Hans, die wordt al groot. Bijna zeven alweer. Gelukkig is hij ook nog een klein jongetje, maar ik vind het allemaal wel snel gaan. Natuurlijk, je groeit er in mee en dit is ook leuk maar ik weet nog toen hij twee was en hij wel eens bang was midden in de nacht en hij me huilend riep. Ik snelde dan naar hem toe en vroeg wat er was, waarop hij zei dat hij geschrokken was. En dat ik hem dan even vasthield tot hij weer stil was, en dat hij dan zachtjes “jah” zei als ik vroeg of hij weer ging slapen.
Tammar heeft de leeftijd nog net, drie is ze nu, en ik ben gek op haar smoesjes. Midden in de nacht roept ze me soms voor iets onbeduidends, ze is haar “lappie” kwijt terwijl die naast haar ligt, of gewoon omdat ze naar de wc moet. Aan haar vraag ik voor de zekerheid altijd even of ze m’n liefie nog is en dat bevestigt ze nog altijd. Alhoewel ze laatst een keer vroeg waarom ik dat altijd vroeg en dat ik dat niet meer moest doen. Hoe ze daar nu bij kwam weet ik niet, maar volgens mij is het weer vergeten. Maar ook zij wordt groter. “als ik geen snoepje mag, ben ik ook niet meer jouw vriendin,” zegt ze soms lachend, maar wel in de hoop dat ze een snoepje krijgt. Eén keer pakte ik haar in al mijn domheid terug door te zeggen dat ik dan ook niet meer haar vader was. Niet zo’n hele bijdehandte opmerking van mezelf. Ik ben voor ééns en altijd haar vader.
Nu slapen ze allebei in Hans z’n kamer. Vinden ze leuk. Ik leg Tammar straks terug omdat ze anders morgenochtend veel te vroeg wakker zijn. Voorlopig zijn ze allebei nog kind. Op dit moment is dat zo. Ik laat de tijd niet ongemerkt aan me voorbij schieten anders zijn ze straks in één keer groot. Je moet soms de tijd even vastzetten. Gelukkig heb ik leren schrijven.