Rot

Bij de ING werkt een meneer wiens salaris bevroren was en daardoor sinds 2009 nog maar 1,2 miljoen per jaar verdiende. Dat is natuurlijk geen houdbare situatie, maar ja, de ING kreeg staatssteun en zolang de staat de baas was werden er geen salarisverhogingen voor topbestuurders toegestaan. Dus werd het salaris voor iedereen bevroren zodat de staatslening kon worden afgelost. En nu, zes jaar later kon er dus weer een kleine verhoging vanaf. Echter, de topbestuurder is niet gauw tevreden en heeft nu bedongen dat hij 1,6 miljoen per jaar gaat verdienen. Ongetwijfeld is dat een vergoeding voor gederfde inkomsten tussen 2009 en 2014. En terecht! Wat denkt zo’n PvdA minister wel? Dat hij iets te zeggen heeft bij de bank? Hij mag de bank even te hulp schieten, maar de vooraf afgesproken jaarlijkse verhogingen gaan natuurlijk gewoon door. Rente er overheen zodat we uiteindelijk op 1.6 miljoen uitkomen om het leed van de afgelopen jaren te compenseren.

Van buiten een keurige heer, van binnen door en door rot.

Het gesprek

En ineens was daar het gesprek waarvoor ik al jaren vreesde. Het gesprek dat ik zelf nooit gevoerd heb en waarvan ik altijd dacht dat ik het door zou spelen aan mijn secondant. Maar mijn secondant was naar de tienminutengesprekken op school. 80 onverlaten hadden zich vergrepen aan een minderjarig meisje dat in de macht was van een loverboy, als ik het goed begrepen heb. Het woord seks viel tijdens het journaal en ik stond er alleen voor. Hans wilde weten wat seks was. Tja, hoe leg je dat nu uit aan een negenjarige?

“Ehm, nou, weet je, seks is vrijen.” “Opgelost,” dacht ik, maar hij wist ook niet wat vrijen was. “Goddomme,” dacht ik, “waarom weet je dat niet?” Ik wist in de vierde klas van de lagere school al veel meer zonder dat dat door ouders of leraren was uitgelegd. Je vriendjes zorgden daarvoor, het zal misschien aan het deel van het land waar ik opgroeide gelegen hebben. Ik begon te praten en ik voelde dat ik om het onderwerp heen draaide. “Eh, ja, als je kusjes geeft en zo.” “Ja, maar doen jullie toch ook weleens,” vroeg Hans. “Ja, eh, kijk, het moet wel van twee kanten komen. Seks kan wel, maar alleen als je getrouwd bent.” Grapje. Dat zei ik niet. Ik zei dat het wel kon, maar alleen met instemming van beide partijen, die dientengevolge een mondelinge edoch stilzwijgende overeenkomst aangaan tot…Nou ja, man en vrouw moeten het allebei wel willen. Meestal verleid een vrouw een man tegen zijn wil, en….nee ook niet. Lastig hoor.

Maar waarom was dat dan erg, en waarom wilden die mannen dat? En waarom gingen ze dan geld betalen? Tja, waarom willen mannen dat? Dat zit ergens in je hersenen voorgeprogrammeerd, en alleen de sterksten kunnen zich beheersen. De rest zijn hoerenlopers en verkrachters. Echt lastig dit. En het is erg omdat dat meisje het niet wilde, omdat ze pas zestien was en omdat ze in verwachting kon raken. Ik kon hem toch moeilijk uit gaan leggen waarom een man seks wil? Dat weet ik zelf niet eens, als je jeuk hebt moet je krabben, zoiets.

Thomas krijgt morgen een puppy, had ik dat al verteld? Net zo makkelijk veranderde hij van onderwerp. En ik zit met het onbestendige gevoel dat hij zich van de domme hield en mijn kennis peilde.

Sociaal gedrag van hond en baas.

Tijdens het uitlaten van de hond kom je soms zonderlinge mensen tegen. Ik besef dat de zonderlinge mensen op hun beurt denken dat ik zonderling ben, en misschien hebben ze ook een deel van het gelijk. Zo was er vanochtend de man die mij tegemoet kwam lopen. Ik had de hond onaangelijnd naast mij lopen om haar het onaangelijnd naast mij lopen te leren. Volg! Randi luistert al heel behoorlijk dus als ze niet wordt afgeleid gaat het prima. Nu gaat het natuurlijk om dat afleiden, en de man die ons tegemoet kwam was de afleiding. Hij had een nette broek met een vouw aan waaraan ik dacht te kunnen opmaken dat hij naar de kerk ging. Randi week in het voorbij gaan even van haar lijn om de man eens flink in zijn kruis te ruiken, maar de man liet dat niet toe en sleepte zijn kruis naast de stoep in het gras. Randi probeerde het nogmaals, maar de man wenste niet onzedelijk betast te worden, keek mij angstig aan en ontweek zonder iets te zeggen met zijn kruis de kop van Randi. Ik corrigeerde de hond, maar voelde mij een beetje schuldig over het hulpeloze gezicht van de man en leerde dat ik in het vervolg als er iemand aankomt, haar even aanlijn.

Nu was dit niet echt zonderling, dat kwam ’s middags pas. Op de hondenuitlaatplek in het bos stapte ik uit mijn zojuist geparkeerde auto. Twee vrouwen waren aan het bekvechten. De een zei dat de ander normaal moest doen omdat haar hond niks deed, de ander zei dat ze niet wilde dat haar hond besprongen werd door een andere hond. Ik liep achter de laatste vrouw aan en haalde haar in. Randi en haar hond speelden even en ze vertelde mij over het incident van zojuist. Dat ze niet wilde dat er naar haar hond werd gegromd omdat die dan haar sociale karakter zou verliezen. Het beest was pas een jaar oud. Ik merkte op dat honden elkaar sociaal gedrag aanleren, maar daar was ze het niet mee eens. Eerst speelden Randi en haar hond door achter elkaar aan te rennen, maar als snel kwam het moment dat er even de rangen en standen bepaald moesten worden en begonnen de honden spelenderwijs naar elkaar te grommen. “Nee, dit wil ik niet,” zei de vrouw en vroeg of ik kon doorlopen. Ik zei dat ik al liep dus dat het misschien beter was als zij zou stoppen, en ze volgde mijn advies op. Haar hond kwam nog een paar keer achter ons aanrennen, maar werd steeds teruggeroepen door haar angstige bazinnetje.

Halverwege het rondje kwam ik haar weer tegen en de honden zochten elkaar weer op. “Nee, ga jij maar naar je baasje riep ze tegen een enthousiaste Randi, en ik liep door, Randi een keer roepend, maar die liet zich de kans om te spelen niet ontgaan. Het duurde dus eventjes eer ze kwam en de vrouw weer rust had. Wat zo’n vrouw op de hondenuitlaatplek te zoeken heeft is mij een volslagen raadsel. Ik denk dat ze er vaker komt want ik kreeg laatst ook al verontschuldigingen van een vrouw wier hond Randi grommend op haar rug legde. Ik merkte op dat er niks aan de hand was, dat ze alleen even uitmaakten wie de baas is. “Oh, ik ben zo blij dat u zo reageert, er zijn namelijk mensen hier die worden kwaad.” Ik denk dat die mensen geen hond zouden moeten hebben. En ze zouden zeker niet naar een hondenuitlaatplek moeten komen. Eigenlijk zouden andere mensen er grommend bovenop moeten duiken.

Luis in de pels

Wat ik een mooi verschijnsel vind is de veranderlijkheid van de mens. Vind het niet echt mooi natuurlijk, maar zo zeg je dat nu eenmaal. Net als dat je soms aangeeft dat je iets grappig vindt. “Grappig dat je dat zegt,” terwijl iedereen ook wel snapt dat je je kapot ergert. Nee, liever zie ik juist standvastige mensen in alle omstandigheden, maar dat ras lijkt uitgestorven. Logisch ook, neem het voorbeeld van Petrus en de haan die drie keer kraaide. Zou Petrus standvastig geweest zijn, was hij ter plekke gelyncht, terwijl hij nu door te draaien zijn hachje redde.

Maar goed, het gaat tegenwoordig helemaal niet meer om levensgevaar maar om opgeblazen ego’s. Die kunnen schreeuwen en blazen en sissen, de ene dag dit, de andere dat. Ze hebben niet door dat er ook mensen om hen heen zijn die wel iets onthouden, ik dus, en ook niet te beroerd om ze eraan te herinneren. Een collega heeft een BMW die binnenkort uit het leasecontract loopt. Toen dat nog niet aan de orde was, had hij een hekel aan Mercedes. Logisch, Mercedes en BMW zijn rivalen. Nu Mercedes een goede aanbieding heeft (veel vermogen, weinig bijtelling) is hij toch maar eens gaan kijken. En geheel volgens mijn verwachting viel het niet tegen. Iemand die dat zegt meent dan ook dat hij een geloofwaardig oordeel kan vellen. Terwijl in zijn hoofd de beslissing al direct was gemaakt na het horen van het bijtellingspercentage. Waarschijnlijk gaat deze man lang leven. In elk geval zal hij niet gedood worden om zijn standvastigheid. Een blad aan een boom, zijn vestje waait in de richting van de wind, maar ondanks dat zijn er weinig mensen die hem op zijn nummer durven zetten.

Gelukkig ben ik er altijd nog met mijn geheugen voor uitspraken van mensen.

Verstappen II

Eénentwintig jaar geleden debuteerde Jos Verstappen in de Formule 1. Ik was F1 fan en zat voor de televisie. De eerste en de tweede race crashte hij en in de derde stond hij langs de kant omdat de man die hij verving weer hersteld was van een gebroken nek. Helaas, die derde race werd een zwart F1 weekend waarin twee coureurs verongelukten, Senna en Ratzenberger. Schumacher werd op het nippertje wereldkampioen, op de hielen gezeten door Damon Hill, die enigszins werd geholpen door een eerdere schorsing van Schumacher. Tot op de dag van vandaag wordt getwijfeld aan er eerlijkheid van dat eerste kampioenschap van Schumacher. Zijn auto zou verboden doping (tractiecontrole) hebben gebruikt. Senna is er niet meer, met Schumacher gaat het niet al te best en Verstappen is ondanks alles Nederlands meest succesvolle F1 coureur tot nu toe.

Schumacher en Verstappen maakten elkaar niet veel qua talent, maar toch werd Schumacher zeven keer wereldkampioen en Verstappen stond avonden aan een kart te werken voor zijn zoon, Max. Max is de zoon van racer Jos en van racer Sophie, en heeft de racegenen van beide ouders in zijn bloed. Max is de jongste F1 coureur ooit die de F1 gaat rijden. 17 jaar is hij pas maar hij heeft nooit anders gedaan dan karten en racen. De verwachtingen zijn zeer hoog gespannen en de wereld kijkt naar hem. De krant vergeleek zijn talent al met dat van Senna…

Zo’n fan als ik was zal ik niet meer worden. Een bonkend hart bij de start en vroeg opstaan om de races te kunnen zien, ik zie het niet meer gebeuren. Maar het ontroert me wel dat dit staat te gebeuren. De zoon van mijn vroegere held Jos staat op het punt zijn vader vér te gaan overtreffen. Ik hoop dat hij het goed gaat doen. Ik hoop dat hij het uitzonderlijk goed gaat doen. En ik wou dat de F1 weer iets van de magie van vroeger terug kon krijgen. Iets minder races in het land van rijke oliesjeiks en meer in Europa en Amerika. En dat de uitzendrechten terugkomen bij een zender die ik kan zien. Maar dat laatste is ijdele hoop. Als John de Mol c.s. eenmaal iets gekaapt heeft is het voorgoed weg.

Eindelijk.

16 juni 2008, toen stond op nu.nl het bericht dat er in de Bondsrepubliek weer wolven leefden. Ik vond het fantastisch nieuws waarover ik dan ook schreef op mijn weblog. Op 17 september van dat jaar schreef ik er weer over. Ze zaten toen nog maar 400 kilometer van Enschede. Daarna duurde het drie jaar voordat de wolf in Nederland zijn intrede deed. Hij werd in het Gelderse Duiven en Loenen gezien. Echter, daar was geen goed beeldmateriaal van, dus werd het niet erkend door de stichting Wolven in Nederland. Toen was het op 9 juli 2013 raak. Een heuse wolf werd gevonden in Luttelgeest, een dorpje in de Noordoostpolder. Later bleek het beest er neergelegd te zijn door een paar dronken Polen die waarschijnlijk de schik van hun leven hebben gehad. Op 11 november van dat jaar liet ik de droom maar varen. Echter, begin 2014 was er alweer een waarneming in Ootmarsum, vlak bij de grens met Duitsland.

Maar nu, vandaag, 7 maart 2015 is hij er dan eindelijk toch. In het Drentse Noord-Sleen, vlak onder onze vakantieplek van vorige week, is er een gesignaleerd en gefotografeerd. Later werd hij in Wezup, bij westerbork gezien.
wolf wezup

Na 150 jaar is hij weer terug. Het is een belangrijke dag voor het mooie en lege Drenthe. En voor Nederland. Onderschat hem niet, de wolf. Het beest is oersterk en wat ze u ook wijsmaken, hij kan levensgevaarlijk zijn. Wee degene die hem tart. Dat ik dit meemaak vind ik een voorrecht. Ik hoop dat ik er ooit een spot. En dat de volgende ijstijd zich snel aandient. Of draaf ik nu door?

Veel te vroeg…

Woensdagmiddag is hier in de buurt het lichaam van een jong meisje aangetroffen. Ze speelde verstoppertje met een paar andere kinderen vlak bij de school. Het lichaam werd veel te vroeg in gehurkte houding achter een auto ontdekt door de zoeker die haar gelijk buutte bij de pot. Het lichaam van het meisje bewoog volkomen normaal en op eigen kracht. Later werd de hele pot nog vrijgebuut door een ander lichaam, dat niet werd aangetroffen.

Het was de bedoeling u even op het verkeerde been te zetten met die eerste zin. Ik kwam er op doordat ik gisteren op de radio hoorde dat er een lichaam was gevonden. Ik dacht nog: Ja? Krijg ik nog te horen of het een dood of een levend lichaam is? De kwaliteit van de radio laat overigens toch te wensen over. Ik heb in de auto meestal radio 1 aan staan voor het radio 1 journaal, en soms zijn er ook andere interessante programma’s. Maar soms is het er ook niet te harden en klik ik op knopje twee, van radio 2. Radio 2 is ook prima, ik hoorde “Somebody to Love” van Queen, maar daarna was het een of ander dramanummer uit de top 40 van vroeger. Dus ik ga naar drie waar de onvermijdelijke Chiel Beelen zit. Ik ga naar vier, ik geloof Q-music. Een DJ en een vrouwelijke side-kick zaten daar gezellig te keuvelen met elkaar over iets wat mij totaal niet interesseerde en ik zapte door naar vijf. 538 geloof ik. Pokkeherrie, laatste kans, nummer zes. Pokkeherrie, door naar één.

Ik heb de radio maar uitgezet. Vroeger vond ik het geweldig als Curry en van Inkel hun show opvoerden. Later nog geweldiger als Jeroen van Inkel zijn ochtendshow op vrijdag deed. Ik heb zelfs nog een tijd naar Edwin Evers geluisterd, een jaar of tien terug. Maar ik ben het allemaal ontgroeid, het duurt vast niet lang meer of ik programmeer Classic FM op mijn autoradio.

Heb ik nu een logje geschreven? En zo ja, hoe moet ik het noemen, want waar gaat het over? Nergens over. Ik moet nog een titel verzinnen want die staat er op dit moment nog niet boven. Het moet natuurlijk wel een titel zijn die meehelpt u op het verkeerde been te zetten, en niet één die de flauwe lading van dit verhaal dekt. Dus ja, misschien bent u wel geschrokken. Dat was in elk geval nergens voor nodig. Benieuwd met welke titel ik zo meteen op de proppen kom.

Fernweh

Je bent nauwelijks een weekje weggeweest en amper 150 km van huis, toch is dat genoeg om je dat licht trieste gevoel te geven als je weer wegrijdt. Fernweh heet dat in goed Duits. Ik keek nog eenmaal om naar het afgelegen huis met de paardenstal waar wij deze voorjaarsvakantie doorbrachten. Mijn zoontje zat naast mij, mijn dochtertje zat bij Linda in de auto. Ja, als we naar Zuid-Frankrijk gaan, gaan we gewoon met één auto hoor, maar de hond moest mee dus de kofferruimte zat al vol.

Ik heb onder andere last van heimwee. Zeker als ik alleen weg ben speelt het op. Met mijn gezin erbij heb ik er geen last van, maar zij zijn waarschijnlijk meer mijn heim dan dat ons huis mijn heim is. Verder heb ik nog last van melancholie, dat is een verlangen naar vroegere situaties. Het zal sommigen die mijn blog volgen bekend voorkomen. Ook depressies en paniekaanvallen zijn mij niet vreemd, en dus ben ik blij ben dat ik soms bij de apotheek alleen een potje maagzuurremmers hoef te hebben. Gewoon een ouderwetse lichamelijke klacht, heerlijk.

Over lichamelijke klachten gesproken, die einden met de hond lopen! Geen gedoe met poepzakjes, hond kan gewoon los mee, en je loopt een uur zonder iemand tegen te komen. In het begin is het nog koud, maar naarmate je verder loopt voel je je onderdeel worden van het landschap, alsof je een hunebeddenbouwer uit de oudheid bent. Kilometers heb ik gelopen, ik schat toch zeker 50. Ik tilde de hond de steile trap op, ik nam mijn dochter op mijn nek als ze moe was, ik zwom, ik bowlde, en dat allemaal met een rug die vorig jaar om deze tijd nog behandeld werd voor een hernia.

En ’s avonds als ik de hond uit liet, door het donker, was boven mij een sterrenhemel zoals je zelden meer ziet. Het enige dat er aan ontbrak was dat ik een vliegende schotel zag, maar die zullen er ’s zomers wel zijn, om graancirkels te maken. Ik ga het zeker missen, dat gevoel van de prehistorie in Drenthe. Een prachtige leegte, een indrukwekkende sprong terug in de tijd. Van melancholie had ik hier in elk geval geen last.

Stug

Vanochtend kwam ik een Drentse tegen die vier honden liep uit te laten. Ik kon daar slechts één hond tegenoverstellen maar we raakten even aan de praat. Van een afstand riep ze al “moi” zoals kennelijk iedereen dat doet hier. Het mens zag eruit of ze nooit verder dan Borger was geweest, maar was uiterst vriendelijk en afstandelijk tegelijk. Of ik ook uit Bronnegerveen kwam, vroeg ze. Bronnegerveen heeft 90 inwoners en zij zag eruit alsof ze er al zestig jaar woonde, dus ze kon het niet serieus menen. Ik legde uit dat we slechts op vakantie waren. Ze zei dat er hier niets te doen was, behalve ’s zomers in Borger, maar daar kwam ze ’s zomers niet. Ik legde uit dat niks ook precies was wat we kwamen doen.

’s Middags zijn we de grens over geglipt en kwamen we in Stadskanaal. Ik moest soms hard lachen om Bert Visscher die een Groninger nadeed, maar ik kreeg nu pas door dat hij helemaal geen grap maakt maar gewoon letterlijk zegt wat hij hoort. “Dan ken ze mai nog nait,” hoorde ik een vlot uitziend meisje naast me zeggen. De (oudere) mannen hebben een hoog Jannes van der Wal gehalte, ik zou geen partijtje dammen tegen ze aandurven uit angst dat ze familie zijn van. Maar vriendelijk, ja, dat zijn ze wel in tegenstelling tot het stugge imago dat ze hebben. Misschien ben ik ongevoelig voor stug.

Moj.

Vaak maak ik mij zorgen over de richting waarin Nederland verdwijnt in mijn hoofd. Het is geen prettige richting, het is de kant op van de overbevolking, de onverdraagzaamheid, de criminaliteit en de overspannenheid. Maar ik weet nu hoe dat komt. Ik laat mij teveel leiden door de krant en het journaal. En die berichten niet over een gehucht in Drenthe, waar ik mij nu bevind. Het is hier voornamelijk leeg. Zo leeg dat ik mij verbaas. Kijk ik uit het raam dan zie ik het eerst volgende huis pas een kilometer verderop. De weg langs dit huis laat per dag hooguit 10 auto’s passeren. En toen ik vanochtend met de hond liep, liep ik meer dan een uur zonder ook maar één iemand tegen te komen. En de twee keer dat ik dit weekend iemand tegenkwam groetten die mij met “moj” wat Drents schijnt te zijn voor hallo.

BronnegerveenIk moet twee dorpen verder zijn voor je een boodschap kunt doen, want winkels zijn er hier niet. Ik verbaas mij eerlijk gezegd dat ik hier gewoon een stekker in het stopcontact kan stoppen en dat er stromend water uit de kraan komt. Zoals u ziet is er hier zelfs internet. Ik vind het hier schitterend, zelfs de drassige akkers. Hoe mooi moet het hier ’s zomers zijn? Wij hebben paarden, katten en een konijn om te verzorgen, en ik heb mijn laarzen meegenomen. Lekker in de modder baggeren, wat moet het leven fijn zijn als je een scharrelvarken bent. En ’s nachts is het hier aardedonker. Geen wonder dat ze hier de sterrenwachten in de buurt hebben gebouwd, al schijnen die radiotelescopen dwars door bewolking heen te kunnen kijken. De mensen die hier normaal wonen zijn op wintersport en komen ook uit de bewoonde wereld. Zij namen de stap, kochten hier een huis en zochten hier werk. Want dat is wel noodzakelijk, dat je je werk in de buurt hebt want de Randstad is ver weg. Zelfs Amersfoort, waar ik werk, is ruim een uur rijden. Maar je krijgt er wel wat voor terug, zo schijnt het. Ruimte, stilte en gezondheid en beweging. Tenzij iedereen naar Drenthe gaat, dan natuurlijk niet meer. Maar wat een mooi stuk Nederland. Ik was het even vergeten.