Zak er maar in

Ik ging friet halen, bij een andere frietzaak dan normaal, en parkeerde mijn auto voor de deur. Voor me stond al een auto die nog wel iets verder had gekund, waardoor ik met mijn achterkant een oprit half blokkeerde. Maar het was een dubbele oprit, en bovendien: hoe groot was de kans nu helemaal dat precies degene die daar woonde er in de komende vijf minuten aan zou komen of eruit zou moeten?

Ik was nog niet uitgestapt of daar kwam ze al aan. Moeilijk manoevrerend, alsof ze geen ruimte genoeg had en driftig gebarend dat ik in de weg stond. Ik maakte haar met mijn blik duidelijk dat ze niet kon rijden. Dat ik misschien wel half voor haar oprit stond, maar ze nog anderhalve oprit had om erop te rijden. “Zak er maar in,” dat dacht ik. Ik ging friet halen.

Toen ik terugkwam was ze weg, en ik keek nog eens naar de oprit. Hadden ze snel de boel verbouwd en nu was er nog maar één, die ik half blokkeerde. Dat hadden ze wel bijzonder snel gedaan, want net waren er nog twee. Nou ja, dan moest ze een beetje over de stoep, big deal. Maar waar ik me het meest aan erger is dat altijd als ik zoiets doe, er gelijk iemand aankomt die op mijn schuldgevoel gaat werken terwijl die kans statistisch nihil is. Ze doen het er gewoon om. De hele week als er niemand voor die oprit staat hoeft daar geen auto in of uit. In de vijf minuten dat dat wel gebeurd, wel. Dat is dus een complot. En dus dacht ik: zak er maar in. Ze werd het slachtoffer van degenen die haar voorgingen en het wel voor elkaar kregen dat ik mijn auto ging verzetten. Maar deze keer was ik voorbereid, dus liet ik hem staan.

Pleurisfiets

We zijn collectief aan het indutten. We zijn slappelingen geworden en ik ben het niet alleen, dat weet ik zeker. We proberen bijvoorbeeld een rookvrije generatie te creëren, wat ik al belachelijk vind, want dat moeten mensen lekker zelf weten. En als u denkt dat we daar gezonder van worden, prima, maar de bacteriën hebben inmiddels een manier gevonden om resistent te worden, en daar sta je dan met je schone longontsteking.

Maar daar gaat het even helemaal niet om, het gaat even om mezelf. Ik faal als opvoeder, want ik ga gewoon mee met de flow, en dat betekent dat mijn zoontje een “moderne” fiets mocht hebben om mee naar school te fietsen. Ik was het er niet mee eens, maar wat heb ik nog te vertellen? Alle kinderen hebben zo’n moderne ouderwetse fiets met voetrem, een stuur ter breedte van een nijlpaard en een handig kratje voorop, waar je nooit iets in vervoert. Een boekentas is er niet meer bij, dus fietsen ze met een rugzak. Maar niet op hun rug of in het kratje, nee, nee, nee, daarvoor moet weer een steun op de bagagedrager worden gemonteerd die het vervoeren van personen -het belangrijkste doel van een bagagedrager- geheel onmogelijk maakt.

Vanavond ging hij met voetballen door zijn enkel. Kennelijk kon hij daardoor niet meer fietsen, wat ik al niet snap. Maar goed, hij moest gehaald worden en of ik dan zijn fiets achter in mijn auto wilde gooien. Nou, vergeet het maar. Ik heb de grootste auto die ik ooit heb gehad, maar zo’n fiets met kratje en uitgebouwde steun op de bagagedrager is kansloos. Daar moet je een boedelbak voor huren.

Geërgerd reed ik naar huis. Zonder fiets. Daarna werd ik door mevrouw Mack bij het voetbalveld afgezet en mocht ik terugfietsen op dat bakbeest, met voor mij veel te laag zadel. Ik verongelukte bijna toen ik bij het stoplicht de handremmen niet kon vinden en door rood reed. Had hij een normale fiets gehad, zoals ik heb, was dit allemaal niet gebeurd. Dan had hij lekkerder gefietst, en had ik die op mijn dooie gemak in de auto geschoven. Had er nog een nijlpaard bijgepast ook.

Ik ben een beetje pissig. Meneer kan kennelijk ook niet meer lopen en moet geholpen worden naar de wc. Nou, niet door mij. Hij hinkelt maar. Ik ben verdorie nog nooit naar de wc geholpen, in heel mijn mislukte leven nog niet!

Ik liet me gaan.

Er gebeurt iets met me. Gisteren had ik al een incident met een Volvo die zich in een gat dat er niet was probeerde te drukken, waardoor ik boven op mijn rem en claxon moest. Ik hield de claxon ook extra lang in, en bij het verkeerslicht gebaarde ik de bestuurder dat hij een paardelul was.

Vandaag reed ik in België, en ik heb nog nooit sinds ik mijn rijbewijs haalde in 1989, mijn middelvinger nodig gehad. Ik beschouw het daarom als een zwarte dag. Maar ik moest al een tijd wachten voordat ik in kon voegen. Dus toen ik mijn kans schoon zag, was er net een motorrijder iets eerder ingevoegd dan ik. Als hij 120 had gereden, was er niks aan de hand geweest, maar meneer accelereerde voluit en daarom moest hij vanwege mij weer in zijn remmen. Hij haalde me rechts in en gaf mij de middelvinger. Die gaf ik onmiddellijk terug. Hij smeerde hem en ik zette de achtervolging in. Kansloos. Maar niet helemaal want er kwam een bocht aan, en motoren kunnen eenmaal niet net zo hard als een auto door de bocht.

Ik wrong mij dus in zijn uitlaat, toeterde en hief mijn middelvinger nogmaals langdurig. Ik was pissig. En waarom? Ik ben aan het veranderen. Volgende keer neem ik me voor om het wat nettere “losergebaar” te maken. Dat is toch krachtiger.

Dokters vs Internet

Niet vaak gebeurt het dat ik een aankondiging voor een nieuw televisieprogramma hoor, en dan denk: “klinkt goed.” Meestal moet ik bijna braken bij een dergelijke aankondiging, maar niet nu. Dit is een programma waarbij een panel van dokters het moet opnemen tegen een panel van leken die internet mogen gebruiken om een juiste diagnose te stellen. De dokters krijgen uiteraard geen internet tot hun beschikking.

Waarom ik dit zo interessant vind komt waarschijnlijk door het moderne verschijnsel dat iedereen het tegenwoordig beter weet dan de huisarts. Ik haat dat, bijt degene die het beter weet dan mijn huisarts vaak een zelf te diagnoticeren ziekte toe, en neem de zojuist gegeven optie vooral niet in overweging. In dit programma zouden de betweters wel eens even te zien krijgen wie er in het medische landschap de baas zijn, echte dokters of leken met internet. Een gelopen koers voor de dokters.

De leken hebben gewonnen, met één juiste diagnose meer dan de dokters. De doodsteek voor de huisartsen, dit. Ik zoek het voortaan zelf wel op op internet. Ik heb al vastgesteld dat ik ergofobie heb. Ik kan dus niet meer werken. En dat dat de schuld van de overheid is. Die mij dus de rest van mijn leven schadeloos moet stellen. Eigenlijk is het zo gek nog niet, dat zelfdiagnoticeren.

Verdraagzaamheid

Je hebt mensen die hebben hun hond niet in alle situaties onder controle. Ik ben er daar één van. De hond is lief naar mensen, maar niet naar sommige andere honden. Naar de meeste honden wel, maar soms, als je het niet verwacht trekt ze ineens je arm bijna uit de kom, en sleept je woest grommend voort, rugharen overeind, richting andere hond. Als ik mijn evenwicht hersteld heb, ben ik al even woest, hang haar op aan die riem, grijp haar bek en knijp die dicht, dwing haar tot zitten en langzaam en luid protesterend komt ze dan tot bedaren. Ik moet haar echt meer pijn gaan doen, want ze leert het maar niet af.

De kat is haar belletje kwijt en kwam net voor de zoveelste keer met een vogeltje thuis. Ik rende haar achterna, en zij peerde hem, met prooi. Na een paar keer jagen van mij, liet ze haar nog levende prooi los, die ik toen oppakte en op een hoge veilige plek neerzette zodat die hopelijk herstelt, en ik greep de kat. Die verzet zich natuurlijk met klauwen en tanden, en ik pakte haar in haar nekvel. Luid kermend protesteerde ze en draaide zich naar mij en zette weer vier klauwen in mijn arm. Ze zet op één of andere manier niet echt door, want dan zou ik open liggen, en ik hou mezelf maar voor dat ze goed snapt dat ze dan een rotschop krijgt.

Soms erger ik me dood aan onze beesten en kan ik ze wel een knal verkopen. Maar als ik dan op facebook een stukje lees van natuurmonumenten over loslopende honden, en ik zie half hondenhatend Nederland daar los gaan, dan erger ik me nog veel meer. Ik pleit voor meer verdraagzaamheid. Van mens naar hond, van hond naar kat, van kat naar vogel, van mens naar mens, van hond naar hond, maar vooral van mens naar facebook. Soms denk ik dat deze nationale klaagmuur nooit uitgevonden had moeten worden.

Preventieassistente

Vorige week was ik bij de preventieassistente. Dat heette vroeger mondhygiëniste, maar toen dat nog zo heette kwam ik daar nooit. Toen had ik nog een tandarts die zelf even tandsteen verwijderde. Nooit gezeik in die tijd. Tegenwoordig? Altijd. Vooral dat geëmmer over tandenstokeren of flossen. Zit niet in mijn systeem, zoals de beugel niet in mijn verzekeringspakket zit. Maar het schijnt toch uiterst belangrijk te zijn. Of ik wel eens last had van bloedend tandvlees tijdens het poetsen? “Nee, nooit. Alleen tijdens het stokeren,” antwoordde ik. Dat was ook poetsen volgens de preventieassistente.

Nou, dan kan zij honderd keer preventieassistente zijn, maar ik weet toch vloek het verschil wel tussen poetsen en stokeren? De wereld raakt steeds voller met experts die niet meer kunnen nadenken.  Ze eindigde met een verhaal dat oude mensen vaak overlijden doordat ze bacteriën in hun mond hebben, en toen had ze me. Want ja, ik ben ook al 47. Dus nu poets ik elke dag met een tandenstoker. Kutwijf.

Schooiers

De hartstichting belde vorige week. Met een smoes uitstel gevraagd. Gisteren belden ze terug. Ze vonden het belangrijk om hun donateurs af en toe te spreken. Dat vond ik al verdacht. Dus ik luisterde en wachtte af. Waarom ik donateur van de hartstichting was? “Nou” zei ik, “dan zullen jullie net eerder dan de nierstichting gebeld hebben? Het had wat mij betreft ook het longfonds kunnen zijn.”

Maar de aap kwam uit de mouw, of ik mijn bijdrage wilde verdubbelen. Nee! Drie euro per maand meer dan? Nee! Zou u dan u bijdrage willen verhogen met twee euro per maand? Nee! Één euro? Nee!

Wat een idioten. Voor hetzelfde geld zet je je bijdrage stop. Wat zeg ik, ik ga het gewoon veranderen naar het longfonds! Dat zal ze leren, die schooiers.

Mol, Knol, cholesterol

Mijn dochter kijkt vaakt naar vloggers. Enzo Knol bij voorkeur, maar niet uitsluitend. Dan kan ze urenlang met de koptelefoon op naar het scherm zitten staren. Ik heb wel eens een stukje meegekeken, ik vond het wel grappig en dacht niet dat het kwaad kon. Nu heb ik mijn mening bijgesteld.

Omdat ze zonder koptelefoon zat te kijken, en ik in de keuken bezig was, hoorde ik de mannetjes hun wijsheden uitkramen. Ineens zag ik het complot van de overheid. Enzo c.s. zorgen er met hun vlogs voor dat het volk dom gehouden wordt, zodat ze niet te kritisch zullen worden. Een kereltje van een jaar of vijftien las een paar keuzevragen op. Om één of andere reden moest dat in het Amerikaans. “What would you rather choose, never have sex again, or never learn anything new?” “Oh my God! What the fuck??” “Nee, you’re kidding me!!” “Ik kan niet kiezen,  mijn gameskills zijn nog niet op het ultimate level! This is fucking shit man!”

Soms denk ik dat er eens een goede hongerwinter over ons land moet razen. Dit extreem verwende gedrag van jongetjes die zichzelf zo interessant vinden, het is het cholesterol van onze maatschappij en onze hersenen slibben ervan dicht zonder dat we het in de gaten hebben. Kwade geniussen worden er rijk van, en hen interesseert het niet welke stront ze over ons land heen spuien. John de Mol is de kwade genius, Olav Mol is wat je ervan krijgt. Een vijftiger die ook niet meer anders weet dan WTF en OMG te roepen.

Ik heb mijn dochtertje voor het schaakspel uitgenodigd. Om die neuronen eens aan het werk te krijgen. Gelukkig ging ze graag op de uitdaging in. Alsof ze zich ook zat te vervelen bij die bagger. Het is ook mijn eigen schuld. Zit zelf ook vaak achter de pc, in plaats van mijn kinderen te vermaken. Maar ja, vraag ze maar eens mee te gaan fietsen…

 

Verkeershufter.

Ik had er weer eentje vandaag, een gevecht met een Audirijder dat ik glansrijk verloor. De bestuurder was te klein om boven zijn stoel uit te komen, en te krenterig om op zijn auto de optie richtingaanwijzers te nemen. Hij moest zich dus zonder knipperlichten door het verkeer heen wurmen. Eerst kwam hij me rechts voorbij en ik dacht: het zal toch niet? En op het moment dat ik gas bij gaf om het gat te dichten kwam hij tergend langzaam naar links, en dwong mij afstand te nemen. Hier hadden ze hem van mij al mogen elimineren.

Toen het rechts weer wat harder begon te rijden dan links, ging hij naar rechts en haalde weer een paar auto’s in, en drukte hem er weer tergend langzaam tussen. In was in alle staten. Ik toeterde, knipperde, reed tegen zijn achterkant, ging over de vluchtstrook, haalde hem in, ramde hem van de weg, trok hem uit zijn auto en sloeg hem neer. Dat was tenminste het plan. Een paar kilometer later liep ik op hem in en dreigde hem rechts in te halen. Tergend langzaam kwam Satan naar rechts, en weer was ik er niet voorbij. Toen het links weer sneller ging, ging hij weer naar links en was weer weg. Mijn bloeddruk was gestegen tot 290/160 en ik was vastbesloten deze ongelofelijke lul een lesje te leren.

De afslag Elspeet kwam eraan en hij zat op de linkerbaan. Ik reed op de afslag en eindelijk kon ik gas geven om hem in te halen, en ik zat er aan te denken om weer terug de weg op te gaan om voor hem in te voegen. In plaats daarvan kwam hij op het laatste moment van de linkerbaan, zonder richtingaanwijzer, over de rechterbaan, de afslag op, en wat denkt u: voor of achter mij? Juist. Voor mij. Een gat dat er niet was, de auto voor hem remde zodat hij ook moest remmen, ik begreep werkelijk niet waarom hij niet verongelukte?

Ziedend ben ik uitgestapt, heb mijn eigen auto helemaal in elkaar getrapt en ben door de politie vastgezet om tot bedaren te komen. Tenminste, dat was het plan. Moge zijn zak scheuren en zijn ballen op de grond vallen.

 

Mr. Perfect.

Het is niet zo dat ik een hekel aan deze man heb, maar dat ik hem mag gaat me ook weer te ver. Eigenlijk irriteert hij mij. Volgens Linda ben ik jaloers, maar dat is natuurlijk onzin. Ik hou gewoon niet van dat populaire gedoe, en van dat met je hoofd op de maat beginnen te knikken als je muziek hoort, om aan de wereld te laten zien dat je ritme hebt. Wat-ie helemaal niet heeft trouwens. Doet verdorie net of hij John Travolta is, maar komt nog niet eens in de buurt. Wat zou z’n vrouw ervan zeggen als hij ’s avonds thuis komt vraag ik mij af. “Moest je je weer uitsloven op tv, stijve hark?” En dan zo’n rondje dansen op het laatst en in je handen klappen alsof je in je comfortzone zit, gadverdamme.

Schijnt dat-ie ook nog gestudeerd heeft. En altijd met z’n dure pakkies aan. En z’n gemaakte mimiek. Zogenaamd verschrikte gezichten trekken bij schokkend nieuws, wat-ie gadverdamme allang gehoord had toen de camera er nog niet bij was. Mr. Perfect! Bah! Heb hem één keer in het echt gezien, bij PSV was dat. Kon weer een paar stuivers bijverdienen met een gastoptreden, deze Ajacied. Met z’n dure Audi A6. Ook al zo’n auto waar je niks mee kan. Getuigt van weinig lef en originaliteit. Ja, over de vluchtstrook rijden langs een file, dat kunnen ze goed. Nee, deze man had gewoon Studio Sport moeten blijven presenteren, dan was er niks aan de hand geweest.