Zij die vroeger leefden…

Als je tientallen jaren geleden bent gestorven, dan leefde je in het verleden. Maar dat verleden was jouw heden. Je had geen idee van wat zou komen, je hebt het allemaal gemist. Maar daar stond je niet bij stil, want jij maakte het juist mee. In jouw tijd was er nog geen internet, hoe zou je kunnen weten dat er misschien nog wel eens een artikel met je foto online zou komen te staan? In een vloek en een zucht was je leven voorbij, al werd je tachtig jaar. Al die bekende en onbekende mensen die ons zijn ontvallen, die is ook veel bespaard gebleven.

Ze wisten van de oorlog, net als wij, alleen waren zij erbij. Ergens in de jaren zeventig of tachtig zijn hun lichamen tot stof vergaan. Nooit hebben ze gehoord van Al-Qaida of van Isis. De financiële crisis, De Bijlmerramp, de aanslag op Pim Fortuyn, ze weten het allemaal niet. Tevens weten ze niet van Facebook en Twitter, laat staan van Linkedin, de online catalogus waarin slaven zichzelf aanprijzen. 100 miljoen voor een voetballer? Ze zouden er niks van begrijpen.

Ze hebben misschien ooit eens een bedrijf opgericht dat nog steeds bestaat, of ze waren in loondienst, ze waren schrijver of artiest, maar allemaal weten ze niet beter. Ze weten slechts van hun eigen tijd, van zomers en winters, van dagen en nachten. Ze leven daar nog steeds, in een tijd die voor ons voorbij is. Wij kunnen ze niet bereiken maar zij zijn daar nog steeds en hebben geen probleem met digitale televisie of zijn zojuist geflitst. Ze zitten aan de keukentafel, drinken koffie en lezen de krant.

Ze zouden ons willen waarschuwen voor wat wij niet meer zien omdat het geleidelijk is gegaan, maar zij zien het wel. De vluchtigheid, de onverschilligheid en de vanzelfsprekendheid die in ons leven is geslopen. We sluiten alle gevaren buiten en we worden gewaarschuwd met een weeralarm, maar als er eens iets mis gaat is er niemand die nog echt huilt. Weinigen die nog echt van streek zijn. We zijn niet harder geworden dan vroeger, juist niet. We zoeken slechts een schuldige. We kunnen nergens meer tegen en daarom sluiten we alles buiten. Zij die vroeger leefden weten het. Zij zien het. Wij hebben geen idee. We merken het wel, maar begrijpen niet wat er aan scheelt.

Wachtgeld voor bloggers

Jammer, ik schreef daarnet weer een stuk dat het niet verder dan concept brengt. Het bevatte info over mijn werk, en aangezien je soms niet weet hoe een koe een haas vangt besloot ik het toch maar niet te plaatsen. Straks herkent iemand het en ik had de poppen toch al aan het dansen vandaag. Werk gaat dus wel ten koste van je onafhankelijkheid als blogger en dat is een kwalijke zaak. In de politiek is het allemaal redelijk goed geregeld, al zijn de wachtgeldregelingen ook niet meer wat ze waren. Maar in elk geval, in de politiek moet je kunnen zeggen wat je wilt, zozeer zelfs dat als je iets gezegd hebt dat niet bij je partijgenoten in de smaak valt en ze je eruit willen zetten, je het dan in elk geval niet terug hoeft te nemen omdat je ineens zonder inkomen dreigt komen te zitten. Je kunt minimaal een paar jaar vooruit.

Zo zou het met bloggers ook moeten zijn. Een wachtgeldregeling. Het gaat schitterende verhalen opleveren. Ongecensureerd en rauw. Ik geloof zelfs dat in arbeidscontracten tegenwoordig al iets staat over social media, en ik heb ook een akkoord moeten geven op een gedragscode die ik moest lezen en accorderen, omdat een andere mogelijkheid er niet was. Als je niet voor een bepaalde datum op akkoord klikt, krijg je HR in je nek dus het is allemaal wat dictatoriaal. Het enige wat ik als verzetsdaad heb kunnen doen is aangeven dat ik ongelezen op akkoord heb gedrukt omdat als er geen keus is, het ook geen zin heeft om de gedragscode te lezen. Zal hen boeien, door mijn akkoord is er weer aan een zinloze procedure voldaan en de accountant, die uiteindelijk de baas is, is weer tevreden.

Vroeger waren accountants echte ambachtslieden. Kundige serieuze mensen die fraude konden opsporen en die konden hoofdrekenen. Met veertienkolommenpapier, een vulpotlood en een telmachine waren ze gewapend. Ze hadden hetzelfde respect als de Porsche-brigade van de rijkspolitie. Maar tegenwoordig zijn het zeikerds. Ze controleren niks meer maar doen aan damage control. Zetten alles dicht met procedures, en zolang ze maar niet van de lekken horen, zijn ze tevreden en geven ze de vereiste verklaring dat het allemaal klopt. Want zonder zo’n verklaring kom je als bedrijf nergens. Terwijl de goedkeurende verklaring van de accountant een formaliteit is. Het zegt niks behalve dat er in theorie is voldaan aan de vereiste procedures. En daarom, een wachtgeldregeling voor bloggers! Pas als die er is en er verschijnt geen negatieve publiciteit over je bedrijf, dan pas heb je zekerheid dat de cijfers kloppen.

Het nieuwe kijken

Wat een mens in een jaar of vijftien verzamelt aan Experiaboxen, digitennes, splitters, kabels en digitale tv toebehoren is haast niet te bevatten. Ik geloof dat ik hier op zolder wel vijf digitale tv kastjes van KPN heb staan, en zeker vier mobiele telefoons. Het zit vaak nog in het plastic, kennelijk heb je het nog allemaal niet nodig ook. KPN moet gigantische winsten maken gezien het feit dat ze die troep allemaal “gratis” bij mij afleveren.

Nu zullen al die kastjes wel ergens in China worden gemaakt tegen een kostprijs die lager is dan de verzendkosten ervan hier in Nederland, maar toch. Ik heb zeker een kilometer aan ongebruikte kabels en snoeren liggen hier. Het is allemaal waardeloos spul, maar ongebruikt kun je het haast niet weggooien. Kan altijd nog van pas komen, denk ik dan. En inderdaad, vandaag was zo’n dag. Draadloos digitale tv aangesloten op de kamer van Hans, maar je staat nog versteld van hoeveel draad er nog komt kijken bij draadloos. Mevrouw Mack had op Weggeefhoek een pracht van een DVD-speler gescoord, er zat alleen geen scartkabel bij. Scartkabel, daar was ik ongeveer gebleven toen ik er mee ophield 18 jaar geleden. Daarvoor had je nog van die antennestekkers die eigenlijk heel handig en simpel waren. Maar scart was in opkomst, ik had geen idee van het voordeel ervan, maar het was ook simpel zij het wel iets lastiger te bevestigen dan die tulpstekkers of de antennestekkers van daarvoor. Zo is het eigenlijk steeds maar doorgegaan. Er kwam steeds iets onduidelijks bij, waardoor de hoeveelheid elektronica in onze meterkast nu gelijk is aan die van een flinke patchkast uit de jaren ’90. En ik heb eigenlijk geen idee waar het allemaal voor is. Ik heb nog steeds telefoon, televisie en internet. Dat had ik ook al voordat die snoerjungle in mijn meterkast werd aangelegd, maar soit. Het verschil is wel dat ik nu lang moet wachten voor de tv is opgestart en voor hij van zender wisselt als ik zap, maar ik doe nu wel aan het nieuwe kijken.

Op zolder stond nog een tv van 18 jaar geleden. Al vijftien jaar staan hij werkloos en we hadden eigenlijk het plan om de 20 jaar oude televisie die wij twee jaar geleden nog hadden ermee te vervangen in het geval die ermee uitscheed. Maar dat deed hij niet en inmiddels werden de eerste flatscreens ook al weer gratis weggegeven door wanhopige mensen die alweer het nieuwste model hadden. Dus wij hebben sinds ruim een jaar ook een flatscreen. De oude, maar in nieuwstaat verkerende kubusvormige tv die nog boven stond hebben we nu op Hans zijn kamer gezet. Daar zit echter geen HDMI op, dus moest die met een scartkabel worden aangesloten. En moet u eens raden wie die nog op voorraad had liggen?

Mijn domein.

Als ik in een zwembad ben, gedraag ik mij enigszins uitsloverig. Dat komt zo, ik zat vroeger bij de plaatselijke zwemclub en heb daar de nodige kilometers afgelegd. Schoolslag, borstcrawl, rugslag en vlinderslag. Om nu de vlinderslag en de rugslag in een campingzwembad te gaan doen vind ik overdreven, maar borstcrawl doe ik graag even. Plat in het water, ademen onder mijn rechterarm door, en in drie slagen ben je meestal aan de overkant. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Nu wilde laatst het geval dat er nog een opschepper in het zwembad was. Een Franse opschepper. Een zogenaamde vantard. Zwom gewoon in een perfecte stijl het zwembad over, deed zelfs een poging tot vlinderslag. Ik zag het met lede ogen aan. Deze man moest even op zijn plaats gezet worden. Dus ik ging ook over tot de borstcrawl en maakte een onderwaterkeerpuntrol zoals Pieter van den Hoogenband in zijn beste dagen. En daarna nog een keer! Dat leerde hem. Hij zwom gelijk een stuk bescheidener door het zwembad.

Wegdromend

Ik schrok me rot vandaag. Las in de Volkskrant dat over anderhalf miljard jaar geen leven meer mogelijk is op aarde omdat de oceanen dan verdampt zullen zijn. Ik dacht altijd dat we nog zo’n zes miljard jaar te gaan hadden en dat daarna de zon opgebrand is. Wordt het leven op aarde even op één dag met 4,5 miljard jaar ingekort. Heel even rekende ik of mijn kinderen daar nog last van krijgen, maar dat blijkt niet het geval. 

De Volkskrant, zo ontdekte ik, is een echte vakantie-krant. Normaal gun ik me er helemaal geen tijd voor om een krant door te spitten en daarom ben ik slechts geabonneerd op een regiotelegraaf die de Stentor heet. De Stentor zou ook een levensgroot artikel over een beroofde gehandicapte op de voorpagina kunnen zetten, echter het grote verschil met de landelijke telegraaf is dat de Stentor niet ophitsend is. Want Godbetert zeg! Ik heb hier een paar keer de Telegraaf gekocht in de veronderstelling dat ik iets te lezen zou hebben, maar niets was minder waar. Ongeveer elk artikel sloeg ik na de inleiding over omdat ik niet het gevoel kreeg dat ik een wijzer mens zou zijn na het lezen van het artikel.  Bovendien stond me de toon niet aan van de columnisten, de ingezonden brieven van lezers, en soms ook die van de krant zelf die in hun volmaaktheid toch allemaal een schuldige weten aan te wijzen voor ontstane problemen. 

Maar dat van de aarde zeg! Er bleek een planeet gevonden zijn die op de aarde leek, maar die al een stuk ouder was waardoor zijn oceanen reeds waren verdampt. Nu ging men zoeken naar sporen van leven op 1400 lichtjaar van ons vandaan. Gelijk dacht ik dat het leven dat daar destijds is geweest en dus op ons voor lag, niet is uitgestorven maar dat wij dat zijn. Dat we ons verplaatst hebben en opnieuw begonnen zijn, net als we dat over anderhalf miljard jaar zullen doen. Want me zomaar neerleggen bij het feit dat de mensheid uitsterft, nee, dat gaat niet goed in mijn hoofd. Dan zouden cynici gelijk krijgen, niet hebben, over hun stelling dat alles zinloos is. Dat u en ik voor niks geleefd hebben, alleen maar om in leven te blijven en ons voort te planten. Want waarom zouden we dan niet als de donder ophouden met ons voortplanten? Dan zijn we over 100 jaar van al het gezeik af. 

Verder las ik een mooi stuk over Gerard Depardieu, die vond dat je je in het leven niet moest laten betuttelen door levensremmende gezondheidsgoeroe’s of overheden maar dat je moest leven. Afgezien van wat ik verder van zijn praktijken vind, vond ik dit wel een mooie, vooral omdat hem dat tot de conclusie had gebracht dat hij niet dik was, maar leefde. Prachtig. Het is dat ik weet dat ik me steeds ellendiger ga voelen als ik zo dik zou zijn, anders overwoog ik ook een dergelijke levenshouding. 

Die ontdekte planeet was geloof ik anderhalf keer groter dan de aarde. Dat zou ik een prima planeet vinden want eerlijk gezegd vind ik de aarde wat aan de kleine kant. Neem nu een land als Frankrijk: het grootste land van West Europa en toch ben je er met de auto in een uur of acht doorheen. Ook hier is geen onontgonnen gebied meer, en ik krijg steeds meer behoefte aan gebieden waar geen hekken staan. Regels zijn er tenslotte om tuig in het gareel te houden, normale mensen kunnen best zonder regels. Stel, ik wil vissen. Mag niet zonder visvergunning. Stel, ik wil jagen. Mag niet, ik word gelijk geflitst. Een boom kappen en een hut bouwen? Vergeet het maar, regels, regels, regels. Aan de ene kant lijkt het me prachtig hoe de wereld eruit zag voordat er regels waren. En aan de andere kant zou er geen weblog zijn en zou ik mijn enthousiasme niet kunnen delen. Daarom, een grotere planeet. Zonder buurlanden. Als je daar vanuit Nederland naar België zou moeten, moet je eerst door een stuk onbewoond gebied ter grootte van Polen. Goed, er moet wel een snelweg doorheen lopen natuurlijk, en er moet getankt kunnen worden, anders heb ik het al heel gauw gehad met dat onontgonnen gebied. 

Méditerranée, zo blauw…

Gisteren gingen wij in het kader van ‘een camping is ook maar een camping’ naar de Middellandse zee. Recht naar beneden en iets ten westen van Marseille, want Marseille moet je mijden als de pest. Slechts een uurtje rijden had ik berekend en degenen die denken dat dit een soort Mont Ventoux-achtig verhaal wordt, hebben het mis. Het was ook een uur rijden. Alleen het idyllische van de Middellandse zee ontbrak. Ik moest aan IJmuiden denken.

Maar toch, als je de schepen en de industrie wegdacht was het best te doen. Fos sur Mer, niet zo bekend als Saint Tropez en ik begrijp nu ook waarom. Maar het water was warm en het strand was heet. De kinderen vermaakten zich prima en wij verbrandden in de zon. Fransen hebben natuurlijk een parasol bij zich, wij niet. Het was aan het strand een aangename 32 graden, een zeer welkome temperatuur omdat het op de camping nog niet onder de 35 is geweest. Gisterenavond net na negenen was het nog 29 graden. Dat het ’s avonds niet of nauwelijks afkoelt heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik zag gisterenavond een eenzame bliksemflits maar geen druppel regen tot nu toe. Hoe hier de natuur groen blijft is mij een raadsel.

Terug naar de Méditerranée. De kinderen hadden inmiddels contact gemaakt met Tim en Loek uit Schimmert, uitgesproken met zeer zachte G, en een u in plaats van een e. Ik huurde een waterfiets en nam de jongens mee na toestemming van hun sympathieke ouders. Nadien kwamen ze even bij ons zitten en ik vroeg natuurlijk of ze Rob Hamilton kenden, omdat Schimmert per slot van rekening maar 3000 inwoners heeft. En ja hoor, die kenden ze, al was het via hun ouders. De man vroeg of wij wat wilden hebben, een ijsje of een slush puppy of iets en ik aarzelde. Toen drong hij aan, het mocht ook een pilsje zijn. Ik zeg zelf altijd biertje, maar pilsje klinkt zoveel mooier, zeker met een zuidelijk accent, dat ik de verleiding niet kon weerstaan. De man was goedlachs, de vrouw was vriendelijk, en zo zaten wij op een mooie zomerdag op een strand in Zuid Frankrijk een pilsje te drinken met volslagen vreemden die aanvoelden als bekenden.

 Een dag uit de vakantie.   

Vakantie betekent dat ik door mijn rug ga, zo ook nu. Kennelijk is luieren niet goed voor mij en als ik mij niet vergis staat dat ook al in de bijbel, dat het de Heere een gruwel is. Nou, dat wordt me duidelijk gemaakt. Ondanks dit ongemak hebben we vandaag de Mont Ventoux beklommen, helaas met de auto. Zou graag kunnen zeggen dat ik het met de fiets heb gedaan. Of hardlopend. Hoewel er volgens mij ook op uitsloverij een bijbelse straf staat. 

Hans vond het niks, hij was erg bang dat ik van de weg af zou raken. En echt tot huilen toe. Nu raak ik niet zo snel van de weg, maar met een diesel omlaag vind ik niet zo’n succes. Het voelt als mishandeling van de techniek om een diesel zo te laten razen, misschien is het juist de bedoeling om veel te remmen, maar dan ben ik weer bang voor overhitte remmen. Toen ik bergop reed kwamen er twee sportieve Franse oude auto’s naar beneden denderen. Met van die knallen uit de uitlaat, prachtig. Een Simca 1100 en een Renault 5 alpine. Ze moesten alleen de fietsers naar het fietspad verbannen, ze rijden ernstig in de weg. Goed. Dat is juist de charme van Frankrijk natuurlijk, dat alles door elkaar krioelt. 

Ik liep daarnet net mijn stramme rug naar het riviertje dat langs de camping stroomt en zat wat langs de kant. Ineens verschijnt vlak onder me een enorme muis. Misschien was het wel een bever. Guillaume Bever. Uiteindelijk besloot ik dat het een beverrat was. Onze kat zou daar nog een hele kluif aan hebben volgens mij. Ik heb hem op film. 

   

Quatorze Juillet

We zitten in een warmtefront zo las ik in de Telegraaf, die zelfs in de vakantie onrust weet te stoken, voornamelijk door ingezonden brieven van lezers te plaatsen. De Grieken dit, dit kabinet dat.., mensen voelen de behoefte om hun mening te verspreiden, iedereen mag weten met welk een groot visionair men te maken heeft. Ondertussen zitten wij in 35+ graden. De koelste dag van onze vakantie wordt 31 graden volgens het weerbericht. ’s Avonds koelt het nauwelijks af, we zitten buiten in korte broek en t-shirt. Ik kan me niet herinneren dat ik dit eerder meemaakte. 

De hitte trotseer ik, met dank aan kapitein Dick Winters van Easy Company. Ik lees het waargebeurde verhaal “Band of Brothers” en ben een groot deel van mijn verloren respect voor Amerikanen aan het terugvinden.  Een relatief kleine company die een aantal beslissende slagen heeft toegebracht aan de Duitsers, en die mij doet beseffen dat we onnoemlijk veel aan haar te danken hebben. 

Door de hitte doen we weinig noemenswaardigs, luieren, zwemmen, eten en drinken. Morgen staat er een trip naar Nimes gepland, alwaar de best bewaarde Romeinse arena ter wereld schijnt te staan. Arena’s waren verschrikkelijke plekken waar gladiatoren onvrijwillig een wrede dood stierven, maar omdat het zo lang geleden is en er geen gedupeerde nabestaanden zijn die strijden voor gerechtigheid, kunnen we de dag met enthousiasme tegemoet zien. We kunnen zelfs de gids een fooi geven, en dat zie ik bij Dachau nog niet gebeuren. Er is ook geen voetbalclub die haar stadion “het concentratiekamp” noemt. 

Frankrijk echter, blijft mij boeien. De magie die ik er vroeger omheen hing is eraf, het is nu slechts een land dat ik mooi vind en waar ik mij thuis voel. Ik heb vanmiddag in kaart gebracht hoevaak ik hier op vakantie ben geweest en kwam op 24 keer. Ik heb hier meer dan een jaar van mijn leven doorgebracht en het land heeft een speciale betekenis voor mij. 

Kapitein Winters is er niet meer, ik lees over zijn leiderschap, zijn bescheidenheid, zijn vermogen om onder druk de juiste beslissing te nemen, en over zijn zorg voor zijn mannen die hem zonder uitzondering de beste gevechtscommandant vonden die ze ooit hadden gezien. Op dit moment barst het vuurwerk van quatorze Juillet los, dat schijnt ook iets met de Franse geschiedenis te maken te hebben. Het is waarschijnlijk lang geleden en er zijn geen gedupeerde nabestaanden dus het feest kan beginnen. Ik eer Dick Winters en Easy-Company vandaag. Ze vocht onder andere in Frankrijk en Nederland. In de oorlog maakte Winters zichzelf een belofte. Als hij zou overleven zou hij zich terugtrekken in een boerderij in Amerika en een rustig leven in vrede leiden. En zo geschiedde.  Hij heeft nooit een brief naar de Telegraaf geschreven. 

13 Juillet 2015

Le Thor-Vaucluse-Frankrijk.

We zijn voor twee weken neergestreken in de Vaucluse, Frankrijk. De heenreis heeft erg meegezeten. Een overnachting in Dijon, de volgende dag nog maar vier uurtjes rijden en we waren er al. De Tomtom omzeilde op briljante wijze een flinke file, iets dat wat mij betreft de krant mag halen. Waarom Fransen massaal in een file gaan staan terwijl  wij op een parallelweg vrij baan hadden, is mij een raadsel. De komende tijd worden hier uitsluitend maximumtemperaturen verwacht van ruim boven de dertig graden. De krekels voeren de boventoon maar krekelgeluiden storen in het geheel niet. Je kunt er zelfs prima bij wegdutten. De eerste nacht in een opgewarmde caravan heeft iedereen prima geslapen.

Verder heb ik de douche al gesloopt; dat wil zeggen, verder naar z’n grootje geholpen. Het ding hing slap als de plasser van een oude man op het naaktstrand en was met geen viagra te verleiden tot een ferme opstand. Ook niet met een kruiskopschroevendraaier trouwens. Ik draaide de schroef dol en rapporteerde een kapotte douche. Niet veel later verscheen een donkerverbrande, onverstaanbare Fransman gewapend met een waterpomptang ten tonele. Guillaume, zo moet hij geheten hebben. Maar als het euvel met een waterpomptang opgelost kon worden, had ik het zelf wel gedaan. Na een minuut kwam hij onverrichter zake weer naar buiten en mompelde wat. Op zijn campingmobiel scheurde hij weg om vijf minuten later terug te komen met een nieuw onderdeel. Ook weer gefikst. Het enige nadeel van deze camping lijkt het feit dat hij praktisch aan de voet van de Mont-Ventoux ligt. Eigenlijk ervaart alleen mijn vrouw dat als een nadeel. De zeer ervaren lezer weet waarom.

  
  

Klakkeloos gevolg

Gisterenavond op de radio waren Mart Smeets en Maarten van Rossem te gast in de studio over het onderwerp Tour de France in Utrecht. Mart Smeets is één van de weinige Nederlanders die bij elke van de zes tourstarts in Nederland is geweest, maar Maarten was minder enthousiast over het spektakel in zijn woonplaats, en hoe mooi ik de tour ook vind, ik kon het alleen maar hartgrondig met Maarten eens zijn. Want, zo vroeg hij zich af, waarom veranderde zijn stad in een krankzinnigeninrichting op deze dag van de tour? Dan kun je nog denken :” Nou ja Maarten, die mensen zijn gewoon enthousiast, dat mag toch wel?” Natuurlijk, maar Maarten begreep niet dat er geen rechtszaak werd aangespannen tegen het gemeentebestuur vanwege vrijheidsberoving van de inwoners van de gemeente Utrecht. Maarten wilde namelijk met zijn niet mobiele vrouw naar de verjaardag van zijn kleinkind in Haarlem, maar kon de stad niet uit met zijn auto. Ook reed er geen bus of taxi, dus hij klaagde over het feit dat het gemeentebestuur de taak had om te zorgen dat de burgers ongehinderd hun dagelijkse beslommeringen konden uitvoeren, en niet dat ze haar burgers van hun vrijheid moest beroven.

“Maar Maarten,” zei de presentator, “het is toch in elk geval een prima manier om Utrecht op de kaart te zetten? Utrecht is de hele wereld overgegaan, dat moet jou als Utrechter ook tevreden stemmen?” Grotere flauwekul had Maarten in zijn leven niet gehoord. Ten eerste was Utrecht een van de in economisch opzicht hardst groeiende steden en hoefde helemaal niet op de kaart gezet te worden, en ten tweede geloofde hij niet dat als mensen in Congo nu Utrecht gezien hadden, dat ze tegen elkaar zeiden: “Heb jij die toren gezien? Daar moeten we heen voor drie weken.”

Met een glimlach zat ik te luisteren. Ik vond het spektakel mooi, maar ik werd dan ook niet van mijn vrijheid beroofd. Ik heb me ook altijd verzet tegen Amerikanen die de dienst uitmaken buiten hun eigen landsgrenzen, bijvoorbeeld als de Amerikaanse president op bezoek komt, en in dit geval tegen de Fransen die de boel overnemen. Duitsers zul je zoiets nooit zien doen. Mensen als van Rossem maken mij blij. Niet vanwege hun gemopper, maar omdat ze tegen de stroom in zwemmen, en dus op plaatsen komen waar anderen niet komen. Klakkeloos volgen is een van de grootste gevaren waaraan de moderne mens wordt blootgesteld.