Aan het eind van de dag

Vanochtend reed ik op de A50 en op een brug over de weg stonden in de stromende regen een moeder en haar kind. Eigenlijk stond het kind en de moeder zat er op haar hurken achter. Ondanks de regen keek de moeder vrolijk en samen zwaaiden ze naar het tegemoetkomende verkeer. Ik ben dan de beroerdste niet en toeter even en ik zwaai terug. Want ja, zo heb ik ook vaak gestaan met Hansie. En als de auto’s toeterden, seinden, zwaaiden of een Alfa Romeo waren dan kon dat gevierd worden.

Ik had laatst een moment met Tammar waarbij ik dacht: dit is dus geluk. Geluk is een situatie die je je later met een glimlach zult herinneren. Het was niks bijzonders, een dagelijks ritueel maar de veiligheid was in huis en de boze buitenwereld was ver weg. Ik ervoer het als kind ook vaak, momenten van vertrouwde gevoelens. Tegenwoordig heb ik het door Fox Sports. Iets simpels als een voetbalwedstrijd kijken samen met je zoon, er kan voor mij weinig tegenop. Geen Sail, geen golfclinic, geen sterrenrestaurant of andere dingen waar ik collega’s soms razend enthousiast over hoor vertellen. Routine en controle maken mij gelukkig. Haal mij uit mijn routine, ook door sommigen wel aangeduid als comfortzone, en er ontstaan geheid problemen. Het is iets in mijn hersenen, niks ernstigs. En paar neuronen die niet helemaal goed contact maken of zo. Geen doorslaande stoppen, maar genoeg om het vrije denken te blokkeren. Soms geeft dat problemen maar die worden wel weer opgelost en daarna zodanig gearchiveerd dat ze lastig te raadplegen zijn, zou je dat al willen.

In de tussentijd bouw ik aan herinneringen met een glimlach. Zowel bij mij als bij mijn gezinsleden. De herinneringen die je uit je geheugen raadpleegt bepalen wie je bent, aan het eind van de dag.

Asiel zoeker

Ik begin mij hoe langer hoe meer te ergeren aan Facebook. En ergernissen zijn niet goed. Zie ik vanochtend iemand die het volgende plaatje deelt.
asielzoeker
En het gaat me niet eens om degene die het plaatje deelt, maar om degene die het plaatje de eerste keer plaatste. Dat is een mevrouw uit Rotterdam die Pim Fortuyn vereert als een heilige, terwijl hij natuurlijk gewoon een landverrader was. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om het makkelijke scoren dat men met zo’n plaatje doet. Men schrijft het woord asielzoeker verkeerd en haalt daarna een zielige bejaarde aan. Alsof er -hartgrondige vloek- ook maar iemand die zo’n plaatje deelt of liked een zielige bejaarde in huis neemt! Niemand toch? Er moet alleen even gescoord worden in de wedstrijd zonder scheidsrechter.

En dat is precies wat er mis is met dit al 70 jaar in vrijheid verkerend land. Ik zag daarnet een programma over Rusland, daar verkeert men pas een jaar of 25 in vrijheid. Daar houden ze niet van homo’s en niet van drugs maar, zo zei iemand, wij bemoeien ons niet met het westen. Maar het westen wel met ons, omdat mensen in het westen vinden dat zij de enige juiste manier van samenleven hebben uitgevonden en dat ook willen opdringen aan de rest van de wereld. Daar zit wat in. Het riep zoveel vragen in mij op dat ik er onmiddellijk van in de war raakte. Ik zag iemand die op Facebook een religieus statement maakte en daar was half facebookend Nederland alweer om hem belachelijk te maken. Want de vrijheid van meningsuiting is één, maar het respecteren van een afwijkende mening is iets heel anders.

Ik hecht teveel aan sommige contacten om Facebook te verwijderen. En misschien ben ik ook wel verslaafd aan likes, zoals in de krant stond. Misschien hecht ik teveel aan het verleden en misschien heb ik mijn hoop op de verkeerde dingen gevestigd. Misschien verwacht ik wel te veel en misschien moet ik mij eens wat minder bemoeien met zaken waar ik toch geen invloed op heb. Ik neem geen asielzoeker in huis en ook geen bejaarde. Het is hier geen oorlog tenslotte. Tenminste, als je de vrijheid van meningsuitingsoorlog even niet meetelt.

Lisdodden

Zoals u misschien weet, en anders vertel ik het nu, loop ik elke ochtend om half zeven met de hond langs velden en langs wegen. ’s Winters is dat geen pretje want het is dan koud maar vooral donker. De hond heeft dan een lichtgevende halsband en die halsband zie ik dan in de verte over de akker zweven. Dus ik deed een hoeraatje toen de lente begon en het licht werd. De sloot waarlangs ik liep werd langzaam groen, er verschenen lisdodden (ik heb het even opgezocht, maar dat zijn rietsigaren) langs de kant, eendjes met jongen zochten er hun beschutting en zelfs een enkel visje zag ik soms zwemmen. Je kunt je ’s zomers niet voorstellen dat al dat groen eens weer gaat wijken voor de winter.

En dan de boerenzwaluw. Zwaluwen zijn de mooiste vogels die er zijn. Rank, sierlijk en donkerblauw. Ze zwermden om mijn hoofd, en als ik er eentje een openstaande boerenschuur in zag vliegen, wist ik dat het goed was. Vele zwaluwen maken de zomer zoals u weet. Maar de zwaluwen zijn er niet meer. Hoewel, vorige week zag ik ze nog even. Maar het wordt kouder en nog even en ik loop weer in het donker. Direct na de vakantie wordt de overgang naar de herfst al weer zichtbaar. Het is al niet meer zo heel lang licht en er hangen alweer mistflarden. Overdag kan het nog wel warm zijn, maar het gevoel van de naderende zomer, of dat van de zomer op zijn hoogtepunt, dat moment dat niemand je nog kwaad kan doen ontglipt je al. Maar gelukkig is er dan nog altijd die boerensloot met zijn donkerbruine lisdodden.

Tot mijn grote ergernis merkte ik vanochtend dat de gemeente de zijkant van de sloot in zijn geheel had gekortwiekt. Al het groen was weg en een paar eenden zwommen nu in het kale water. Waar bemoeit zo’n gemeente zich in godsnaam mee, vraag ik me dan af. Waarom hebben zij het recht om mijn sloot te kortwieken, en waarom? Wat is dit voor zinloos geweld? Dat zomergevoel zou veel langer kunnen aanhouden als de overheid zich er eens even niet mee bemoeide. Het zou mij niet verbazen als ze ook een zwaluwverjaagmachine op de activalijst hebben staan.

De staatsman

Gisteren en vanavond keek ik Andere Tijden over de staatsman Wim Kok. We zijn nu dertien jaar na zijn aftreden aanbeland, en ik ben er trots op dat ik de staatsman herkende toen ik moest stemmen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me een stuk drukker maak om de man dan om de partij. Dat komt omdat ik nog steeds durf te vertrouwen op mijn intuïtie, en mijn intuïtie herkent echt en onecht.

Omdat Wim Kok echt was, vraag ik me nog steeds af hoe hij zich door verkiezingsperioden heeft heengeslagen. Ik herinner het me niet, maar het kan niet anders dan dat de man zich op de inhoud heeft geconcentreerd en niet op hoe hij overkwam. Tegenstrijdig met het vak van politicus lijkt dat, maar door zich te focussen op de inhoud kwam daar als vanzelf die integere, wijze, bijna vaderlijke uitstraling die ik zo graag zie bij oudere mannen. In mijn ogen is hij de beste minister president die we hebben gehad, zonder anderen te kort te willen doen. Maar hij was de vader des vaderlands, de statige man met het prachtige haar die zijn emoties onder controle had, maar nooit wist te verbergen.

En natuurlijk maakte hij fouten. Maar hij was een leider. Geen leider door krachtige optredens of meeslepende speeches, maar door rust en natuurlijk respect. Eenmaal heb ik de man van dichtbij gezien, bij de opnames van een TV programma in Amsterdam. Ik kon hem gewoon aanraken maar deed het maar niet. Ik aanbid hem niet, maar ik heb ontzag voor de manier waarop hij altijd in de eerste plaats de belangen van het vaderland diende, en in de tweede plaats die van zijn partij, en in de laatste plaats zijn ego. Die volgorde is bij de meeste politici omgekeerd, en daarom worden zij nooit staatsman.

Een end van huis

Ik liep zojuist het laatste rondje van de dag met de hond, en ik hoorde in de verte een gekrijs. Een kwaad kind dacht ik eerst, tot ik dichter in de buurt kwam. Het was een jonge vrouw die uitviel tegen een andere vrouw, die iets ouder klonk. Ze viel uit op een hysterische manier, zoals je dat zelden meemaakt. De hond stond te luisteren naar het vreemde geluid, en ik ving een paar woorden op, maar spoorde de hond aan om door te lopen, omdat zulke trieste dingen eenmaal gebeuren.

Want ja, ik vind het triest als een volwassene zo buiten zinnen kan raken. Ik heb dat zelf nooit meegemaakt en hou in elke situatie enige vorm van controle. Maar dit was een hysterisch geschreeuw waarbij elke remming weg was. Of ze nu niet in de gaten had dat haar geschreeuw tot ver in de omtrek te horen was, of dat het haar niet kon schelen. Als het dat laatste was, dan is het triest dat het zover heeft kunnen komen met iemand, want dan schat ik in dat je een eind van huis bent.

Toen ik een jaar of vijftien was en de Apeldoornse Courant bezorgde in Vaassen, stond een mevrouw een Mercedes in elkaar te rammen met een zwabber. Heel even dacht ik dat ze de ruiten aan het schoonmaken was, tot de eerste ruit bezweek. En systematisch werkte ze zich rondom de auto, net zolang tot alle ruiten aan diggelen lagen. Een groepje mensen waaronder ik stond wat verbluft te kijken. Ze ging naar binnen, kwam weer naar buiten en riep in onze richting of er iemand kon komen. Niemand leek zich geroepen te voelen, en ik zie nog steeds de wanhoop in haar ogen toen niemand reageerde. Ik voelde me wel enigszins geroepen, maar er stonden volwassenen tussen die dat klusje beter hadden kunnen klaren. Niet veel later kwam de politie en nam de man des huizes mee, die ik hoorde zeggen dat ze ineens buiten zinnen raakte.

Hoe het verder afliep of wat de aanleiding was weet ik niet, maar het kan een indruk maken. Als de vrouw geweten had dat ik me dit dertig jaar later nog zou herinneren, zou ze misschien iets rustiger hebben gedaan. Hoewel, waarschijnlijk ook niet. Als de geest uit de fles is, zie hem dan maar eens terug te krijgen.

De waterskiester

In 2011 schreef ik over Willy Stähle, naar aanleiding van een uitzending van Andere Tijden Sport. Het bericht haalde een record aantal reacties. Ik was zo gefascineerd door het fenomeen waarvan ik nooit eerder had gehoord, dat ik alles over haar opzocht. Ik maakte zelfs een google alert aan voor als iemand haar zou noemen op internet. Mijn eerste en enige google alert. En in al die tijd schreef er niemand over haar. Tot vanavond. 61 jaar werd ze, waarvan ze er meer dan dertig in een rolstoel doorbracht en de laatste 10 jaar een teruggetrokken leven leefde. Rust zacht Willy.

1954-2015
1954-2015

Het is tenslotte al augustus.

Als in Nederland een zwarte zich beledigd voelt omdat een kind hem zwarte piet noemt, dan is dat hier de schuld van zwarte piet. Terwijl er vijf partijen in het geding zijn, dus waarom zou zwarte piet de hoofdschuldige zijn? Nou, vast omdat het de kleinste aanpassing vergt om hem blank te vegen. Niemand die het in zijn hoofd haalt de zwarte te schuld te geven want die kan er eenmaal ook niks aan doen dat hij zwart is. Zwart zijn ligt in Nederland gevoelig en is helemaal niet leuk, dat zie je ook aan de lading die het woord “zwarte” heeft. Maar volgens Wikipedia is het beter om het woord zwarte te gebruiken dan het woord neger. Als ik het over en blanke heb bedoel ik daarmee een bleekscheet. Een bleekneus. Tja, wij blanken zijn eenmaal lelijke witte inteeltkoppen dus waarom zouden we ons superieur voelen? De enige reden daarvoor is omdat we hier in de meerderheid zijn. En ik kan natuurlijk gewoon zeggen dat wij lelijke witte inteeltkoppen zijn, want ja, ik ben immers zelf blank. Met het aanduiden van zwarten moet ik duidelijk voorzichtiger zijn. Zij en wij, het zullen over een aantal jaren verboden woorden zijn omdat het steeds minder geaccepteerd wordt dat je jezelf of anderen tot een groep rekent. Tenminste, als het zover komt dat zwarte piet ons land niet meer bezoekt.

Het mag misschien de makkelijkste aanpassing lijken om zwarte piet af te schaffen, maar is dat ook zo? Lost het iets op van het gevoel van discriminatie dat een zwarte ervaart? Welnee, in een veilig en overvloedig land dat zelden op CNN genoemd wordt, moet men blijven zoeken naar dingen die niet kloppen, anders lost het gevoel van eigenwaarde op. Anders wordt Nederland een soort Luxemburg, het land waar niks gebeurt en waarover niemand iets weet. Maar buiten dat, houdt de zwarte wel genoeg rekening met de blanke? Die laatste moet immers zo maar even zijn vaderlandse trots aan de kant zetten omdat de zwarte wellicht beledigd is. Weigert hij dat, dan volgen er al snel verdachtmakingen. Hij zou wel eens een sympathisant van foute ideologieën kunnen zijn. Terwijl hij slechts hunkert naar de tijd toen Sinterklaas een feest was waarvan het hele land gelukkig werd. En nu staat de verjaardag van de goedheiligman onder druk. Wie garandeert mij dat de blanke niet verbitterd wegkwijnt in het verleden en een zondebok zoekt? Moet daar dan geen rekening mee worden gehouden?

Zou het misschien kunnen dat in plaats van bij Zwarte Piet, de schuld bij het beledigende kind gezocht moet worden? Ook dat ligt gevoelig. Een kind kan immers aan niet zoveel dingen iets doen. Hij ziet een zwarte, associeert zijn huidskleur met zwarte piet en zegt: “hee, zwarte piet!” Zo doen kinderen dat eenmaal. De mijne ook hoor, elke dag gebeurt het wel een keer. Ikzelf deed het vroeger ook aan de lopende band. Bij elke zwarte die ik zag riep ik: “hee Zwarte Piet!” Kan me voorstellen dat dat op een gegeven moment gaat irriteren. En zeker in deze tijd waarin je kinderen geen draai meer om hun oren mag geven voor zo’n opmerking. Als vierde betrokken partij komen de ouders van het kind aan bod. Zij gaan toch ook niet vrijuit. Zij behoren immers hun kind te corrigeren maar in plaats daarvan schamen ze zich dood als de situatie zich voordoet en lopen met een rood hoofd door met hun winkelkarretje. Maar wat is er nu makkelijker dan om in het bijzijn van de zwarte, het kleine kind duidelijk te maken dat de meneer of mevrouw in kwestie geen zwarte piet is maar slechts een man of vrouw met een donkere huidskleur, en dat hij of zij zeker geen pepernoten bij zich heeft?

De vijfde partij, en zeer zeker medeschuldig aan de hele discussie zijn de opruiende sociale media. Wat zouden westerse landen een stuk beter af zijn zonder hen. Door hen zit Nederland vol met olifanten die eerst muggen waren. Misschien is er zelfs nog wel een zesde schuldige. En is dat degene of datgene die of dat er voor gezorgd heeft dat wij verschillen zien. In één oogopslag stellen wij het ras vast van de ander. Wit, zwart, geel, rood. Instinctief wordt ons ingegeven dat het voor de overlevingskansen handiger is als je begeeft onder hen die het meest op je lijken. Het racisme als overlevingsinstinct. Al willen we niet, onze hersenen maken onderscheid. Dat onderkennen van verschillen is er nog lang niet uitgeëvolueerd. Kennelijk biedt het een evolutionair voordeel om te discrimineren, zo zou men, niet geheel vrij van cynisme, kunnen stellen.

Het zou mooi zijn als we het niet meer zouden zien, zoals mijn hond het niet uitmaakt of hij een zwarte, een witte of een gevlekte soortgenoot tegenkomt. Zolang het maar een kwispelende soortgenoot is. Met enige trots kan ik zeggen dat ik het steeds minder zie. Vroeger zag ik het als collega’s een kleurtje hadden of als een voetbalelftal uit veel donkere spelers bestond. En net nu ik dat amper meer in de gaten heb, loopt Dafne Schippers de 200 meter in een wereldtijd en legt iedereen er de nadruk op dat ze blank is. Er zijn in de Zwarte Pietendiscussie vele verdachten. Ik heb al zes mogelijke daders in kaart gebracht. Het was nog maar augustus toen de discussie weer oplaaide. Ik weet niet of ik er nog zin in heb in december.

Uilen.

Ziet u wel eens een uil in het wild? Ik zie ze uiterst zelden, de laatste keer is alweer een paar jaar geleden. Het grappige is wel dat als je er een ziet in het donker, je gelijk weet dat het een uil is. Hoe dat komt? Uilen zijn apart. Uilen zijn kille jagers met superkrachten. Ten eerste gaat geen enkele andere vogel ’s nachts vliegen, dus dat is al een indicatie dat je met een uil te maken hebt. En ten tweede heeft een uil een kenmerkende langzame vlucht. Hij klapwiekt minder vaak met zijn vleugels dan andere vogels. Niet alleen minder dan een kolibrie, maar ook minder dan een gans.

Zijn vleugels zijn relatief groot en bol van boven zodat de lucht sneller langs de bovenkant moet dan langs de onderkant. Dit creëert een drukverschil en opwaartse kracht voor de uil. Het basisprincipe van de vliegtuigvleugel. Daarbij heeft de uil stille veren. Geluiddempende veren welteverstaan. Hij zal zonder dat je het hoort vlak langs je heen kunnen vliegen. Een uil is een Stealth jachtbommenwerper, al ver voordat er Stealth jachtbommenwerpers waren uitgevonden.

Verder kan de uil verticaal opstijgen. Zoals een Hawker Harrier. Hij kan stil boven de grond blijven hangen op zoek naar een prooi. Zoals een Airwolf supersonische militaire helikopter. Alsof het nog niet genoeg is kan de uil in het donker zien. Niet als een kat, maar nog veel beter. Als een infrarood camera. Grote ogen en extreem gevoelige oogzenuwen zorgen dat een uil in het donker een muis op de grond ziet lopen.

Een van de mooiste supereigenschappen vind ik het gehoor van de uil. Nog in het ei hoort het uilskuiken zijn moeder al en trekt haar aandacht met een kreet. De oren van de uil bevinden zich links en rechts op verschillende hoogten zodat hij weet dat als het geluid zijn linkeroor eerder bereikte, het van beneden kwam en als het zijn rechteroor eerder bereikte, het van boven kwam. Technisch vernuft van de bovenste plank. Dan heeft hij ook nog een kop die de vorm heeft van een radiotelescoop. Ik heb me in Westerbork wel eens verbaasd over afstand waarover zo’n vorm nog geluiden opvangt. De uil kan er een muis die onder de sneeuw loopt mee lokaliseren. Dan draait hij zijn kop ook nog moeiteloos 270 graden om zijn zintuigen maximaal te benutten. Speciaal ontwikkelde bloedvaten zorgen ook dan nog voor bloedtoevoer naar de hersenen.

Als de uil deze militaire wapens allemaal heeft ingezet en zijn prooi heeft gelokaliseerd, stort hij zich met een noodgang op de ongelukkige die door de impact op zijn minst gedesoriënteerd is, maar meestal gelijk dood.

De BBC zond het allemaal uit vanavond, en ik toen ik de vorm van de kop zag en dacht aan mijn verbazing in Westerbork verloor ik mijn geloof in de evolutietheorie. Tenminste, als enige verklaring voor het ontstaan der soorten. Hoe het dan wel gegaan is, ik heb geen idee, maar het kan toch niet zo zijn dat er een duif was die trek in vlees kreeg en daarom in een uil transformeerde? En daarbij bedacht dat het misschien handig zou zijn om zijn oren op verschillende hoogten te laten groeien om zo razendsnel geluid te kunnen lokaliseren. De uil is met militaire precisie ontwikkeld, geschapen, misschien wel geëvolueerd Deo Volente, dusdanig dat hij een set unieke jachteigenschappen heeft dat geen ander beest bezit. Eén klein ontwikkelingsfoutje heeft hij maar. Hij kan niet functioneren in de regen. Stille vederen kunnen niet waterdicht zijn, luidt een oude natuurkundige wet. Regen is zijn Waterloo, zijn Kryptonite. Maar iedereen heeft een zwakke plek.
kerkuil

Conditie

Ik heb mij een jaar geestelijk voorbereid op vanavond. Elke dag dacht ik eraan. Heel vaak was ik er dicht bij, maar nooit zette ik mij ertoe. Ik voelde me lichamelijk steeds sterker en soms tijdens het uitlaten van de hond, rende ik een stukje als niemand het zag. Maar verder dan 100 meter was het niet. Vanavond rende ik vier kilometer. Gewoon omdat ik daar aan toe was. Al zeker twee jaar hoor ik de hardloophype aan. Iedereen installeert runkeeper, iedereen koopt een hardloopoutfit en een paar prachtige nieuwe hardloopschoenen, bij voorkeur in een hardloopwinkel. Ik wist niet eens dat ze bestonden. Sportzaken ja, die ken ik, maar speciale hardloopwinkels, het moet toch niet gekker worden. Vaak werd er aan mij gevraagd of ik niet moest hardlopen, omdat ik vroeger wel periodes heb gehad dat ik liep. Maar dan antwoordde ik meestal dat ik even wachtte tot de hardloophype over was.

Meestal na de zomer is het weer over en staat iedereen weer met beide benen op de grond. Nu nog niet. Mensen die er geen bal van kunnen adviseren mij over mijn schoeisel, en ik hoor het aan. Ze zeggen dat je een speciale band om je arm kunt kopen waar je iPhone in kan en je op die manier muziek kunt luisteren en de hardloopapp kunt laten registreren wat je aan het doen bent. Dan kun je het daarna op facebook zetten.

Ik pakte mijn 15 jaar oude hardloopschoenen, blauwe sokken, een korte broek en een t-shirt en ik ging. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij wel een beetje voor lul voelde lopen toen ik collega hardlopers tegenkwam in lichtgevende kleuren. Maar ik dacht: het gaat niet om het materiaal, het gaat om de loper. En ik liep. En ik liep het rondje dat ik in gedachten had uit. Ik ben dik tevreden. Ik bouw het snel op. Zeer binnenkort snoer ik mijn collega’s met hun flitsende pakjes de mond.

Out of the box

Terwijl ik naar buiten kijk zie ik een bloedmaan. Ik kan me niet herinneren dat ik de maan ooit eerder zo rood zag. De wetenschap begrijpt hoe de maan rood kan kleuren, ik eerlijk gezegd niet, maar ik twijfel in dit geval niet aan de wetenschap. Onheilsprofeten echter, zien een bloedmaan als een aankondiging van het einde der tijden vanwege bijbelboek Joel: “De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat die grote en ontzagwekkende dag van de Here aanbreekt.”

Ik ben eerlijk gezegd niet zo bang voor de dag des Heren, ik begreep altijd dat dat een ander woord voor Zondag is. En Zondagen maak ik zeer regelmatig mee. Als het over de dag des onheils gaat, tja, dan weet ik het zo net nog niet. Waarom zouden we van de dag des onheils spreken als Jezus terugkomt? Dat is de negatieve benadering. Zo’n dag zit vol met opportunities, om maar eens wat moderne termen te gebruiken.

Ik krijg nogal wat van die termen naar mijn hoofd geslingerd tegenwoordig. Ik ben tenslotte uit 1969, en twintig jaar ouder dan een collega van sales, met wie ik het goed kan vinden. Hij vindt mij echter wat halsstarrig en dwars, terwijl ik hem op mijn beurt wat meelopend en goedgelovig vind. Volgens hem moet ik ook eens out of the box denken, maar volgens mij moet hij out of the box denken niet verwarren met zwammen. Hij stuurde mij vandaag een testje met wat vragen en daar zou dan uitkomen wat voor type mens ik ben. Handig als je verkoper bent om te weten met wie je te maken hebt, probleem is alleen dat een potentiële klant die lijst niet invult, maar dat zijn verder onbelangrijke details. Het gaat erom dat je out of the box denkt. Ik bekeek het testje en mailde hem terug dat hokjesdenken zo hopeloos achterhaald is en dat het misschien goed voor hem zou zijn als hij eens van die gebaande salespaden stapte en eens wat meer out of the box ging denken.

Ik gebruikte zijn eigen theorie tegen hem en het werkte want hij liep vast. Out of the box denken is verzonnen door een linkmiechel die er brood in zag. Verkoop ze een praatje waarvan ze denken dat ze het begrijpen en vraag er geld voor. Een ander doel dient het niet. Je kunt mensen helaas niet out of the box leren denken. Laten we even aannemen dat out of the box betekent dat je andere wegen bewandelt. Columbus, die kon dat. Da Vinci en Galilei, die konden dat. Cruijff en Hennie van de Most, die denken out of the box. Ze zien mogelijkheden die anderen niet zagen omdat ze of intelligent waren of heel goed hun boerenverstand gebruikten. Dat noemen we out of the box.

Zou je nu tegen een willekeurige werknemer zeggen dat hij out of the box moet denken, dan vraag je hem eigenlijk om het bedrijfskundige equivalent van Hotel California te componeren. Om een tweede “Das Kapital” te schrijven of om met schaken te winnen van Deep Blue. Je vraagt hem om iets te doen wat hij niet kan omdat zijn brein te beperkt is. En het is helemaal niet erg om een te beperkt brein te hebben, want dat hebben we bijna allemaal. Zouden we briljante geesten zijn, en dus echt out of the box kunnen denken, dan zouden we niet naar zo’n stomvervelend verhaal hoeven luisteren omdat we dan eenmaal niet op een duffe afdeling sales zouden werken.

En niet dat het erg is om op duffe afdelingen te werken, dat doe we praktisch allemaal, maar erken gewoon dat je op een duffe afdeling werkt en er zal een wereld voor je dichtgaan. Waarschijnlijk kom je tot nog betere resultaten. Je hoeft je aandacht immers niet meer te richten op gezwam. In reclameboodschappen kunnen ze er ook wat van. Een businessschool heeft het eerst over kinderen die hun aandacht nergens bij houden, overal doorheen praten en die ronduit etterig gedrag vertonen, om die vervolgens als talent aan te duiden waar het bedrijfsleven om staat te springen. Dat is niet out of the box denken, dat is het stimuleren van lui en etterig gedrag voor eigen geldelijk gewin, om vervolgens de maatschappij op te laten draaien voor de schade die die etters later gaan aanbrengen.

Nee, the box bestaat helemaal niet. Het enige doel dat gediend wordt als je je salesafdeling laat luisteren naar een out-of-the-box-stimulator, is dat er wat aan zelfvertrouwen wordt gewonnen. En dat is goed. Want hoe meer zelfvertrouwen, hoe minder angst voor de dag des oordeels.