Brandhout

Het begon veelbelovend, de eerste 17 passes geen Duitser aan de bal, doordringen tot in het strafschopgebied en neergelegd worden, alleen geen penalty. Daarna was het het verzet gebroken en heb ik niks anders dan brandhout gezien. De verdediging bestond uit één man, Stekelenburg en voor de rest liepen er een paar hinderlijk in de weg.

Tenzij je in sprookjes gelooft is het nu afgelopen. Als we al met twee doelpunten van Portugal winnen, dan zal Denemarken van Duitsland winnen, maar ik zou niet weten wie die doelpunten tegen Portugal dan gaat maken. Dit is ook de eerste keer dat ik twijfels had aan de opstelling van de bondscoach. Misschien moet Nederland eens af van het systeem van een bondscoach, en per wedstrijd een referendum houden over de opstelling.

Slechts één keer werden we Europees kampioen zoals u weet. Maar daar hadden we Van Basten, Gullit, Rijkaard, Koeman, Van Breukelen en Wouters voor nodig. Hele grote namen uit onze voetbalgeschiedenis. En dan liepen er ook nog grote namen die maar net iets minder waren. Muhren, Vanenburg, andere Koeman, Van Tiggelen, Kieft, Van Aerle. En later waren we levensgevaarlijk op EK’s en WK’s maar toen was er Bergkamp.

Nu staan er Willems, Van de Wiel, Mathijssen, Heitinga. Kneuzen. Van Bommel en Van der Vaart, nog kneuziger. Robben, Affelay en Sneijder, zielig gewoon. Huntelaar en Van Persie jagen dan nog enige schrik aan, maar bakten er ook niks van.

Het is een wonder dat nagenoeg hetzelfde elftal tweede van de wereld werd. Ik vind verliezen niet zo erg, zelfs verliezen van Duitsland kan ik mee leven, maar zo kansloos verliezen, en niet eens door de kwaliteit van de tegenstander, die best goed was, maar door zo slecht te spelen, daar kan ik niet tegen.

Aanvulling: Dit was Brandhout, goedenavond.

The reflex

Vandaag waren we op een feestje van mijn schoonzus en zwager, ter gelegenheid van hun 12,5 jarige huwelijk. Het was een feestje met activiteiten, daar hou ik van, want iedereen is ’s avonds dan zo uitgeput dat niemand het meer in zijn hoofd haalt de polonaise aan te vangen na het eten. Een van de activiteiten deed een lang vervlogen wens in vervulling gaan. Het was namelijk een kopie van de vallende stokken uit de Tedshow, waarbij ik destijds iedereen die de stokken niet ving maar een sukkel vond.

Ik had het eens aangekeken, maar ik zag dat het voor mij te makkelijk was. Ik besloot het dan maar te doen met als uitgangspositie mijn handen op mijn rug te houden. Dat maakte natuurlijk indruk, vooral omdat ik er zeven van de acht ving. Het is een kwestie van reflexen en als er iets goed ontwikkeld is bij mij, dan zijn het mijn reflexen. Je moet mij nooit in mijn zij prikken als ik het niet zie, want in een schrikreflex weer ik mij af, wat kan leiden tot een onbedoelde blauwe plek. Een jaartje geleden testte de fysiotherapeut mijn voetreflexen, kon niet beter. Twee weken geleden, bij de tandarts, mijn kokhalsreflex, nog nooit zoiets meegemaakt! En het toppunt van reflexen: ik zat laatst met mijn knieën over elkaar achter mijn bureau, waarbij mijn bovenste knie het bureaublad raakte. Op dat moment zette ik een stempel op een factuur, en door het bureaublad heen werd mijn kniereflex geactiveerd, waardoor mijn voet de lucht in schoot. Het is ongelofelijk.

Wat jammer was, was dat Tammar wilde dat ik met haar van de glijbaan af roetsjte. Het ding ging knoerthard, en toen ik bijna beneden was sloeg ik met mijn elleboog op de glijbaan, waardoor ik een pijnlijke schaafwond opliep. Ik verbeet mijn pijn, liep gehavend terug naar de plek waar ik mijn schoenen had uitgedaan, trok ze weer aan en bekeek mijn verwonding. Bloody. Toen de ergste pijn was weggetrokken liet ik de verwonding aan mijn zwager zien. Ik vertelde erbij dat het van de glijbaan was gekomen, wat voor hem aanleiding was mij volkomen belachelijk te maken. Hij had het stoer gevonden als het een verwonding was opgelopen met de luchtbuksschietactiviteit, maar nee, en dan zet hij een nichterig stemmetje op: oh nee, het komt van de glijbaan!

Daar moet ik dan wel beter op trainen. Op mijn nadenkreflex. Voortaan als ik verwondingen oploop, komt het door het ontmantelen van een kernbom.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Ik zit er ditmaal niet zo in, in het gebeuren rond het EK. Misschien komt het nog, maar na de verloren WK finale zie ik weinig in een troostprijs. Alhoewel, troostprijs…als je Europees Kampioen bent, ben je ook praktisch wereldkampioen, je kunt alleen nog van Brazilië serieuze tegenstand verwachten. Maar goed, we zijn drie keer tweede geworden op een WK, en één keer waren we er nóg dichterbij, in 1990. Want toen lag de titel voor het oprapen, zoals elk fatsoenlijk land die tenminste opraapte na het behalen van het Europees Kampioenschap. Maar nee, niet wij. Ego’s, intriges, gezeik.

Slechter kan het haast niet beginnen voor Nederland, zo’n EK. Eerste wedstrijd verliezen van de zwakste uit de poule, terwijl aartsrivaal Duitsland wel wint. Je kunt er een kater aan overhouden, aan de andere kant is het prima om de boel eens even flink op scherp te zetten. Want er kan nu geen puntverlies meer gepermitteerd worden, alle andere poulegenoten maakten een zwakke indruk, en Nederland speelde niet als een scheermes. Maar toch, behoorlijk goed. Bovendien werd ons een strafschop onthouden. Dat is geen excuus, dat was zo. Aan de andere kant hoort dat ook bij voetbal, dat de scheidsrechter soms dwaalt, of is omgekocht.

De pass van Sneijder met de buitenkant van de voet dwars door het midden op Huntelaar was wereldklasse. Het schot van Van Bommel op goal was hoopgevend. Robben was dreigend, Van Persie lastig maar het kan allemaal nog net even een tandje beter.

Het helpt wel om daarna eens even te luisteren naar Ronald Waterreus, Danny Blind en Jan Mulder. Die zien het ook niet zitten, maar ze maken wel weer duidelijk dat we in potentie het beste elftal hebben. We kunnen alleen nooit van Portugal winnen en dat moet nu dus wel gebeuren. Duitsland mag natuurlijk geen enkel probleem opleveren. En anders maar wel, dan is er over twee jaar weer een kans. Want ik wil een ster op ons shirt.

Adonis

De indruk dat ik een wat te zachtmoedige vader ben is gewekt, en natuurlijk niet geheel onterecht. Dat ik soms uit mijn slof schiet op een moment dat ik zelf chagrijnig ben is nauwelijks een tegenargument. Maar wat ik niet nastreef is vriendjes met mijn kinderen te willen zijn. Ik wil hun vader zijn, maar ik vind ze gewoon leuk. Natuurlijk heb ik geen voorkeur, maar wat ik wel merk is dat mijn grapjes bij Hans een beetje uitgewerkt raken. Die zegt al wel eens: ttt…hoooh, als het te kinderachtig is.

Vanavond zei Linda dat kinderen je vanzelf stom gaan vinden in de puberteit. Dat je daar niks voor hoeft te doen. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb mijn ouders nooit “stom” gevonden. Ik was wel eens kwaad op ze, maar stom in de zin van “ze gedragen zich achterlijk”, nee, niet in de puberteit. Dat kwam later pas. Mijn puberteit kwam ook pas laat op gang, een lichaam schijnt dat uit te kunnen stellen als de geest er nog niet aan toe is, maar daar staat tegenover dat ik nu dan ook nog steeds enorm jeugdig ben. Afgezien van grijze haren, kaalheid, overgewicht, toenemende doofheid, verslechterd zicht, stramme spieren, hortend en stotend plassen, ouderdomsvlekken, broze botten, geheugenverlies, opvattingen uit ’14-’18, humeurigheid en nadruppelen, ben ik nog een echte Adonis.

Zachte heelmeesters.

Zomaar een willekeurige nacht, om een uur of half drie hoor ik wel eens kindervoetjes drentelen. Dan hoor ik een deur opengaan en komt een kind onze slaapkamer binnen. Altijd, dus niet “soms niet”, nemen ze de langste route naar mijn kant van het bed. Ik slaap aan de raamkant, zodat de inbrekers eerst langs Linda moeten voor ze bij mij zijn. En dan hoor ik: (papaaah?) Dit kan Hans of Tammar zijn, ze doen het alletwee zo. Dan volgt de reden van hun nachtelijke bezoek. Hans is meestal geschrokken en Tammar kan d’r lappie niet vinden, hoorde gebonk of er vloog een beest door haar kamer. Vannacht was het Tammar. Een keer of vijf. Elke keer als je net weer ligt, hoor je die voetstapjes weer, en een paar seconden later volgt de volgende smoes.

Dat ze bij mij komen en niet bij Linda heeft twee belangrijke oorzaken. Ten eerste hoor ik ze al aankomen voor ze er zijn, en ten tweede, als Linda dan toch wakker wordt nadat ik Tammar voor de vierde keer liefdevol heb teruggebracht, grijpt ze ook hardhandig in, slaat daarbij dreigende taal tegen Tammar en verwijtende tegen mij uit, en dan was het ook gelijk de laatste keer dat ze haar bed uit kwam. Die Linda van mij, die kan korte metten maken.

Ik kan er niet mee omgaan.

Er schijnt een filmpje op internet te circuleren waarin een porno-acteur een gruwelmoord pleegt, niet voor de pornofilm, maar echt. De losgekomen lichaamsdelen circuleren op dit moment nog bij FedEx en worden op verschillende scholen afgeleverd. Op één of andere manier heb ik altijd een collega die het filmpje ook daadwerkelijk heeft bekeken. Waarom hij dat keek? Hij wilde zien of hij het tot het laatst kon volhouden zonder over te geven. Goede reden. Ikzelf zou nooit naar zulke beelden kijken, want ik wil het gewoon niet weten. Ik wil ook niet dat het in de krant komt, ik wil geen proces want we hebben een filmpje en een bekentenis, vuurpeloton, begraven, vergeten dat het ooit gebeurd is.

Daarna had een andere collega een film gezien waarvan ik de naam gelukkig vergeten ben, maar waarin drie mensen aan elkaar werden vastgenaaid, de ene met zijn mond aan de anus van de ander, zodat die tenminste nog wat voedingstoffen binnen kreeg. Ja, ik maak er maar even een grapje van, want ik weet ook niet hoe hier mee om te gaan. Dit was dan gelukkig slechts een film, maar hij schijnt geregisseerd te zijn door een Nederlander. We hebben een film, een bekentenis op de aftiteling, vuurpeloton, begraven, vergeten dat het ooit gebeurd is.

Pensionado in 2038.

De tuin, da’s toch wel een mooie uitvinding. En dan bedoel ik niet een mooie grote tuin met gras en bomen, maar gewoon zo’n plaats achter het huis, zoals ikzelf heb, en zoals zoveel mensen hebben. Die van ons is klein, 5×12 meter denk ik, maar het is de ideale afmeting voor een territorium. We moeten straks tot 68-jarige leeftijd doorwerken, facebook bestaat dan niet meer, dus het pensioen moet weer ouderwets in de tuin worden gesleten.

Allereerst zetten we er een mooie houten schutting omheen. Vervolgens leggen we overal tegels. Hier en daar zetten we een plantenbak, niet te veel. De tegels spuiten we wekelijks helemaal schoon. Boven de schutting spannen we touwtjes, tegen de vogels. Want we willen geen vogelpoep op de schutting. De touwtjes spannen we elke week even aan. Met een speciaal brandertje branden we het onkruid weg, als we toch bezig zijn. De poort moet voorzien worden van een degelijk slot, zodat de jeugd hun voetbal kwijt is, mocht deze per ongeluk in de tuin belanden. Er mag één vogelvoederhuisje worden neergezet, maar dagelijks even rondom vegen, want die beesten maken er een zooitje van. Misschien een tweetal coniferen bij de ingang, of een laag haagje, zodat er wat te knippen valt. Oh ja, en denk erom, het schuurtje moet spik en span zijn! Gereedschap liefst aan een houten plaat, werkbank met bankschroef moet opgeruimd zijn, en het mag vooral niet te vol staan. Dus geen fietsjes voor de kleinkinderen erin. Eventueel een schommel die in de deuropening kan worden neergehangen, maar liever niet. En vegen, vooral vegen!

Oh ja, en overleg alles wat u doet met uw vrouw. Neem nooit zomaar een eigen initiatief. Dat zou de rust maar onnodig verstoren.

Het nieuwe rijden

Het grote nadeel van geen Alfa Romeo rijden is dat je je wat meer laat opfokken in het verkeer. Ik word nu toch regelmatig rechts ingehaald door een bus-achtige, met op voorbank een bouwvakkertje of drie. En die knallen hem net zo makkelijk weer in de ruimte die ik juist openliet om niet steeds boven op je rem te hoeven staan. Maar door dat busje moet dat dus wel. Terroristen zijn het, niets meer en niets minder, en alle middelen zijn geoorloofd om ze te laten verongelukken. Kijk, dit had ik met mijn Alfa nooit. Niets ten nadele van de oogsplijtende Peugeot die ik nu heb, maar de medeweggebruiker heeft gelijk stukken minder respect. Ik zal er mee moeten leren omgaan. Misschien moet ik me ook die rechtspasseerbeweging aanleren.

Ik heb trouwens serieus een tip voor u om ook zonder Alfa sneller te zijn in het verkeer. Het werkt als volgt: stel, je rijdt op de A28, komende van Utrecht in de richting van Amersfoort en je moet naar Vaassen. Dan kun je twee dingen doen: Of je pakt de afslag A1 richting Apeldoorn, of je rijdt rechtdoor richting Zwolle. Dat laatste doe je. Bij de afslag Apeldoorn hoef je dan niet al een kilometer van te voren in de optocht aan te sluiten, om vervolgens pas vijf minuten later op de A1 te zitten. Maar nu komt het! Verander op het laatste moment van gedachte als er ruimte is en pak dan stiekem toch de A1. Een Porsche haalde mij bij Utrecht al in, maar dankzij mijn nieuwe rijden had hij me bij Apeldoorn nog niet afgeschud.

Weerpraatje

Zo’n koude drie juni heb ik nog nooit meegemaakt. Ik hoorde dat het vandaag dezelfde temperatuur was als eerste kerstdag vorig jaar. En dan dat temperatuurverschil met een week geleden! Weermannen en -vrouwen zijn stronteigenwijs. Ze proberen het dagelijks maar het weer is onvoorspelbaar. Beter zou het zijn als de temperatuur zich langzaam zou opbouwen tot het hoogtepunt op 1 augustus. En daarna weer langzaam terug totdat het op 1 februari op zijn koudst is. Dat zou makkelijker plannen zijn.

Als dat zo vanaf het begin zo geweest was, had niemand vragen gesteld over het weer. Dan was het duidelijk. Aan de andere kant, de sociale contacten zouden niet bestaan hebben, want die zijn begonnen dankzij het onvoorspelbare weer. Zou het weer zich voorspelbaar gedragen en iemand zou op 1 augustus tegen zijn buurman zeggen: weertje hè?” dan zou dat net zoiets zijn als op 25 december: “kerstmisje, niet?”

Ik klaag zelden over het weer, maar waar ik echt niet tegen kan is, als de zomer nog moet beginnen, dat het dan de ene week 30 graden is, en de week erop 12, terwijl je weet dat het nog omhoog moet. Als we weer richting winter gingen vond ik het nog niet zo’n probleem. Ik had de verwarming en een trui aan vandaag.

Flexibel

Ik maakte twee maanden terug de overstap naar mijn huidige werkgever, waar een compleet andere sfeer hangt dan waar ik hiervoor zat, maar ook weer een andere dan waar ik daarvoor zat. Deze overschakeling is niet zo moeilijk, van het conservatieve, godvrezende administratiekantoor met soms vooroorlogse opvattingen naar de compleet losgeslagen anarchie die er hier bij vlagen heerst. Vooral als de vrouwelijke collega’s er allemaal niet zijn, zoals vandaag, dan weet je aan de eettafel werkelijk niet wat je hoort. Ik leer begrippen die ik eigenlijk niet voor mogelijk had gehouden. Vooral van degenen die zich het meest correct gedragen als er klanten bij zijn.

Maar ook op het administratiekantoor heb ik me goed aangepast en vond ik het werk geweldig. Alleen kon ik daar nooit vloeken, en hoewel dat misschien een goede zaak lijkt, is dat niet helemaal waar, want als je als timmerman op je duim slaat, moet je het recht hebben om de frustratie de vrije loop te geven. En dat geldt ook voor en boekhouder die zich aan een envelop snijdt. Gereformeerden hebben geen goed gevoel voor timing, dus die zeggen er direct iets van in plaats van op een tactisch handiger moment. Waardoor je dus haast genoodzaakt bent om te vragen waar hij zich in godsnaam mee bemoeit, maar dat doe je natuurlijk niet, je zegt sorry, ik zal er op letten.

Het is leuk hoor, zo’n sfeertje, maar de boekhouder kan er natuurlijk pas in mee, als de laatste cent verantwoord is. Maar als dat zo is, nou berg je dan maar. Dan kun je als je niet oppast zomaar vier suikerklontjes in je koffie krijgen, of als hij echt op dreef is, een doorzichtig plakbandje over het luistergedeelte van je telefoon.