Goud

Ik heb de laatste 7 km van de marathon voor vrouwen gekeken op de Franse televisie. Sifan Hassan liep mee in de kopgroep van vijf. Twee Keniaanse, twee Ethiopische, en een Nederlandse. Dat was al wonderbaarlijk. De Franse commentator roemde de exceptionele prestatie van de Nederlandse hardloopsters, noemde Femke Bol, en wees erop dat wat Hassan hier deed ook uitzonderlijk was.

In de kopgroep bevond zich de wereldrecordhoudster met een tijd van 2 uur en zestien minuten. Dat gingen ze op dit zware parcours niet halen, maar een Olympisch record zat er nog in. Langs de kant fietsten en renden sommigen een stukje mee. Met bijna twintig km/u is dat al een prestatie.

De wereldrecordhoudster was de eerste die eraf moest. Ik voelde een spanning die ik vrijwel nooit meer voel. Vroeger, als Jos Verstappen racete, of als PSV nog één doelpunt nodig heeft, dan voel ik mijn hartslag, maar nu dus ook. Twee kilometer voor de finish moest de volgende afhaken waardoor er drie overbleven, waaronder Sifan in haar oranje outfit en haar lange oranje kousen. Waarom had ze lange kousen aan en de rest niet? Ze zette een aanval in, maar viel weer terug naar de derde plek. Op de laatste kilometer ging ze nummer twee voorbij, en een versnelling werd ingezet. Twee meter voor haar liep de Ethiopische koploopster. Een paar bochten nog, het ging nu voluit en waar ze dat vandaan halen na 42 km is me een raadsel. Sifan probeerde in de bocht voorbij te komen maar de Ethiopische blokte haar. In de volgende bocht deed Sifan een nieuwe aanval en weer probeerde de Ethiopische haar te blokken. Ditmaal raakten ze elkaar, als twee formule 1 wagens in een hevige strijd verwikkeld, maar ze bleven op de been. Sifan was er voorbij en moest nog 100 meter sprinten. Met drie seconden voorsprong won ze en ik dacht dat ze volledig in zou storten. Medische hulp nodig zou hebben. Er lagen wat deelneemsters op de grond maar ik zag Hassan niet. Wat een geweldige prestatie, goud op de marathon. Ik voelde de spanning in mijn lijf.

Even later werd ze voor de Franse televisie geïnterviewd, en ik maakte niet veel van het gesprek. Maar ze was rustig en lag niet naar adem te happen. Wat een superatleet, om hier te winnen van de topfavorieten. Sifan Hassan, een diepe buiging voor jou.

Robion

Wat me hier zwaar tegenvalt zijn de mogelijkheden om met de hond te lopen. We zitten op een kruising, het huis is verder prima en de tuin met zwembad ook, maar waar is het nationaal park? Gisteren was ik er, maar ik dacht eigenlijk dat Frankrijk barstte van de vrije natuur. Nou hier niet hoor. Goed, je ziet de natuur wel maar je kunt er niet komen. Elk pad dat je ziet is een oprit of afgesloten met een ketting. Heel Frankrijk is bezet door de Fransen.

Hier vlakbij loopt een riviertje, le of la Coulon, maar je kunt er bijna niet bij. De hele rivier is aan weerszijden overwoekerd met bamboe, geen doorkomen aan. Eén plek waar het ons lukte gaat over privé gebied, ik moest onder een slagboom door en dat is vast niet de bedoeling, en de andere is via een moeilijk begaanbaar pad waar je struikelt over stekeltakken of uitglijdt over gladde stenen.

Zelfs in de wijde omgeving vind ik niet een pad dat me de berg opleidt. Zeven kilometer verderop vind ik een plek waar ik m’n auto kon neerzetten en een pad in kon. Er stonden brievenbussen aan de weg, maar het was geen privéweg. Het pad ging omhoog, maar op het hoogste punt stond je midden in de bossen, geen uitzicht om een foto te maken en daarna liep het weer naar beneden. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is dat ik vanaf de weg een pad in loop, waar Karel de Grote nog gelopen heeft en waar sindsdien niets meer is veranderd. Of waar Gerard Depardieu nog in een hitsige film heeft gespeeld met een voor hem veel te knappe Française. Gewoon zoals je je Frankrijk voorstelt. Land van de liefde in de natuur. Of le pays où on se promène son chien.

Terug naar de bron.

We zitten in een huis dat stamt uit 1874. De eigenaresse heeft het ouderwets ingericht. Er hangen foto’s van mensen die vast allang dood zijn, er staan potjes met kruiden, er liggen vloerkleden en het huis is verstevigd met ronde balken, als dat bestaat. Ik zou eigenlijk denken, boomstammen. De deuren zijn van ijzer en de trap is van steen. Er hangen zwaarden aan de muur, er staan boeken, ze had jam gemaakt, ze had rosé koud gezet, en ook een fles water. Geen plastic fles, maar een glazen fles met kroonkurk zodat het water lekkerder smaakt volgens je hersenen. Alles is in stijl. Zoveel details die ik nog niet gezien heb. Overal hangen vissen en hagedissen. In de tuin twee Boeddha beelden.

Zwembad is aanwezig, er is wifi, er zijn mountainbikes, airco boven, er staan houten kisten, leren koffers, er is een overdekt terras met stenen vloer, een ijzeren tuintafel, hier is IKEA nog niet geweest. Salamanders kruipen ‘s avonds over de muren, wachtend bij de buitenlampen op een mot die achteloos landt om dan razendsnel toe te slaan. Het enige nadeel hier zijn muggen. Bij mij kan er geen muggenbult meer bij ondanks insmeren en uitroken. En het is warm. Heel warm. 34 vandaag en het wordt nog warmer. Maar ik loop met een pet en een zonnebril, een rugzak met water op mijn rug, ik vind het wel lekker eigenlijk, die warmte. En de Hollandse herder van 14 maanden kan er ook goed tegen. Onvermoeibaar als altijd. Vandaag liep ze met me een bergpad op. Ik zweten, zij hijgen. Maar boven dronken we water, de bron van al het leven.

Ok.

Hier ben ik met mijn dochter. Goede foto vind ik zelf. Aan de buitenkant zie je niks. Dit was net nadat we het vorige logje achter de rug hadden. Weg van de zwarte zaterdag, de route nationale 7 op. Als het zo toch eens werkte, dat je gewoon van het zwarte weg kon sturen. Ik las vandaag een boek uit, ik kreeg het opgestuurd van een lezeres, vriendin en maîtresse, ik biecht het maar op. Alleen doet zij het zo dat Linda het te weten komt en het lijkt alsof het een grapje is. Nou ja, ik mag haar graag. En Linda ook, want die noemde onze vorige hond naar haar.

Het boek is een samenvatting van een blog van Allie Brosh en gaat over haar geestesgesteldheid en depressies. Ze heeft ze zwaarder dan ik en haar depressies ontstaan zonder reden. Ze schrijft en tekent zichzelf en probeert de logica erachter te verduidelijken. Dat wil zeggen, de verschillende golflengten waarop mensen met gevoel en zonder gevoel zitten. Dat degene met een depressie niet snapt wat mensen zonder depressie bedoelen. Dat goede raad onbegrepen blijft omdat die vanuit gevoel komt, en degene met een depressie niks meer voelt. Ze huilt zonder reden, lacht zonder reden, en sloot zich maandenlang op in haar kamer met alleen internet. Toen haar gevoel terugkwam haatte ze alles.

Zo is het bij mij niet. Misschien bij vlagen, maar niet constant. Bij mij is het meer de vraag wanneer ik die negatieve gedachten kwijtraak. Wanneer ik de ondraaglijkheid van het leven weer omzet in grapjes, zodat je zelf weer kunt lachen om wat we hier met z’n allen aan het doen zijn. Dat je het niet meer in de gaten hebt. Zoals tinnitus. Robin Williams zei: people don’t fake depression. They fake being ok.

Ibis budget

We hadden een hotel geboekt voor een overnachting op de heenreis. Lyon leek ons wel haalbaar gezien vorige reizen. Alleen nu hadden we de hond bij ons. Linda boekte iets in Lyon-Est, je kon er tot zes uur dezelfde dag annuleren. Toen ze boekte had ze een creditcard nodig en toen wist ik het al, dat gaat niet goed. En inderdaad, toen we geboekt hadden kon je ineens alleen annuleren tot 12 uur de dag ervoor. Daar heb je dus niet zoveel aan als je niet weet hoe de reis verloopt maar gezien alle stress die er al was, laat maar, we redden het wel.

Bij de afslag Lyon Est stuurde Linda me de andere kant op, want die had het hotel in haar telefoon. We kwamen in een gare wijk, Part-Dieu, waar we al een keer eerder overnacht hadden, dat was toen best redelijk. Maar deze keer niet. De navigatie gaf aan dat we de trambaan in tegengestelde richting op moesten, en inderdaad, daar zat het hotel. Je kon er alleen niet komen. Na een paar rondjes parkeerde ik in een parkeergarage die er vlakbij zat. Vrijwel niemand in Part-Dieu spreekt Engels, dus in mijn moeizame Frans vroeg ik de weg. Dat bleek verder niet heel ingewikkeld. In het hotel, dat dus niet in Est zat en dat luisterde naar de naam Ibis budget, en gelegen tussen het normale Ibis en nog een ander, vertelden ze me dat waar ik geparkeerd had niet van hun was. In de beschrijving stond dat er een parking bij het hotel zat, en dat was ook zo, op 150 meter afstand, een andere straat in. En in het budgethotel kon je ook niet eten. Maar dat kon er vlak naast. Alleen hadden we de hond, en die konden we niet in de hotelkamer achterlaten.

Ik ging eerst terug naar de auto, op zoek naar de andere garage. Ik betaalde 3,20 om eruit te komen en toen ik de andere gevonden had, bleek ik daar niet in te kunnen omdat de dakkoffer te hoog was. Ik croste dus weer door die gare wijk, vol van trambanen en onbegrijpelijke stoplichten en parkeerde weer in de eerste garage. Dezelfde plek was nog vrij, 1056, dus daar stond ik weer. Benauwd was het en stinken deed het ondergronds en boven was het niet veel beter. De hond was van slag en wij ook. We hadden nog niet gegeten en de hond was er nog niet uit geweest en in het hotel konden ze ons ook niet vertellen waar dat kon. En dat kon ook nergens, het was één grote stinkwijk met hier en daar een boom.

Ik kocht een flesje water voor 3 euro nog wat en een broodje. De dames wilden niks, ondanks honger. Die sterven liever dan dat ze iets eten wat ze niet bevalt. Terug in het hotel zei ik dat we het ontbijt wilden overslaan omdat ze gezegd hadden dat de hond niet meemocht de ontbijtzaal, of beter, hoek, in. Na enig overleg mocht de hond er toch in.

Dan ben ik bijna 55, ik heb een behoorlijke baan en dan kom ik in een Ibis-budget hotel terecht. Ik weet ook niet hoe het kon gebeuren. Ik liep ‘s avonds met de hond naar een van de bomen die er in de wijk staan, jongeren op scooters ontwijkend, en ik keerde zwetend terug. Onder de douche en slapen. We betaalden nog 26 euro voor de parkeergarage en reden de zwarte zaterdag in. Na zestien kilometer file gingen we de snelweg af. Route National Sept. Daar is een liedje van.

Hierna kon het alleen maar beter worden. In het vakantiehuis had de eigenaresse een fles rosé koud gelegd. Die heb ik dus nu op, in mijn eentje.

Ik kan het niet alleen.

We vertrekken morgen naar Zuid Frankrijk. In de buurt van Avignon. Ik ben er misschien aan toe, maar zelf heb ik dat niet door. Sterker nog, met deze depressie vind ik het uiterst lastig. Maar mijn verstand, dat werkt nog, zegt dat het me goed gaat doen. Mijn gevoel, dat is in de war, wil niet. Gelukkig heb ik een mentaal sterke vrouw. Die laat zich niet snel kisten door mij. We gaan dus. Ik hoop dat ik in staat zal zijn tot lezen, want dat is al weer even geleden.

Ik heb trouwens net een slaappil ingenomen, dus mocht de slaap mij ineens overvallen, dan druk ik op publiceren en dan ziet u een half logje. Ik ben heel blij met jullie reacties. Nou ja, voor zover ik blij kan zijn. Maar er staan echt nuttige dingen tussen, waar ik wel over na ga denken. En sowieso is de steun fijn. Ik ben behoorlijk labiel, en ik ben ver weg van hoe het hoort. Mijn verstand zegt dat het weer beter wordt, mijn gevoel zegt dat ik me de rest van mijn leven ellendig ga voelen. Daar is dus iets mis. Ik moet denk ik even in gevaar komen, de IJssel overzwemmen en door de stroming gepakt worden. Dan laat je het wel uit je hoofd om je depressie toe te laten, dan moet je zwemmen voor je leven. Misschien dat dat het doorbreekt.

Maar de steun van alle kanten maakt dat ik doorkan. Ik wilde vanavond janken, maar ik deed het niet. Omdat de steun mij overeind houdt. Omdat ik voel wanneer iemand begaan is. En dat is wonderlijk. Of de essentie zelfs. Ik kan het duidelijk niet alleen. Maar dat is waarschijnlijk ook helemaal niet de bedoeling van de mensheid, dat je dingen alleen doet.

Luchtkastelen.

Ik zever nog maar even door over mijn toestand, ik kan niet over iets anders schrijven. Met verbazing lees ik reacties van anderen. Over hoe zij de dingen zien. Dan denk ik: jij bent goed bij je hoofd! In tegenstelling tot mezelf, ik niet. Mijn hoofd is de bron van alle ellende. En mijn geschiedenis natuurlijk. Ik heb teveel geromantiseerd, dat begon al met de boeken die ik las. De hoofdpersoon hoefde nooit naar de wc, had geen dwalende gedachten. Nee, die volgde gewoon de verhaallijn die spannend was. En mijn jeugd was ook spannend. Ik kon al mijn dromen nog waarmaken en op de wereld waren slechts vier miljard mensen. En lang niet alles was bekend. Volwassenen spraken de waarheid, en iemand was of goed of hij was fout. Als hij fout was, dan was dat een gegeven waar nooit meer aan getornd hoefde te worden. En meisjes waren mooi en lief en lieten geen windjes. En zowel, dan roken ze naar roosjes.

U begrijpt, ik kwam van een koude kermis thuis. Volledig in de war doordat mijn verhaallijn nergens heen ging deed ik elke dag hetzelfde. En mijn vrouw, ze is mooi en soms is ze lief, maar soms ook totaal niet. Dan vloekt ze als een piraat en denk ik, nondejuu zeg! Ik ben zo perfect en dan ga jij lopen doen alsof ik godsamme niet de vangst van de eeuw ben. Alsof je niet hoeft te vechten voor je positie! Nee zeg, ze doet gewoon of ik een kalende, grijzende vijftigplusser ben waartegen je kunt mopperen.

Goed, ik stijg wat op. Maar ik wil niet op de grond, ik wilde piloot worden. Op de grond kan ik niet aarden. Terwijl dat de plek is waar mijn leven zich afspeelt. En zelfs een piloot is maar even in de lucht. Een oud-buurman van me was piloot, en noemde dat gewoon buschauffeur. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Dat is het eigenlijk. Ik moet misschien mijn leven lang dingen nastreven die ik nooit ga bereiken, omdat als ik ze bereik, ze uit elkaar spatten.

One more day.

Als ik mijn eigen weblog teruglees, en dan bedoel ik van lang geleden, dan kon je dit al van verre zien aankomen. Ik schreef lang geleden al over moeite hebben met ouder worden. Moeite is niet het goede woord, ik vind de gedachte eraan een verschrikking. En dat komt omdat de ouderen die ik tegenkom bepaald geen Annie MG. Schmidt of Dries van Agt zijn. Ik zie ze een toeristische route fietsen met een helm of ik zie ze kaarten bij de bridgeclub. Wat prima is, maar ik wil dat niet. En ik wil ook niet de indruk wekken dat mijn depressie uitsluitend daardoor wordt veroorzaakt, maar het heeft er wel mee te maken.

Ik lach ook veel te weinig, en de afgelopen twee maanden al helemaal niet, maar humor heb ik wel. Het zit wel in mijn hoofd, maar het komt niet uit mijn vingers. Het is wel fijn dat velen hier mij een hart onder de riem steken. Ik kreeg een kaart, ik kreeg een boek opgestuurd, ik kreeg complimenten, ik krijg appjes om me op te vrolijken, ik krijg privé berichtjes, iemand bidt voor me, en natuurlijk de commentaren hier, iedereen is begaan. Dank daarvoor.

Ozzy schreef op jonge leeftijd “happiness i cannot feel and love to me is so unreal.” Sting schreef “I will always be the king of pain”. Zij schreven dat niet zomaar. Hun zielen waren al bekrast. De mijne ook, maar ik heb geen muzikale aanleg. Anders was ik nu tering-rijk. Nu ben ik gewoon “0ne day older and nearer to my Lord, zoals het liedje gaat.

Veroudering.

De huisarts gaf mij inzicht. Een kijk die ik nog niet eerder had gezien. Het leidde wel tot een terugval dit weekend, en ik moest huilen. Het leven is momenteel pijnlijk, maar ik vecht terug, zoals meestal. Huilen is verwerking denk ik dan maar.

Het houdt lang aan deze keer. Maar ik heb er geen zin meer in, dit moet stoppen. Ik ben toch intelligent, redelijk aardig, en ik hoef mij niet te schamen, maar ik blijf maar vergelijken met anderen. Waarom weet ik niet, want ik wil niet met ze ruilen, zelfs niet in deze toestand.

De wereld is veranderd en mensen zijn veranderd. En ik ben niet mee veranderd. Niet snel genoeg in elk geval. Ik heb dingen geleerd waar ik niks aan heb en ik heb geen nieuwe dingen geleerd in het vertrouwen dat alles altijd hetzelfde zou blijven. Maar dat was dom. Ik zag al heel lang dat het zo niet werkte. En toch bleef ik erin geloven. Degenen die het best in staat zijn zich aan te passen hebben de grootste overlevingskans, zeggen ze wel eens. Het zal wel. Ik ben altijd blij voor overleden familieleden dat ze sommige dingen niet meer mee hoeven te maken.

In het bos sprak een stel van een jaar of veertig met een Mechelse herder me aan. We praatten wat over de honden en ineens noemde hij me u. Ik had niet in de gaten dat ik al oud geworden was, ik dacht dat ik nog een jongeman was op dat moment. Ik liep verward verder en vroeg me af of de volgende die ik tegen zou komen, ouder of jonger zou zijn. Ooit loop ik hier als tachtiger en ben ik de oudste. Ik vreesde even dat ik op een dag de enige mens zou zijn die nog in de jaren zestig geboren was. Daar moet je toch niet aan denken? Toch gaat het iemand gebeuren. De arme drommel. Niemand meer die je nog begrijpt. Ik heb dat nu al.

Bergopwaarts.

Ik begin me wat beter te voelen. Het donkerste is weg en komt hopelijk niet snel meer terug. En of het komt door de medicatie, door de huisarts of door de tijd die alle wonden heelt, is mij niet duidelijk. Wat zeker heeft geholpen is Linda’s steun. Ook al zag ik het niet meer zitten, zij gaf vertrouwen op het juiste moment, maakte ruzie op het juiste moment en bleef verstandig op het juiste moment. En ook mijn dochter die me aanvoelde hielp. Ze hielp met kleine dingetjes, keek met mij een film en bleef gekke bekken trekken naar me, zoals ze altijd al deed, zodat ik toch gedwongen werd om een glimlachje te laten zien. Mijn zoon was niet thuis, die is doordeweeks op de kazerne, bleef me appjes sturen over PSV, zoals hij altijd al deed. Routine is belangrijk in zo’n situatie.

Ikzelf ging door met bewegen, met de hond door de regen en badmintonnen omdat je dan geen tijd hebt om na te denken. Dan kon ik daarna wel door somberen. En er waren steunbetuigingen. Al doen ze op het eerste moment niks, je hebt ze toch gehad en kunnen langzaam op je inwerken. Zelfs de hond kwam op de moeilijkste momenten naar me toe en sprong op de bank om me te troosten.

De gedachten die ik had waren niet normaal, en zelfs de simpelste dingen kon ik niet meer overeenstemmen met mijn gevoel. Alles was een probleem en de situatie zou nooit verbeteren. En intussen werken je hersenen gewoon door en voel je je nog schuldig ook over je “welvaartsziekte”. Blijdschap was een vage herinnering en het was uit mij verdwenen. Ik had een crisis nodig, een oorlog, iets wat nog erger was zodat het de depressie zou verdrijven. En slaappillen. Ik heb ze pas twee keer gebruikt, maar wat is het fijn om een nacht door te slapen. Ik doe dat eigenlijk nooit meer. Ik kreeg er ook niet teveel, maar de dokter deed in het geheel niet moeilijk over een herhaalrecept, wat ik afsloeg , waarom weet ik niet, ik dacht omdat ik probeer te letten op mijn lichaam, maar ja, het was de huisarts, geen dealer, dus wat was het probleem? Dat is iets wat ik zelf maar half snap. Ik denk iets met mijn geweten en verantwoordelijkheidsgevoel. Ik laat me zelden gaan. Hoogstzelden. Praktisch nooit.