ruzie, maar volgende week sport ik weer. Ik reed naar huis, en maakte een kleine omweg langs de Havo waar ik vroeger op zat. Er zaten een paar leerlingen buiten op een bankje, ik dacht aan Astrid die bij me in de klas zat, 38 jaar geleden.

Ik reed naar huis en zag drommen naar huis fietsende scholieren. Wat me opviel was dat ze werkelijk allemaal een accu onder hun bagagedrager hadden. Daar waar Astrid en ik spierkracht moesten leveren om thuis te komen. Het laatste stuk was het ergst. Koud, nat en uitgehongerd kwam ik dan thuis. Nu ben ik 54 en gesterkt door mijn snelle herstel, zie ik de herfst zonnig tegemoet. Zoals Dries van Agt opmerkte: in het ergste geval is er niets.

Komodovaraan

Ik weet niet hoeveel mensen in Nederland bloedverdunners gebruiken, maar het moeten er tallozen zijn. Ik gebruik ze nu ook, hopelijk morgen voor het laatst, want het zint me helemaal niet. Hoe kan het lichaam accepteren dat het bloed dunner wordt? En hoe kunnen die pilletjes nu zorgen dat al die liters bloed dunner worden? Dat moest haast wel een of ander spinnengif zijn. Ik weet dat de Komodovaraan een gif heeft dat het stollen van het bloed tegengaat, en dat zo’n beest een koe of iets dergelijks een beet geeft, en haar vervolgens een paar dagen lang op afstand volgt. De koe heeft niets in de gaten, ze heeft een klein wondje, maar dat gaat niet meer dicht en het beest bloedt dood. Weer zoiets wonderlijks in de natuur. Niet zozeer dat het bestaat, maar dat de varaan dit weet en geduldig afwacht. Hoe is de varaan daar eigenlijk achtergekomen?

Afijn, ik begreep dus dat bloedverdunners het bloed niet echt dunner maken, maar dat het medicijn de stollingscapaciteit vermindert. Dat lijkt me geen goede zaak, ongeacht of duizenden, misschien wel honderdduizenden het gebruiken. Want het zorgt wellicht voor minder interne problemen, maar wat als ik op het slagveld sta en mijn arm wordt afgehakt door een zwaard? Dan moet je niet hebben dat je bloed niet stolt natuurlijk.

Aan de andere kant, trombose kan zorgen voor longembolie, en dat wil je ook niet. Dus slik ik met tegenzin de bloedverdunners, ga in ontbloot bovenlijf voor de spiegel staan en concludeer dat bloedverdunners uiterlijk in elk geval niks met je doen. Want ze klinken wel of je na het gebruik ervan door je lichaam heen kunt kijken. Morgen wordt het onderzocht en als het geen trombose is kan ik ophouden met dat gif van de komodovaraan vrijwillig tot me te nemen.

M’n beste

Veel kan ik niet over hem schrijven, want ik weet niet veel van hem. Hij had een kaarsrechte scheiding aan de linkerkant, hij had een zachte G en hield van fietsen. Hij was natuurlijk minister- president anders hadden we hem niet gekend. Maar ik was altijd zeer onder de indruk van deze keurig nette man, die uiterst correct en netjes sprak, met een vleugje humor in z’n zorgvuldig gekozen woorden verstrengeld, die bovendien ook nog behoorlijk Frans sprak. Gewoon een kleurrijke figuur die op niet alledaagse manier samen met z’n Eugenie op 93- jarige leeftijd uit het leven is gestapt, zoals dat heet.

Uitgevallen

Ik ben een beetje uitgevallen. Twee weken geleden kreeg ik pijn in mijn scheen tijdens het lopen. Ik googlede en dacht aan een scheenbeenvliesontsteking. Mijn opa zei altijd, als het vanzelf gekomen is, gaat het ook vanzelf weer weg, dus ik liet het erbij. De maandag erop ging ik voorzichtig badmintonnen maar ik kwam er al gauw achter dat dat niet ging. Mijn scheen voelde warm aan, wat volgens mij duidde op een ontsteking. De week erop probeerde ik het weer, de pijn was grotendeels weg. Echter, mijn been was opgezet en ik voelde een lichte verkramping in mijn kuit. Ik hield het dus weer voor gezien. Gisteren was het nog dik, maar ik had nergens last van. Ik ging dus weer badmintonnen en had me voorgenomen te gaan winnen. Toen het 18-18 stond voelde ik iets scheuren op de plek waar ik vorige week de verkramping voelde. Het deed niet echt zeer, net of de druk ergens af moest. Ik dacht nog twee seconden dat ik door kon, maar ik kon niet meer lopen.

Ik googlede en dacht aan een zweepslag. De volgende dag (vandaag) kon ik nog niet lopen en ik keek naar foto’s van een zweepslag. Enorme bloeduitstortingen op de foto terwijl mijn kuit er nog piekfijn uitzag. Misschien moest ik toch even de dokter raadplegen.

De dokter maakte zich geen zorgen over de zweepslag, maar wel over het opgezette onderbeen. Dat had ik al twee weken. Ik zou daarvoor al helemaal niet de dokter hebben gebeld, en voor de zweepslag ook niet, ware het niet dat ik niet zeker was.

Hij wilde me naar het ziekenhuis hebben, maar vrijdagmiddag zou lastig zijn dus nu wordt het maandag. En intussen zit ik aan de bloedverdunners. En mag ik niet ver lopen. Het zekere voor het onzekere. Terwijl mijn bloed echt al heel dun moet zijn door de wijn, dus dat is een beetje dubbel.

Ik verwacht dan ook maandag, na de check met de bloedverdunner te mogen stoppen. Misschien kan ik maandagavond nog met carnaval mee hossen.

Woke

Wat mensen al decennialang irriteert zijn reclames. Waren dat in de jaren tachtig nog wasmiddelenreclames, tegenwoordig zijn het alle reclames. Misschien moet ik voor mezelf spreken. De politieke correctheid in reclames irriteert me. Kijk ik in mijn eigen straat, dan wonen daar 35 mensen, waarvan een met een donkere huidskleur. Ik weet wel dat je moet zeggen, iemand van kleur, maar dat vind ik volkomen debiel. Ook iemand met kleur slaat nergens op, kleurling of kleurrijk, allemaal raar. We verzinnen de raarste dingen om maar niet voor racist te worden versleten. Ik bijvoorbeeld, ben wit. Nou echt niet, als ik vraag mijn huis wit te schilderen en ze gebruiken mijn huidskleur dan betaal ik de rekening niet. Kinderen zeggen vaak “bruine mensen” en die hebben het goed. Volwassenen zeggen zwarte mensen, en zij hebben het fout.

Het is uiterst link om je op dit pad te begeven, want feitelijk mag je iemands kleur niet eens zien, anders zou je al voor racist uitgemaakt kunnen worden. Maar we snappen allemaal wel dat je iemands huidskleur gewoon waarneemt met je ogen. Daarom ergert het mij zo dat de werkelijkheid in mijn ver van Amsterdam gelegen dorp, steevast wordt ontkend. Er is geen reclame meer waar een Nederlands gezin met blond haar met elkaar samenleeft. Bestaat niet meer, of wordt glashard ontkend. Terwijl ik zeker weet dat hier de hele wijk voor meer dan negentig procent uit Nederlandse gezinnen bestaat.

Ik word gewoon ontkend. Mijn nog steeds in meerderheid voorkomende situatie wordt ontkend op televisie. En de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, ook de werkelijkheid van de allochtone (spellingscontrole ontkent dit woord) Nederlanders wordt ontkend. Namelijk dat we klieken. In reclames doen we dat niet. Daar wordt een blonde vrouw altijd wakker naast een zwarte man. Of andersom. In elk geval bestaan er geen gezinnen meer met dezelfde kleur. Uitgestorven! En nu kan ik dit nog schrijven, over een poosje ontkent spellingscontrole de woorden man en vrouw. Je kunt op je vingers natellen dat dit verkeerd gaat aflopen voor de mensheid en dat de dieren, die zich niet ontwikkelen, ons gaan overleven.

De drie zussen.

Ruim een jaar geleden was ik herenigd met een tweede nicht, dat is de officiële benaming voor een dochter van de neef van je vader, met wie ik 35 jaar geleden contact had. We praatten de dag vol, en bij het afscheid vond ik dat ze me nogal dicht bij mijn mond kuste, wat ze bij de begroeting niet deed. Zij was de jongste van drie zussen.

Vandaag had ik een afspraak met haar oudste zus, met wie ik via Instagram contact heb. Ze had me gevraagd naar Amsterdam te komen en we spraken af bij de Plantage, waar zij vlakbij woont. Haar had ik drie keer eerder gezien, waaronder een keer topless toen ze negentien was en ik vijftien, in het zwembad bij haar ouderlijk huis. Uiteraard heb ik dit moment vandaag onbesproken gelaten, net zoals ik een borst van een ander meisje wel eens gezien heb in diezelfde periode en dat nooit ter sprake heb gebracht. Ja nu dan, maar als die vrouw dit leest heeft ze toch niet het geringste vermoeden dat het over haar gaat. Goed, ik dwaal af naar zwoele dagen toen de wereld nog mooi was.

Bij de begroeting kusten we elkaar en ik kon zien dat het leven sporen had achtergelaten in haar gezicht. Ze vertelde me haar levensverhaal, wat niet misselijk was, en op een gegeven moment vroeg ze zich hardop af waarom ze het mij allemaal vertelde, omdat ze die details niet vaak aan anderen vertelde. Maar het was al te laat, ik weet nu van haar sores.

We liepen na de lunch een ronde door het naastgelegen Artis, waar ze vrijkaarten voor had, maar waar vrijwel alle dieren zich terug hadden getrokken in de binnenverblijven in verband met het koude weer. Ze vroeg of ik wat had gehad met haar jongste zus, want dat had ze van de middelste zus begrepen. Ik ontkende het niet, maar meer dan verliefd zijn en brieven schrijven was het niet. Zoenen hebben we nooit gedaan, ik durfde dat nog niet, al heeft ze wel mijn hand op haar (bedekte) borst gelegd. Uiteraard heb ik dit detail niet verteld, en al helemaal niet een jaar geleden aan haar zusje, de bezitster van de borst.

Na afloop dronken we nog wat in de Plantage, en kwam er nog een bekende Nederlander binnen lopen, je zou intussen verwachten dat het Hugo Borst was, maar het was Jort Kelder. Toen was het tijd om naar huis te gaan en ze gaf me drie kussen, dicht bij mijn mond, waarschijnlijk een familietrekje. Mocht ik nog een keer een afspraak met de middelste zus krijgen, dan kan ik dat definitief vaststellen.

Het verhaal hierachter is dat de vader van de zussen, mijn vaders neef, z’n dochters grotendeels alleen heeft moeten opvoeden nadat hun moeder jong overleed. Zelf werd hij ook niet oud, en met de drie zussen ging het niet super en hun onderlinge contact is ook verwaterd. Hun vader heeft ons vaak gesteund toen mijn vader overleed, en ik weet dat hij blij zou zijn als hij zo weten dat iemand in de familie nog naar ze zou omkijken. Al was het hun tweede neef maar.

De basisjaren

Het is alsof mijn leven zich afspeelde in zes jaar, van 1984 tot 1989 ongeveer. Ik was 14 in 1984. Zo’n beetje alles spiegel ik aan die periode, als het indexcijfers betrof zouden dat de basisjaren zijn waarlangs latere jaren gemeten worden. Alle indrukken kwamen toen harder binnen en alle herinneringen waren blijvend. Als ik hier door de wijk loop en ik zie een bepaald huis, dan weet ik wie daar vroeger, in de basisjaren, woonden. Die bewoners waren de standaard in mijn leven, betere bewoners kwamen er nooit meer. Ik weet nog hoe het er binnen uitzag, en waarschijnlijk zou ik de geur nog herkennen.

Loop ik door mijn oude straat dan denk ik aan de hoofdbewoners. Wij waren niet eens de eerste bewoners, de eerste kende ik niet. Wellicht loopt er ook wel eens een van de eerste bewoners door de straat, en heeft die hele andere namen in z’n hoofd. Toen wij er kwamen waren de huizen tien jaar oud. Nu vijftig.

In elk geval, in 1988 vond ik de rally Parijs-Dakar geweldig. Ari Vatanen in zijn Peugeot en Jan de Rooij in z’n DAF die met 200 per uur zij aan zij door de woestijn denderden. 200 was destijds op het asfalt al een vrijwel onbereikbare snelheid. Carlos Sainz, de vader van huidig F1 coureur Carlos Sainz junior, was rallyrijder voor Toyota en Toyota had een uitvoering van de prachtige Celica, als eerbetoon, zijn naam gegeven. Bij ons in de wijk had iemand er één, een rode. Als ik er langs liep met de hond dan kwijlde ik van de gestroomlijnde vorm.

Vanavond stond er op die plek een Mazda MX-5. Ook niet gek, maar vergeleken met de basisjaren zijn de indices allemaal wat lager. Maar wat wel is gebeurd is dat de oude Sainz, op 61-jarige leeftijd de rally Parijs-Dakar, editie 2024 heeft gewonnen. Een held uit mijn basisjaren acteert nog steeds op het hoogste niveau en evenaart de indexen van toen. Hij bewijst dat de basisjaren nog niet voorbij zijn.

Mensheid

Ik zie zelden een wolf terwijl ik echt vaak in hun territorium loop. Wolven zijn schuw en mijden liever de mens. U kunt mijn weblog erop nazoeken, al ver voor zijn terugkeer schreef ik al over zijn terugkeer, en dat we zo’n beest nodig hebben in het land.

Ik heb ook nog nooit een zinnig argument tegen de wolf gehoord. Veelal boerenknuppels die vinden dat boeren en plattelanders de wijsheid in pacht hebben en dat mensen die ervoor geleerd hebben niet te vertrouwen zijn. Veel verder dan “er is hier geen ruimte” komt het niet.

Iemand had een wolf gefilmd die overdag vrij dichtbij kwam. Na een tijdje vond de wolf het welletjes en verdween weer het bos in. In de commentaren wekte iemand de suggestie dat de wolf beoordeelde dat er teveel mensen waren voor een aanval en hij vroeg zich af of we dit wel moesten willen in Nederland.

Ik dacht daar over na. Moeten we dit als mens toestaan? Want mensen staan boven dieren en hebben de eerste rechten. Wij mensen zijn superieur en bepalen welke dieren we in onze nabijheid dulden. En wij mensen weten ook precies wat goed is voor de aarde, en wij snappen ook dat we steeds moeten streven naar meer. En omdat we meer willen moet de economie harder draaien, en daar hebben we meer mensen voor nodig, die meer eten en meer op vakantie moeten, en in hun honger naar geld weer iets nieuws uitvinden waar ondernemers mee aan de haal gaan, kortom, wij mogen de aarde kapot maken.

Ik ben niet zo’n fan van de mensheid, dat moge duidelijk zijn. Ik zou zeggen, langzaam laten uitsterven, dan hoeft ook niemand zich meer druk te maken over de wolf.