Ik heb al meer dan een maand niet gelachen, een beleefd glimlachje daargelaten. Vandaag voelde ik me alleen, drie collega’s ontslagen en vervangen door drie goedkope Hongaren die ik niet ken. Bijna iedereen is op vakantie en als ik in de gezamenlijke chat “good morning” zeg, volgt er een keer of zes hetzelfde, en dat is m’n communicatie voor de hele dag. Ik maak nog wel eens een grap, dat wel, en dan volgen er zes lachsmileys. Het is dat ik het zelf een goede grap vond, anders zou ik denken dat ze het uit beleefdheid deden.
Wat ik nog leuk vind zijn twee dingen. Badminton en autorijden. En met de hond lopen, maar niet altijd. Vanavond wel. Ik liep een kilometer of zeven, en de hond blijft maar vragen of ik de bal wil gooien. Onvermoeibaar. Ze gaat straks mee op vakantie, nooit eerder deden we dat, ik ben een beetje bang dat je daardoor beperkt wordt, maar ze is wel erg makkelijk, dus misschien valt het mee. We zijn dan weer drie weken verder en vrolijker hoop ik. Ik krijg in elk geval meer medicatie, dus help me onthouden dat als ik weer vrolijk ben, dat ik weer ga minderen. Nou ja, het gaat langzaam vooruit met hier en daar een terugslag. Het leven is eenmaal hard. Tenminste nu even wel.


