De pimpelmees

Ik zag beelden van een pimpelmees die een nest bouwde, eieren uitbroedde, de piepende jongen voerde tot ze uitvlogen en waarschijnlijk ook nog daarna, maar dat was niet meer opgenomen door de camera in het vogelhuisje.

Als ik het goed zag, was deze moeder geen enkele keer aan het klagen en bleef ze maar uitvliegen om eten te halen voor zeven opengesperde snaveltjes. Dag in dag uit, net zolang als nodig was. Zelfs op zondag werd er gewerkt door mama en ook papa pimpelmees.

Zelf ervaar ik het ouderschap niet veel anders, het enige verschil is dat ik wel klaag, moe word en op de bank ga liggen bijkomen. Maar ook ik ben uren in de weer -op m’n vrije dag – om ons huis bewoonbaar te houden en het de kinderen naar hun zin te maken. Mijn opa en oma hadden helemaal geen privéleven, mijn ouders hadden vier weken vakantie, ik kan even wat anders gaan doen als ik even geen zin heb, en mijn kinderen werken straks maximaal drie dagen per week.

De pimpelmezen blijven alles doen zoals zij dat altijd al deden en redden het daarmee prima. Wij mensen gaan het steeds anders doen, en ik vraag me af hoe lang dat nog goed gaat.

Wij automatiseren steeds meer totdat we op een dag een robot naar ons werk sturen die onze last verlicht. Deze robot verdient dan geld voor ons. Maar mijn robot verdient dan minder dan de CEO robot, dat zou niet eerlijk zijn. Dan wil ik ook een CEO robot hebben. Of beter, een Elon Musk robot, zodat ik per maand miljoenen verdien. Beter nog, we krijgen allemaal de Elon Musk robot, en verdienen allemaal miljoenen per maand! Zodat we de hele dag op een terrasje kunnen gaan zitten en de serveersterrobot ons komt bedienen. Die er trouwens niet is, omdat ook zij een Elon Musk robot heeft. Iets zegt mij dat het systeem van de pimpelmees toekomstbestendiger is.

Waar gaat de mensheid uiteindelijk aan ten onder?

Het is een vraag die me al heel lang bezighoudt. Waarschijnlijk voor het eerst toen ik hoorde dat de zon er ooit mee ophoudt. Dat ik op dat moment even dacht: “oh jee!” Maar dat er aan werd toegevoegd dat de mensheid ver daarvoor al verdwenen zou zijn. Het begon bij Duitsers en Japanners. Die waren in aantal aan het afnemen en moesten vrezen voor hun voortbestaan. Duitsland importeert daarom jaarlijks duizenden migranten. Ik dacht dat zolang er twee van het verschillende geslacht zijn er niks aan de hand was. Heel vroeger waren er helemaal geen Duitsers en iets later waren er verrekte weinig, dat zijn er uiteindelijk tachtig miljoen geworden, dus wat is het probleem? Waarom zou die krimp zich niet ineens weer omzetten in groei? Omdat de bevolking vergrijst? Wat maakt dat uit, zolang er ook jonge mensen zijn sterf je niet uit.

Nou ja, zo denk ik wel eens, maar ik geloof dat het de wetenschappers ernst is als ze zeggen dat wij maar een paar honderdduizend jaar zullen bestaan met als argument dat alle voorgangers van de mens ook hooguit een paar honderdduizend jaar bestonden.

Maar wat gaat er nu voor zorgen dat we uitsterven en hoe stierven onze voorgangers uit? Om met dat laatste te beginnen, dat weet niemand. Behalve ik. Onze voorgangers zijn helemaal niet uitgestorven, we zijn langzaam anders geworden. Je kunt het aan sommige mensen nog duidelijk zien. Hoe het kan, geen idee, waarschijnlijk is het hetzelfde proces als dat ik vroeger lang was, en nu met precies dezelfde lengte gemiddeld ben geworden.

Hoe we gaan uitsterven weet niemand, zelfs ik niet, maar er zijn een aantal scenario’s. Een ervan is dat kunstmatig intelligentie zo slim wordt dat het ons als overbodig en bedreigend gaat zien en ons elimineert. Een softwareprogramma print uit zichzelf op een 3D printer een tank en valt ons aan.

Of de klassieke meteoriet valt en maakt een einde aan onze ooit zo mooie wereld. We zagen hem niet aankomen met al onze apparatuur en we zouden dood zijn voordat we door hadden wat er gebeurde.

De vruchtbaarheid van de mens neemt langzaam af. Het is al aan de gang, het aantal zaadcellen van de man veertig jaar geleden was aanmerkelijk hoger dan dat van de tegenwoordige man. Hoe dit precies tot het einde gaat leiden weet ik niet, aangezien er uiteindelijk maar één zaadcel nodig is, en we het hebben over een afname van 100 miljoen tot zestig miljoen.

Een allesverwoestende kernoorlog, die gaan spaan heel laat van de wereld? De slechte omgang van de mens die zorgt voor een afname van de hoeveelheid insecten met rampzalige gevolgen? Een wereldwijde milieuramp zoals een wereldwijde overstroming of een opwarming die niemand overleeft?

Zelf denk ik dat de mens ten onder zal gaan aan zijn eigen succes, hij zal zo perfect worden dat hij niet meer sterft aan ziekte, ouderdom, of honger. Hij hoeft niet meer te werken, geen kennis te vergaren omdat die overal voorhanden is, hij hoeft niet meer gezond te leven, zelfs geen pijn meer te lijden, hij verliest al zijn creativiteit, kortom in zijn streven alles beter te maken heeft hij het leven volkomen doelloos gemaakt en de enige manier om uit die ellende te geraken is door het massaal op te geven. Door het zicht op de aanstaande dood krijgt het leven kortstondig zijn zin terug en iedereen sterft als een gelukkig mens.

En zo zal het gaan. En lang voordat dit gebeurt ben ik er niet meer. En nadat dit scenario zich heeft voltrokken en de mensheid lang en breed is verdwenen zal men mij in één adem noemen moet Leonardo da Vinci.

Drie kwartier

Dat wonen in dezelfde wijk als waar ik woonde toen ik jong was is niet altijd handig want ik ben teveel herinneringen aan het ophalen. Aan de jaren tachtig om precies te zijn, die ik kennelijk toch leuker vond dan ik mezelf doorgaans wijsmaak. Want ik zou sommige momenten willen herbeleven en vast willen houden. Aan veel huizen in deze wijk heb ik wel een herinnering, al was het maar omdat ik de krant hier bezorgde. Ik begin ook weer magische gedachten te krijgen, iets wat ik mezelf in het eerste decennium van dit millennium afleerde.

Tijd zou nooit uitgevonden moeten zijn, elke seconde die verstrijkt komt nooit meer terug. Met elke seconde lopen je cellen ouderdomsschade op die niet meer ongedaan gemaakt kan worden. Woensdag overleed iemand die ik al bijna mijn leven lang ken. Niet heel goed, maar dat maakt niet uit, hij is voorgoed weg. Het huis waar hij woonde zal nooit meer hetzelfde zijn.

Ouder worden is iets waar ik moeite mee heb omdat je steeds minder toekomst hebt, en die toekomst steeds vaster lijkt te liggen. In het bos worden ze nog erger, die gedachten aan vroeger. Tijdens mijn ronden met de hond zie ik ook hoe het bos is veranderd. Plekken waar je vroeger kon komen zijn nu verboden toegang, en niemand weet waarom.

Ik besloot laatst dat vanaf het moment dat ik het besloot, ik voortaan elke dag een dag jonger zou worden in plaats van ouder. In het begin zou nog niemand het doorhebben, maar op een gegeven moment zou het moeten gaan opvallen. Maar een tijdje later bedacht ik dat het niet handig was om als enige jonger te worden en alle anderen ouder. Ik zou helemaal niemand van vroeger meer tegenkomen. Bovendien, mijn hersenen zouden weliswaar jonger worden, maar mijn geheugen zou minder worden, het zou tenslotte morgen -voor mij gisteren- niet meer weten wat er vandaag gebeurde.

Ineens snapte ik wat er gebeurt als je dement wordt. Dan word je met de dag jonger. Dat is het voordeel ervan. Ik besloot het proces toch maar weer om te keren en gewoon weer ouder te worden. Uiteindelijk heeft mijn verjongingsproces maar drie kwartier geduurd, dat gaat niemand opvallen.

Of ik het ooit zal leren, dat ouder worden, dat denk ik niet. Ik ben gedoemd te blijven mijmeren over vroeger en over wat had kunnen zijn. Dreaming my life away.

Ik ben vandaag zo vrolijk.

Ik merk dat ik steeds negatiever word. Ik ben nog steeds in behoorlijk goede stemming, want opperbest is zelden aan mij besteed. Maar moedeloos word ik van de problemen die de media mij voorschotelen. De wereld is in mijn visie een poreuze fietsband geworden. Je kunt plakken wat je wilt, de lucht blijft niet waar je wilt. Voor elk probleem is een oplossing, maar niet zonder dat het een ander en groter probleem veroorzaakt.

Een aantal jaren terug hadden ze het nog over een thermostaatknop waar je aan zou kunnen draaien om de opwarming van de aarde te beperken, maar nu is dat ook al een gevaren schip. Inflatie is torenhoog, maar de loonstijging blijft achter. Spoedeisende hulp gaat op steeds meer plekken verdwijnen want dat wordt te duur. Er zijn te weinig huizen en er is geen plek meer op de kinderopvang. Pensioenleeftijden gaan omhoog, op zorg wordt gekort, wat wij aan milieubescherming doen wordt door Poetin weer ongedaan gemaakt, en de problemen worden zo omvangrijk dat iedereen uitsluitend naar zichzelf kijkt. Heb ik het nog niet eens over stikstof of over hoe je hier je laatste levensjaren moet slijten, alsof je volkomen debiel bent.

Ik heb bewondering voor en medelijden met elke politicus die tegen beter weten in, of omdat hij het echt gelooft, denkt dat hij iets kan veranderen. Sommigen hoeven alleen te ageren tegen, anderen moeten ook werkelijk roepen dat we schouder aan schouder moeten staan, een term waar ik letterlijk onpasselijk van word. Ik lijk door elke uitspraak heen te kijken, of die nu komt van een politicus, een manager of de voorzitter van de sportclub, ik zie overal een dubbele bedoeling achter.

Zelf heb ik helaas ook geen visie over hoe het beter zou moeten. Ik kom ook niet verder dan “vroeger was alles overzichtelijker.” Het echte probleem dat allesomvattend is, kun je niet oplossen, en heet overbevolking. China heeft geprobeerd er iets aan te doen, maar betaalt daar nu de prijs voor. Corona heeft het geprobeerd maar wij wilden niet. Diverse dictators hebben het geprobeerd maar we hebben ons verzet. We maken alles erger door dingen beter te maken. Dat is een natuurkundige wet.

Omdat het een natuurkundige wet is (ik heb bepaald) heeft het ook geen zin om er iets tegen te willen doen. Dus geldt, het wordt beter, en daardoor slechter. En dat kun je beter maar niet inzien, je zou er van in de war raken. Negeren is het beste. Ik ben vandaag zo vrolijk…

Normaliter.

Ik was vroeger behoorlijk gevoelig voor wat anderen van mij vonden. Een eigenschap die ik niet heb doorgegeven want mijn zoon interesseert dat een stuk minder. Dochter heeft het weer iets meer, maar volgens mij niet in abnormale mate. Ik kan ook alleen mezelf beoordelen en dan denk ik achteraf, “dat had wel wat minder gekund.”

Zoiets verdwijnt nooit helemaal net als alles wat er in je jeugd is ingestampt, maar de laatste tijd, een jaar of tien, ga ik er toch wat makkelijker mee om. Het is ook veel meer afhankelijk geworden van wie het zegt en hoe dicht die me na staat.

Het had ook voordelen, want je creëert er een vlijmscherpe geest mee, je radar is gevoelig en voor sommige dingen ga je extra je best doen. Zo wilde ik niet dom overkomen, dus probeerde ik kennis op te pikken.

In die tijd, vanaf mijn dertiende tot mijn zeventiende ongeveer had ik een buurjongen die mij in alles net even de baas was. Hij was een jaar ouder, hij deed Havo, ik Mavo, en toen ik Havo ging doen deed hij Atheneum, en zijn ouders waren ook net wat slimmer dan de mijne. Althans, dat dacht ik, want zij keken Monty Python en Van Kooten en de Bie en wij keken the A-team en Knight Rider.

Ik had het toen over “normaliter” maar hij zei dat ik het verkeerd uitsprak, het moest namelijk normaliter zijn. Dus accepteerde ik zijn verbetering en sprak voortaan ook over normaliter. Idealiter was ik gewoon normaliter blijven zeggen, maar nee, ik moest zo nodig een duur woord gebruiken terwijl ik ook had kunnen zeggen: normaal gesproken. Of in de ideale situatie.

Vandaag hoorde ik Philip Freriks zeggen hoe je het echt uitspreekt. Dat de meeste mensen zeggen “idealiter” in plaats van “idealiter”. Eerst dacht ik dat mijn buurjongen mij het verkeerd had geleerd, maar dat bleek toch niet zo. Mijn verwarring ontstond doordat Freriks het woord idealiter besprak en wij hadden het destijds over normaliter.

Reeds vergevorderd in dit schrijven kwam ik erachter dat mijn buurjongen toch gelijk had, terwijl ik dacht mijn gram te halen. Ik had natuurlijk kunnen doen alsof hij het verkeerd had en ik goed, maar dat zou flauw zijn. Nou ja, dan maar door het stof. Hij had het goed en ik fout. Gelukkig was ik niet te eigenwijs om van hem te leren, anders had ik nu nog normaliter gezegd in plaats van normaliter.

Overpeinzingen tijdens het wandelen.

Ik liep laatst met de hond door het buitengebied en raakte in gedachten verzonken. Ik dacht aan de puinhoop die de mensheid van de wereld gemaakt heeft en hoe vreemd dat eigenlijk is. De mens is de enige soort die zich ontwikkelde, alle andere soorten doen nog precies wat ze altijd al deden. De mens deed uitvindingen ten koste van andere soorten en richtte de aarde in naar zijn eigen gerief.

Waarom ontwikkelde andere soorten zich niet, al was het maar een klein beetje? Het zou voor leeuwen bijvoorbeeld toch handig zijn als ze iets tegen vliegen hadden ontwikkeld. Ze schijnen wel precies te snappen welke welpen bij welke vader horen, ze schijnen zelfs te begrijpen dat hun paringen tot welpen leiden, maar nee, de leeuw ligt nog steeds rustig op de steppe met z’n kop onder de vliegen.

Had de mens als de leeuw gedaan, zich niet ontwikkeld, dan had de wereld er een stuk mooier uitgezien. We zouden met hooguit tien miljoen op de wereld zijn en de winters moesten overleefd worden, maar in de zomers zouden we leven zonder gezeik.

Is het eigenlijk wel zo dat er ooit een mensensoort was die op het nu niveau van de dieren stond? Dus die nog geen berenvel, hertenhuid of speer had? Hoe overleefde die kou, honger en roofdieren? Er moet er ooit eentje gedacht hebben dat het toch wel koud was, laat ik eens een speer en een mes uitvinden om mezelf een mooie bontjas cadeau te doen. En kennelijk heeft die die periode overleefd.

Nee, ik blijf het maar niks vinden, die mensheid. Van mij mogen we snel weer uitsterven, want dit rekken wat wij doen is toch ook uitzichtloos? Welke ellende die ons leven nog zinlozer maakt gaan we nog meer uitvinden? Neem nu internet. Een razendknappe uitvinding maar ondertussen zit je wel je leven weg te scrollen. En dat leven wordt gemiddeld steeds langer en er komen er steeds meer van ons bij.

Nou ja, ik hou ervan om de week lekker positief te beginnen. Gewoon niet over nadenken, ik ben er nu eenmaal dus maak er wat van. Maar toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat die roofvogel in de boom het wel prima vindt, lekker zweven boven de weilanden en dat die niet zo nodig anders hoeft. Ik zou ook wel zo’n vogel willen zijn. Dat er geen goeroes bestonden die je een slecht gevoel geven omdat je iets doet omdat je het altijd al zo hebt gedaan. Wat in hun ogen dom is, maar heb ik zojuist niet aangetoond dat dat juist veel beter is?

Mijmeringen

Als jong volwassene, wat ik voor mijn gevoel ben, en dat is niet omdat ik me zo jong voel, maar omdat het nog maar pas geleden is dat ik kind was, denk ik wel eens na over hoe de wereld was toen ik dat kind nog was. En dat is heel lastig om je dat in te beelden, want de wereld was statisch. Waarmee ik bedoel dat mijn indruk van andere mensen een momentopname was, en dus was het goed. Of slecht, maar meestal goed.

Waar dit naar toe gaat of hoe ik het moet uitleggen weet ik nog niet, want het zijn flarden. Ik was in elk geval het middelpunt van het heelal en de rest was er om mijn gevoelens te ordenen. Als ik een oude man zag, dan was hij een gelukkige oude man, want hij zat in mijn moment. Al liep hij met een stok, dan was hij voor mij een man met een stok die in mijn plaatje paste. Ik hoefde niet na te denken over zijn lot, hij was gewoon onderdeel van mijn bestaan en hij was tevreden met zijn situatie. Wat natuurlijk helemaal niet zo hoefde te zijn vanuit zijn perspectief.

Een man en vrouw die bij elkaar hoorden waren per definitie gelukkig met elkaar, want zo zag ik dat. Ze dachten niet aan iemand anders en hadden geen gevoelens behalve voor elkaar, want zo was dat moment door mij bepaald.

Een zanger die op televisie optrad was een zanger, hij had geen leven buiten het zingen. Hij had een lied geschreven en stond daar volledig achter, en daarom bracht hij het ten gehore. Zijn lach was echt, hij kende geen verdriet en hij had ook geen commercieel belang. Hij zong gewoon over dat hij niet wist hoe, of over les gens heureux. Dat was zijn lied en zijn enige taak was om dat lied aan mij ten gehore te brengen.

Kerst was een feest waar iedereen simpelweg gelukkig was, en niemand stress had over hoe die dagen door te komen of over familiebeslommeringen. Iedereen in mijn leven had een vaste rol en iedereen was zoals hij was, of zoals ik bepaald had dat hij was. Vaak te typeren met één woord. Het was een overzichtelijke wereld waarin ik me prima voelde.

Toen ik ouder werd en het statische dynamisch werd, werd het ineens ingewikkeld. Het vergde een andere denkwijze en ineens was niks meer zeker. De oude man kon wel eens heel eenzaam zijn, de vrouw van het stel voelde stiekem vlinders als die welbespraakte buurman naar haar zwaaide, de zanger had, als hij niet zong, ruzie met z’n manager en hij dronk teveel en veel mensen zouden kerst liever overslaan als ze de keus hadden.

Dus niets was meer zoals het leek, of althans het kon ook anders zijn. En dat maakte mijn wereldbeeld bepaald niet makkelijker nu ik wist dat overal een verhaal achter school dat ik niet zomaar kon negeren. Alles bleek twee of meer kanten te hebben en ik kon niet meer het middelpunt van het bestaan zijn. Ik kwam meer aan de zijkant, en hoe ouder ik word, hoe verder van het speelveld maar hoe beter ik de treurnis van het spel begrijp.

Het hoort onvermijdelijk bij de ontwikkeling die een mens doormaakt, maar zo mooi als ik het vroeger maakte, wordt het niet meer.

Sensationeel

Dat was een spannende WK avond in groep E, waar alle vier de deelnemers nog door konden en ook alle vier landen op een bepaald moment virtueel door zijn geweest. Het leek eerst een een-tweetje te worden voor Spanje en Duitsland, maar dat veranderde toen tegenstanders Japan en Costa Rica tegen scoorden en deze twee landen ineens virtueel door waren naar de k.o. fase. Een ongekende sensatie, want een wereldkampioen en een viervoudig wereldkampioen zouden zijn uitgeschakeld door twee vooraf kansloos geachte landen.

Duitsland kwam echter terug van een achterstand en zorgde zo dat Spanje, dat ook achter stond tegen Japan, alsnog door was ten koste van Costa Rica. Echter, Duitsland zelf, werd daarmee afhankelijk van Spanje, dat nu zelf door was, en nog één doelpunt moest scoren om Duitsland ook door te laten gaan. Dat gebeurde niet, en daarmee lag Duitsland eruit en eindigde het op de derde plaats.

Goed, dat heeft u allemaal zelf kunnen zien, maar waar het mij om gaat is dit: de wedstrijd tussen Spanje en Japan was drie minuten eerder klaar dan die van Duitsland tegen Costa Rica. Als ik de coach van Duitsland was, had ik in die laatste drie minuten Costa Rica drie keer laten scoren om zo Spanje een loer te draaien. Of je nu als 3e of als 4e het tournooi verlaat, dat maakt dan ook niet meer uit.

Eikels

Al weken, zo niet maanden, hoor ik eikels vallen. Met een hardere klap dan je verwacht, vallen er zeker twee per minuut. De straat ligt vol met eikels, je zou er haast over uitglijden.

Ik ben blij dat mijn auto niet direct onder een eikenboom staat, volgens mij moet dat deukjes in het dak geven. Ik denk ook al tijden dat er één op mijn hoofd gaat vallen, maar dat is nog niet gebeurd, zelfs niet toen ik op de Eikenweg fietste. Maar nu ik het heb benoemd heb treedt de bezwering in werking en zal het morgen ongetwijfeld gebeuren, tenzij ik binnenblijf. Ben benieuwd of het zeer doet.

Ik kan mij niet herinneren dat er eerder zoveel eikels vielen. Het zal met de droogte te maken hebben, vermoed ik. Ik ken nog wel een paar eikels die mogen vallen, wat mij betreft. Als je iemand een eikel noemt, bedoel je dan eigenlijk de eikels die ik zojuist beschreef of bedoel je dan die brandweerhelm? Ik bedoelde altijd de vrucht van de eikenboom en vond het vrij onschuldig. Anders had ik wel lul gezegd, om verwarring te voorkomen. Eikel is, hoe je het ook bedoelt, een minder sterk scheldwoord dan lul, want ook in het geval van de helm vind je iemand maar een gedeeltelijke lul, niet een totale.

En mijn laatste vraag: eikenboom is het volgens spellingcontrole. Terwijl ik liever eikeboom zeg. Want de boom bestaat toch niet uit meerdere eiken? Eikenhouten vloer heeft wel die eigenschap. Je kunt je dingen afvragen.

Hippie

Ik moest even naar de stort, de gratis afvalstromen, en ik kwam vast te staan achter twee auto’s. Een van de auto’s was een oud VW busje waar een heuse hippie mevrouw de bestuurder van was. Ze had lang grijs haar en een bruinige hippiejurk, en toen ze me zag lachte ze naar me. Ik gaf geen aanleiding en ik lachte niet terug, maar dat weerhield haar er toch niet van even later weer lief naar me te lachen.

Ik moet toegeven, ik smolt een beetje, al weet ik niet wat ik met een hippievrouw aan moet. Ze leek ietsje ouder dan ik, maar ik lijk weer jong voor mijn leeftijd, dus waarschijnlijk waren we even oud. Maar ik geloof dat ze met me wilde trouwen, en ik moet toegeven, ik ook wel met haar, al ben ik al getrouwd en al trouwen hippies niet.

Bij haar in het busje stappen dan en de wijde wereld in? Ging ook al niet, want op mijn leeftijd kan ik geen hippie meer zijn, dat gaat er belachelijk uitzien, kalend en een staart. Haar stond het prima trouwens, dat oudere hippie zijn, maar bij mij gaat dat eenmaal niet. Haar busje was ook goor van binnen, en er zat een anti Corona waanzin sticker opgeplakt. Nee, ik zou binnen de kortste keren met haar botsen, over die vieze camper en over dat Corona gedoe. En ik hou ook niet van hippie muziek, trouwens. Desondanks kreeg ze het voor elkaar dat ik kortstondig verliefd op haar was, en toen we onze rotzooi gestort hadden, reed ik achter haar aan. Zij reed door naar de betaalde afvalstroom, en ik reed weer naar huis. Daar scheidden onze wegen alweer, heel kort nadat ze elkaar kruisten.