Sportsokken

Ik zeg wel eens gekscherend dat je nooit moet doen als ik, want ik maak steevast verkeerde keuzes. Ik heb dit een paar maanden terug beschreven in een logje waarin ik Jaap Stobbe noemde, de plaaggeest. Het is ook niet dat als ik de andere keuze gemaakt zou hebben dat het dan wel goed zou zijn uitgepakt want dat is niet zo. Dan zouden de omstandigheden wijzigen, en zou die andere keuze verkeerd zijn uitgepakt. Dat is wat de plaaggeest doet.

Zo badminton ik al jaren met witte sportsokken. Ik heb vorig jaar nog twee paar besteld op de psv-fan store. Maar het begon me toch op te vallen dat de meesten geen witte sportsokken meer hadden. Een medespeler, die ik qua kleding altijd een beetje in de gaten hou had hele korte sokken aan, die nauwelijks boven de schoen uitkomen. Dus die bestelde ik laatst ook, 4 paar en een nieuw shirt, dus ik voelde mij weer het heertje.

Gisteren viel mij ineens op dat de betreffende speler witte sportsokken aanhad. I’ll be damned, denk ik dan. En vanochtend lees ik in de krant, dus dan is het waar, dat witte sportsokken weer helemaal hip zijn.

Dus ja, er is niet tegen te vechten. Het maakt niet uit wat ik doe. Ik leg me erbij neer. Het enige voordeel is dat ik anderen uitstekend kan adviseren. Gewoon tegengesteld doen van wat ik doe.

Frustraties.

Wat mij deze week ook nog bezighield waren twee klusjes. Eentje was het zwembad dat ik opgezet had voor de vakantie weer afbreken. Toen ik hem opzette voor Hans de thuisblijver, zag ik in de bodem een groot gat. Muizen waarschijnlijk. Ik plakte het met een stuk plastic van een luchtbed en Hans was gered. Nu, tijdens het afbreken, vond ik dat ik het iets beter moest plakken en ging aan de gang. Schuurpapier, een ander luchtbed opgeofferd, lijm en het plakte voor geen meter. Lang verhaal kort, ik was met mijn engelengeduld twee uur bezig voordat ik het opgaf en het hele zwembad naar de stort deed.

Een dag later, Hans had een andere fiets gekocht omdat die van hem gejat was. Niet op slot gezet, dan is het je eigen schuld, niet die van de dief. De andere fiets was 50 euro en de voorlamp deed het niet, of ik daar even naar kon kijken. Natuurlijk. Ik pakte de fiets en voelde dat die veel te zwaar liep. Na een snelle inspectie vond ik dat de rem niet goed vrij liep. Of hij dat niet gemerkt had? “Jawel maar ik dacht dat zo hoorde.” Ik ging aan de gang, ik haalde de hele boel uit elkaar en kreeg het niet meer in elkaar. Ik fietste (mijn auto stond weer eens bij de garage) met een wiel in mijn hand en een uit elkaar gehaalde trommelrem naar de fietsenmaker. Of hij me kon helpen.

De fietsenmaker was bepaald geen Wheeler Dealer want hij zag mijn onderdelen en zei dat hij een rem nooit zover uit elkaar haalde. Hij kon me dus niet helpen, maar na lang zoeken vond hij nog een gebruikte trommelrem. Die mocht ik voor tien euro hebben. Ik fietste naar huis, om er daar achter te komen dat er een bepaald hoekje miste waardoor je de rem niet kon afstellen. Ik fietste weer terug naar de fietsenmaker, die gaf mij gelijk, en gaf me instructies hoe ik dat kon oplossen. Hij maakte zelfs met zijn slijptol iets (een onderdeel) op maat zodat ik de rem wel kon afstellen. Ik moest dan alleen nog het kabeltje inkorten.

Eenmaal thuis wilde ik aan de gang, bleek dat het op maat gemaakte onderdeel niet meer aan de fiets zat. Zo goed op maat was het dus niet als het van de fiets kon vallen. Ik had niets gehoord, maar dat kan kloppen omdat mijn rechteroor al sinds de vakantie dicht zit. Uren was ik al bezig, twee keer naar de fietsenmaker gefietst toen ik het opgaf en besloot weer een nieuwe fiets te gaan regelen.

Kijk, ik ben blij dat ik veel geduld heb, maar als dat dan niet beloond wordt met resultaat, en het alleen maar verspilde tijd is, nee, dan krijg ik de pest in. Terwijl ik lang geleden al geheel autodidactisch te weten kwam dat ik voor het beste resultaat gewoon beter gelijk iemand kan inhuren in plaats van zelf aan de slag te gaan, uren kwijt zijn, de boel gesloopt te hebben en alsnog iemand kunnen inhuren om het weer te repareren. Ondanks deze kennis pijnig ik mezelf elke keer weer. Misschien moet ik mezelf eens honderd strafregels opleggen. “Ik moet niet zelf aan klussen beginnen maar een handig persoon inschakelen.”

Heldin

De eerste zondagochtend dat we terug waren na twee fijne weken zaten we in de veranda en de buurman zat in de tuin te bellen. De telefoon stond op de speaker zodat we het hele gesprek hoorden. Het ging over waar hij allemaal ging hardlopen. Ons leven bestaat kennelijk uit twee rustige weken in Frankrijk en drie rustige weken als de buren op een camping anderen aan het terroriseren zijn. Even daarvoor was het er stil, en ik wist precies dat hij er niet was en dat hun zoontje uit logeren was, dat kon ik opmaken uit de geringe hoeveelheid herrie. Maar toen hij terugkeerde begon de ellende weer.

Linda heeft de gewoonte om een box tegen hun muur aan te zetten en de muziek keihard aan te zetten als hij met zijn penetrerende stem non-stop aan het keuvelen is. Dus ze liep naar binnen, haar gezicht op onweer en ze kwam terug zonder speaker. Ze liep richting schutting, ging op een verhoging staan en zei voor het eerst in vijf jaar terrorisme of hij misschien wat zachter kon praten want we hoorden alleen nog maar hem op de eerste dag dat we terug waren. Ik herkende de toon, en herkende de blik. Die zijn angstaanjagend. Als het naar mij is gericht probeer ik kalm te blijven maar van binnen gaan alle alarmbellen af. Mijn oren gaan plat, mijn staart gaat tussen mijn benen, ik laat mijn plas lopen en ik bid: verlos ons van het kwade, amen. Hopelijk is dat niet te zien aan mij.

De arme buurman schrok zich een hoedje, en zei dat hij binnen verder zou bellen. Sinds die tijd is het een stuk stiller hiernaast. Ik had gelijk over het zoontje. Je hoort het verschil tussen een kind dat herrie maakt of een verwend kind dat z’n zin niet krijgt en herrie maakt. Het zoontje kwam een dag later terug en liet zich horen. Maar ook dat lijkt wat minder. Kijk, je moet je voorstellen dat je lekker in de tuin zit te bellen, en dat Linda dan op de bloembak gaat staan en haar dodelijke blik over de schutting werpt. Nee, ik denk dat dit voorgoed klaar is.

Een sterfgeval in de naaste familie.

Mijn schoonmoeder overleed woensdag niet plotseling maar wel onverwacht op 75-jarige leeftijd. Ze had in de loop der tijd een enorme hoeveelheid ziektes en mankementen verzameld en overal sloeg ze zich door, maar elke keer leverde ze in, met als gevolg dat ze het laatste jaar van haar leven aan de beademing zat en niet meer kon lopen. Zittend in haar stoel bracht ze haar dagen door, maar putte toch hoop uit elke dag dat ze niet teveel pijn had, als haar dochters op bezoek kwamen of als ze de kleinkinderen zag. Vijf jaar geleden, toen ze ook al veel mankeerde zei ze altijd: na deze tijd komt een betere.

De lijst met wat ze mankeerde is echt heel lang, maar ik hoorde haar er vrijwel nooit over klagen. Ik zou het lang, lang geleden al hebben opgegeven. Haar man, niet Linda’s biologische vader, maar wel de vader status hebbend, heeft tot het eind toe voor haar gezorgd. Ze moest afgelopen weekend naar het ziekenhuis omdat ze benauwd was, en omdat dat vaker gebeurt maakte niemand zich erg druk. En ze knapte ook weer op, de avond voor haar overlijden had Linda haar aan de telefoon, ze was vrolijk en mocht de volgende dag weer naar huis. Maar ‘s ochtends vroeg in haar slaap overleed ze. Linda zei achteraf dat ze haar gezicht tevreden vond en dat ze blij was dat ze op deze manier was gegaan. Geen pijn, geen benauwdheid, geen afscheid van het leven hoeven nemen, allemaal dingen waar ze bang voor was.

Ze leest dit naar alle waarschijnlijkheid niet, maar toch: rust zacht Tineke. Ik hoop dat je weer bij je vader bent.

Unhappy end.

We hadden de beste film aller tijden opgenomen en keken hem vanavond. Ik weet dat er rijtjes onder filmliefhebbers bestaan waarin Pulp Fiction en Shawshank Redemption de beste films zijn, maar ik heb mijn eigen criterium. En dat is hoe geboeid ik naar de film kijk. Toen hij uitkwam zag ik hem in de bioscoop en toen hij afgelopen was mocht hij van mij nog twee uur doorgaan. Net als in Shawshank Redemption wordt het verhaal verteld door Morgan Freeman. En net als in Shawshank Redemption speelt Morgan Freeman er zelf in mee. Maar waar Shawshank Redemption goed afloopt gaat het hier mis. Terwijl ik juist van een goede afloop hou. Ik haat het als het mis gaat.

De actrice die de hoofdrol speelt is een van mijn favorieten, maar ik weet haar naam niet eens. De acteur die de hoofdrol speelt is een van mijn favorieten, en was destijds 74. Hij speelde een norse oude man. Hij doet me denken aan Scrooge, waar ik elke kerst naar kijk. Alleen loopt Scrooge goed af, en hier gaat het mis.

Million Dollar Baby, daar heb ik het over. De oude norse bokstrainer die eerst van niks wil weten, valt toch voor de jonge vrouwelijke bokser en houdt van haar als z’n eigen dochter. Als het met haar verkeerd afloopt blijft de oude man (Clint Eastwood) gebroken achter en verdwijnt. En dat is wat me zo pakt in deze film. Eerst wil hij niks van haar weten, dan krijgen ze toch een band, en daarna sterft zij. Wat is er nog voor hem om voor te leven? Niks is er meer. Boksen is weg, zijn liefde is weg. En toch verhangt hij zich niet. Het einde van de film suggereert dat hij in een restaurant zit waar zijn leerlinge en hij eens de beste appeltaart van Amerika hadden gegeten. De kijker wordt achtergelaten met het idee dat deze norse, harde man verder leeft met een gebroken hart dat nooit meer heelt, de pijn verbijt en nog bitterder wordt. Je voelt de kwelling gewoon. Eigenlijk is het een kutfilm. Volgens mij had Clint hem nog zelf geregisseerd ook. Zelfkastijding. Hij had het ook gewoon goed kunnen laten aflopen. Dat ze haar laatste gevecht won. Net als in de Rocky films. Die waren toch ook een succes?

Vergiet

Eergisteren was het 16 augustus. Ik zag het op mijn telefoon. Ik vroeg me af waarom die datum me toch zo bekend voorkwam. Ik keek snel op Facebook en zag dat een kennis jarig was. Ik wist het weer, zij was gelijk jarig met Madonna. Daarom wist ik haar verjaardag. Pas ietsje later zag ik dat het Elvis’ sterfdag was. Ik vroeg me af wat er mis ging in mijn hoofd. Waarom ik niet gelijk die link legde. Kapotte neuronenpaden? Alcohol? Ik word de laatste tijd vaker beticht van vergeetachtigheid. Dat ik tijdens het eten in Frankrijk al twee keer aan mijn dochter gevraagd had of het smaakte. Ik wist er niks van en het schoot me ook niet te binnen.

En als je niet weet dat je dingen vergeet dan is je geheugen nog prima in orde, volgens jezelf dan. Ik wijt het maar even aan mijn toestand van de afgelopen maanden. Want mijn brein voelt goed. Ik hou de berichtgeving van mijn omgeving wel in de gaten.

Vandaag is het 18 augustus. Die wist ik wel. De verjaardag van mijn vader. Zou nu 80 zijn geworden. Al net zolang dood als hij geleefd heeft. Geboren op een hete dag in de oorlog. Hij was pas 25 toen hij mij kreeg. Ik was nog een jongen toen ik 25 was. En nog steeds accepteer ik mijn leeftijd niet. Daarmee bedoel ik niet dat ik me jonger voel, maar neem nu Mark Rutte, die leidde al een compleet land op zijn 43e. En die vergat ook wel eens wat trouwens.

Laatste dag

Vandaag was onze laatste dag en het lijkt er sterk op dat ik beter terugga dan dat ik heenging. Dit was een goede vakantie waarin ik amper toeristen heb gezien. Men spreekt hier ook gebrekkig Engels, wat volgens mij een teken is dat er niet veel toeristen komen. Dat heb ik geloof ik nog niet eerder meegemaakt.

Ik maakte een bergwandeling met de hond, ik weet niet of het bergen of heuvels zijn, maar het was in elk geval verrekte steil. Op losliggende stenen moest ik me aan takken omhoogtrekken en om de twintig meter klimmen moest ik stoppen om op adem te komen. De watervoorraad voor Lori en mij ging er snel doorheen. Ik liep hier laatst ook al, toen deed ik haar aan de lijn omdat ik bang was dat ze ergens naar beneden zou storten. Maar dat liep nog veel moeilijker dus ik vertrouwde op haar behendigheid. En behendig is ze. Ze bleef op de paden, liep vast vooruit en wachtte tot ik weer in zicht kwam, en ze liep uiterst kwiek naar boven en beneden. Als ze een rots op moest nam ze een sprong en deed dat uiterst nauwkeurig. Ik was amper bang dat ze naar beneden zou storten, en toegegeven, het liep steil af, maar het waren geen diepe ravijnen waar we langs liepen.

Ik gaf haar vier keer water, ze hijgde als een paard, maar bleef voorop lopen. Eigenlijk voelde dit fantastisch, ik, zwetend en op de toppen van mijn kunnen, en de hond los in de vrije natuur op een niet geheel ongevaarlijke route. Ik vroeg me op de weg naar boven soms af waar ik aan begonnen was.

Uiteindelijk kwamen we weer in het dorpje waar ik op een terras ging zitten zweten en Lori bij me lag te hijgen. De Leffe die ik bestelde liet veel te lang op zich wachten, maar werd uiteindelijk gebracht door een heerlijk ruikende serveerster. De rien, je vous en prie, zei ze. Even later ging ik het biertje afrekenen, zeven euro. Een grote Leffe. De hond bleef keurig liggen toen ik binnen was. Ik geloof dat waar ik voor vreesde, namelijk dat de hond een belasting zou zijn, ongegrond was. Ze was een verrijking.

Uit eten in Frankrijk

We zaten gisteren, na lang zoeken, buiten op een terras om te eten. Ik begin een beetje te balen van die standaard Franse menukaarten die tartare de boeuf, burger, entrecôte en magret de canard bevatten. Het lijkt wel overal hetzelfde. Ik had eerst bij een Italiaans restaurant gevraagd, maar dat was vol, dus kwamen we weer bij de beroemde Franse keuken, die geen reet voorstelt. Tartare de boeuf is volgens mij rauw vlees met een rauw ei, een burger zit ik niet echt op te wachten, eenden zwommen onder ons in het water, dus bleef de entrecôte over. In Nederland zeggen we entrecoo en spreken we het op z’n Frans uit, in Frankrijk zeggen ze “ antrecoot.”

Pas de volgende dag ontdek ik dat pâtes, pasta’s zijn, dat wat ik had willen bestellen. Waarom ze dat pâte noemen, geen idee. En op de avond dat je daar moe van het slenteren, eindelijk een plaats hebt gevonden en het nog een kwartier duurt voordat er een serveerster komt, komt er een zonderling drietal met een speaker je rust verstoren met hun dansoptreden. Een soort Braziliaans karate op muziek. De t-shirts gingen uit, behalve bij degene bij wie je dat zou willen, en daarna komen ze met een hoed langs en vervolgens naar het restaurant ernaast. Halen ze waarschijnlijk een paar honderd euro op een avond op voor hun stunts. En even later staat een accordeonduo klaar om je te vervelen. Laat me met rust en zoek werk!

Vanavond gaan we weer. In een poging de ervaring van gisteren, die heus niet slecht was, te perfectioneren.

Een thema in mijn leven

Er zijn hier twee wc’s. Eentje boven en de ander in een bijgebouwtje beneden. Bij de wc beneden hangt een instructie in het Frans hoe je moet doortrekken. De grote fles rechts met water vullen en er doorheen spoelen. Dus toen Tammar voor de eerste keer naar de wc geweest was vroeg ze hoe dat moest. Ik heb het maar voor haar gedaan en haar vriendelijk verzocht om nummer twee voortaan boven te doen. Ik zit er niet op te wachten om de kleur bruin van anderen te zien.

Toch werkte het niet echt lekker met die fles. Hij stond er wel, maar de afwasbak vullen was handiger. Maar ook dat leidde op een gegeven moment tot verstopping en stijging van de waterspiegel. Ik begon na te denken. Chasse d’eau le gros bouton à droite de la cuvette. Cuvette betekent wc, zocht ik op, en die fles stond er rechtsboven, maar zo groot was die nu ook weer niet. Een normale literfles. Ik zocht verder en zag een elektriciteitskabel naar de pot lopen. Huh, wat? Ineens begon mij wat te dagen. Bouton, bouteille. Daar stond helemaal niet “fles”, daar stond “knop”. Ik keek rechts van de pot en zag een soort van witte knop. Ik drukte erop en een seconde gebeurde er niets. Toen vulde de pot zich nog verder met water, en ineens werd alles met een slurp naar beneden gezogen, alles weg en schoon.

Dit ontdekte ik gelukkig op dag drie na twee dagen met de afwasteil bezig te zijn geweest. Maar pas na 11 dagen, vandaag, ontdekte ik dankzij Ximaar, dat je hier wel gewoon met de hond kunt lopen door natuurgebied. Ik was er in het begin al een keer heel dicht bij, maar ik had nog een hoek om gemoeten om het te zien. Nu zijn we steeds naar een ander dorp gereden waar het ook behelpen was, of ik liep even met Lori naar een lastig te bereiken riviertje hier vlakbij, waar ik me openhaal aan doornen, maar waar ze even kan rennen en zwemmen. Dit was in Robion, twee kilometer hiervandaan, parkeerplaats aanwezig, niks aan de hand. Nog drie dagen te gaan hier. Kijken of ik nog ergens achter kom.

Slingers

Ik denk dat ik vanavond mijn persoonlijk record laatzwemmen buitenbad heb verbeterd. Half tien dook ik er nog in omdat het nog knap warm was hier. Het was vrijwel donker en ik dacht bij mezelf dat ik vast nog nooit zo laat had gezwommen. Ik hang zelf de slingers maar even op in mijn leven.

Verder maak je hier gekke dingen mee. Een schildpad in het wild, een cactus in het wild, gekko’s op de muur die razendsnel een insect pakken, en jonge vogels op de grond die roerloos blijven in de hoop dat je ze niet ziet. En verder doen we weinig. Ik leerde ooit eens dat je op vakantie geen dingen op een “to do lijstje” moet zetten omdat je daar stress van krijgt. Dus, ben je in Parijs, voel je niet schuldig als je de Eiffeltoren niet hebt beklommen. Zo zijn wij nog niet de Mont-Ventoux op geweest en hebben we Avignon nog niet bezocht. Beide hebben we al twee keer gedaan trouwens en je bent het ook wel een keertje zat. Dus veel verder dan zwemmen, lezen, hond uitlaten, boodschappen doen en uit eten komen we niet. En ik drink drankjes die ik nooit eerder dronk. Rosé en kersenbier. Ik zou vroeger gezegd hebben: “homo.” Nu denk ik daar heel anders over. Nu kan het me geen reet meer schelen. Nou ja, niet helemaal waar, ik ga het natuurlijk niet aan de grote klok hangen.